molens en masten

stroom en stroom

stroom2silhouette-5594156__340stroom3windrader-4832701__340

stroom1wind-power-plant-5239642__340
Sommige mensen vinden de moderne windmolens lelijk.
Zelf vind ik ze prachtig, net kunstwerken.
De oude hoogspanningsmasten waren aanvankelijk ook vreemd in het landschap maar men wende eraan.
Misschien lukt  dat ook met die van deze tijd.
Ze gaan niet meer weg.
==

Klein worden

De krimp zit erin.

Het is weer eens  wat anders dan ‘oei ik groei’, dat dacht ik bij het vermoeden van een zwangerschap.
Nu word ik kleiner, weliswaar heel weinig ( 1 of 2cm) en ik ben lang.  Zo erg is het dus niet.
Ik merkte het aan de bovenste planken van keukenkastjes, het is nu flink rekken om iets te pakken.
krimpindividual-5131427__340Hoe klein zal ik worden? Bij sommige gaat het ver, mijn moeders krimp schatte ik zeker op tien cm of meer. Mijn vader leverde haast niets in, er is verschil tussen deze en gene.
Een teken van veroudering maar het is ook spannend.
Gaat het almaar door? Stel dat ik heel oud wordt en er blijft een halve bertjens over, kan ik niet meer bij de toetsen en wat te doen met de hersenen? Worden die ook kleiner, nog kleiner, past het verstand er dan nog in, een extern geheugen voor mensen bestaat niet.
Mijn man zou me waarschijnlijk toelachen en troosten dat mijn verstand klein genoeg zou zijn.
Maar serieus, voor zover ik weet doet het verstand niet automatisch mee met een krimpend lichaam. Dat zou foute solidariteit zijn.
Voorlopig hoop ik dat het blijft bij een paar centimeter, mocht het te gek worden ga ik aan de rekstok hangen.
Of neem een dagelijks hapje groeimiddel, daar deden de planten het ook altijd goed op.
==

Jiddisch·taal

Uit HISTORIEK, 50 Jiddische woorden

Mokum:
lett.: ‘plaats A’, makom, verwees naar de plaats Amsterdam. Rotterdam werd eerst Mokum Resh (plaats R) genoemd door de Joden. Maar Mokum is dus bekend geworden als aanduiding voor (een deel van) Amsterdam

talenglobe-110775__340Het is een van de Jiddische woorden die in dit artikel  staan,
even scrollen en je komt ze allemaal tegen.
Daarna nog wat Bargoens en andere woorden.
De meeste ervan zijn bekend maar worden niet vaak (meer) gebruikt, misschien is het in een paar wijken van Amsterdam anders.
We vonden het als kinderen interessant om woorden als deze te kennen, al waren het er maar een paar. De betekenis was ons niet altijd duidelijk maar sjoege, mazzel  en smeris waren bekend genoeg en klonken stoer.
Het e-magazine HISTORIEK (gratis) biedt veel lezenswaardige artikelen, dit is er een van.
==

Oom S. overdrijft

Mist

Het werd mistig. Tijd om Oom S. naar bed te sturen met zijn jeugdverhalen.
Eenmaal zat hij zo op te scheppen over vroeger, toen er nog echte rampen gebeurden en de mist honderdmaal erger was dat we het er nog over hebben.
mistfantasy-2847724__480‘Eén keer,’ aldus oom S, ‘was de lucht ondoordringbaar en liep je er tegen aan met een bons.  Was de mist aan het bevriezen.
Vreselijk eng was dat omdat het zo dik tussen de woningen hing dat we dachten dat de ijsharde lucht de huizen zouden pletten met ons erbij, bijna iedereen zat binnen want als je naar buiten wilde, bonkte je meteen tegen de bevroren mistmuur op.
Door de ramen zagen we vage vormen, van mensen, een hond en fietsers die waren ingevroren, ze konden alleen maar  wachten op dooien en oplossen van de mist. Met grote angst luisterden we naar alle weerberichten en hoorden van een eigenwijze  weerman die zich een weg hakte met een gloeiende kachelpook. Hij voorspelde sneeuw en net toen de stenen en dakpannen begonnen te kraken zette de dooi in maar eerst….’
Toen luisterden we niet meer.

Geloof het of niet, wij hadden die oom.
Hij leeft al lang niet meer,  daarom heb ik
het zelf een beetje aangedikt.
==

geld·rijkdom

Rijk

pest OBr 001Nederland stond — staat misschien nog?– bekend om zijn handelsgeest. Hoe ver dat ging blijkt uit dit citaat van een artikel in De Gelderlander, over de pest in Land van Cuijk en Noord-Limburg.  Zeventiende eeuw, de handel gaat voor.
De Mammon dienen stond gelijk aan het bidden voor  eender welke god, in dit geval ten koste van mensens gezondheid.

