Het brutale meisje

Dat dit vers nog bestaat wist ik niet. 
Ooit heb ik het ergens geplaatst, weet niet meer waar en wanneer, en plotseling was het kwijt.
Het is uiterst simpel van ritme en rijm maar het schrijven ervan was zo gezellig dat ik er niets aan heb verbeterd. Dat zou mijn plezier achteraf tenietdoen .

Er was er eens een meisje
dat bekte zo brutaal
haar ouders en de juffen
die zeiden menigmaal
‘pas op je woorden kindje
je komt nog in de goot’
ze lachte dan ten antwoord
‘ook daar verkoopt men brood’

Zo werd ze achttien jaren
haar grofte groeide mee
het kon niet missen dat ze
haar voordeel er mee dee
de vrijers konden dokken
voor elke verwarmend uur
de Mammon was haar afgod
ze diende hem met vuur

‘Mijn poesie is mijn passie’
dat werd haar wervingsleus
verborg de muntenhonger
in woorden zeer scabreus
brutaal bouwde zij prijzen
de hoogste hoogten in
totdat ze heel erg oud was
toen had ze hare zin.

Ze kocht een lieflijk huisje
al in een stichtend hof
en jaagde alle oudjes
de bomen in, zo grof
was ze tot aan haar sterven.
En voor men haar begroef
toen dichtte men haar lippen
met een dubbele schroef.

© Bertie/Bertjens

Advertenties

Bang voor de boze wolf?


Misschien terecht, je zou maar schaap wezen.
Ik maak me drukker om andere beesten. Geen wereldprobleem, ik weet het, toch voelde ik me als kind belazerd wanneer ze me te na kwamen.
Na hoogte- en andere -vrezen is dierenvrees mijn sterkst ontwikkelde eigenschap.
Er zijn uitzonderingen. De meest humeurige katten mogen ze me in handen stoppen, niet alle honden jagen me angst aan, weilandvee durf ik te aaien zolang er iemand bij me staat die me bijstaat, jonge koeien willen nog wel eens rare passen maken.
De konijnen van mijn vader zou ik nooit oppakken, ik stak ze spriet voor spriet het gras toe door de tralies.
Voor de kippen ging ik op de loop, altijd bang dat ze me in de benen zouden pikken. Duiven en witte muizen, hobbies van een buurjongen, tolereerde ik zolang ze uit mijn buurt bleven.
Zie ik een paard op de weg, draai ik meteen om of zoek de dikste boom om achter te schuilen.
Honden -die vroeger gewoon losliepen- hebben heel wat van mijn kinderplezier vergald met hun agressieve en nijdige geblaf als je langsrende. En ze ruiken angst, ze zullen niet meteen bijten maar houden je wantrouwend in de gaten. Dan besterf ik het.
We hadden cavia’s, hamsters, parkieten, geen van allen durfde ik te pakken, goudvissen en guppies haalde ik uit het water met een zeef waarvan ik de steel verlengd had met een stok.
Al jong durfde ik het Zwet niet meer in, ook niet in ander natuurwater. Onder het oppervlak huisde godweetwat en het bewoog allemaal.
Over de hekel aan insecten en grondgespuis zullen we het maar niet hebben, daarin sta ik niet alleen.


Het idee dat er met de klimaatopwarming nog meer griezelig spul te voorschijn komt doet me huiveren, daarom groeit in mijn achterhoofd het plan om te emigreren mocht het te heet worden.
Noord- of Zuidpool, dat lijkt me wel wat.
Moeten ze wel de ijsberen in besloten gebieden houden.
En garanderen dat de opwarming niet tot de polen reikt.
Ik wil niet met een gevaarlijk paard of dolle hond op de laatste ijsschots terechtkomen.

Sokken


Door Mindf*ck kwam een herinnering boven over iets wat ik nog steeds niet begrijp.

Het was een onbenulligheidje. (sorry hoor, vroegere huisvrouwen hadden weinig interessante zaken te melden).

