taal

Ambtelijke taal

Duits120210729_191456
De meesten mensen weten wel hoe stijf en langdradig ambtelijke taal is.
Voor officiële post uit Duitsland neem ik zelfs een stoel en extra tijd.
Ik begrijp wel dat ze bepaalde dingen verplicht zijn aan te bieden, zoals
het bedrag (uiteraard), telefoonnummers+websites voor informatie, mogelijkheden voor bezwaarschriften  waarvoor adressen+website staan aangegeven…  enzovoorts.
Ook dat er standaard de vaste waarschuwingen volgen betr. het ‘niet tijdig doorgeven van veranderingen in Uw situatie’ waarop de maatregelen worden genoemd.
In totaal ZES papieren = 12 pagina’s
Het zal nodig zijn maar lijkt zo overdreven  voor vijfennegentig eurocent.


Duits220210729_205511_resized
==

inwonende grootouder

Opa’s sigaren

Lang geleden kwam ik voor het eerst het verhaal tegen van een jongetje dat zijn slaapkamer moest afstaan aan opa die kwam inwonen.
Hij miste zijn kamer en wilde hem terug.
Daarom prikte hij stiekem een klein gaatje in opa’s sigaren vanuit het idee dat opa eerder zou overlijden door moeizamer te inhaleren.
Ik vond het een ouderwets maar grappig verhaal, weet niet meer van wie maar het liep goed af.
Later kwam ik dit voorbeeld nog eens tegen, blijkbaar was het een bekend idee.
Je vraagt je af: was het een gangbare grap?
Het kwam tenslotte vaker voor dat een van de ouders inwoonde bij hun kinderen en het zal zeker passen en meten zijn geweest. Ik kan me indenken dat een kind daar wrokkig tegenover stond,  een mop is dan gauw bedacht.

sigaarash-3424999__340
==

verhaaltje

Man met pech

Echt te erg.
Direct al bij zijn geboorte heeft zijn moeder alleen magere melk. De wieg ligt trouwens ook niet lekker, het matrasje prikt.
De kleuterschool valt tegen, gegarandeerd is hij de laatste in de rij als de juf plaatjes uitdeelt.
Op de scholen wordt het niet beter en wanneer er laptops in de klas verschijnen krijgt hij het derdehands nood-apparaat uit het archief.
Hij blijft optimistisch, ééns zal het toch anders worden? Hij gooit er extra weesgegroetjes tegenaan en nog een paar.
Het helpt niet.
Hij sukkelt door het leven maar blijft koppig bidden en hopen op betere tijden.
En warempel, op een dag lijkt het er van te komen: hij wint een zeer grote prijs.
Jubelend brengt hij een paar mooie uren door met aangename bankzaken en het bestellen van een villa inclusief personeel.
Deo eindelijk Gratias roept hij naar de wolken.
Helaas, net als hij de sleutel in de nieuwe deur wil steken vergaat de wereld.
Goh, denkt de man,  onverbetelijk tot in zijn laatste minuten, ik heb altijd netjes geleefd, nu mag ik vast wel naast God zitten.
Komt hij daar, bestaat God niet.
==
apocalypse-2996136__340

creativiteit

Nuttige bezigheden

Als we zelf iets maakten, van breigaren, meccano, pen en papier, klei, noem maar op, dan werd dat door onze moeder altijd gewaardeerd ook als het wrochtsel minder geslaagd was. Mijn vader was wat nuchterder maar ook hij vond het wel aardig dat we dingetjes zelf bedachten.
Natuurlijk leerden we later andere mensen kennen en één oudersoort staat me nog steeds bij als ouderwets maar vooral fantasieloos.
‘Ik zou eerder de stoep vegen.’
‘Daar heb je toch niks aan…’
‘Vind je dat nou mooi? Wij borduurden lakens voor de uitzet….’
‘Weet je wat een schoffel is???’
Ik vermoed dat enkele lezer(-essen) dit wel kunnen aanvullen. Er valt veel over te zeggen maar ik laat het hier bij.
Hoe kom ik hier op?
Door het schaaltje bloemen wat ik bij elkaar harkte.
Onnuttig werkje, begreep ik, maar het geeft voldoening en dat is zinnig genoeg.
De stoep veeg ik morgen wel.
En anders maar niet
==

oude plaatjes

We lachten om een niks…

Veel oude foto’s en krabbels heb ik niet meer.
Deze kwam ik nog tegen en ik weet meteen weer waarom ik ze niet weggooi.
Wie heeft niet van die stomme en melige herinneringen waarom je -toen- hard moest lachen.
Dit zijn er een paar van, de rest zal ik de lezers besparen en de reacties ook.

Met twee brillen rondlopen en niets in de gaten hebben.
TNT-schoen, waarover gepraat werd.
Zieke plant die stervende was maar opeens een nieuwe scheut liet zien.
Lippenpotlood ipv ogenpotlood, niet de eerste keer.
=

buurkat

Kat en ik

De buurkat is er weer, liggend/hangend tegen de voordeur, zich koesterend in de zon, lui ogenknippend wanneer ik hem aanspreek.  Als kattenliefhebber versta ik  zijn ogentaal.
Lig je lekker?
– Zeker.
Niet te heet? Het is hier minstens dertig graden.
– Och…
Heb jij geen last van warmte?
– Soms,  maar het is zoveel werk me om te draaien.
Ik val stil, weet niets te antwoorden.
Even later zie ik hem omrollen, heen, terug, nu met zijn rug naar de zon.
En net als ik denk dat hij geniet van het gekroel en gedraai staat hij ineens op, rekt zich en loopt weg, nijdig loerend naar een wolk voor de zon.
‘Houdoe’ riep ik hem na maar hij kijkt niet naar me om.
Geeft niet, ik weet dat hij straks terugkomt, als ik naar binnen ga.
Dan gaat hij bij de koelkast zitten.
Daarin weet hij ham, kaas, en als het kon zou hij me gebieden:
‘Komt er nog wat van?’

voordeur1
=