talkshow·Tweebeeke

Over talkshows en kleuren

De onderwerpen bij Jinek en NPO1 zullen vanavond weer te voorspellen zijn.
Corona – Wilders – Rutte – Islam.  Misschien nog een beetje VS.
Elk met de nodige kenners. Soms zinnig, dan luister ik.
Tenminste, als het ellendige decor van NPO1 me niet afleidt want ergert. Die vreselijk kleuren, van oranje-geel naar bruin of andersom, nog triester dan de jaren zeventig-keukens. Het deprimeert.
Flauw dat ik me laat inpakken door zoiets triviaals maar ik kan er niets tegen doen, ik kan er niet naast kijken of alleen het geluid aanzetten, ik wil de sprekers zien om ze te begrijpen.
Dan maar naar Jinek? Daar is de achtergrond beter maar schrikken een paar vaste gasten me af.
Zodoende kijk ik weinig talkshows.
Er zijn ook andere programma’s die het laatste nieuws bespreken. Nieuwsuur, bijvoorbeeld. De vorige presentatrice Marielle Tweebeeke vond ik de beste in dit genre, nu vergeet ik het.
Niet erg, de tv-wereld draait zonder mij ook wel.

Nu eerst een cryptogram vol zien te krijgen wat eigenlijk te moeilijk is maar ik moet en ik zal want ik wil het.
De lezer begrijpt intussen dat ik nooit de wereld zal redden, corona zal uitbannen, Jemen zal voeden, president zal worden of een andere nuttige bijdrage zal leveren.
Ik heb het te druk met puzzelwoorden en kleurtjes.
==

herfst

Herfstig niemendalletje


Dit jaar geen plaatjes van paddenstoelen, laat staan van kabouters.
Mist met hier en daar een koeienlijf of schaapskop? Nee….
Romantisch dwarrelende blaadjes zijn ver te zoeken.
Geen mooi bospad in de achtertuin. In de voortuin ook niet.
Alleen de druivenbladeren doen mee.
Mag ook wel, ze hebben dusdanig slecht geleverd dat er wat tegenover moet staan.
Herfstbladeren dus.
Als dank mogen ze bovenaan staan.
==

skelet

Skelet maakt een wandelingetje

Skelet werd stijf van het liggen.
Hij besloot tot een loopje en wachtte tot laat in de avond. Dan bleef iedereen thuis, niemand zou vragen waarom hij geen mondkapje had.
Moeizaam kroop hij uit het graf en schudde zijn botten wat losser. En ging.
Hij liep langs de winkels, passeerde op afstand de uitgaanscentra, bedacht op stiekeme boemelaars.
En jawel, daar kwam hem een groepje tegemoet.
Ze keken op, schrokken, verstijfd bleven ze staan en staarden.
‘Hallo’, zei Skelet vriendelijk, ‘ik kan nergens een mondkapje kopen maar ben niet besmettelijk hoor.’ Houterig hief hij zijn handen op in onschuld.
De uitgaanders zakten een voor een in elkaar, flauw van schrik en stiekeme whiskey.
Skelet keek naar het stelletje dat daar lag.
Ik kan maar beter naar huis gaan, dacht hij, straks verdenken ze me nog van moord.
Dat deed hij.
‘Bij de laatste onderzoeken is gebleken dat het virus kan leiden tot naargeestige hallucinaties.  Jonge mannen die….’
==
nieuws

Gewoon.

De fotoklus is bijna klaar, ik kan me weer op het heden richten.
En watsienik?
Covid 19, corona, besmettingen, lockdowns,  als afleiding de presidentsverkiezing in Amerika.
Even kwam de koning er tussen maar die is al weer koest, voorlopig.
Natuurlijk, het is van belang dat we ingelicht worden.
Toch was ik blij met een paar pagina’s ‘gewoon’ nieuws in de kranten.
Al is niet alle nieuws even fraai, het lijkt gewoon. En dat zet je weer aan het denken.
‘Vind je dit gewoon? Mooi is dat.’
‘Maar, het is, eh… je weet wel, tirannie en oorlog, die dingen. Dat is toch gewoon zo?’
Tssss, treurig.
Nou ja, nu weet ik zelf niet meer wat ik bedoel.
Het zal de klok zijn die me uit evenwicht brengt.
Krijgen we de normale tijd terug, verlang ik naar de zomer van vorig jar toen corona nog niet uitgevonden was.
Het is ook nooit goed.
Gelukkig heb ik nog een stapeltje oude foto’s om over te piekeren.
Deze halfgesmolten kaarsen uit 2009 bijvoorbeeld.
Ik weet nog steeds niet wie die te dicht bij/op de verwarming heeft gezet.
=
huis

Het huis waarin we woonden.

Heb ik dit al eens geplaatst? Zo ja, scroll rustig door.
Dit is het houten huis in de Zaanstreek waarin het hele gezin -en ik- is geboren (niet allemaal tegelijk) en opgegroeid.
Oorspronkelijk zonder de aanbouw rechts, geverfd in Zaans groen.
Tot Moe genoeg had van het groen – het halve dorp was al groen- en deze cremekleur uitzocht.
Meteen de ramen verbeterd,  glas-in-lood bovenlichten laten inzetten en ziedaar, het was direct heel anders, medio jaren vijftig bleven de meeste mensen nog aan het groen vasthouden.
Ik heb dit altijd mooi gevonden, een verbetering, zelfs de gordijntjes stoorden niet.
Toch zou ik er nu niet meer in willen zitten.
Het was en bleef een oude woning, indertijd al dik 70 jaar. En klein zoals veel toenmalige huizen.
Achteraf vraag je je af hoe grote gezinnen zo klein konden wonen en gezond blijven, als psychologen indertijd gemeengoed waren zouden ze massaal overwerkt zijn.
Maar ons huis zat goed in de verf, dat telde ook mee.
==