Het gaat over het ophangen van de was. Daar zaten heel veel sokken bij.
Ik hing ze per paar aan de waslijn, keurig bij elkaar passend.
Eenmaal greep ik in het wilde weg in de sokkenberg om ze NIET bij elkaar te laten passen, uit balorigheid, en wat denk je? Liepen ze gesorteerd in mijn handen. Echt waar
Opnieuw probeerde ik het, nu met de ogen dicht en weer gebeurde hetzelfde, sok na bijpassende sok. Nogmaals deed ik een poging en woelde alle natte sokken door elkaar. Je raadt het al.
Ik legde het voor aan een zus. ‘Lees liever een boek,’ zei ze.
Aan een broer. Hij tikte op zijn voorhoofd.
Mijn moeder. Ze geloofde me niet. Je was altijd al een fantast, zei ze..
En toch was het waar.
Waren we als huisvrouw zo geconditioneerd dat we bijna blind de juiste handelingen maakten? Dat besef maakte me treurig maar dat is een ander verhaal.
Het gaat me om het sokkenraadsel dat nooit is opgelost.
Ik dacht aan Victor Mid. Hij goochelt psychologisch of goochelt met psychologie, weet ik veel.
Als ik hem tref, ooit, ergens, zal ik hem het sokkenraadsel voorleggen.
Tenzij een van de lezers het antwoord weet.

Vandaag at ik een vluggertje

Zak krielen openknippen boven de koekenpan, bak gemengde sla uitstorten en aanmaken, gekookt (of gebakken) ei erbij, klaar.
En lèkker!
Ik vraag me af waarom we nog zoveel moeite doen.
Het gepruts met schilmesjes en schaaltjes, afwegen, recepten decoderen, speciale winkels aflopen, caloriën tellen, afwachten of het smaakt…
…nergens voor nodig. Naar mijn idee.

De schilders

Ons ouderlijk huis was er een van hout, een klein Zaans pandje.
De schuur was ook van hout. En de schuur van de buren, waarvan de achterkant aan onze stoep grensde.
Zelfs de wc’s waren van hout, zoals alle wc’s in de Dorpsstraat.
Dat vergde het nodige onderhoud, daarom was er altijd verf aanwezig, zorgvuldig opgeborgen.
Toch had broertje een pot gevonden, een groot blik carbolineum.
Vijf of zes jaar was hij, maar samen met een vriendje wist hij het open te krijgen en kwasten te versieren.
Ze maakten een plan en gingen aan de slag. Stiekem, het moest een verrassing worden.
En dat was het.
Vader kwam uit zijn werk; broertje & co wachtten hem op:
‘Pa, we hebben de wc geverfd!’
Verwonderd keek pa naar de bruinzwarte jongetjes die naar het erf holden en trots bij hun werkstuk bleven staan.
Sprakeloos overzag hij de zwartstreperige wanden en deur.
Ze hadden niets vergeten, ook het interieur was geschilderd tot de zitplank aan toe.
Hij haalde moeder erbij: ‘Moet je nou es kijken ….’
Moe kwam, keek, maar ook zij wist niets uit te brengen; ze stikte bijna van het lachen.

Het is nog vaak verteld en mooier gemaakt maar dit is de waarheid.
De jongens verfden enkel de wc, maar dan ook helemaal.
Van de afloop herinner ik me vooral de lucht van wasbenzine waarmee broertje gereinigd werd; de ergste klodders verdwenen, de rest van de verf moest er af slijten.

Oude verhalen en een vraag.

Bij het opschonen van de laptop kwamen een paar bijna-vergeten verhalen voorbij.

Ook oeroude, in oorspronkelijke vorm. Op de typemachine en enkele handgeschrevene, gescand. Waarschijnlijk was ik te lui om ze over te typen.

Grappig om terug te lezen. Het overdadige gebruik van bijvoeglijke naamwoorden; de overdreven uitleg, bang niet begrepen te worden. Ach gut, dacht ik, en zoiets stuurde ik zonder gene naar wedstrijden. Bloos achteraf. Lef berustte op onnozelheid.
Eén stukje werd in de schoolkrant geplaatst van dochter, met verbeterde tikfouten en al. Ze waren al blij dat tenminste één ouder interesse toonde.

