Tv en ik

Gisteravond: geen beeld op tv.
Alles nagelopen, mediabox uit- en aangezet, kabels eruitgetrokken en ingeplugd, stekkers, knoppen, handleidngen, storingen zoeken, alles wat je je bedenken kon deed ik.
Niets hielp en bij Ziggo was de helpdesk doorlopend bezet.
Nou ja, dan maar een avondje zonder, er lagen nog een paar boeken. Het komt voor dat zo’n ding het de volgende dag zomaar weer doet. Niets zo eigengereid als elektronica.

Maar vanavond deed hij wéér niks. Stond me stom aan te gapen, daar kon ik niet tegen.
Opnieuw het volledige traject nagelopen, ergernis-zweet vloog in stralen van me af en ik was er na aan toe het toestel een schop te geven.
Bellen hielp niet: ‘Het is nog steeds erg druk, laat Uw nummer achter dan sms-en wij U…’
Rot op.
Ik werd al kwaaier, het was de tv of ik en ik zou winnen! Wat dacht ‘ie wel?

Tot het tot me doordrong hoe ik me aanstelde.
Dat ik niet eens wist wat ik wilde zien en er een zinloos punt van maakte.
Wie weet had het toestel ook last van de warmte.
Rustiger nu bekeek ik nog eens de handleiding, drukte daarna kalm op de aanknop.
En had beeld. En keek er naar
Tevreden.
Dat had ik toch maar mooi zelf gefikst.
==

Advertenties

Petrie’s stranddag

Lui leunt ze achterover, trots op haar zonnebruin, op de blikken, afgunstig of flirtend. Een enkele met nostalgie.
Ze weet het en geniet van de aandacht na een paar drukke maanden in haar baan.
Ze doezelt wat. Verlegt en strekt haar benen en zucht ontspannen.
Luistert naar de typische strandgeluiden die verweg klinken als ze haar ogen dicht doet.
De bel van een ijscoventer klinkt, een jochie lacht verlegen als zijn bal over haar heen rolt.
Ze tuurt naar de streep tussen lucht en water; hoe zou het zijn in Engeland?
Er vaart een boot langs de horizon. Later wil ze een grote reis maken op een luxe cruiseschip, daar droomt ze van.
Nu is ze weer thuis en moe, een uurtje naar bed voor ze gaat stappen zal lekker zijn.

Rond acht uur ontwaakt ze en kijkt bevreemd naar zandduinen en kamelen, waarop Adèle en Bieber langs palmbomen deinen, begeleid door Rutte in een rondvaartbootje op het Y. Macron danst met Merkel de Last Tango.
Het doodshoofd van Jackson zit op een witte tandem en deelt een sigaretje met Rihanna in een galgenbroekje, loom zwaaiend naar een verbijsterde Petrie, die niet weet of ze lachen moet of huilen. Dit is toch niet wat ze voor ogen had van een uurtje uitrusten?
Ze trekt het kussen over haar hoofd maar blijft het chagrijnige geknor van de kamelen horen en het klotsende Y-water.

In opvlammende paniek gooit ze het dek van zich af en schiet haar bed uit, water, veel koud water, ze moet wakker worden, weg met die beesten. Ze slaat en schopt en schreeuwt en zigzaggend, links en rechts stompend bereikt ze de deur, haast bezwijkend onder de hitte van de woestijnzon.
Bevend hangt ze tegen de wastafel, veert terug om de deur op slot te doen, huilend van ellende.
Wat is er aan de hand, snikt ze, ze is toch wakker, hoe komen al die mensen hier, ze hallucineert toch niet? Niet van een dagje zon?
Ze blijft in de badkamer zolang ze het gesnuif en gebabbel van de vreemde figuren hoort.
Langzamerhand wordt het rustig en durft ze voorzichtig de deur te openen. Er is niets te zien. Opgelucht kleedt ze zich aan.
Stappen, muziek, biertje, ze heeft er zin in.
Ze haast zich.
Op de trap naar beneden glijdt ze bijna uit over een hoopje zand. Er steekt een halfverdord palmblad in.
==
© Bertjens/Bertie

