sneeuw

Vers sneeuwvers.

Sneeuw, hé sneeuw
je brengt me aan de peeuw
als het niet gauw beter wordt
schiet ik straks een wolk aan gort
kijk welk strooisel daaruit komt
ben je nu al afgestompt
is je sneeuwmachien kapot
geen 3Dprint of robot?
Ik ga slapen en ik droom
van een bleke bladerboom
bij gebrek aan’t echte wit.
Blijf jij maar plakken in Madrid.

==

Geen categorie

Sneeuwcomplot?

Sneeuw.
Ja, ik weet dat het pas morgen of overmorgen verwacht wordt maar de kwestie is dat hier vanmiddag al iets viel.
Begin van de middag nam ik de fiets en voelde lichte dingetjes. Even later zag ik ze ook: heuse sneeuwvlokken. Klein en dun en doorzichtig, nauwelijks nat.
Aha, dacht ik, vlug naar de winkel, nu kan het nog veilig.
Onnodig gehaast, op de terugweg viel niets meer.

Nu vraag ik je.
Was ons dorp een proefveld? Welke soort sneeuw het beste was voor deze plaats en deze bevolking? Zijn we we doorgelicht en welbevonden? Sneeuwwaardig? En waarom zo minimaal, vreest de winter dat we een paar dikke dotten niet verdragen? Er bloeddorstig van worden en kleine sneeuwkindertjes vreten? Wat denkt hij wel?
De dju, meer vloeken zal ik niet laten maar als ik hem tegenkom gaat’ie het horen, de noordse kwal. Een beetje ons uitproberen of we wel deugen. Tssss..
We gooiden de sjaal weg, wortel,  steenkooltjes en gebreide muts, zul je zien dat we morgen weer een sneeuwpop kunnen bouwen. Niet te vertrouwen dat wintergedoe.
Ophangen die handel.
==
Enfin.
Een kopje thee kalmeert en ik wacht af maar als het nog lang duurt neem ik de wijn.
Niet dat dat helpt.
==

laptop

Herrezen

Ben ik weer.
Opgeschoond, gereinigd, gepoetst, gewreven en bekeken.
Of het deskundig gebeurd is kan ik niet met zekerheid zeggen maar het voelt niet slecht. Graag had ik ook een nieuw kostuumpje gehad en een jongere muis.
Het zat er niet in. Versieringen werden afgewezen, jouw functie is het bewijzen van goede diensten, zei ze, daar is ze heel stellig in
Toch was ze niet te beroerd een bloemetje bij me te zetten. Van plastic en alleen voor de foto maar toch, blijk van een goed hart vind ik.
Ach, je kunt niet alles hebben, voor hetzelfde geld was ik vervangen en lag ergens op de vliering. Huiver…
Vanavond kan ik weer beginnen en afwachten of ik voldoe.
Spannend hoor.
==

hondenvoer

Lever en pens.

Uit boek 1946.

Je zou het maar  hebben en gestoofde lever moeten eten.
Gebakken lever met champignons roken heerlijk en smaakten ook. Maar dit.
Eén keer at ik het.  De geur en smaak vielen niet mee,  veel minder lekker dan het broodbeleg van de slager.
Het een heeft niets met het ander te maken maar het deed me denken aan de pens die mijn moeder kocht, voor de hond. Dat was nog erger,  ze bewaarde er speciaal een oude pan voor  en kookte enorme brokken. Alleen als er niemand anders thuis was, voor de geur.
Maar ja, geen afzuigkap. Ondanks open ramen stonk het hele huis ernaar, we vielen haast flauw zodra we ons huis naderden.
Waarom moest dat nou, vroegen we, er is genoeg ander voer, de meeste honden eten gewoon met de pot mee.
Het was super gezond, volgens moe, herders (een mechelse) zijn groot en moeten sterk blijven.Dat hoort bij deze soort. Nou ja zeg, een gewone huishond hoeft toch niet extra sterk te zijn. Vonden wij.
Waarom stonk dat spul zo walgelijk alsof het bedorven was? Een slager legde het uit maar ik weet niet meer van hoe of wat.
Maar goed, de hond was inderdaad een loeisterk beest die we geen van allen de baas konden met de riem, hij sleurde ons de straat over. Wat wil je ook met die pannen vol pens.
Door omstandigheden was hij na een paar jaar weg.
We zuchtten van opluchting, dag hond, dag pens.
Voor degenen die denken dat ik overdrijf: probeer het zelf uit. Sterkte alvast.
Dan nog liever de lever.
==

verouderen

Ook sterren verouderen dus.

Onlangs zag ik een foto van een oude filmster, kan even niet op zijn naam komen.
En van BB en een andere Hollywoodster, hun namen bleven eveneens duister.
Af en toe komt je een vroegere beroemdheid onder ogen en dan kijk ik er van op dat ze nauwelijks te herkennen zijn. Eigenlijk helemaal niet, maar dat kan aan mezelf liggen.
Het troost me dat ook mooie mensen oud worden en waarschijnlijk kwalen krijgen.
In je gedachten zie je ze alleen als knapperds en dan blijken het gewone mensen te zijn. Als wij.
Ik weet het, het is oppervlakkig van me en het zal mijn afgunst geweest zijn maar zo zit ik nu eenmaal in elkaar.

