Half december

Er zitten altijd een paar eigenwijze tussen…

passievrucht en kattenkruid
==

Afrikaans groen


We staan er meestal niet bij stil dat de aarde meer inhoudt dan Europa, VS en klimaatperikelen. Af en toe komen China vsTrump voorbij, een overstromingsramp in Oost-Afrika, brandt Australië (alweer? nog steeds?).

Tussen het bekende nieuws viel dit berichtje  derde-van-afrikaanse-plantensoorten-bedreigd/   me op.
Tja, de natuur evolueert doorlopend, dat zal in Afrika niet anders zijn dan elders.  Maar een derde, dat is veel. Iets van de laatste jaren? Al langer aan de gang? Als leek snap je zo weinig.
Wat me inviel was de gedachte aan Nederlandse natuurliefhebbers die zich druk maken om in- en uitheemse bomen, planten en dieren.
Waarom eigenlijk? De eigen soorten bewaren voor het nageslacht? Ach…
En dan nog.
Mussen, tulpen en mais bijvoorbeeld  komen oorspronkelijk uit Turkije of het Midden-Oosten en gedijen hier niet slecht,  blijkbaar kan er ingebroken worden in biotopen maar ik geef onmiddellijk toe dat dit amateuristische ideeën  zijn.

Ik ben benieuwd hoe men over deze onderwerpen denkt in Afrika. Is het een gevolg van veranderend klimaat? Invloed van zon?
Je wordt er nieuwsgierig van.
==

Mist voorspeld


Dat het opletten is in het verkeer weet iedereen.
Waar we niet zo gauw bij stil staan is dat het ook in andere opzichten gevaarlijk is. Dat besefte ik toen ik verdwaalde op een weg van maar een paar kilometer.
De afstand was me overbekend want duizend keer befietst maar toen de mist ineens in een dikke wolk veranderde had ik  geen ander hulpmiddel dan de rand van het fietspad waardoor ik geen notie had waar ik me bevond. Niet alleen het zicht verdween, ook het geluid evenals tijd- en richtinggevoel.
Af en toe stopte ik om een idee te krijgen van de omgeving, durfde  nauwelijks een stap te verzetten door plotselinge opdoemende autolichten.
Het ergste was de opkomende gedachte aan de onopgeloste moord van een paar dagen geleden in een naburig dorp, het drong tot me door dat een onverlaat me makkelijk kon benaderen, niemand die het zou horen en zien.
Ik was panisch en zag mezelf gewurgd, gekeeld, onthoofd en leegbloedend naast mijn fiets liggen. Wat moet ik nou, huilde ik.
Ik durfde niet verder.
Toen trok de nevel langzaam op en herkende ik de weg weer.
Pffff.
Ik maak er grappen over maar feit is dat je in dikke mist volkomen onbeschermd bent, je wordt vermoord waar je bij staat.
Ga liever met de auto.  Beter: blijf lekker thuis. ==

Zo leerde je thuis

Een oud liedje, half gescheurd en verfomfaaid,  alleen de eerste regels. Ergens in een boek.  Het deed me meteen terugdenken aan de brugklas.
Het ging over een cowboy in Texas die geen Jippijee zong,  hij kon alleen jodelen. Een paar meisjes met een gitaar speelden en zongen het in de pauze.
Lachen, vonden we als 11- en 12-jarigen, dat was nog eens humor.
Ik kwam er mee thuis en zong het voor, al half wetend dat het niet in de smaak zou vallen bij mijn moeder. Zoiets voel je feilloos aan.
Ze lachte flauwtjes. ‘Mooi hoor. Leren jullie dat bij het vak muziek?’
Nou ja, wat snapte zij nou.

Helaas waren de anderen ook niet enthousiast.
Een broer lachte me uit, een zus te hard, een andere grijnsde alleen maar.
En ik begreep dat het simpele humor was, geschikt voor kleintjes zoals ikzelf.
Het was hard maar ja, zo ging dat, zo leerde je dat.

Maar toch, vergeleken bij de soldatenliedjes van broer en zijn vrienden, was het prachtig.
Die liedjes begreep ik dan ook niet.
==
King of the Road
Deze song heeft er niets mee te maken, het is gewoon mooi.
=

Lezen, ho maar.

Vandaag leesdag.  Inhaaldag, gister kwam er niets van.
Lekker, dacht ik, handenwrijvend leegde ik de keukentafel en spreidde de kranten breeduit. Koffie ernaast.
Net wilde ik beginnen toen ik het boek zag,  het keek me aan. Vooruit dan, nog één hoofdstuk.
Boek uit, koffie koud. Nieuwe gemaakt.
Kranten!
Er viel me iets in.
O ja, A. was jarig, meteen bellen voor ik het vergeet.
Gesprek afgelopen, nieuwe koffie.
Ziezo, nu aan de lees.
Telefoon…..
Enz.
En nu.
De kranten liggen nog op dezelfde plaats, opengevouwen op dezelfde pagina’s en ernaast staat een lege koffiemok met donkere kringen.
Zegt het stel dat net wegging:
‘Lees je de krant altijd zo langzaam? Ik heb hem meestal in een half uurtje uit.’
Ik zei niets, maar…
…. gelukkig ben ik niet gewelddadig.
==

.