Warme dagen

Je past je aan, het is te doen, we komen de hitte wel door.
Met kinderen is het moeilijker. Daar kan ik geen raad meer in geven, dat laat ik aan anderen over.
Wat ik zelf het vervelendste vind is het geniks.
Eén keer de trap stofzuigen en je ligt zowat in coma.
De dingen die gedaan moeten worden (ze bestaan!) gaan in een traag tempo, met veel rustpunten. Het schiet niet op, het duurt en duurt.
Ik ben geen echte poets, maar tussen lezen, schrijven en puzzels door ben ik graag bezig. Beetje schoffelen, stoepie vegen, met de plumeau zwaaien, wasjes draaien en strijken, paar boodschappen doen. Niet te langzaam, vooral dat niet, het moet ’n beetje vlot gaan.
Dat kan nu niet, je hangt  wat in de rondte en maakt suffe bewegingen.
En daar heb ik het geduld niet voor.
Dan verbijt ik me en neem maar weer het boek dat dan niet meer boeit omdat ik er niet voor in de stemming ben terwijl het inwendige gemopper me alleen maar warmer maakt en….
Ik geloof dat ik het al vaker stelde: een zomerslaap zou me goed uitkomen.
=

Tropenrooster

“Hallo, leuk dat je belt. Hoe het gaat? Nou, ik ben moe.
Waarvan? Trainen, de godganselijk dag heb ik geoefend, ik trainde me versuft. Straks nog een uurtje.
Waarvoor? Moet je dat nog vragen? Wéét je dat niet??  Bereikt het nieuws jou niet???
Hoe is het mogelijk.
Heb je niks gemerkt aan de mensen rondom je? Van het gekreun en gesteun, de aangepaste roosters en linke codes?
Dan zal ik het je vertellen:
IK TRAIN VOOR DE TROPISCHE DAG. Snap je het nu? Dat ik wéét wat te doen als het naar de veertig graden gaat. Ja, hier in het oosten is het altijd warmer dan bij jullie, daar lopen ze nou eenmaal achter. Niks aan te doen.
Hoe ik train?
Waarom uitleggen, dat zal je dan ook niet begrijpen.”
==

Bloedprikken

Bericht dat ik kreeg deze week:
‘Blabla…bloedprikken… nuchter blijven en een plasje meenemen. Hiervoor kunt u een urinecontainer afhalen….’
Een container. Nou vraag ik je.
Elke keer als ik het lees en hoor vind ik het een lachwekkend woord.
Dan denk ik aan een kliko en dat niet alleen, ik zie mezelf ook zeulen met dat rammelende en klotsende ding en hem afleveren bij de prikster.
Met de zus die wijlen is werd er steevast een mini-act van gemaakt.
‘Alstublieft, de urinecontainer. Denkt U dat het genoeg is? ‘
‘Dank U, hoeveel zit erin?’
‘Litertje of 20…’
‘Dat lijkt me voldoende, ik zal hem leegmaken…’
Verder kwamen we nooit, de slappe lach verhinderde een verdere voordracht. Op het huisartsenbericht en het prikformulier wordt het woord ‘potje’ gebruikt, een heel wat sympathiekere benaming.
Ik mis de zus maar lach hier nog steeds om.
==

Huisdieren en eigenaren


Er liep een man met zijn hond aan de riem. Ze lieten elkaar uit. Woordeloos, elk  begreep de ander.
Even verderop wandelde een hond met zijn man. Ook zij lieten elkaar uit in zwijgend  begrip.
Toen de stellen elkaar tegenkwamen groetten ze allen beleefd, een knikje, een grom.
Ze waren gewend aan dooreengelopen identiteiten.
Tot zover de praktijk van honden en baasjes die op elkaar gaan lijken, ze merken het verschil niet meer.
Daar kwam plotseling een kat te voorschijn, hij leidde een vrouw.  Uitdagend, sjiek riempje om haar nek, zachtleren handlus tussen de tanden van de ander.
Honden en mannen keerden zich en bloc van hen af. Walgend.
‘Jaloerse krengen,’ mompelden ze.
==

En altijd weer dat weer.

Hoewel ik niet zit te wachten op noodweer had ik toch graag een paar extra regenbuien gehad. De lucht betrekt telkens, op die momenten valt de wind stil en is het uitgesproken zweterig, je rekent op verkoeling.
Maar nee.
Bij vlagen stijgt de benauwdheid je naar het hoofd. Vooral bij inspanning. Toen mijn haar knetterde schoot de gedachte aan Hooibroei door het hoofd, dat hoor je nu nooit meer maar voor mijn gevoel kringelden rook en vonken van me af.

