Inktloos printen

Fantastisch, dat wil ik ook wel.
Maar…
Nieuwe printer?
Is de laptop wel compatibel of is er een nieuwe nodig?
Misschien ben ik te sceptisch, ik hoop dat het meevalt.
We zullen zien.

Er zijn veel hits, dit zijn er een paar van
rtl. inktloze-printer-op-de-markt

trouw.nl/groen/inktloos-printen-kan-nu-de-printers-nog

Advertenties

Cijfers en letters

Voor cijfers had ik weinig belangstelling.
Nuttig om zakgeldverhoging te berekenen. Later om het gezinsbudget te verruimen, een onaangename bezigheid want na elke berekening sloeg de krimp genadeloos toe zodat het resultaat steevast ondermaats was. Er schijnt een behulpzame knobbel te bestaan, vermoedelijk had ik een deuk.

Mijn aandacht ging -en gaat nog steeds- uit naar letters, ogenschijnlijk een klein verschil, in werkelijkheid een andere wereld.
De letter z bijvoorbeeld lijkt weliswaar op het cijfer 2, maar zie eens welk een diversiteit in betekenissen er aan kleeft.
De zet van zoet en zalig en zacht, maar ook van zwaarmoedig en zwavel en zompige zwelgpartijen, denk eens aan de grote hoeveelheid onderwerpen die men hiermee kan beschrijven, bibliotheken vol.
En dan de 2: twee. Dat is het.
‘En?’ zult U vragen, ‘er moet toch meer zijn?’
Nou, twee en twee is vier; vijf in enkele gevallen.
Maar dat is echt alles. Je kunt er hoogstens mee rekenen. Om er wat sjeu in te brengen zijn er de getallen 1 3 4 5 6 7 8 9 0 bij verzonnen, en daarvan heeft men sommen bedacht, met tekens en haken. Enkele op kleuterniveau, andere die achteraf alleen met computers te berekenen waren maar waar wij uren mee zoet gehouden werden teneinde de leraren hun rust te gunnen.
Ach, cijfers, ze zijn geschikt om de pagina’s te nummeren. En speciale boeken mee vol te kladden die alleen voor ingewijden zijn te begrijpen. Ik zie al een krant vol sommen op de mat liggen, mensen zouden rap doldraaien, ook die knobbeligen.
Nee, dan letters, 26 stuks voor allerlei verhalen, romans, geschiedenis, en het gaat maar door, eindeloos zijn de mogelijkheden.
Toegegeven, ook voor redactiesommen. Nou ja, dan snappen we tenminste nog ìets van dat vak.

Laat zonplezier

Op een septemberzondag besloten zus en ik nog één keer naar de zwemvijver te gaan.
Maar godnogantoe, wat een drukte daar. Iedereen had hetzelfde bedacht, alle omringende dorpen hadden hun burgers geloosd in het water en op het strandje, precies daar waar wij wilden nazomeren.
Vanzelfsprekend ging al dat volk bij dezelfde worstjeskraam lunchen. Allemaal op dezelfde tijd.
Ingeklemd tussen zo’n kleine vierhonderd zonners zinden we op wraak en verscholen ons achter iemands zonnehoed voor een geheime minitop.
‘Er lopen grote grazers achter de bosjes verderop’, fluisterde zus, ‘zullen we?’
‘Jaaaaa,’ juichte ik, ingehouden.  ‘Nu?’ Ze knikte.
We blubberden ons een tunnel door de oliebuiken naar de bosjes.
Daar floten we twee mammoetkoeien met lange krullen, sprongen op de ruggen en paaiden ze met pollen gras aan een stok voor hun neus.
‘Huphup, koetjes’, riep zus.
‘Ze heten Galloway’, hielp ik. ‘Aha.  Kom op gallegalletjes, rèn!’
Het werkte prima.
We stoven de vleesbergen in, de krullen wapperden als oorlogsbanieren en in een mum was iedereen verdwenen, geschrokken en doodsbang.  Een enkele bikini en wat snoeppapiertjes dwarrelden verdwaasd.
We klommen van de Gallowayse ruggen en stuurden ze met een pak La-vache-qui-rit naar hun eigen plek waar ze de rest van de dag tevreden herkauwden op de kaas.
Wij genoten ook. Zon,water en ruimte, wat wil een mens nog meer.

Over studenten

Als schoolkind was ik dol op ze. Het woord alleen al deed me in peinzerij verzinken, stu-dent, proefde ik in stilte.
Ik had er nog nooit een gezien behalve een neef van wie ik niet geloofde in zijn verstand maar een eigen voorstelling kostte weinig fantasie.
Een student was een artistiek en intelligent wezen, kruising van een miskende kunstenaar en de knappe hoofdzuster van onze meisjesschool, met een extra gen voor het Presley-effect, het oog wilde tenslotte ook wat. (Misschien had het schoolhoofd dit zelf al bedacht, dat ik heb haar nooit gevraagd).
Toen ik het beeld langzamerhand bijstelde werden ze pas echt idolen. Ze hadden eigen kranten en schreven schunnige boeken en vierden dagenlange feesten, zoiets als de wilden in Afrika, maar dan met brillen op en zonder trommels.
Ademloos aanhoorde ik de blosverwekkende fluisteringen over deze bijzondere mensensoort. Daar wilde ik ook bijhoren.
Maar wat las ik toen?
Uitspattingen van het corps.’ Nou ja, een afwijkend kluppie, dacht ik nog.
De betreffende neef lachte me uit. ‘Wacht maar, je ontdekt ze zelf wel’.  Typisch kleindorps, zo noemde hij me en dat was ik ook. Wist ik veel.
Hoewel ik zelf niet studeerde ontdekte ik ze inderdaad, we woonden tenslotte niet ver van Nijmegen.
Ze deden me denken aan klasgenoten van de middelbare school en waren doodgewoon.
Te ver gaande ontgroeningen waarover we nu sappige berichten lezen waren er indertijd ook al, begreep ik uit besmuikte toespelingen.
En daarmee eindigde het allerlaatste restje verering
Ook studenten zijn net mensen.