Rijkaards zijn zelden gevoelig voor ellende van minderbedeelden, niet alleen hier,  in de rest van de wereld ook niet.
Het is mooi dat in Amerika een grootverdiener aan medicijnen nu tot terugbetaling wordt veroordeeld, het stelt alleen zo weinig voor op de totale rijkdom van de machtigen, je zou er moedeloos van worden.

Maar eerlijk gezegd zou ik ook wel een beetje rijk willen worden.
Of ik dan automatisch een filantroop zou zijn, is de vraag.
Ik verbeeld me dat ik de armoe ga opheffen maar hoe goed kent iemand zichzelf?
Maakt niet uit, ik kan dan de beste psycholoog betalen.
Die praat de geldpest weer recht.
===

dorst

…en toen was er koffie

Kijkend naar Ilja Gort krijg ik trek, ik lust ook wel een glas wijn.
Maar er staat niets in de koelkast en kelder.
Nou ja, een biertje is goed genoeg.
Ach, ook niets.
Jammer, dan maar thee.
Je raadt het al…
koffieblack-2024946__340Er is wel thee maar niet de donkere earl grey die ik graag drink.
Nog één poging: koffie.
Daar zijn altijd een paar soorten van, ik neem de oplosmocca en spuit er een dot slagroom op.
Die drink ik nu en proost op mezelf.
Letterlijk een bakkie troost.
Hmmm,  dat doet een mens goed.
Lekkerrr.
==

kleine dingetjes

Miniherinneringen

Dat speciale lachje van moe, zus, schooljuf, vrijer, vriendin.
Knipoog van pa.
De buurjongen die voor jou een stukje kauwgom uit zijn mond haalde.
Een nieuw schrift, helemaal blanco en een gloednieuwe pen.
Een hond voor wie je nou es niet bang was, de kat die het liefst bij jou zat.
terrasgarden-4325782__340Dat tuintje.
Zoveel dingen die ondersneeuwen door de berg van grotere gebeurtenissen die belangrijker waren wat natuurlijk waar was maar die allemaal in albums staan en al honderd maal zijn opgehaald.
Af en toe duiken ze op, de kleinigheden.
Vertederend, je bent blij ze weer te weten. Beetje ontroerend ook. Niet te delen met iemand want je kunt ze niet precies uitleggen.
Daarom schreef ik ze nu op.
Dat opduiken gebeurt elk jaar een beetje minder.
==

kattenversje

buurkat 2

katcat-98359__340 - kopie

De kat van onze achterbuur
komt dagelijks om een worstje
en als het niet voorradig is
zeurt hij om een korstje
dat was de vorige die al lang is hemelen.

katcat-98359__340De overbuur is nu voorzien
van een splinternieuwe kater
die zit te mauwen voor de deur
heeft geen geduld voor later
wil ook dat worstje en meteen!
Hij speelt in een theater.
==

oud verhaal

Schrijven is schrappen…

… dat haalde wizzewasjes aan in een vorige reactie.
Het is een van de basisregels die je leert op schrijflessen. Hoe waar dat is  merk je aan onderstaand verhaal, een oudje uit 2004 of 2005.  Het bevat 786 woorden waarvan een groot deel overbodig is door te leuk willen doen of te interessant willen zijn. In een verbeterde versie zijn er dan ook een paar honderd weggehaald, aangepast of veranderd en dat maakt het leesbaar.
De titel ben ik kwijt maar doet er niet toe.
Kijk er vluchtig overheen en je ziet  de onnodige toevoegingen.
==

