Quiz

Zojuist keek ik naar Eén tegen Honderd.
Niet dat ik een fan ben van Tensen, RTL of de Postcodeloterij, het gaat me om de eenvoud. Jammer dat ze er een bel-prijs bij verzonnen maar daar heb ik geen last van, het wordt niet breed uitgesponnen.
Geen toestanden met ‘lollige’ ingehuurde panelleden en presentators, daar kan ik niet  tegen.
Ook niet wanneer Linda aan het roer stond, ik vind haar best een sympathieke meid maar het gedoe met die koffers en de rest vind ik vreselijk.
Daar wind ik me over op en moet me inhouden om ze niet van het scherm te jagen.
Gelukkig ben ik zelf baas over de ab.
Heel af en toe zie ik een stukje van zoiets. Noodgedwongen, bij een visite of zo.
Dan durf ik niet te eisen: tv uit of ik ga, stel dat ze de tv aan laten.
De vroegere familieshows met Ron of Linda bekeek ik ook zelden.
Het waren avondvullende kwissen met mooie prijzen en eigenaardige opdrachten, ze boeiden me niet. Te ingewikkeld en het duurde en duurde maar, intussen had ik een half boek gelezen.
Ik heb er geen hersens voor.
Ik geef het toe, ik ben een simple mind.
Daar staat tegenover dat ik gauw tevreden ben: vraag en antwoord. Meer hoeft niet.
In de politiek zou ik het ook graag zien maar die sector is nog vervelender dan alle tv-kwissen bij elkaar.
We kunnen het zien,  woensdag bij Pauw, bij het debat met Rutte en Baudet.
Ik houd uit voorzorg een boek bij de hand.
Pauw deelt geen prijzen uit. Hoop ik.
==

Advertenties

Gezondheid opgedaan voor een jaar. Minstens.

Er was een Gezond Leven Event, van Hart in Actie.
Een beurs in een groot fitnesscentrum waarin ontelbare kraampjes waren opgezet, korte demonstraties werden gegeven van karate en taekwondo,  gezonde sporten voor senioren en wat ik vergeten ben.
Veel geslenter, babbeltjes, luisteren.
Oefenpop van EHBO, ademhalingstechnieken, massagebedden en – stoelen al of niet op stroom, en meer, er waren mensen die het uitprobeerden en stiekem lekker uitrustten. Gezonde hoofdkussens van € 99, daar mochten we nièt op liggen.
Het was zo gezond allemaal dat ik verwachtte mijn kwaaltjes daar kwijt te raken, ik keek al rond naar een kraam met wedergeboortes van oude vrouwen met elastieken benen. Helaas.
Uiteraard waren er ook gezonde voedingtentjes maar de reclamekraam met aardbeien en perziken (Janlinders) was pas echt vurrukkulluk.
Het allerbeste was de Nieuw-Zeelandse rabarber. (plaatje is vaag maar als je goed kijkt zie je de opvallend grote groente).
Mijn eerste gedachte was dat je daarvan met één steel een rabarbertaart kon maken. Jamjam.
Het vooruitzicht alleen al maakte het geslenter goed.
En dat we bij de uitgang een appel mochten pakken.
Het lukte nog net, bekaf als we waren.
==

Niet alles is wat het lijkt

Van twee broertjes was de één ’n stille jongen, de iets oudere een vrolijk en extravert kind.
Zoveel mogelijke waren ze samen, op school en met buurtspelletjes.
Daarbij raakte herhaaldelijk een kind gewond waarna het naar huis werd gebracht door het sociaalvoelende broertje dat met wijdopen ogen verhaalde van een valpartij of struikelwerk.
Ouders keken twijfelend naar het stille broertje dat achteraan stond en niets zei. Wantrouwend.
Wist het zwijgende kind dat de vrolijkerd bij elk spel stiekem duwde, schopte, speelgoed vernielde? Omdat hij niet tegen zijn verlies kon? Verteerd werd door jaloezie? Begreep hij de manipulatie?
Misschien.
Het deed er niet toe, zijn bewondering voor grote broer was grenzeloos.
==

