Opleving

Precies in het laatste strijklicht dat langs de planken scheert bloeit de roos op, je ziet hem de moedeloosheid van zich afschudden en hoort zijn verheerlijkte zuchten: zalige zon..

Zo’n zalige opleving lijkt mij ook wel wat.
Alleen, om voor één zonnestraaltje naast die roos te gaan liggen is me te gortig.
Voor je het weet sta je in het sufferdje:
‘Gisteravond hing onze plaatsgenote Bertjens bijna Naakt_over_de_schutting
teneinde de laatste zonnestraal te vangen. Ze wilde een opleving. Of de film naspelen?
Wie zal het zeggen.

Voor zover bekend heeft ze er niets aan overgehouden maar kreeg in ieder geval aandacht.’

Stel je de commotie voor.
Iemand stuurt een foto de wereld in.
Hollywood wordt wakker, Hilversum, de bladen, paparazzi loerend aan voor- en achterdeur, op zijn minst belt MAX voor een passende rol naast, eh, dat weet ik niet zo gauw.
Toch doe ik het niet.
Pa en moe draaien zich om in hun graf.
Buren lachen me uit.  (ik kom ze dagelijks tegen)

Ik neem genoegen met een foto en schenk  een bak koffie in.
Niet dat ik daar van opleef maar het is beter dan dat gehang.
Trouwens, het regent.
==

Zonnevers.


Nu is het eindelijk zomer
zo sprak de bleke dromer
hij voelde prikkend zonnelicht
op zijn bleke buik gericht.

Hij rees omhoog en rekte lui
schurkte in de stralenbui
bracht zijn bed naar buiten
keek in spiegelruiten
en zag zijn geestverschijning
in schone fantasiebelijning.

Hij ging liggen en genoot
met het lijf en leden bloot
als een kunstig clair-obscur
wentelde om ’t halve uur
tot zijn lichaam was verkleurd.

– Ik voel me heerlijk opgefleurd
sprak de gewezen blekerd
en zei toen, zelfverzekerd,
– Zalig zij de zomer
nu ben ‘k een gouden dromer
=

© Bertie

Profiteren van extra zomerdag

Deed ik ook.
Ligstoel uit de schuur.
Beetje afstoffen, voetenbankje erbij halen.
Bakje klaarzetten met lees- en zonnebril, huistelefoon en gsm, tabletje, leesboek, krant, cameraatje, notitieblok en pen.
Thee zetten.
Schoenen verwisselen voor slippers.
Vest uit en mouwen oprollen.
Nog even naar de wc.
Nog even alles verschuiven ivm schaduw.
Nieuwe thee zetten.
Buurkat van schoot zetten. (2X)
Mouwen terugrollen voor windvlaag.
Toen was de dag half om.
Maar wat was het lekker, de extra zomerdag.
Je ontspant er zo van.

Mooi weer

Om van de zon te profiteren nam ik vandaag een Internetpauze.
Vanmorgen had ik al vroeg een luie stoel klaargezet. Boek, koffie, voorpret.
Toen viel me de rommel op van het vorige tuinwerk. Dat ging naar de schuur waar ik struikelde over dozen oud papier.
Dozen opnieuw gevuld en gestapeld, niet nauwkeurig genoeg: de toren van verfblikken donderde om. Er kwamen allerlei voorwerpen mee, een kwastenpot, blokwitters, behanglijm, kit, afplakband enzovoorts.
Terugzetten, vloer aanvegen.
Goed begin Bertus. Dacht ik.
Het was niet erg, de zon was nog ver weg. En omdat ik toch bezig was kon ik netzogoed de tuinhoek schoonmaken.
Verplaatsen, bezemen, afstoffen, ragen, spuiten en uiteindelijk was het klaar en stonden tafel en stoelen te drogen in de zon die rond het middaguur tevoorschijn kwam.
Ik had mijn rust verdiend, vond ik.
Hangend en lezend op de luie stoel voelde ik de zalige warmte, achterover leunend deed ik de ogen dicht, heel even maar. Vriendin zou bellen ….
….en deed dat inderdaad.
-Waar ben je mee bezig, ik bel en bel. Kom je nog theedrinken?
Ik gaapte
-Sorry, ik had het zo druk dat ik je niet hoorde. Is niet zo erg toch?
Ze lachte.
-Nee, het is pas half vijf. Ik kom wel naar jou, kun jij intussen wakker worden.