Rammelend en kletterend hinkte De Dood over de straat, inwendig vloekend om de stupiditeit: een gekneusde rib. Ja echt, hij, een gerenommeerd geraamte, een skelet van naam mag men wel zeggen, een man van de highest bone-society, HIJ WAS GESTRUIKELD! Over een vlooienslachter. Een vlooienslachter! Ongelooflijk! Van alle mensen op aarde trof hij een idioot!
Het gebeurde doordat de slachter met een fijnmazig vangnet aan het jagen was op enkele vrijheidsminnende vlooien die ontsnapt waren tijdens het luchten (hij slachtte zijn offers het liefst als ze in frisse staat waren), en daarbij De Dood finaal over het benige hoofd zag, waardoor deze tegen hem opbotste en met een splinterende klap op de Middenpeelweg viel, waar hij prompt zowat overreden werd door een varkensvrachtauto.
De chauffeur had niets van de naderende bottenbaal gemerkt maar zijn lading des te meer. Overgevoelig als bijna-dode varkens ten enenmale zijn bemerkten ze ongeveer honderd meter van te voren een vleug van oude beenderen in hun beide neusgaten en waren ze heel hard gaan schreeuwen omdat ze dachten dat ze vóór hun tijd aan de snert zouden moeten; de chauffeur, geschrokken door het gegil, maakte een zwieper van jewelste en de wagen raakte met de rechterachterkant de ribbenkast van De Dood. Het varkenskoor bereikte een hoogtepunt maar de  chauffeur trok de wagen beseffeloos weer recht en toen waren ze voorbij.
De Dood die, dat moet gezegd, niet erg alert was geweest, had niet op de vlooienman, de vrachtauto en op de Middenpeelweg tegelijk gelet en zat na de slag verdwaasd naar zijn bottenuitstalling te staren.
Hij kwam slechts langzaam bij zinnen; hij probeerde zijn ruggengraat in de juiste positie te wringen teneinde weer op te staan om de vlooienonverlaat zijn vangnetje over de oren te trekken en de varkensrijder na te hollen om diens lot aan dat van de varkens te verbinden.
Maar het lukte hem niet, zijn botten kraakten aan alle kanten en hij moest onder ogen zien dat hij beschadigd was. Een van de ribben was zo pijnlijk verbogen dat hij hem niet in de juiste kromming kon terugdoen zonder in naargeestig tandengekners uit te barsten. Hij liet het maar even zo, de mensheid was toch al zo schrikachtig.
De vlooienslachter stond als de halve gare die hij was, naar De Dood te kijken, het vangnetje in de ene en de pot met vlooien in de andere hand geklemd en vroeg: “Lukt het ‘n beetje, meneer?”
De Dood keek hem met holle ogen aan. “Haal een brancard”, begon hij ingehouden, maar allengs wonnen zijn holtes aan volume en als een ware grafstentor donderde hij door, “of een sleepwagen, een fiets, draag me desnoods op je rug maar breng me naar een krakerrrr, jij hellevod, of ik zal je vlooien in je hemd stoppen zodat je je nagels aan flarden krabt en aan zeven rieken nog niet genoeg hebt!!”

Geschrokken liet de slachter zijn beroepsattributen vallen, raapte De Dood op en hees hem in de brandweergreep. Hij holde zo vlug hij kon met zijn rammelende vracht naar het dichtstbijzijnde dorp, vloog de villawijk in en leunde tenslotte hijgend tegen de elegante, met sierlijke knieschijfjes opgeleukte bel van het riante optrekje van de heer Rib.
Op het naambord stond voluit: ‘ Zw. Rib, mr.dr., Uw specialist voor alle beenderen van Uw lichaam. Kinderen halve prijs. Ook fondspatienten.’ De Dood hing meer dood dan levend tegen de deur en toen meester Rib eigenhandig de deur openmaakte viel er een bijna bezwijmd geraamte in zijn armen.
“Nou nou”, reageerde de heer Rib overdonderd, “dat is wel wat veel voor een consult. Hier had U een dubbele afspraak voor moeten maken”.
De Dood had zich inmiddels enigszins hersteld en probeerde op eigen beenderen te staan; hij zei: “Die ene rib, die zo krom uitsteekt, kun je die onder verdoving rechtzetten? Het doet pijn als ik lach”.
“Hm, eens even kijken, gaat U hier maar liggen,” en de Dood werd op een op een hoop op de onderzoektafel gelegd; hij probeerde zo zachtjes mogelijk ‘au’ te roepen maar kon niet voorkomen dat Rib gepijnigd naar zijn oren greep en gehaast zei: “laten we beginnen met een afleidingsmuziekje, de ‘Danse Macabre’ lijkt me wel iets voor U”. Hij haakte een koptelefoon aan Dood’s hoofd en zocht het juiste bandje. Terwijl De Dood kalmeerde, althans wat minder chagrijnig scheen, goot Rib een forse dosis pijnstiller her en der tussen de knekels en sloeg de aangedane rib met een rubber hamer in het juiste model. De kreten vielen fraai samen met het slotstuk van de muziek en na een korte katzwijmsessie strompelde De Dood dikbezwachteld, bleek en met een borst vol wraakgevoelens de deur uit.
Klikkerdeklak, klikkerdeklak, lawaaierde hij de Middenpeelweg op.
Hij zocht de vlooienslachter.
En de vrachtwagenchauffeur.
===

notities

Teruggevonden

Een bundeltje notities uit 2005.
Die in het oog sprong was deze
…na maanden lijdend lijnen ging ze op de grond liggen om verder te leven als de voetveeg die ze altijd al was, ze leek op een beknopt verhaal.
denkthinking-153993__340Ik weet niet meer of ik het plaatste maar het heeft iets wat ik nog steeds herken: de gedachtesprongen die ik maak  zonder de omweg uit te leggen.
Oorzaak van mijn onvermogen om een goed lopend langer verhaal te maken.
Daar streef ik dan ook niet meer naar, korte stukjes zijn makkelijker en -hopelijk- beter te begrijpen.
Toch ga ik deze zinnen uitproberen in een shortstory.
Misschien wordt het wat.
Bezigheidstherapie.
==