Ik wil ze plaatsen maar moet ze eerst herzien en daarna uitzoeken hoe ik ze onder een link zet.
Weer een vraag: hoe doe je dat? Ze staan in Documenten.

Avondje muziek


’s Zomers wordt in de meeste  plaatsen doorlopend e.e.a. georganiseerd en dan zijn er nog de kermissen.
Goede initiatieven maar je hebt wel eens genoeg van rommelmarkten, braderiën, wielren-, doe- en korendagen, ballonvaarten, muziekfestijnen, oogstfeesten enzovoorts.
Dit was een verademing.
We luisterden naar ricciotti
een straatsymfonieorkest.
Op een warme avond en een uitstekende plek in de buitenlucht,  het sfeervolle binnenplein van Tongelaar. Een klein kasteeltje vlakbij het dorp.
Wat wil je nog meer.
Goeie muziek, deze keer gebaseerd op Cuba.
Er was een fantastische pianiste, enthousiaste jonge spelers in gewone-mensenkleding hetgeen sympathiek aandeed.  Het opbouwen van de instrumenten was op zich al het bekijken waard.
De toegang was gratis maar je gooide graag een bedrag in de rondgaande pet.

Ze toeren nog een paar dagen door het land tot 19 austus.

Filosofie, vereenvoudigd

Lukraak hier en daar lezend kom ik deze passage tegen in het essay ‘Over de kannibalen’ van Michel_de_Montaigne
De
Montaigne beseft niet dat hij hier precies hetzelfde doet als die ontwikkelde mensen.
Ook hij probeert zijn interpretatie in te passen in zijn beeld van de eenvoudigen.
Hij voert één man op, observeert hem zorgvuldig en rekent diens eenvoudige oordeel tot een standaardgedachte van het ongeletterde volk. Daartoe verhult hij hun eigenschappen.
Wil hij de denker uithangen?
Of zou hij echt niet weten dat ook in deze groep eigenwijzen, betweters en fantasten zijn?
De afstand tussen geleerden en ongeletterden is in dat geval te groot om elkaar te beoordelen.

Wat moet je er mee.
Niets, hoogstens is het aardig de opvattingen van filosofen te lezen.
Dan kom je diepzinnige gedachten tegen. Soms verstandige. (Bacon_)
Maar ook uitspraken waarvan je denkt: dat zei mijn moeder ook al.
Ze oogstte geen roem, ze was te weinig geletterd.

Van steenkool tot Internet

Er lag een donkere steen op de achterstoep. Zwart met miniglitters, een gedeelte was glad en afgerond.
Ik kan er mee krassen en het geeft wat gruis af. Mede door de vorm lijkt het daardoor op een brokje Eierkool , de ouderen weten nog wel wat dat is.
Wat afwijkt is dat het niet afgeeft, ook niet in water. Ik herinner me zwarte handen en vegen op het gezicht, waarom niet bij deze?

Hoe kwam het hier terecht?
Vermoedelijk heeft een van de grote vogels het laten vallen, we vinden vaker kapotte eieren en daarop lijkende rondachtige stenen.

Spannender is het idee  van een cryptisch voorteken: pas op, het wordt winter.
De rode planeet vertoonde zich ook al, precies in de kleur van gloeiende kooltjes. Is er een kleurenblind groen marsmannetje aan het klieren?
Een hemelse stokebrand die onder de radar vliegt? Zwarte kunst? Bij steenkool denk je automatisch aan griezelverhalen rond de kachel.
Of zou het een webdemon zijn?  De ultieme droom van een gestoorde Internetontwerper?
Wat dan ook.
Ik houd het streng in de gaten!

 

 

Hittegroen


Dit is een van de bijzondere planten die de warmte voor ons achterliet.
Een fraai exemplaar.
Goudbruin, hoekig van vorm met een fijn-arige  pluim. Het nieuwe groen.
En sterk, nog steeds fier rechtop de keiharde regen trotserend. Ik geef het je te doen.
Gewas voor de toekomst?
Zachtjes haalde ik het onkruid bij hem weg en heb voorzichtog om hem heen geschoffeld.
En dacht liever niet aan wat man zou hebben gezegd:
‘Bertie, die plant is dood hoor…’