Eén moment van onoplettendheid

Proefstukjes, ideeën, vondsten en dergelijke.
Oud (ong. 1940) filmpje overstroming Katwijk bij Cuijk, een vroegere woonplaats.
Interessant artikel ontheemdenopvang in Mariëndorf na de Tweede Wereldoorlog.
Carnaval in vroeger tijden, onthullend verslag van een paar mensen.
Over scheldwoorden als droldrie. (Voor nietwetenden: drolderie-van-Krommenie).
Enzovoorts.
En, ook niet onbelangrijk, een lange linkenlijst tevens leeslijst.

Al dit soort dingen en (voor mij) waardevolle informatie zet ik in Concepten van gmail.
Die ik zonder nadenken heb verwijderd, ik zag het te laat om te corrigeren.
Het staat niet in de prullenbak of bij trash en andere labels, het is voorgoed kwijt.  Geen backup. Geen juist antwoord op Help.
Stom en jammer.
Je doet er veel moeite voor en bent het in een kwart seconde kwijt.
Snik.
=

Advertenties

Booskapje


Gisteravond ging de bel.
Aan de deur stond een meisje met rode muts.
‘Dag mevrouw,’ zei ze, ”ik ben Roodkapje en zwaar teleurgesteld, mag ik het hier effe  kwijt?’
‘Natuurlijk, kind,’ ik haastte me haar binnen te halen en een glas limonade in te schenken. ‘Vertel het maar.’
‘Nou, ik ging dus boodschappen doen voor mijn zieke oma. De zon scheen en vogeltjes floten, ik zong van de bloemetjes en de bijtjes en huppelde op de wijs. Maar al wie ik tegenkwam, niét de wolf. Het duurde zo lang dat ik hem uiteindelijk appte en..en.. u wilt niet weten welk antwoord ik kreeg.’ Ze huilde bijna.
‘Ja dat wil ik, zoiets spannends…’
Ik doe niet meer mee, zoek maar een andere gek. Vind U dat niet gemeen? Zo mijn sprookje in de war te sturen.’
Tja, een klein beetje begreep ik de wolf wel.
‘Hm, eerlijk gezegd lijkt het me ook geen pretje om telkens je oma’s nachtpon aan te moeten trekken en wie weet smaakt ze niet vers meer. Beetje taai en zo. Dan je buik open te laten snijden, op de duur vol littekens te zitten…’
Bibberig snuffend vervolgde ze. ‘Kan allemaal waar wezen, maar de reden waaròm hij niet meer meedoet, dat maakt het nog erger.’
‘Vertel, vertel.’
‘Hij wil veel meer genieten van zijn vreterij, zegt hij. Sinds hij zijn diepste ik heeft ontdekt weet hij nu waar hij staat. De idioot.’
Ik stond paf, wie bedenkt zoiets.
‘Is hij soms in retraite geweest? Of bij een coach?’ vroeg ik.
‘Weet ik niet maar het is eng. Hij bestudeert de maanfasen en menselijk gedrag.’
‘Echt waar? Wat gaat hij dan doen?’
Ze rilde.
‘Hij wil weerwolf worden.’
==

 

Ook hier is het herfst


Jaarlijks terugkerende vraag: zijn het nu paddekoeken of pannestoelen?
Als je ze op een bord legt zou niemand het verschil zien. Met stroop erover ook niet proeven.

En dit krijg je eveneens elk jaar.
Merels die elk richeltje en kiertje leegpikken.  Langs elke muur en balk, tussen de tegels, ze rommelen maar an.
Het is een komisch gezicht ze als een bezetene aan het werk te zien, je denkt dat ze een wintervoorraad moeten aanleggen.
Wat zoeken ze daar toch? Onkruid, zaadjes, wormpjes en plantenworteltje staan ook in de vrije grond, veel makkelijker zou je zeggen.