vlinderslag

Van zon tot dweil, een metafoor

We kennen het.
De vleugelslag van een vlinder in Brazilië zou maanden later een orkaan in Texas kunnen veroorzaken. zie wikipedia
De zon scheen zo lekker dat ik de hordeur gebruikte, frisse lucht in de keuken.
Ik vergat het gaas van de deur toen ik naar buiten ging en liep er bijna doorheen.
Enfin, het gaas kon ik terugrollen.
Beroerder was dat ik een paar bakjes soep in handen had, klaar voor de vrieskast.
Eén ervan vloog open, raakte de deurpost, stuiterde terug en flats! soep op de mat en tegels, over mijn kleren, spatten in de hele keuken, stukjes kip in het haar.
Alles schoongemaakt, overgebleven bakje opgepakt en…  je raadt het, opnieuw uitgegleden, over een vergeten spat op de vloer, deksel op de grond, soep op stoelen. Nu viel er niets meer in te vriezen.
Driemaal is scheepsrecht en jawel: met de emmer sop struikelde ik over het drempeltje van de hordeur dat een ietsje hoger ligt en daar vlogen emmer, sop en dweil. Deze keer naar de serre-kant waar zeil en vloerkleed ligt, een geluk dat ik zelf staande bleef.
Nogmaals ruimde en droogde ik alles op, gooide deurmat, kleed en de rest naar buiten. De emmer rinkelend erachteraan.
De dweil kon buiten drogen, dat was wel het minste.
Rot zon.
==
melancholie

Fotopauze


Melancholie.
Daar houd ik toch al niet van.
Ja ik wéét dat vroeger alles veel mooier en beter heet te zijn maar ik weet ook dat dat meestal een halve waarheid is. Dat het slechts enkele geluksmomenten zijn die in je geheugen de tijd rekken.
En nu, halverwege de klus, overviel het juist mij, onbegrijpelijk.
Talloze malen bekeken we foto’s,  herinnerden we ons momenten met plezier, trots of liefde, maar altijd met het nuchtere idee: het was mooi, nu is verleden tijd.
Ik weet niet eens om welke foto’s het ging, ineens kreeg ik het zowat te kwaad. Dit ben ik kwijt en dat, voorgoed, wat erg... schoot door mijn hoofd.  Alsof ik rouwde.
Het ging niet over dus liet ik de boel liggen, ik bekijk het morgen wel of later.
Hoe komt een mens daarbij, zo plotseling?
Misschien komen er teveel herinneringen tegelijk op tafel, anders kan ik het niet verklaren.
==
oude foto's uitzoeken

Fotowerk vordert


Hoe moest ik dit aanpakken… zucht.
Om te beginnen alle albums  bij elkaar leggen, daarna map voor map leeghalen, bekijken, eventueel apart houden.
Op jaartal leggen of per feest? Per kind? Het eerste lijkt me logischer.
Natuurlijk ga ik niet de hele berg hier showen, enkel een paar die me opvielen.

Deze is van de bevroren Gouwzee waarbij Moe het jaartal 1963 zette, ik weet niet of dat het juiste jaar was.  In 1963 was ook de Maas bevroren, gebeurde niet vaak. We woonden nog in Katwijk/Cuijk en maakten het mee, heel bijzonder. Helaas geen plaatjes.

December 1981. Deze foto begint onderhand ook bijzonder te worden, het zit waarschijnlijk in alle familiealbums.
==

sprookje

Zomaar een sprookje, het betekent niets

Er was eens een echtpaar zo mooi,  zo liefdevol, je zou het niet geloven.
Met verrukkelijke kinderen en wonderlieve huisdieren.
’s Morgens had hij een baan en ’s avonds had zij er een, om de beurt voor het gezin zorgend, eens als ze waren over de taakverdeling.
Ze waren gelukkig.
Totdat…
… een knappe maar hebzuchtige heks rondwaarde, op zoek naar iets nieuws. Ze bekeek het echtpaar.
Ze gaf niets om gezinsgeluk maar deze mooie man wilde ze.
Verleidelijk ronkend op haar bezemsteel loerde ze door het raam.
Zong zoete liedjes in de nacht.
Smekend.
De man bracht de dagen vaker veilig thuis door, hij werd gevaarlijk warm als hij de knappe heks hoorde. Hij bekende zijn vrouw dat hij liever trouw bleef maar die heks was te toverachtig om te ontwijken.
De vrouw bedacht iets.
‘Het is riskant, zei ze ‘maar dit kan zo niet blijven. Ga haar vannacht tegemoet en blijf stilstaan. Kijk haar niet aan, anders ben je verloren.’
Hij ging.
De heks gilde verrukt, trok hem mee.
Hij keek smekend achterom, ‘…één keertje…’ en bezweek.
Bedroefd keek zijn vrouw hen na, ze mompelde iets.
Het was beslist een vloek, in twee minuten waren man en heks verschrompeld tot brandnetels.
==

vis

Vis

Er kwam een stukje van Geubels’show voorbij, over eten in Nederland.
Het boeide me matig tot hij over haring begon.
Er kwam een herinnering boven
Kermis, stappen, lol en een bezoek aan de viskraam ter afsluiting.
Aanstaande hield van gerookte paling, ik van haring met veel uien, we bestelden flinke porties.
Daarna meurden we naar huis.
Het waren geslaagde avonden waarvan ik graag een foto zou hebben.
Maar ja, visetende geliefden waren niet gewild voor de camera.
=