Over schrijven

Er was een verhaal waaraan ik bezig was.
Een verzonnen plotje over familieverhoudingen met enkele eigen belevenissen erin verwerkt. Die heb ik geschrapt, ze zijn te herkenbaar en de hiaten opgevuld met andere dingen tot ik een afgerond stuk had.
Maar ook hier zaten weer ongemakkelijke situaties in.
Opnieuw probeerde ik het te herschrijven maar toen had het geen ziel meer.

Beroepsauteurs liggen nogal eens in de clinch met lezers die zich menen te herkennen en processen aanspannen. Daar hoef ik natuurlijk niet bang voor te zijn maar ik kan me de problematiek van schrijvers wel voorstellen. In het klein maakte ik zelf iets dergelijks mee, de reden dat ik zelden over een gezinslid blog behalve in algemeenheden.

Het verhaal is weggegooid.
Een ander probeersel eveneens, te controversieel. Ook daar heb ik onaangename ervaring mee in een vroegere weblog, had ik op een vriendelijker manier moeten schrijven.
Dat is  moeilijk voor me,  misschien zou ik het moeten proberen.
Hier ga ik eens lang over nadenken.
Ik begin meteen.
Tot morgen.
==

De stoel siste

Me lam schrikkend vloog ik op
ging voorzichtig weer zitten, langzaam, langzaam leu… ssssss
niet bewegend, dan zachtjes op één bil en… SSSSSSS, nijdig nu
ik ook, nu er hard tegenan, ik wil zitten!
Plof.
Onmiddellijk een ssssssreactie.

Zo ging dat een paar minuten door.
Dat het lucht was begreep ik maar raar was het wel. De stoel is minstens twintig jaar en ventileerde nooit eerder zijn ergernis.
Ik meende kwaadaardige ogen te zien en zette de stoel op kop. Veel werk met zo’n zwaar ding. Het onderzoek leverde niets op behalve een iets zachter ssss, meer een zzzz. Geen luchtgaten, geen verborgen rep- of ventielen, ook niet tussen en langs de kussens.
Daarna stuurde ik hem in alle houdingen en terug, van voet-  tot hoofdsteun.
Nog eenmaal een wegstervend sszzzz…
… en ik kon rustig zitten,
=

Goede voornemens?


Daar gaan we niet aan meedoen.
We hoeven ons er dus ook niet aan te houden, heel comfortabel.
Als we dat willen steken we  drie sigaretten tegelijk op met een piraatje erachteraan en schenken een dubbele martini in, versieren dit met een XXL berenhap en leggen de voeten op tafel, met laarzen en al.
Great!
Bij de eerste de beste onenigheid trekken we alle driftregisters open en schelden elkaar opluchtend de huid vol, wat heet,  we pakken er desnoods de kettingzagen bij!
Aan opstaan doen we niet, althans niet voor 13 uur. Ja zeg, ’n beetje de gezonde vroege vogel uithangen. Kom op.
Er is alleen één probleem.
Hoe moeten we deze dingen leren?
=
Dit vond ik terug, we bedachten het toen we nog héél erg jong waren.
Helaas, het is er nooit van gekomen. De kettingzagen waren te duur.
=

Weg

Ik moet iets bekennen.
Soms wil ik weg. Zomaar. Gewoon opstaan en de deur uit.
Het waarheen is geen vraag. Het waarom nog minder.
Ik doe het nooit.

Als tiener deed ik het wel eens, meestal na een ruzie die als smoes kon gelden. Witheet trok ik naar boven en propte een tas vol met ondergoed, schriften en restjes zakgeld en vertrok op de fiets. Die zagen me nooit meer terug, gromde ik.
Pa, moe, broer en zus grijnsden me na.
Helaas woonden we in een tieneronvriendelijke omgeving, dooie dorpen met hier en daar een café waar ik niet aanklopte omdat ik te weinig geld had en in de bermen durfde ik niet te slapen. Voor enge beesten was ik altijd al bang.
Uiteraard kwam ik terug, de deur was nooit op slot..

Nu heb ik geen ruzies nodig om weg te willen.
Ook word ik niet witheet genoeg om tassen vol te proppen, als ik weg ging zou ik alleen geld meenemen.
Waarom wil ik dat dan?
Dat weet ik niet, eerlijk niet.
Maar ik wil het.
=

Een onbevredigend einde

Vanmiddag troffen we de De Rattenvanger van Hamelen
Hij drentelde rond de kerk en keek zoekend om zich heen.
– Kunnen we U helpen meneer?
– Dag dames, weet U misschien waar ik moet zijn? Iemand  zou me ontmoeten in de Kerkstraat in Brabant.
– Dat is hier, zeiden we, wie moet u hebben?
Hij haalde zijn schouders op.  – De anonieme beller. Uit een anoniem gemeentehuis.
Nou zeg, dat is lastig.
– Hoe zag hij er uit?
-Dat weet ik juist niet, hij had alles afgeschermd. Hij zei  alleen dat ik in deze regio moet zijn om dieren bijeen te muzieken  en weg te lokken. Wat denkt U, had ik het moeten weten en om welk soort gaat het?
We keken elkaar aan.  -De varkens.
– Nou U het zegt… de Hamelenman snuffelde. We knikten, -ziet U wel?
Hij haalde een fluit tevoorschijn en blies een paar noten. Prompt hoorden we geknor en schommelden er een paar dikke biggen te voorschijn. We riepen ‘hoera’ en ‘gaat U vooral door’.
Hij hield op.
– Dat wil ik wel doen maar wie betaalt me? De beller ken ik niet en voor niets doe ik het niet. Weet U wel wat een varkensasiel vraagt per dier? U hoopt toch niet dat ik ze de rivier in jaag?
Oef. Een tegenvaller.
– Misschien een zacht prijsje…?
– Geen denken aan, daar zijn er al teveel van. Ik kan U wel op de Hamelenapp zetten, oké?
Tja. Er zat niets anders op.
Hij zei bezjoer en wij riepen houdoe en gingen met spijt uiteen.
==

.

