religie

Over godsdienst

In een oud (katholiek) kerkboek las ik een vermaning van Paulus:
U bent nu bekeerd,  laat U zich niet meer leiden door de stomme afgoden, met een uitleg over het verschil tussen deze en de ware god.  Inwendig lachte ik erom, het leek op neringnijd en misschien was het dat ook.
Voorheen hadden we het vaker over deze en andere geloofszaken, al of niet serieus.
Over waarden en invloeden van religie. De grens die haast niet te trekken viel tussen kerkfatsoen en gewoon burgermansnetheid.
Opgegroeid zijnde tussen diverse kerken zagen we overeenkomsten en verschillen. En de dominante aanwezigheid van het geloof op onze eigen katholieke school.
Maar wat we ook opnoemden, we ontkwamen niet aan herinneringen, om de voorgeschreven handelingen kun je nog met ironie spreken maar bijbelse opvattingen raak je niet kwijt.  Geboden bijvoorbeeld. De symboliek van het vasten, in meerdere kringen gebruikelijk.  En meer.
Over atheïsme en agnosticisme spraken we natuurlijk en de redenen hiervoor, maar ook het aanhangen van die gedachten kon niet uitwissen: we waren katholiek. Of gereformeerd. Of wat dan ook.
Je raakt het geloof gewoon niet kwijt.
Soms vrees ik daarvoor.
Dat ik in een vlaag van verstandsverbijstering een heilig leven wil leiden in een klooster. Zo’n strenge orde waarbij je niet mag praten achter een voordeur met tralies.
Grote lappen wasgoed uitwringen. En ik daar maar heilig wezen op mijn oude dag.
God bewaar me!
=
verhaal

Nog jong

Als finishing touch zet ze een zwarte punt op haar linker wang. Het verhult precies een bruinrood vlekje onder het oog. Keurend bekijkt ze zichzelf; verstelt de lamp en beweegt de zijspiegels.
Ze knikt, het is goed.
Tevreden staat ze op en maakt een paar heupbewegingen voor de spiegel. Andermaal knikt ze. Niet meer zo piep maar nog steeds present.
n Beetje onrustig, met dat typische weekendgevoel van verwachting, ruimt ze de make up op en gaat aan de grote tafel zitten om de Uit-pagina te bekijken.
Hm. Film, film, optreden van de Townsingers, een rapper, niet bepaald wat ze zoekt.  Misschien in de plaatsen verderop; ze speurt naar een bekende naam. Hé, dat lijkt haar wel wat:
‘Joe the South sings country’ in de Hot Spot. Joe, een niet onaardige zanger met een nogal belegen voorkomen, populaire streekartiest. Natuurlijk, als hartenbreker is hij op zijn retour maar nog altijd hangen er veel vrouwen rond zijn kleedkamer wanneer hij optreedt.
Zelf doet ze daar niet aan mee; het is een te grote afgang zijn geverfde zwarte haar van dichtbij te zien, de te bruine huid. Maar van een afstand en op geshopte foto’s is hij redelijk attractief.
Ze denkt even na en belt.
‘ Hééj Maries, hoi, met mij. Zeg, ga je mee naar de Hot Spot? Joe zingt er.’
Ze luistert. Haar gezicht betrekt. ‘ Wat? Dat meen je niet… nee joh, daar zijn we helemáál niet te oud voor…trouwens, heb je Joe wel eens van dichtbij gezien?’
‘Geen zin?
Hè wat jammer nou. Goed, dan vraag ik Dinette wel. Groetjes.’
Die Maries, ze is moe en de kat kan niet alleen blijven, allemaal rotsmoesjes. Pfft.
Volgende nummer. Tweede keus, maar ja.
‘…met het antwoordapparaat van Dieneke en Johan, spreek…’ Barst. Nijdig sluit ze af.
Verrekte Dinette, weer helemaal terug in de tijd. ‘Dieneke en Johan’, bespottelijk, een geboren dorpsstelletje. Neerbuigend trekt ze de mondhoeken neer.
Wie kan ze nog vragen? Ze is niet van plan om wéér een zaterdag voor de buis te zitten. Ze bekijkt het telefoonboek. Met broer Helm dan maar?
Nee, besluit ze, niet weer, zo zielig als je niemand kan krijgen. Deze keer zoekt ze net zo lang tot ze iemand vindt, desnoods gaat ze met Lonneke al is dat een eersteklas mannengek.
‘Jantien? Nee? Jammer’
‘Heleen? Hond ziek? Oké, ik weet genoeg’   Bitch!
‘Marjolina, heb jij zin om….? O sorry Lien, dat wist ik niet. Vertel het me morgen bij de koffie, oké?’ Zozo, Marjo wil weer Lien genoemd worden. Alweer een vriendin die haar jeugd kwijtraakt. Zo oud zijn ze toch niet?
Ze kijkt op de klok. Verdorie, dadelijk is het te laat.
Ze slikt en belt: ‘Hai Lonneke, ga je mee naar de Hot Spot? Nee lieverd , spijkerbroek is genoeg, alleen Joe treedt op. Ik kom er zo aan.’
Een avondje met Lonneke, de enige die nog wil stappen al is het maar om een man te versieren..
Ze weigert na te denken.
Ze strijkt haar bandplooibroek glad, schikt wat aan de verhullende halsketting.
In een moment van reflectie ziet ze zichzelf en staart naar haar spiegelbeeld, naar het wanhopig geblondeerde haar, de nauwelijks te camoufleren lijntjes die haaks op haar bovenlip staan. De bleke maar zwartgemaakte randjes om haar ogen.  Dan recht ze haar rug.
Kom op, ze gaat genieten. Nu is ze nog jong.