Vakantiefoto’s die het bewaren waard zijn

Een van de zaligste vakanties, ongeveer 7 jaar geleden. Aan de kust. Strand vlakbij en duinen, het geluid van de zee in je oren.
Wandelingen naar het Zwin. Breskens en Middelburg bezoeken. Rammekensroute fietsen. Vlissingse kade.
Hoogtepunten waren luie stoel, emmer en warme sokken.

(Foto is onscherp, nog gemaakt met ouderwetse camera)

 

Net mensen


Deze zonnebloem staat met zijn hoofd boven de schutting en richt zich op de buren. Nieuwsgierig volgt hij hun leven, waarom eigenlijk? Dat weet hij zelf niet.
Wil ìk zijn aandacht dan dien ik te wachten tot halverwege de middag, tot de zon gedraaid is en  hij zich naar onze achterdeur keert. Denkt zeker dat ik eindeloos zit te wachten tot hij me ziet.
De verbeelding van grote bloemen is gewoon bespottelijk.

 

 

 

 

 

De sedum is anders, bescheidener.
Steekt rustig zijn kop uit de grond en groeit op elke plek, zonnig of niet, nat of droog, met of zonder dorre blaadjes, hij staat bescheiden te wezen in al zijn fletse rozerood.
Dat hij, van bovenaf gezien, op rauwe gehakt lijkt is grappig maar het kan hem niets schelen. Zei hij. ‘Ik ben vegetariër.’

Gezinsperikelen. Toen.

Overvolle kasten.
Ken je dat? Een zakdoek pakken en meteen in dertig andere spullen grijpen?
Bij een vriendin zag ik het met haar naaikistje, voor velen een beruchte warboel. Wilde ze een naald pakken, kwam de complete inhoud mee.
Het rommellaatje in de keuken is nog steeds  bijna standaard en heeft de functie van moeders schort overgenomen. Wat daar niet in zat leek niet belangrijk.
Bij het openen van de kinderkasten riep ik uit ‘waar komt de troep vandaan’ en nog een keer als ik de gereedschappenbende in de schuur bekeek, domein van echtgenoot. Hij had meer voorraad dan menig ijzerhandel, maar dan ongesorteerd.

Het zal liggen aan gemakzucht: gooi maar ergens neer als het maar uit het zicht is. Zo komt het nagelschaartje in de broodtrommel terecht en verdwijnen vette  boterhambordjes onder de bank. Keurig opgeruimde huizen van collega-moeders  bekeek ik dan ook sceptisch. Ik wist.

Inmiddels ben ik een generatie verder. Wat ik nu nog opruim zijn zinloos bewaarde herinneringen waar de glans vanaf gaat. Je zwelgt niet blijvend in een kindertekening of dat eens zo-sexy-shirtje.
Geen rommel meer en dat plakkerige wijnglas achter de laptop?
Is van mezelf.

Die goeie ouwe Asus

Vanavond wilde ik hem definitief aan de kant zetten. Nog één keer proberen, dacht ik en zette hem aan.
Hij gehoorzaamde onmiddellijk, ongelooflijk, bijna zou ik hem omhelsd hebben van opluchting. In plaats daarvan liet ik de antivirusscanner op hem los maar hij nam het me niet kwalijk.
Uiteindelijk kwamen alle programma’s tevoorschijn et voilà, we zijn weer herenigd.
Toch weet ik nog steeds niet wat hem deed besluiten op zwart te gaan en daar vijf dagen te blijven, doof voor alle noodgrepen die ik toepaste.
Hopelijk was het  geen voorproefje van een blijvende zwartheid.
Liever beschouw ik het als een retraite. Wanneer computers ons echt eens vervangen doen ze er verstandig aan mensen’s gewoonten aan te leren, dat snappen ze nu al.
Misschien maken ze ooit een eigen gebed.
-Lieve Heer,
ik dank U voor de smeer
en de fijne garagesfeer-
Alleen mijn Asus moet daar buiten blijven, hij is meer geschikt als model voor mijn bureau.
Of hij het snapt is de vraag.

Wachten op storm

Ben je er happig op? Ik wel en zit vol spanning. Nu er ook in het oosten code geel beloofd is hoop ik op sensatie.

Rondvliegende kranten, struiken en takken, met wat geluk zien we kleine dieren langs fladderen, eventueel een niet te grote hond of kat, dwarse kippen die te laat op stok gingen en ontsnapte biggetjes die niet  voor ham en snert willen opgroeien, en heel misschien, maar daar durf ik niet op te rekenen, vliegen er gebakken aardappelen door de straat. In dat geval ga ik met een pan in de deur staan.

Wat een mooie verwachtingen, ik zucht er van.  Toch wringt me iets. Ik moet morgen even weg, een uurtje maar, stel dat ik dan net die gebakken aardappelen mis.