Gister al en eergisteren, als een levende kachel loop ik heen en weer.
Maar er is hoop.
Zo juist regende het even, nou ja, je moest van druppel naar druppel rennen maar het was genoeg om de broei te onderdrukken.
Nu reken ik er op dat er straks meer valt.
Niet te wild natuurlijk.
Zo’n zachte malse bui, ritmisch tikkend op het plat dak.
En anders droom ik er wel van, beter dan niks.
==

Voornáám…

…is heel wat anders dan een vóórnaam.
Een voornaam heeft iedereen.
Maar niet iedereen is voornáám, het ligt eraan wat je bedoelt.
Een paar voorbeelden.
Adellijk – belangrijk – beroemd – deftig – edel –  gedistingeerd – gewichtig – prominent

Ik ken mensen die ik ‘edel’ of ‘nobel’ zou kunnen noemen wat karakter betreft maar het zijn er niet veel en het is best mogelijk dat ze morgen al weer tegenvallen.
En niet één beschrijving is op mij van toepassing.
Het verdriet me wel ’n beetje.
Toen ik vroeger hoorde dat ik een Leeuw was dacht ik een belangrijk groot mens te worden met een dapper hart, een edel karakter, knap van binnen en buiten, geliefd. Je zag altijd plaatjes van  een fiere leeuw bij volksliedjes en heldengezang.
Niks werd het.
Alleen brullen kon ik als de beste maar dat noemden ze thuis janken.
Tja, een leeuwin wordt nooit een leeuw.  Hoewel…
toch eens praten met het ziekenfonds.
==

De man die kletskoek verkocht.


Hij had een klein kraampje dat onopgemerkt zou blijven als hij niet het hardste schreeuwde.
-De beste kletskoeken, dames en heren, komt dat zien, kom ze proeven, klètskoekèèè… schalde zijn stem over de hoofden. -Maar één eurootje vandaag.
(Het was elke dag vandaag)
-De kletste koeken mevrouwtje, wendde hij zicht tot een aarzelende dame. -Mooie teksten, zoekt U maar, wat vindt U van deze?
Hardop las ze op een spritsje ‘Lx.Mx.♥’
-Nee, dat niet en ook niet ‘trpl A’.  Heeft U niet iets politieks?
-Uiteraard, hier is ‘Mark frvr’ of voelt U meer voor ‘Klvr nvr’?
Een man las mee en protesteerde. – Onzin. Geef mij maar de natuur.
Aalglad draaide de verkoper zich naar een bak met witte koeken waarin ‘mlk’ gestanst was. – Meneer? Of deze?  Hij toverde bruine exemplaren te voorschijn met de letters ‘chcmlk’.
-Hm,’ mopperde een klant, -zo saai, ik mis de erotiek.
Direct kreeg hij een doos onder zijn neus met roze koeken waarop zwoele teksten als ‘krnn’  ‘hg’  ‘jahhh….’ en zelfs een met ‘hnkrnd ld’.
Een bejaarde mannetje veerde op. -Erotiek??
Gegrinnik rondom.
Een stukje bezijden de kraam stond een andere man.
Hij keek verstoord naar het opgewekte publiek.
-Jullie gaan allemaal naar de hel, orakelde hij gallig.
De verkoper zocht een seconde, greep toen een saai biskwietje zonder tekst.
-Koekje van eigen deeg, meneer?
==

Fout shirt, feestje toch geslaagd.

Bij de dingetjes van gisteren zat ook een shirt. Echt een feestding met mooie kleuren.
Speciaal gekocht voor het etentje dat we vanmiddag hadden.
Maar toen.
Ik trok het aan. Ach gut, het leek nergens naar, de kleur wel, de snit was hopeloos. Mouwen als kachelpijpen, geen model, meer een meelzak met een halsgat. Bovendien was er een kniebroek bij verpakt.
Kniebroek? Huh?
De pakbon wat nauwkeuriger bekeken, daarop stond het duidelijk: dit is een pyjama. Had ik niet gezien.
Dom mens, dacht ik nog, let dan ook op.
Nu moest ik naar het feestje in een oudje, verdorie, bijna pruttelend vertrokken we.
Gelukkig kwam het in orde.
Beregezellig, koele wijn, sublieme rare biefstuk -een van mijn lievelingskostjes-, opperbeste stemming. Geen bruiloft, gewoon bij elkaar zitten met veel gelach.
Het waardeloze shirt vergat ik.
Waarom, denk je achteraf, maakte ik me zo druk ??
==