Ook muzieksmaak verandert

Vermoedelijk heeft iedereen het meegmaakt.
Idolaat zijn van een beroemdheid, er van dromen, posters boven bed en later denken:
hoe kòn je.
Ik beken. Ik had ook zoiets vreselijks. Freddy Quinn
Ontroerd luisterde ik naar zijn Seemann en  hoe hij zijn Junge ‘ komm bald wieder’ toeriep. Hij had iets huilerigs , kwijlerigs zelfs maar zijn overdreven dictie raakte me net zo hard als zielige verhalen in kinderboeken.
Aangedaan draaide ik zijn liedjes. En weer. En weer. Verstikt van ingehouden tranen — ik durfde niet openlijk te janken– kwam ik naderhand aan tafel.
Broer en zus grijnsden en deden diepe snikken na, Pa grinnikte en Moe zei niets, ze keek me aan en schudde haar hoofd.
Geen idee waar die voorkeur vandaan kwam, ik hield het op de invloed van Deutsche Musik, we woonde niet ver van de grens.
Het kwam goed. Ik herontdekte Amerikaanse popmuziek en trok weer naar Presley en de opvolgende Engelse bands.

Vanmorgen kwam de weemoed nog een keer boven bij het horen van Hero op de radio. Toevallig in de week van man’s overlijden luisterde ik er naar, nu kwam die tijd even terug.
Ongelooflijk dat dat na vijf jaar nog steeds iets doet.
Maar nu kan ik wèl vrijelijk snikken, nu broer en zus er toch niet meer zijn.
==

Advertenties

Tachtig plus

Al poetsende kwam ik in de badkamer.
Daar zag ik dat de wastafelspiegel achterstevoren zat. Ik wilde hem al uit de klemmen halen en terughangen maar stopte.
Beter eerst vragen.
‘Die spiegel zit verkeerd om,  zal ik hem terugdraaien?’
Ze wuifde afwerend. ‘Alsjeblieft niet.’
Later miste ik het keukenspiegelje. En het kannetje met bruinsel waarin ze haar kam doopte.
Er begon me iets te dagen.
Bij de koffie vroeg ik het op de man af, ze gaf rechtstreek antwoord.
‘Ik wil die lelijke kop niet meer zien.’
‘???Maar…’
‘Nee, dring niet aan.’
Ik vroeg alleen nog ‘Vindt U het echt zo erg om ouder te worden?’
Ze knikte slechts.
Even later: ‘Ik vind het vreselijk.’
Ik kon alleen maar haar hand pakken.

Niet verzonnen.
==

Geraamtes


Er wandelde een skelettenpaar over de markt.
Licht krakend en luchtig gekleed.
Hij in een zomershirt en kniebroek, zij in een minirok en doorkijkbloes.
Ze trokken veel aandacht.
Mensen bleven staan, kinderen griezelden of lachten, kooplui maakten de nodige grappen.
‘Voordelige smeerolie, meneer, mevrouw…’ ‘Soepvlees dame, eersteklas mergpijp…’
Ook een hond kwam aan ze snuffelen, haastig weggetrokken door zijn baas.
Het paar negeerde het bekijks al zou een scherp opmerker een geërgerde flikkering zien in zijn ooggaten.
Na de markt te hebben bekeken verdwenen ze.
Eenmaal buiten gehoorafstand zei hij het.
‘Stom mens, ik zei toch dat die bloes een slecht idee was?’
==

DiKtionnaire


Met informatielectuur moet je leren omgaan.
Bladerend in de oude WP-atlas bleef ik als kind herhaaldelijk steken bij plaatjes en onderschriften. Achtergrondkennis deed ik niet op.
Toen ik een paar jaar later in woordenboeken neusde, las ik opnieuw gefascineerd als in een spannende roman.  Springend van vreemd woord naar vreemd woord.
Dat was nog eens fijn leeswerk, dacht ik, nu word ik wijs en ga verhalen schrijven. Sprookjes over brijbaardige draken en monsterlijke quagga’s, ik zag ze al voor me.
Er kwam niets van terecht behalve in mijn hoofd en dat viel niet te lezen.
Enfin.
Uiteindelijk wende ik aan de gespletenheid van taal, algemene woordkennis enerzijds en het schrijven van opstellen anderzijds. Het zijn heel verschillenden dingen . Ze vullen elkaar hoogstens aan.
Je hebt weinig aan vreemde woorden alleen, taalvaardigheid is minstens zo belangrijk.