Gelukkig lusten ze deze sedum niet.
Een vetplantje dat langzaam groeit
maar het op een oud muurtje goed doet.
Als hebberige merels hier zouden aankomen zette ik de bloem in een kooitje.
Mogen ze er naar kijken.
==

Moeders rug

‘Toon es meer ruggengraat!  Wees wat flinker, loop om te beginnen rechtop.’
Door de knoeprug van vorige week dacht ik er weer aan.
Moe geloofde serieus dat een rechte rug automatisch een sterk karakter genereerde, zag niet dat het misschien andersom was.
Zelf was ze bijzonder flink in alle opzichten en straalde het ook uit.
Als je van íemand kon zeggen dat ze een bezemsteel had ingeslikt was zij het. Niet zo lang als wij maar kaarsrecht en met stevige stap banjerde ze door het leven, naar de waslijn, kerk, winkels, wandelend, want aan fietsen had ze een hekel. Zelfs als ze met ons naar het water ging en bij pa in de roeiboot stapte zat ze op het plankje als een vlaggenmast.
Het stond haar goed, moet ik toegeven. Zelf hing ik meestal als ik zat.
Er waren ook nadelen. Wandelen was een crime, vooral voor pa. Hij kuierde graag, ontspannen rondkijkend.
Moe beende door de straten, pas bij het park hield ze in voor een vrije zitplek. Ze zag niets en niemand, ergerde zich aan het gesummel (zo noemde zij dat) en wachtte dan met een strak gezicht tot pa haar haastig en mopperend inhaalde.
Maar eerlijk is eerlijk: ze had het nooit in haar rug.
==

Wie van de drie


De kat is een vleierig beest
maakt van de schootzit een feest
maar loop er niet in
onder’t gespin
bewaart hij een duistere geest.


De hond is een trouwelijk dier
hij likt er je hand met plezier
maar krabt en ook vlooit
kwijlt als hij schooit
en stinkt als hij nat is naar gier.


De koe is een zwart-wit geval
soms rood en ook dat staat haar knal
ze geeft voor het gras
een hoop biogas
haar melk is een smaakfestival.
===

 

Obsessie

Spannend woord.
Een thriller waarvan de beschrijving of titel dit aangeeft kan rekenen op op veel belangstelling.
De betekenis is zeer negatief, waarom wil men er dan zo graag  over lezen? Zo fraai is het niet.
Een obsessie is dwangmatig denken, een geestestoestand waarin een persoon bezeten is van een specifiek idee. Een persoon die ergens door geobsedeerd is, kan de gedachten niet uit zijn hoofd zetten, hoewel hij of zij dit meestal wel wil. Het dwangmatig denken leidt vaak tot dwanghandelingen, ook wel compulsies genoemd.

Ik heb er geen ervaring mee, niet in familie en kennissenkring, voor zover ik weet tenminste.
Uiteraard zijn er mensen die alles uit de kast halen om iets te verkrijgen. Een aanbedene, kledingstuk, huis, wie kent ze niet maar dan denk je niet direct aan een stoornis.

Dwanggedachten kreeg ik hoogstens toen ik afkickte van sigaretten. Hetzelfde zag ik bij een exalcoholist die aan niets anders kon denken dan aan zijn jenever, vertelde hij. Het geldt waarschijnlijk voor elke verslaafde van welke middel dan ook.
Dat lijkt misschien op obsessief denken.

Maar beheerst worden door een idee of wens, tegen je wil, die alle andere interesses en gedachten overklast, het moet op zijn minst een onaangename aandoening zijn. Of stoornis, of ziekte, wat is het eigenlijk? Een idee-fixe is ook zoiets of hetzelfde?
Dit alles is voer voor psychologen, verhalen zijn leerzaam op hun eigen manier zij het niet altijd juist.

Nu weet ik natuurlijk wel waarom deze romans populair zijn.
Vooral als het gaat het over lustmoordenaars die achter purperen rokjes aanjagen en, samen met politie en slachtoffers voor nagelbijtende spanning zorgen inclusief verscheurde rokjes die ze in hun jeugd van hun tirannieke moeder moesten dragen op straffe van minachting enzovoorts enzovoorts.
En men zucht van opluchting als hij gepakt wordt dan wel zichzelf doodschiet, verbitterd door meer inzicht over zijn aandoening en daarmee niet verder wil leven. Bijvoorbeeld.
Je oordeelt zo lekker mee, alsof je weer in je eerste Arendsoog zit.


Ik lees ze niet vaak maar af en toe is het best aardig.
Vanmorgen zag ik een boek met een bloedstollende kaft aan mijn neus voorbijgaan. Het zag er aantrekkelijk uit, de gruwelijkheden dropen er van af.
Iemand anders was vlugger.
Waarschijnlijk geobsedeerd door de rode kleur.
==

Hebben honden mensenkennis?