© Bertie

stemmen·verkiezingen

Oog, links of rechts stemmen?

Dit typ ik met één oog, het rechter. En met alle vingers.
Niet helemaal zuiver want als je links te weinig ziet krijgt rechts de overhand en dat is een onaangenaam idee.
Mijn opvattingen zijn niet heel rechts.
Ook niet volledig links trouwens, eerlijk gezegd weet ik het niet precies, zoals veel mensen die ik ken zweef ik ergens tussen een paar andere richtingen in.
Het lastige linkeroog maakt het er niet gemakkelijker op, het heeft een wazig zicht.
Ik reken er op dat het met de a.s. verkiezingen verbeterd is en ik zodoende een objectieve keuze kan maken.
Maar ja, wat is objectief.
Het ligt eraan wat je leest. Wat je bekijkt. En, heel veelzeggend,  met wie je omgaat en naar wie je luistert.
Dat mijn linkeroog  niet in orde is zegt dus niet alles.
Zucht.
Ik hoop dat beide ogen in orde zijn wanneer ik mijn stem moet uitbrengen, voor welk orgaan dan ook.
Stel je voor dat je op een nitwit stemt en dat niet meer terug kan draaien.
Akelig idee …
==

kapsels

(niet) over kapsels

Op de tv was een vrouw te zien met een te jong kapsel. Of zij te oud. Jammer, dacht ik.
Later kwam een man voorbij met een vergelijkbare haardracht. Zal een pruik zijn, leek me.
Net toen ik dacht: wat kan jouw iemands kapsel schelen, viel mijn oog op wéér een bijzondere bos. Gelukkig had ik een boek en kon de tv uit.
Toch dwaalden mijn gedachten af.
Wat maakt me zo kinderachtig kritisch, ben ik zelf zo mooi dan, die mensen zijn prima en hun haren ook, wat zeur ik nou, en meer.
Daarmee kwam ik weer (een mens denkt er wat af) op iemand die me na één kapsel-opmerking een kam zou aanreiken. En werd er gegrapt en mijn gezever zou afgelopen zijn.
Eigenlijk waren het twee mensen.
Een zus die feilloos mijn stemming peilde en met humor antwoordde. En Moe die me terecht wees: kijk eerst eens naar jezelf. Die zin haatte ik, toen.  Pas later werd ik wijzer enzovoorts enzovoorts.
Zo verder neuzelend vergat ik de kapsels, las een hoofdstuk, zette later de tv weer aan voor wat mooiers en wat zien ik?