Herman wie?


Een klein meisje huilde en vroeg ‘waarom mag ik niet naar mamma?’ ‘Dat kan niet schat,’zei pappa, ‘mamma is in de hemel.’

‘Daar wil ik naar toe.’ Driftig stampte ze tot een grote zus haar bij het handje nam, ‘kom maar, ik breng je.’
Gewillig liep ze mee. ‘Is het ver?’ ‘vroeg ze.
‘Nee, we zijn er bijna.’  Ze waren al bijna bij het water, tussen het riet zou zij haar zusje naar  mamma brengen.
Hier stopte ik.
Het drong tot me door dat ik een oud verhaal kopieerde. Over een meisje dat haar broers en zusjes naar hun gestorven mamma zou brengen door ze te verdrinken, het lukte niet, na het eerste slachtoffer wilden ze naar huis.
Oneindig droevig, echt Herman die dit kon schrijven als geen ander zonder goedkoop te worden.
Maar ik weet niet meer welke Herman.
Iemand?
update
Het zou ook Bertolt Brecht kunnen zijn, ik zoek nog steeds.

Eh…

Af en toe voel ik me ’n beetje onnozel. Een beetje veel, eigenlijk.

De wondere wereld van Internet is precies zoals ik het noem: wonderlijk door mijn onbegrip. In de beginjaren was het een uitdaging en wilde ik een deskundig voorbeeld worden voor de kinderen die zich een kriek lachten  om mams  wijsheden.
Dus nam ik het breiwerk weer ter hand. Maar ook hier moest ik toegeven: dit werd niets. Ik verkeek me op het geduld dat je moet opbrengen. Een trui breien voor lange mensen is monnikenwerk en dat zag ik te laat in. Exit breiwerk.
Nu ligt er weer iets anders, een stembiljet, ‘OPROEP VOOR DE INWONERSRAADPLEGING’. Ons college weigerde te fuseren en wil nu een  achterafreferendumpje. Het volk morde. Ik ook maar niet hardop want ik kan niet precies uitleggen waarom een paar leden kletskoek verkopen. Dat is me te moeilijk, begrijpt U wel.
Dan de updates.
Ik snap nog net dat ze ergens goed voor zijn. Dat hoop ik tenminste. Maar waarom ik zelf moet bijsturen ontgaat me, achtergrond bureaublad, weergave, e.d., kleinigheden maar ook hier weer: lastig en onbegrijpelijk.
Het firefoxgezeur om mijn telefoonnummers kan ik helemáál niet plaatsen, wat hebben ze daar aan? Helpt mijn nummer mee aan extra veiligheid?  Verdienen ze niet genoeg aan naam en adres?
Enzovoorts.
U ziet het, betere hersens laten inzetten was helemaal zo onwijs niet.
==

Maan


Morgen is het volle maan
Blijvend een beeld dat tot de verbeelding spreekt.
Mensen kunnen zich niet voorstellen dat hij alleen maar hangt te niksen, hoogstens voor lantaarn speelt.
Maar doet het dan niets met de aarde behalve de getijden veroorzaken?
Nee, zie sterrenkunde/vraag-en-antwoord
Bijgelovigen zegt een wetenschappelijk uitleg niets.
Zij hopen een weerwolf te zien of het mannetje.
Schrijven hun humeur er aan toe en verzinnen allerlei andere dingen.

Zelf  vind ik een volle maan mooi maar niet meer dan dat.
Toen we nog vrijden en ik romantische boeken las staarde ik dromerig naar de lucht.
‘Mooi hè,’ zei ik dan. ‘Ja nou,’ antwoordde hij die naar mij keek, daar was geen verzinsel bij.
Het is dan ook een aantrekkelijke sfeer die de maan uitstraalt,  mooi en eng tegelijk en je kunt je voorstellen dat er verhalen omheen worden geweven.
Van maangaren, zoeter kun je niet hebben.
=

Wijsheid

Met die printers waarmee ze alles kunnen namaken, daarmee moet meer mogelijk zijn.
Hersens bijvoorbeeld.
Ik zou graag een groot verstand willen hebben.
Wijs zijn, alles begrijpen. Nooit hoeven twijfelen. De wereld zou inzichtelijk zijn zonder me suf te hoeven piekeren.
Natuurlijk kan ik experimenteren met LSD of wat dan ook maar dat is zo kortstondig, je moet blijven innemen en dat is te duur. ( Van geld ben ik aardig op de hoogte)
Nu had ik zo gedacht.
Als iemand met deze eigenschappen zijn/haar hersens wil afstaan, laat printen, en voor een zacht prijsje aan mij wilde verkopen, zou dat geen leuke oplossing zijn voor mijn wens? Ik had dan een extra harde schijf, de donor lof en roem en een leeg hoofd wat de overgang naar de dood makkelijker maakt. Eeuwige rust en zo.
Een goed doel, is toch prachtig?
Denk je de sympathieke nieuwskoppen eens in, GELEERDE SCHENKT HERSENS AAN BEJAARDE VROUW.
Ik zou het meteen doen.
Maar ja, ik ben dan ook niet wijs.
==