Nog later kreeg ik een nieuwe Van Dale, veertiende editie. Drie dikke boekdelen, maar liefst 4138 pagina’s plus een paar extra hoofdstukken die op een middelbare school niet zouden misstaan als geschiedenis- en literatuurlessen.
Ze zijn lastig te hanteren, passen niet op het bureau  of op de bijzettafel, maar ik blader er af en toe in en vind nog steeds mooie woorden en uitdrukkingen. Google is voor de oplossingen, dan heb ik alsnog wat geleerd.
Quid hoc sibi vult?
==

Geluk is… ?


Het geluk is met de dommen, goddelozen, smeerlappen. Ieder heeft zijn eigen voorkeur. Bij het kaarten hoor je ook ‘beginnersgeluk’ roepen. En er is het ‘zondagskind’.
Je neemt dit niet serieus, het zijn loze kreten, soms gebezigd om maar wat te zeggen of om lollig te doen dan wel als plagerij.
Ik kom hier op door iemand die haar nood klaagde.
Leeftijd, aftakeling, gebreken bij de vleet. ‘Je wordt er ook zo lelijk van,’ zei ze.
We zwegen even.
‘ Maar jij,’ ging ze verder, ‘hebt mazzel. Je was altijd al een zondagskind.’
Ik stond paf. ‘Geloof je in zoiets??’
‘Dat was je toch?’
Inderdaad ben ik op een zondag geboren, het is me uitentreuren onder de neus gewreven.
Wat me verbaasde is dat zij werkelijk dacht dat ik gespaard bleef voor de jaren.
Ik vertelde dat ook ik met al die narigheden zou worden opgescheept. Dat ik allang oorklachten had en stijf werd als een deur en sinds de armbreuk een half wrak was en nog veel meer, ik ben simpelweg een paar jaar jonger.
‘Het zondagskind-idee is bijgeloof,’ legde ik uit.
Het hielp niet.
‘Je kunt lullen wat je wilt, je bent veel beter af dan wij.’
En weer wist ik niet wat te zeggen.
Niet één uitleg zou voldoen.
=

Bij

Terzijde

De waslijnbij   zocht me weer op.
Vlak voor me ging hij op een van de weinige passiebloemen zitten. Ik herkende hem aan zijn arrogante pony/bontje/achterkant.
‘En,’ vroeg ik vilein, ‘ben je al naar Nachtschone’s zoetigheid geweest?’
Hij kroop een rondje, slurpte wat maar gaf geen antwoord. Was zeker afgewezen.
Hij mompelde. Ik verstond het niet, het klonk chagrijnig.
Oei, gauw verzon ik iets vriendelijks. ‘Hoeveel voedsel rooi je op één dag? Is het ’n beetje de moeite?’
Hij wachtte even . ‘Niet in dit tuintje.’ Ik proefde minachting.
‘Wat doe je hier dan nog?’ vloog ik op.
Hij zoemde naar me toe. ‘Deze bloemen trekken me. Ik voel compassie voor hun uitgedroogde familie.’ Hij sloeg een eerbiedig kruisje.
Aaach, dat had ik niet verwacht. Het verzoende me.
‘Je mag hier gerust blijven hoor, zal ik een bos verse bloemen voor je kopen en naast de vijver zetten? Lekker fris….’
Hij werd een beetje dol en ik deed een stap achteruit.
‘Vrouw, je stokrozen zijn slecht, deze bloemen sterven onder je ogen , je vijver staat bijna droog en de rest is ook niet veel soeps. En dan durf je me een bos imitatie aan te bieden??’
Geërgerd schudde hij zijn bontje/pony/achterkant. ‘Geen wonder dat ons volk op instorten staat.’ Zijn luide gezoem stond op springen.
Tja. Goh. Nou.
Ik wist niet wat ik moest zeggen, hij was al weg.
==

De visite is weg


Nu had ik geen tijd om een logje te bedenken.
– Daar ligt de wereld niet wakker van, er zijn hordes mensen die nooit wat bedenken. Waarom zou jij dan klagen.
Ik klaag niet. Ik zeg alleen dat ik geen tijd had.
– Ik weet het, je zegt maar wat. Jij zegt heel vaak maar wat, waarom eigenlijk?
Dat is jóuw interpretatie.
– Zucht.
Wat nou weer?
– Je bent toch niet verplicht te schrijven?
Nee, ik vind het gewoon leuk.
– Als je echt zo nodig moet, schrijf dan wat zinnigs.
Waarom? Een weblog is geen kerkboek.
– Nee, maar een beetje ernst zou op zijn plaats zijn.
Kom op, wie is daar bij gebaat?
– Het brengt de mensen tot nadenken.
Tsss, je praat als een schoolmeester.
– En jij kletst als een politicus.
==