Laat zonplezier

Op een septemberzondag besloten zus en ik nog één keer naar de zwemvijver te gaan.
Maar godnogantoe, wat een drukte daar. Iedereen had hetzelfde bedacht, alle omringende dorpen hadden hun burgers geloosd in het water en op het strandje, precies daar waar wij wilden nazomeren.
Vanzelfsprekend ging al dat volk bij dezelfde worstjeskraam lunchen. Allemaal op dezelfde tijd.
Ingeklemd tussen zo’n kleine vierhonderd zonners zinden we op wraak en verscholen ons achter iemands zonnehoed voor een geheime minitop.
‘Er lopen grote grazers achter de bosjes verderop’, fluisterde zus, ‘zullen we?’
‘Jaaaaa,’ juichte ik, ingehouden.  ‘Nu?’ Ze knikte.
We blubberden ons een tunnel door de oliebuiken naar de bosjes.
Daar floten we twee mammoetkoeien met lange krullen, sprongen op de ruggen en paaiden ze met pollen gras aan een stok voor hun neus.
‘Huphup, koetjes’, riep zus.
‘Ze heten Galloway’, hielp ik. ‘Aha.  Kom op gallegalletjes, rèn!’
Het werkte prima.
We stoven de vleesbergen in, de krullen wapperden als oorlogsbanieren en in een mum was iedereen verdwenen, geschrokken en doodsbang.  Een enkele bikini en wat snoeppapiertjes dwarrelden verdwaasd.
We klommen van de Gallowayse ruggen en stuurden ze met een pak La-vache-qui-rit naar hun eigen plek waar ze de rest van de dag tevreden herkauwden op de kaas.
Wij genoten ook. Zon,water en ruimte, wat wil een mens nog meer.

Het wordt mooi weer vandaag

Stuur om te beginnen een plaatsvervanger naar je werk.
Zet het zwembad  op, het is nu al ruim 20°C.  Eventueel een grote teil, emmer, voetbadje, desnoods giet je je schoenen vol.
Activeer de geluidsschermen mocht je luidruchtige buren hebben met nerveuze honden.

En ga genieten.
Achterover op een zonnebed, voorover als je geen sproetenbuik wilt krijgen. Zolang je maar kunt verdwijnen.
Met een boek, een muziekje is ook goed.
Koffiekan bij de hand.
Visualiseer die zon, voel de warmte, vergeet de rest.
En hou vol.
Ga door.
Blijf liggen.
Tegen de avond  kun je alsnog bekijken of je baas belde met een ontslagaanzegging of een partner die je inruilt voor een ijveriger exemplaar of een gezin dat gaat emigreren zonder jou.
Intussen had jij een mooie dag.

Voorjaarszomerbuien

Morgen tweeëntwintig graden C.

Het is toch wat, zomervakantieweer terwijl je kapstok en kasten nog vol hangen met winterkleren. Nou ja, semiwinterkleren, in ieder geval niet geschikt.
Zelf had ik er gister al moeite mee. In mijn haast naar buiten griste ik het eerste shirtje mee dat vooraan op het zomerschap lag, trok het aan en zonk verzaligd in de zonnestoel.
Badend in het zweet merkte ik dat het een thermo-hemd was, speciaal voor barre winters. Geen idee hoe dat bij de zomerstapel terecht kwam.
Dat krijg je ervan met die maartse zomers. Daar wordt een mens vreemd van.  Stel dat dit zo doorgaat; ik zie het er nog van komen dat we in zwempak naar de paasdiensten gaan, pastoors en dominees in tangashorts, geminirokte nonnen, Praise the Sun zingend.  Voor de kleintjes puffende paashazen met slappe oren en mandjes kokende eieren, jankende kinderen die liever een ijsje hadden.
Gottegot, wat een vooruitzicht.
Nu al een zonnesteek,  moet de zomer nog beginnen.