In de roman die ik las kwam een kat voor die een hekel had aan iemand, zo vurig dat hij de man krabde als hij de kans kreeg. Of een kat dat echt zou doen is een vraag.
Mij deed het onmiddellijk denken aan R, een vroegere vriendin.

Elke hond die we hadden (nou ja, in totaal maar 3) was bang voor of kwaad op haar.
Zodra ze de achterdeur opendeed reageerde de eerste (fox)  door op te vliegen en in de verste hoek  zitten terwijl een fox niet bang is aangelegd.
Bij de volgende (basset) werd het grommen en tanden laten zien, zo ver mogelijk van haar af.
De laatste (spaniel) zat haar -ook al op een afstandje-  in de gaten te houden, bij bewegingen gaf hij een inwendige grom.
Later, toen we geen dieren meer hadden, kwam er een  vinnig  dwergpoedeltje op visite, tegelijk met R. Je raadt het al, het beest ging tekeer als een razende en we moesten hem buiten zetten waar hij zich schor kefte.
Ze probeerde wel eens een aaitje maar ze lieten het niet toe, hapten zelfs naar haar hand.
We vroegen of ze dat elders ook tegenkwam, die hekel van dieren. Ze wist het zelf niet.
Aan de katten merkten we niets, die smeerden hem sowieso al als het te druk werd.

We hebben nooit geweten wat zij in zich had waarmee ze de honden zo op stang joeg.
Ze gedroeg zich heel gewoon, we konden het goed met elkaar vinden.
Misschien dat haar harde stem, samen met haar drukke manieren iets opwekten? Voelden ze haar onverschilligheid als een afwijzing? Het is raden.
Zou het dan toch waar zijn dat dieren een karaktertrek onderkennen? Maar welke dan?
=

Nog één oudje..


..en dan schei ik er weer mee uit.
Onderstaand versje  was mijn allereerste Ollekebolleke, een dichtvorm die ik niet kende en  wilde proberen.
Het is een vrij makkelijke manier van dichten door het ritme, alleen de zes-lettergreep-woorden maken het lastig.

Ol-le-ke bol-le-ke
voor mij een nieuw probleem
want ik weet niet zo goed
waar het om draait.

Maar met dedáin voor de
líteratureluur
heb ik dez’ dichtvorm
nu toch nog gepaaid.

©Bertie/bertjens

Klein spul

Nog meer opschoons. Dit was voor een schrijfclubje.

Al die regen
gatverdamme
maakt mijn hersens
tot een lamme
en een letterlege boel.

Zie me zitten,
suf te wachten
op een nobele
gedachte
uitgeteld in luie stoel.
©Bertie=

Door stikstof nu weer actueel:

Denkend aan Brabant zie ik wagens vol varkens
grommend langs oneindige maisvelden gaan.
(Met dank aan Marsman)
©Bertie=

 

Over complottheoriën

Goedgelovigen en dergelijke verlichten,  ze zijn er altijd en beschuldigen anderen juist van naïviteit.
Enkele voorbeelden.
Een club van mensen die blijven volhouden dat  de-aarde-is-plat-is
Lui die denken dat de ruimte gemanipuleerd wordt, zie haarp
Die zeker weten dat er aliëns bestaan
Die nog steeds niet geloven dat we op de maan waren
Dit zijn de meest bekende complotten maar er zijn er veel meer, elk met hun eigen volgelingen.
Veelal vermakelijk.
Toch, als je de lijn doortrekt naar een kleine omgeving is het minder leuk.
Stel je eens voor.
Iemand verdenkt een klasgenoot-buurman-clublid van misdragingen  en/of malversaties met de kas, om een uiterst fragiele reden,  klopt dit op en ziedaar, een geloof is geboren. Dat noemen we opstokerij, laster, kwaadaardige jaloezie, you name it.
Daders groeien  hierin, zwelgen van eigen belangrijkheid en doen veel moeite om hun kennis aan de man te brengen, ‘zie je wel?’
Echter, in wezen is het hetzelfde als een complot: een eigen bewijs plaatsen tegenover  onderbouwde resultaten.
Er zijn politici die handig gebruik maken van deze strategie en goedgelovigheid.
Onder een andere naam, geen complot of opstokerij, dan heet het  ‘realistiscch denken’.
Maar dat is een ander hoofdstuk.
=