Dag winkeltje

Vanmorgen een kritische blik geworpen op het uitdrogende plantenspul.
De druif is het sterkst, hij blijft niet alleen knap, hij groeit als Hamelinks Ranonkel
Een paar anderen doen het ook aardig, hoogstens zitten ze wat kneuzerig in hun vel.
Maar wat heel erg jammer is is dat de passiflora de hoogte ingaat en tegelijkertijd de meeste van zijn bloesems en bloemen laat vallen. Meer dan een tiental kleine groene vruchten heb ik nog niet gezien.
En ik had juist zo’n fantastisch plan uitgewerkt om een passiefruithandeltje op te zetten.
Schetsen gemaakt van het voorraam als etalage, een scholiere gecharterd als weekendhulp, een handelsnummer aangevraagd bij de KvK, afspraak gemaakt met de bank, kortom, ik hoefde alleen nog te wachten op de vruchten.
En dat schiet niet op.
Een paar onrijpe jonkies heb ik geplukt en de groenteboer getoond voor advies, ‘Wat denkt U, wordt het nog wat?’
Verwonderd keek hij van mij naar het fruit voor hij antwoord gaf, ‘kWeet niet, appelen misschien?’
Mismoedig ging ik naar huis en bekeek de struik. Takken vol aangetaste knoppen, een paar onrijpe ertussen en een stoep die bezaaid was met verdord spul.
Triest, de geest gegeven voor hun fruitige leven begon.  Al de passie die verloren gaat. En mijn winkeltje.
Dàg villa in Monaco, dàg trip naar ISS
Snik, één traantje mag wel.
Het zij zo.
Het leven gaat door al ontbreekt nu de passie.
==

Bij de waslijn.

Er zoemde een bij langs de stokroos. Hij bleef rondjes draaien rondom de uitgebloeide bloemen. Na een poosje kwam hij naar me toe:
‘Je hebt slechte stokrozen, weet je dat?’
‘Hoe kom je erbij?’  Beledigd keek ik hem aan.
‘Er zit niks in,’ snoof hij.
Wat moest ik daar nou mee. Ik legde het uit.
‘Kijk, ze zijn verdord en de honing is op. Snap je?’
‘Nee. Dat snap ik NIET.’
Hm, een stijfkop Of snotneus? Ik probeerde hem uit te horen. ‘Je bent zeker nog erg jong?’
‘Mevrouw, ik zit al een week in de  buitendienst,‘ sprak hij hautain. Hij vloog wat hoger en keek op me neer.
‘Nou, dan heb je nog even. Zoek maar een andere bloem, ginds staat een volle struik nachtschonen. ‘ Ik wees. ‘Een paar rozen, enkele lissen, sedum…’
Nu keek híj beledigd.
‘Denk je echt dat ik aan nachtschonen begin?? Waar zie je me voor aan?’
Nou ja zeg, een bij met kapsones.
Hier wilde ik niet mee verder. ‘Dan niet. Ik heb geen tijd meer. ‘
Hij hield in, zweefde heel dicht langs mijn gezicht en keek me diep in de ogen.
‘Vrouw,’ zei hij, ‘zou jij ’s nacht op pad gaan voor een beetje zoetigheid?’
Ik dacht na.
‘Je moet nog veel leren.’
==

Regen

Rond vijf uur vanmiddag stopte de wind.
Het golfplaten afdak tikte.
De stoeptegels spikkelden.
Het regende.
Ik zat er voor de helft in en liet me de druppels aanleunen. Lekker, na de stoffige warmte.
De tuin had het nodig maar het duurde even voor de zanderige bovenlaag het water doorliet. In stroompjes kronkelde het tussen de planten en pollen, hooisliertjes meenemend maar allengs werd de bodem zoals hij moest zijn. Voedzaam en nat.
De bloemen richtten zich op, ik zou zweren dat ze kleurden, knaller rood en dieper roze.
Als het groen zou zingen had het me niet verbaasd.
Het is dan ook een ideale regen. Gestaag, rustig. Geen keiharde plenzen.
Nu, ongeveer negen uur, gaat het nog steeds door.
Ik hoop dat de barometer zich inhoudt en het vannacht blijft regenen.
==