=

geheugen

Over het geheugen

Een vriend zei eens: stel dat je je geheugen verliest, dat lijkt me verschrikkelijk.
Hij zei het vaker, kennelijk bang voor zijn toekomst. Wij zeiden dat je dan niet wist wat je miste maar dat kon hij zich niet voorstellen. Wij ook niet, eerlijk gezegd.
Het is een onderwerp waarbij je van alles kan bedenken.
Er zijn enkele herinneringen die ik zou willen wissen, zowel van heel vroeger als die van later. Die me plagen als ik even wakker bent. Dan ben ik blij dat de goede in de meerderheid zijn.
Bij een paar mensen zag ik geheugenverlies van nabij. Beginnende dementie kan een ramp zijn, vooral voor de partners, toch zag ik ook iets anders.
Waargebeurd: een man die absoluut niet meer wist dat hij ernstig ruzie had met zijn kind en er af en toe op bezoek ging.  Pijnlijk maar het werd begrepen, hij werd zo goed mogelijk ontvangen. Je begrijpt dat het verdrietig was voor zijn partner  maar de man zelf had het goed, hij vond het gezellig om daar op de koffie te gaan tot zijn geheugen hem meer en meer in de steek liet.
Mijn moeder had iets vergelijkbaars.
Ze werd vergeetachtig en ziek, kwam in het ziekenhuis terecht maar begreep niet waarom wij ons zorgen maakten. Ze lag toch goed? Lekker eten, akelige behandelingen waren niet nodig (ze wist niet dat ze opgegeven was), lieve zusters, alle kinderen op bezoek, en kijk eens wat een uitzicht ik hier heb….
Voor ze naar een tehuis moest kreeg ze een sterke prik tegen de buikpijn, kwam in  een coma en overleed glimlachend. Ze had me nog even vastgehouden als was ik een pop.
Zonder herinneringen aan wat ze achterliet, geen goede en geen slechte. Het was mistig in haar hoofd, misschien zag ze de hemel?
Ik teken ervoor.
==

dialect·taal

Over dialecten

Moelfiat.
Een van de vreemdste woorden die ik leerde in deze Brabantse omgeving en nergens op kan terugvoeren, taalkundig.
Iemand noemde me zo toen ik nog niet wist wat het betekende.
Men bedoelt een praatjesmaakster, iemand met een grote mond…  ik schaamde dood achteraf, wist nog niet dat jonge dorpsmeisjes niet veel mochten zeggen omdat ik niet goed luisterde naar mijn ouders.
Het woord is me bijgebleven omdat ik er van leerde. Ik moest wel.
Het is het beste om in een nieuwe omgeving meteen het plaatselijke dialect te leren en  begrijpen.
Grappige misverstanden over en weer, nieuwsgierigheid naar elkaars taal, niet altijd vriendelijk maar zoiets wordt sneller opgelost wanneer je de taal verstaat.
Er kunnen mooie gesprekken ontstaan.
Neemt niet weg dat ik op vakanties in eigen land liever gewoon Nederlands hoorde, of iets wat er op lijkt, dan versta je elkaar tenminste. Het is lastig een antwoord te vertalen wanneer je de weg vraagt en een Gronings antwoord krijgt. Of Zeeuws-Vlaams. Drents.  Limburgs. West-Fries. Utrechts. Enzovoorts.
Daar heb ik geen gevoel voor, geen oor. Makkelijk talen leren is niet hetzelfde als  makkelijk geknauw verstaan. Sorry, zo klinkt het voor mij. Andersom ook, mijn Zaanse gezang vonden anderen even moeilijk als ik hun gemompel.
Dialecten zijn voor veel mensen iets kostbaars.
Waarom eigenlijk?
Nostalgie? Eraan gewend zijn? Wat mooi was moet zo blijven? Wat is de waarde ervan? Talen leren gaat toch ook heel goed met de officiële landstaal als basis?
Een hang naar vroeger?
Dat heb ik zelf nooit kunnen ontdekken behalve in ‘weet je nog toen we …’
En dan denk ik weer aan de moelfiat die ik was.
Of nog ben.
==
cryptogram