Gedoe bij de kassa


‘Denk je aan de koek en vergeet de pudding niet. Sigaartjes…’ jengelt opa.
‘Kom op, je hebt nog een doosje liggen, we zijn zo thuis.’ Jachtig been ik naar de kassa om zijn gemeier te stoppen.
Die slome caissière. Nou gaat ze weer uitgebreid haar neus snuiten, is ze nog verkouden ook.
Jaaaa, we gaan door, nog twee vrouwen voor me. Hoera en opa houdt zijn mond, pffff.
Dan gebeurt het.
Er stoot me een man in de rug, hij duwt opa’s rollator bijna omver en klimt over de twee voorgangsters, roepend dat hij niet lang kan stilstaan. Hij gooit een paar euro’s en een zak chips op de band en wacht, trappelend van ongeduld.
Ik ken hem, razend word ik op die vent, een slijmerige zestiger die zich in alle winkels voordoet als een zielig ouwetje dat last heeft van zijn benen. Of rug. Van wat dan ook. En maar klagen.
Nu gaat hij te ver.
Als een wilde kip vlieg ik hem achterna, trek hem aan zijn kraag omhoog en zet hem op zijn plaats, achter mij.
‘Wachten!’ bijt ik hem toe. De caissière, onverwachts vlot, gooit hem enthousiast de chips en euro’s achterna. Ha!
Rust in de tent.
Het is wel èrg rustig. De klanten handelen stilletjes hun boodschappen en telefoontjes af en dan zijn we zover.
Opgelucht doen we de spullen in tassen en stappen op .
Hé, wat is dat nou? Politie die binnen stormt?
‘IN NAAM DER WET…’ buldert de een, ‘… HALT!’ schreeuwt de ander. Tegen mij! Verbluft kijk ik hen aan.
‘U heeft een man geworpen en een paar vrouwen bevlogen.’ Hm, niet slecht voor een korte kassapauze, dunkt me.
Fatsoenshalve houd ik me in en leg uit van de slijmerige zestiger die het eerst vloog en dat ik de vrouwen niet aangeraakt had.
Ze protesteren luid, de slijmerd jankt, de caissière verdedigt me en rent daarna een paar klanten achterna die zonder te betalen wegsluipen, kortom, het is een zootje.
De agenten kunnen het niet bijbenen en verdwijnen tenslotte.

Dan gaan wij ook weg, opa met een sigaartje tussen zijn vingers.
‘Hoe komt U daar nou aan?’
Gelukzalig neemt hij een trekje. ‘De kassajuffrouw had het zo druk, de arme meid…’

© Bertie

Film. Film??


Geloof het of niet: ik ben naar de film geweest. Net terug.
Onverwachts belde iemand die vroeg of ik meeging , ze wilde niet alleen en om me te paaien stelde ze een hapje en glas voor na afloop. Ze weet van mijn ongeduld voor films.
Ik heb me nog vermaakt ook.
De titel was Tulipani
Het gaat over een Zeeuw in Italië in de jaren vijftig, liefde en dood, omkoping en meer.
De recensies zijn niet allemaal erg lovend maar ik vond het een schattig verhaaltje. Weet ik veel.
De vijf of zes kwartier heb ik moeiteloos uitgezeten, zelfs de te voorspellen scènes vond ik te pruimen.
Ik kan er nog steeds niet over uit.
Bertus naar de film.
De laatste die ik zag kan ik me niet eens herinneren.
Hoe bestaat het.
=

Oranje


Ondanks de wind is het best aardig weer, zonnig en groeizaam.
Dat vindt de papaver ook. Gisteren zat de knop nog dicht, vanmiddag is hij eensklaps helemaal open en geeft meteen kleur aan een stukje saaie muur en achter hem zitten al een paar nieuwe mollige knoppen.
Door het vangen van de avondzon lijkt hij licht te geven. Daar geniet ik van.
Het maken van opium is me nooit gelukt, ik doe maar net alsof de schoonheid me bedwelmt, ook een soort roes.
Het (oranje-) koningshuis zegt me niets maar als ze eruit zouden zien als deze bloem, en ook de korte bloeitijd aanhielden, zou ik ze misschien bewonderen.
=

Fruitbomen in bloei.


Daarmee  begon het.
Dan hoefden we maar te wachten tot we stiekem naar het erf konden.
Als indianen door het gras sluipend zochten we naar afgevallen peertjes. Of appeltjes, wat er maar op de grond lag.
Lekker waren ze niet. Hooguit een paar centimeter dik, groen, onrijp en bitter, door de boom als overschot afgestoten.
We aten er gretig van. We moeten gekokhalsd hebben maar dat herinner ik me niet.

Gestolen goed gedijt niet.
Straalmisselijk werden we, krampende buikpijn was ons deel en elk jaar kregen we iets lulligs te horen als ‘het gaat wel over voordat je een jongetje bent.’

Achteraf denk je: wat bezielt kinderen.
Tegen beter weten in, buikpijn op voorhand incalculerend en boze ouders erbij. Vooral mijn vader werd razend, we mochten helemaal niet op het erf komen.
En toch deden we het weer.
Ik geef niet graag toe dat we dom waren, maar wat dan wel?
==

Over taal.


Moe was tamelijk fel op net taalgebruik.
Dit was niets bijzonders, dat waren de meeste mensen.
Het gros van de klasgenoten werd op gelijke manier opgevoed, vloeken of schunnige taal hoorden we zelden.
Toen kwamen we in Oost-Brabant te wonen.
De taal was anders. Makkelijker. Niet minder fatsoenlijk, wel vriendelijker.
Het kostte Moe moeite er aan te wennen maar ze deed haar best.
‘Nondeju’ accepteerde ze zonder commentaar, zij het met tegenzin.
Ik genoot ervan.
Niet omdat ik graag vloekte, het was het gemak waarmee de mensen omgingen met hun taal zonder zich niet-netjes te voelen, het kwam niet eens bij ze op.
Zoiets als vrijer zijn vergeleken bij de Hollandse beknotting.
Het zal een van de verschillen zijn geweest tussen Holland en Brabant.
Taal verwoordde die verschillen.
Of ze nog steeds bestaan weet ik niet zeker, ik vermoed van wel.
==