Twee dichters

Een dichter met sneue gedachten
zat op inspiratie te wachten.
maar geen der ideeën
stemde  tevrejen.
Hij traande. Hij leed en hij smachtte.

Een andere dichter, een vlotte,
die dacht slechts aan lach en hij spotte
geen ernst, zonder diepgang
zong liever een lofzang
op feesten. En leut van de zotte.

©Bertie

Advertenties

Hemelse hemel?

In de hemel komt alles goed, werd ons verteld. Daarmee hield (en houdt) men gelovigen zoet en vooral volgzaam. Niets nieuws, deze chantage wordt in veel religies gebruikt.
Het heeft niet geholpen.
Van de katholieken is dat begrijpelijk, we leerden al jong alle zonden te biechten om met een schone ziel opnieuw te beginnen dus gingen we onbezorgd door met het snoepen uit de koektrommel. Stiekem uiteraard, wereldse straf woog zwaarder.
Nog afgezien daarvan leek die hemel me, kind zijnde, weinig attractief.
Wie wil er nou de godganselijke dag naar hemelse muziek luisteren terwijl er in snackbars volop bebopalula was te horen? Almaar bidden en god vereren? De wekelijkse hoogmisgezangen waren al beroerd genoeg.
Maar het ergste vond ik het idee dat we allemaal één grote gelukkige familie zouden zijn, als een liefdevol gezin, volgens de oude pastoor.
Met mijn ruziebroertje? Ik kon hem (toen) niet luchten.
Een paar buurkinderen die altijd knokten? No way!
Een hatelijke onderwijzeres, dat vreselijk mens? De gedachte deed me rillen.
Die jonge weduwe? Hoe zouden zij en haar man elkaar willen terugzien, vast niet als broer en zus.
Het idee stond me tegen temeer omdat je een geest was, lekker eten was er dus niet bij. Ja, een kind denkt logisch. Of simpel. Of juist pragmatisch.
Later las ik over het Walhalla, De Eeuwige Jachtvelden, het Elysium en meer hiernamaalsen.
Je kreeg ze nooit voor niets. De goden stelden eisen en weet je wat? Het waren gewoon de eisen die in een samenleving nodig zijn om de boel redelijk draaiende te houden.
Geven en nemen.
Zonder overspannen geloofswetten maar toen ik dat besefte was ik al lang kind af.

Excursie naar de hel. Verslag

Omdat een saaie hemel me niet aantrekt deed ik mee aan een reisje naar de hel, je kunt maar beter voorbereid zijn.
Welnu, het is daar ook niet alles.
Om te beginnen was de ontvangst naatje.
Een chagrijnige hamel gooide grommend de poort open en maakte ons wegwijs in de hoofdkuil. Toegegeven, een je-weet-wel-bok verdient begrip. Je vraagt je af waarvoor hij gestraft werd  maar hij liet niets los. Verdrongen verdriet, waarschijnlijk.

Het was er heet. Vreselijk heet. Geblakerde zielen verdeden hun tijd met ronddolen. Tussendoor veegden ze de vloer; her en der lagen hoopjes as, overblijfselen van de zwakkeren in deze samenleving.
Bij een kraampje bestelden we een glas fris.
Hadden ze niet, alleen kokende Seven Under en hotdogs met hot sambal. Nou ja zeg.
Gelukkig waren er een paar verdwaalde regenwolkjes, we wrongen ze uit boven elkaars mond. Ze smaakten bijna hemels, wat wil je ook in deze warmte.
In een theatertje werden spannende films aangeprezen: VERBODEN GENOT en DINGEN DIE U NOOIT DURFDE. Een paar van onze groep rende er verlekkerd op af.
Tja. Wie houdt van het eten met open mond, raspend geslurp, wildplassen en openlijk neusgebagger, die komt aan zijn/haar trekken. Evenals degenen die het doen met kikvorsen die nooit van adel blijken.  Mij kon het niet bekoren.
Na een korte bezichtiging in de slaapzalen (vuurkorven met sintelmatrassen en een pook om ze op te schudden) verscheen de baas van het spul.
The Big Mister Satan himself.
Een indrukwekkende verschijning van wie ik me kan voorstellen dat hij iemand op het verkeerde pad zou brengen, een hunk eersteklas. Het is maar goed dat ik hem niet kende toen ik jong was.
Enfin, we kregen een flirterige knipoog en warme poot en stapten in de shuttlebus.
Blij weer thuis te zijn? Ja, zeer zeker.
Het was een verhelderende reis maar we prefereren de aarde.
Voorlopig, in ieder geval.

Wakker liggen

 


De nacht is begonnen. Ik hoorde hem aankomen in het stikkedonker.
Hij controleert de Kleine Beer, knikt naar de maan en telt de sterren.
Hij zegt niets. Zwijgen is een van zijn eigenschappen, rust zijn beroemdste kenmerk.
Ik wacht tot hij vertrekt.
‘Goeiemorgen’, zeg ik dan, opgelucht.

Introvert

Wil je weten wat ik denk
ik ga het niet vertellen
gedachten zijn volmaakt privé
geen tweepersoonsmodellen

wil je weten wat ik voel
dat zul je nooit verkrijgen
emoties delen is een last
ik prefereer het zwijgen

wil je horen wat ik zing
ik neurie in gedachten
een wijsje, enkel voor mezelf
nooit zal ik ze verpachten

wil je weten wie ik ben
probeer maar niet te gissen
ik pas niet in de kadertjes
van jouw verbeeltenissen

© Bertie

Doordraaien

Mathijs brengt zijn programma zoals alleen hij dat kan, hijgerig en razendsnel.
Zap.
Best singer. Doremi lalalááá en terug, tranen, kandidaat af. Voilà,  de volgende.
Zap.
Zoekzoek, vader of moeder en laat ze alsjeblieft gevonden worden.
Zap.
Wanna be a topmodel?
Oh please…
Zap.
Halina, ze grijnst.  Prem, grijnst ook.
Zap.
Bloed. Superzweer onder de scalpel.
Zapzap!!
Baudet. Buma. Brexit. Rutte.Trump.
Zapzapzapzapzap.
Help.
IK draai door.

‘Het worde licht…’

sprak iemand en ik was meteen een ander mens.
Winterweertypes met een heldere lucht doen wat met je. Je fleurt er van op, wat heet, je straalt als een zon, toen ik vanmiddag langs de kamerplanten liep schoten ze direct in knop en een ervan bloeit al.
Nou ja, in mijn verbeelding.
Ik kijk uit naar februari waarin je opstaat met dat typische daglicht, bleek en blijmakend.
Daarna een maarts zonnetje.
De eerste bruinsessie, snoeiwerk en zweten met schoffels en hitte, vogelbadjes waarin puffende mussen en mijn voeten in het vijvertje en…
nu draaf ik door.
Geeft niet.
Voordromen mag.