Cryptogrammen

Een van mijn liefhebberijen.
Behalve die van de zaterdagkranten maak ik ook de puzzels van Jaspers – als ze niet te moeilijk zijn.
Een puzzelsite waar grappige varianten te vinden zijn. Tweetalig bijvoorbeeld.
Onlangs was er zelfs een Gronings Duogram, daar begon ik natuurlijk niet aan. Behalve de Marthinithoren en ‘kwait-het-ok-nait’ ken ik er niets van en waarschijnlijk is het nog fout ook.
Nu zoek ik al enkele dagen naar een bepaald woord.
Ik denk en pieker, zoek uren in de oude DvD en Wikipedia.
Pluis bij synoniemen, op uitleg van het onderwerp, google op diverse gerelateerde woorden, lees de hints. Ik zie het niet.
Niets anders vult het hoofd.
Trump? Dat ‘ie verrekt.
Vallend kabinet? Laat ze de politieke nek maar breken.
Winter? Ha. Ha. Ha.
Corona? Later, eerst de puzzel.
Natuurlijk zou ik het hier kunnen vragen maar dat is niet des puzzelsports. Pas wanneer de uitslagen bekend zijn.
Wat me nog het meeste stoort is dat ik, ondanks mijn leeshobby, niet eens op 1, zegge één, simpel woordje kan komen.
Ik doe iets verkeerd. Maar wat?
Ook dat weet ik niet eens.
==

sneeuw

Vers sneeuwvers.

Sneeuw, hé sneeuw
je brengt me aan de peeuw
als het niet gauw beter wordt
schiet ik straks een wolk aan gort
kijk welk strooisel daaruit komt
ben je nu al afgestompt
is je sneeuwmachien kapot
geen 3Dprint of robot?
Ik ga slapen en ik droom
van een bleke bladerboom
bij gebrek aan’t echte wit.
Blijf jij maar plakken in Madrid.

==

Geen categorie

Sneeuwcomplot?

Sneeuw.
Ja, ik weet dat het pas morgen of overmorgen verwacht wordt maar de kwestie is dat hier vanmiddag al iets viel.
Begin van de middag nam ik de fiets en voelde lichte dingetjes. Even later zag ik ze ook: heuse sneeuwvlokken. Klein en dun en doorzichtig, nauwelijks nat.
Aha, dacht ik, vlug naar de winkel, nu kan het nog veilig.
Onnodig gehaast, op de terugweg viel niets meer.

Nu vraag ik je.
Was ons dorp een proefveld? Welke soort sneeuw het beste was voor deze plaats en deze bevolking? Zijn we we doorgelicht en welbevonden? Sneeuwwaardig? En waarom zo minimaal, vreest de winter dat we een paar dikke dotten niet verdragen? Er bloeddorstig van worden en kleine sneeuwkindertjes vreten? Wat denkt hij wel?
De dju, meer vloeken zal ik niet laten maar als ik hem tegenkom gaat’ie het horen, de noordse kwal. Een beetje ons uitproberen of we wel deugen. Tssss..
We gooiden de sjaal weg, wortel,  steenkooltjes en gebreide muts, zul je zien dat we morgen weer een sneeuwpop kunnen bouwen. Niet te vertrouwen dat wintergedoe.
Ophangen die handel.
==
Enfin.
Een kopje thee kalmeert en ik wacht af maar als het nog lang duurt neem ik de wijn.
Niet dat dat helpt.
==