Mooi weer

Om van de zon te profiteren nam ik vandaag een Internetpauze.
Vanmorgen had ik al vroeg een luie stoel klaargezet. Boek, koffie, voorpret.
Toen viel me de rommel op van het vorige tuinwerk. Dat ging naar de schuur waar ik struikelde over dozen oud papier.
Dozen opnieuw gevuld en gestapeld, niet nauwkeurig genoeg: de toren van verfblikken donderde om. Er kwamen allerlei voorwerpen mee, een kwastenpot, blokwitters, behanglijm, kit, afplakband enzovoorts.
Terugzetten, vloer aanvegen.
Goed begin Bertus. Dacht ik.
Het was niet erg, de zon was nog ver weg. En omdat ik toch bezig was kon ik netzogoed de tuinhoek schoonmaken.
Verplaatsen, bezemen, afstoffen, ragen, spuiten en uiteindelijk was het klaar en stonden tafel en stoelen te drogen in de zon die rond het middaguur tevoorschijn kwam.
Ik had mijn rust verdiend, vond ik.
Hangend en lezend op de luie stoel voelde ik de zalige warmte, achterover leunend deed ik de ogen dicht, heel even maar. Vriendin zou bellen ….
….en deed dat inderdaad.
-Waar ben je mee bezig, ik bel en bel. Kom je nog theedrinken?
Ik gaapte
-Sorry, ik had het zo druk dat ik je niet hoorde. Is niet zo erg toch?
Ze lachte.
-Nee, het is pas half vijf. Ik kom wel naar jou, kun jij intussen wakker worden.

Laat zonplezier

Op een septemberzondag besloten zus en ik nog één keer naar de zwemvijver te gaan.
Maar godnogantoe, wat een drukte daar. Iedereen had hetzelfde bedacht, alle omringende dorpen hadden hun burgers geloosd in het water en op het strandje, precies daar waar wij wilden nazomeren.
Vanzelfsprekend ging al dat volk bij dezelfde worstjeskraam lunchen. Allemaal op dezelfde tijd.
Ingeklemd tussen zo’n kleine vierhonderd zonners zinden we op wraak en verscholen ons achter iemands zonnehoed voor een geheime minitop.
‘Er lopen grote grazers achter de bosjes verderop’, fluisterde zus, ‘zullen we?’
‘Jaaaaa,’ juichte ik, ingehouden.  ‘Nu?’ Ze knikte.
We blubberden ons een tunnel door de oliebuiken naar de bosjes.
Daar floten we twee mammoetkoeien met lange krullen, sprongen op de ruggen en paaiden ze met pollen gras aan een stok voor hun neus.
‘Huphup, koetjes’, riep zus.
‘Ze heten Galloway’, hielp ik. ‘Aha.  Kom op gallegalletjes, rèn!’
Het werkte prima.
We stoven de vleesbergen in, de krullen wapperden als oorlogsbanieren en in een mum was iedereen verdwenen, geschrokken en doodsbang.  Een enkele bikini en wat snoeppapiertjes dwarrelden verdwaasd.
We klommen van de Gallowayse ruggen en stuurden ze met een pak La-vache-qui-rit naar hun eigen plek waar ze de rest van de dag tevreden herkauwden op de kaas.
Wij genoten ook. Zon,water en ruimte, wat wil een mens nog meer.

Het wordt mooi weer vandaag

Stuur om te beginnen een plaatsvervanger naar je werk.
Zet het zwembad  op, het is nu al ruim 20°C.  Eventueel een grote teil, emmer, voetbadje, desnoods giet je je schoenen vol.
Activeer de geluidsschermen mocht je luidruchtige buren hebben met nerveuze honden.

En ga genieten.
Achterover op een zonnebed, voorover als je geen sproetenbuik wilt krijgen. Zolang je maar kunt verdwijnen.
Met een boek, een muziekje is ook goed.
Koffiekan bij de hand.
Visualiseer die zon, voel de warmte, vergeet de rest.
En hou vol.
Ga door.
Blijf liggen.
Tegen de avond  kun je alsnog bekijken of je baas belde met een ontslagaanzegging of een partner die je inruilt voor een ijveriger exemplaar of een gezin dat gaat emigreren zonder jou.
Intussen had jij een mooie dag.

Voorjaarszomerbuien

Morgen tweeëntwintig graden C.

Het is toch wat, zomervakantieweer terwijl je kapstok en kasten nog vol hangen met winterkleren. Nou ja, semiwinterkleren, in ieder geval niet geschikt.
Zelf had ik er gister al moeite mee. In mijn haast naar buiten griste ik het eerste shirtje mee dat vooraan op het zomerschap lag, trok het aan en zonk verzaligd in de zonnestoel.
Badend in het zweet merkte ik dat het een thermo-hemd was, speciaal voor barre winters. Geen idee hoe dat bij de zomerstapel terecht kwam.
Dat krijg je ervan met die maartse zomers. Daar wordt een mens vreemd van.  Stel dat dit zo doorgaat; ik zie het er nog van komen dat we in zwempak naar de paasdiensten gaan, pastoors en dominees in tangashorts, geminirokte nonnen, Praise the Sun zingend.  Voor de kleintjes puffende paashazen met slappe oren en mandjes kokende eieren, jankende kinderen die liever een ijsje hadden.
Gottegot, wat een vooruitzicht.
Nu al een zonnesteek,  moet de zomer nog beginnen.

November-decemberdagen


Nog bijna vijf weken tot de kortste dag, daar leef ik naar toe. Sterker, ik omarm kerstmis alleen al voor het idee: donkerder kan niet.
Daarna leef ik op.
Kalender en klok in de gaten houden (alweer een minuut daglicht gewonnen), naar maan en  lucht kijken, heldere hemel afdwingen, en dan is het eindelijk februari en zit je met daglicht aan de vijf-uur-koffie.  Halleluja.
Sneeuwen en vriezen? Geen probleem, het is licht.
De donkerte van december is een verschrikking, in huis tenminste.  Vanaf pakweg 16 uur ’s middags tot ’s morgens  8 uur zonder daglicht te moeten leven vind ik moeilijk.
Ik droom soms van een grot als van beren, zou dat iets zijn?
Winterslapen. Tot de voorjaarszon me wekt.
Het einde.