Ik ben niet buitensporig ijdel en accepteer mijn leeftijd, maar een paar dingen zijn jammer.
Verlies van durf bijvoorbeeld. Ik was altijd onbesuisd, vloog trappen op en af, het vallen nam ik voor lief.  Nu durf ik amper te fietsen.  De oren zijn waardeloos. Leesbril. En meer van dat.
Tussen haakjes, het schiet me weer te binnen: de foto’s waren van Schwarzenegger,  Bardot en Julia Roberts, ik ben in goed gezelschap. Dat ik de namen nog terugvond…
Het is een overwinning.
Als oudje val ik mezelf nog mee.  (afkloppen)
==

gezelligheid

Terug naar oerhollandse gezelligheid

Nee, ik ga niet politiek doen.
Maar die uitspraak vind ik kort door de bocht.
Oer-, welke tijd is dat?
De bekrompen kneuterigheid van de jaren ’50?
De zogenaamde bevrijding van ’60 waarin ouders en dochters doorlopend in onmin leefden en erger?
De blote-konten-films van latere jaren?
Carnaval in het zuiden of kermissen? Die zijn er nog steeds.
Duurbetaalde feesten in bekende zalen?

Uiteraard herinner ik me dat er in gezinnen een soort knusheid heerste.
Dat bijna niemand moeite doet om het terug te halen zegt iets over de gezelligheid ervan.
Ik was niet ongelukkig maar terug? Ik moet er niet aan dènken.
Alleen de luie kat, die is tijdloos.
==

winter

Heerlijke wintermorgen

Vanuit het raam zag ik het al, mistig en stil met vaag lantaarnschijnsel.
Geen zuchtje wind.
Klinken van schuurdeur en poort vol ijsbulten, slot bevroren, met wat blazen draaide de sleutel.
Lopen is dan een feestje,  niemand te zien, een zoemende fietser heeft niets engs.
Ik haastte me in de super om voor het daglicht weer buiten te zijn en wandelde in het donker naar huis.
Daar bleek het slot van de poort opnieuw dichtgevroren.

Dagelijks een graadje vorst erbij, af en toe wat sneeuw, een kalme wind.
Groeiend licht.
Zo begint de winter op zijn best.
Maar dit hebben we alvast.
==

trip·zee

De zee en de plant

  Lola  schreef over een tripje naar zee. Goed idee, dat leek mij ook wel wat maar het zat er niet in.
Toen nam ik een stoel en ging voor deze impressie zitten en keek, net zolang tot ik weg droomde en dacht het geruis te horen.
Het was levensecht, zelfs zag ik de golven woest worden en schuimkoppen opkomen, ze sloegen neer op het strand, meeuwen krijsten, het water spatte van het doek en ik schoof naar achter voor de vloed.
Het zweet brak me uit, het was niet de bedoeling dat ik zou verdrinken.
Om tot de werkelijkheid terug te keren zette ik de stoel andersom. Misschien kalmeerde het.
Ik zag de kerstplant, de enig overgebleven versiering.
Daar had ik geen verbeelding voor nodig, die leeft echt al hoorde ik hem niet groeien.  Voor zolang het duurt, meestal hebben die dingen er gauw genoeg van maar nu liet hij zich nog bewonderen.
Zou een scheutje groeiwater helpen? Ik gaf het hem.
Een zee-beleving en plantenbezoek, een drukke  middag.
==
gezin

Over de plaats in een gezin.

Eens, lang geleden, las ik dat middelste kinderen van een gezin ondergesneeuwd raakten door de belangstelling voor de oudste en jongste.
Het sprak me zeer aan.
Na mij was kwam nog een broertje,  een lief, een aanvallig ventje, opgewekt, pienter, vol humor, kortom, daar kon ik niet aan tippen.
De broer boven mij, twee jaar ouder,  hielp ook al niet mee, hij was sterker en kon veel beter zwemmen en harder schaatsen en als hij een lekke band had pakte hij ongevraagd mijn fiets.
Je begrijpt:  het artikel was me op het lijf geschreven
Eerlijk gezegd waren we met negen kinderen waarvan ik het achtste was maar door de samenstelling lag het anders, vond ik.
Na de zesde kwamen de drie jongsten wat later: broer, ik, broertje. We hoorden nooit bij de groten zodat we een gezinnetje in een gezin vormden. Logische gedachte toch?
Enfin.
Het artikel sloot precies aan bij mijn dagelijkse problemen: grotere broer was de baas, kleine broertje de lieveling en ik bungelde er maar wat bij.
En nu dit, door een heuse deskundige bedacht. Eindelijk gerechtigheid.
Toen ik een zus het artikel liet lezen lachte ze me uit. De anderen ook en de bazige broer het hardst.
Mijn moeder gooide het in de kachel, mopperend dat ik van grote-mensen-spullen moest afblijven.
Weg erkenning en dat op mijn tiende. Gottegot.
Beide broers leven niet meer maar wat hebben we er hard om gelachen. Later. Toen ik niet meer jaloers hoefde te zijn.
==
Het kwam uit de Margriet waarin dr. Sis Heyster dit soort artikelen schreef. De naam kwam ik opnieuw tegen bij google.
==