Bloggende rechter,

‘…ik heb veel overlast van buren, het is een wonder dat ik nog niet in een inrichting zit.
Vanaf de eerste dag schrok ik me wezenloos van een geluid dat me door merg en been ging. Bleken ze een stofzuiger te hebben uit het jaar nul, rammelend en hikkend jaagt hij door hun huis.
Wanneer ze koken klepperen de pannendeksels luidruchtig.
Eindeloos laten ze de baby huilen, soms wel meer dan vijf minuten terwijl mijn arme hond na een uurtje al wordt uitgescholden.
Zomers zitten ze ’s avonds buiten en maar kleppen, mijn heggen verschrompelen van hun prietpraat en van stoelpoten die op de erfgrens staan. Moet ik dat pikken?
En dan hun bankstel. Zo onvoorstelbaar lelijk, wanneer ik langs hun ramen loop word ik duizelig van de vloekende kleuren die erdoor schemeren, dat doe je je buren toch niet aan. Waarom houden ze de overgordijnen niet dicht?

In het begin kwam ik er voor een kennismakingsborrel.
Toen liep het al snel mis, reeds na twee kopjes koffie serveerden ze grote bellen cognac hetgeen de gesprekken versoepelde maar waarvan de kwaliteit zo beroerd was dat ze me na enige glazen naar huis brachten en in bed stopten. De brutaliteit, ze hadden een dokter moeten bellen!
Nu ben ik aan de sukkel, door alle narigheid ontspan ik alleen nog maar met 3 kilo tranquilizers per dag.

Op een klacht bij de verhuurder werd niet gereageerd.
Evenmin op mijn voorstel de woning naast mij in het vervolg onbewoond te laten.
Bloggende rechter:
ik eis een rustige plek om mijn dagen te slijten, zonder gestoord te worden door luidruchtige buren.’
==

Ik leef mee

Er hing een geur sigaren en cognac. Het overviel me bij het lezen over een bruiloft.
Nou weet ik wel dat mijn verbeelding gauw op hol slaat maar dit ging me te ver, ik lag in bed!
Anderzijds vind ik het juist lekker om me in te leven. Zoals er gezwijmeld wordt bij plaatjes van poesjes, hondjes en ander dierlijk liefs zit ik ademloos boven vertellingen met beeldende taal. Ik ben geen filmfan maar stel me voor dat kijkers hetzelfde ervaren.
Soms charme, soms keiharde rotzooi. Ziekte, ellende en dood horen daar ook bij.
Met die laatste onderwerpen is het oppassen, is de sfeer tè indringend dan voel ik me niet lekker en roep mezelf tot de orde: stel je niet aan.
Je kunt nu eenmaal niet alle narigheden uitbannen, ook niet in films en romans. Zelfs veel kinderen lezen en zien liever zieligheden, enge dingen en opwinding.
Met elkaar in tegenspraak is het wel: ontspanning dient levensecht te zijn, op zich al een contrast voor velen.
Maar ja, een ‘gewoon’ leventje is niet veel aan, dat hebben we thuis meestal ook.
==

Rimpels

‘Ik ga!’
‘Graag!’
Witheet stampt ze naar de deur. Woest is ze.
Hij is zo mogelijk nog kwader en houdt zich met moeite in.
Televisie kijken als afleiding is het verstandigste. Luisterend naar het nijdige gestommel ziet hij niets van het programma.
Langzaam ebt het gebonk weg evenals zijn drift. Ze staat nu bij de voordeur, vermoedt hij, natuurlijk met de grote handtas vol rommel. Zoals gewoonlijk.
Waarom moet dit nou, piekert hij. Het eeuwige liedje: ik zou zo graag….en dan wil ze iets nieuws.
Alle passende gemakken, een royaal inkomen, goed voedsel. Waarom wil ze dan meer? Een facelift, godbetert. ‘Rimpels horen bij jou,‘ had hij geschreeuwd.
‘Maar ik wil ze niet meer,’  gilde ze terug.
Tss, het idee.
Langzaam valt hij in slaap, ruziemaken is vermoeiend.

Een uur later wordt hij wakker en hijst zich gapend uit de stoel.
Hij zal maar naar bed gaan,  zodra ze spijt heeft komt ze wel terug.
Lichten uit, nog even door het voorraam kijken.
Hij ziet haar staan bij de lantaarnpaal, weifelend voor het zebrapad, een voet uitstekend, weer terug, uitrustend en weer opstaand.
Ze is ver gekomen, denkt hij ontroerd. De afstand is toch gauw honderd meter en dat met een zware tas.
Zal hij haar maar tegemoet gaan?
Hij aarzelt, waarom? Ze wilde zelf toch weg?
Hij verliest en vertrekt.
Ook in een schildpadhuwelijk is het geven en nemen.

==

Verloren land


Zo mooi, dat land.
Slechts eenmaal waren we er doordat TomTom verdwaalde in de coördinaten.
Wat er zo mooi aan was?
Hoe moet ik beginnen?
Was het de bijzondere sfeer waardoor we niet wisten of we ons in lucht of water bevonden?
Het dak, was het hemellover? Of de onderkant van een wateroppervlak? We wisten het niet. Een groen/blauwsoort die we niet kenden spande zich boven en rondom ons, murmelend of, ja wat, neuriënd?
Vissen of vogels schoten door turkooizen lagen.
We bestonden slechts.
Tussen vage vormen die stil langs ons blikveld zweefden en langzaam oplosten.
We voelden geen honger, dorst, moeheid of andere ongemakken.
We zuchtten en rekten, verzaligd.
Hoelang we er waren wisten we niet maar hoorden met spijt weer de bekende woorden
‘bij de volgende rotonde linksaf, neem de derde afslag’
==