Planten en mensen

Vaste planten zijn loeisterk, je merkt het elk jaar opieuw.

Deze ooievaarsbek wringt zich moeiteloos tussen voegen van tegels door.  Je vraagt je af hoe ver hij ondergronds gaat, hij komt op verschillende plekken tevoorschijn of het nu op twee of tien meter van de moederplant is.
Je gaat bijna vanzelf denken aan de familiebanden die bij mensen soms heel sterk aanwezig zijn.
Het-bloed-kruipt-waar-het-niet-gaan-kan zou je kunnen vergelijken met ‘de wortels groeien waar ze niet door kunnen’.
Zijn in andere  gewassen ook eigenschappen te vinden, overeenkomend met die van mensen?
Gras bijvoorbeeld is gauw tevreden, het groeit overal afhankelijk van de soort.
Orchideeen  zijn als de prinses op de erwt, ze doen het juist niet overal.
Paardenbloemen lijden aan een minderwaardigheidscomplex, zodra ze volwassen zijn blazen ze zichzelf op.
Enzovoorts.

Tot zover mijn plantenkennis.
Meer weet ik er niet van.

Advertenties

Vrijheid, blijheid

Hoe goed je het hebt als – gezonde- gepensioneerde bleek vandaag weer.
Wat zal ik het eerst doen, dacht ik vanmorgen.
Strijken? Op bezoek? Verven? Schrijven? Ramen? Anders?
Ik had het voor het uitzoeken en het was allemaal nodig.
Maar ik kon niet kiezen en heb er de rest van de dag over nagedacht.
Tijdens het spitten, poten, en andere buitenklussen. Dat wel.

Hoe alles vervliegt. Impressie.

Emoties gaan luwen
vriendschap vervlakt
gemis en begeerte verzachten in weemoedig sentiment.
Berustend in tegenspoed
wordt voorspoed nauwelijks omarmd…

Lang geleden leerden we een vrouw kennen die ver in de negentig was.
Ze had iets achteloos’ over zich, alsof het leven haar weinig interesseerde.
Het was geen dementie, geen levensmoeheid.
Later zag ik hetzelfde -in mindere mate- bij enkele andere hoogbejaarden.
Het intrigeerde me. Het leek me een natuurlijk verloop, terug naar een blanco gevoelswereld om dan, wanneer heftige emoties verwerkt zijn, in alle rust te overlijden.
Misschien is dat de gewone weg en slijt niet alleen het lichaam, ook de geest.
Ik weet het niet.
Maar nieuwsgierig ben ik wel.
Naar hoe we zelf zullen zijn mochten we die leeftijd halen.

Reuzenwesp of hoornaar?

‘Hoor je dat vreemde geluid? Zeker een nieuw soort helicopter.’ Kennis keek op.
We gingen naar buiten maar zagen niets en hoorden ook niets meer.
Weer binnengekomen vloog het vreemde geluid ons om de oren. We schrokken.
‘Tjeuss, dat moet een libel zijn, wacht, ik stuur hem naar buiten.’
Zwaaiend met een krant tikte hij het geval aan dat haastig de keuken in dook en zich verschool achter de de radiator.
Geschrokken keken we hem na. Het was geen libel maar een bovenmaatse wesp. Een hoornaar, denk ik.
We vonden hem niet meer en hoopten er het beste van.
Het zat me niet lekker. Van de meeste steekbeesten ben ik niet erg bang maar dit gevaarte vond ik eng, zo fors en luidruchtig, zal hij ook wel een groot ego hebben.
In sluipgang door de keuken en vooral niet kuchen of zoiets leek me het veilgst.
Het was onnodig. Plotseling liet hij een korte en zeer luide zoem horen en viel voorgoed stil.
We zochten en vonden hem op een schoteltje in de gootsteen. Gekrompen want kromgetrokken alsof hij buikpijn had, wie weet?
Voor de foto probeerden we hem recht te trekken.
Het lukte niet, hij hield zijn poot stijf. De andere vijf  ook trouwens.
We rouwden niet.

Vermoeiende herinnering

Vergeten hoeken heb ik gesopt, garage en schuur moesten leeg om te schrobben.
De serre kreeg een sopbeurt.
En de vliering, die had al jaren geen dweil gezien.
Het kwam door de groene zeepwoede die me in de greep had.
Ik had een pot in huis gehaald om een paar vette dingen op te knappen.
Daardoor herinnerde ik me de verheerlijking van dat spul, vroeger.
Groene zeep, god wat stonk die troep, we waren blij dat moe het niet vaak gebruikte.  Ik weet ook nog dat het goede diensten deed, complete woningen werden ermee gereinigd en blonken minstens twee dagen.

En toen kreeg ik de geest. Dat wilde ik ook al weet ik niet waarom.
Ik leegde en veegde, werkte als een bezetene.
Enorme stofwolken wierp ik op, de KNMI kwam op werkbezoek na telefoontjes van nerveuze buren die meenden een plaatselijke klimaatverandering te aanschouwen.  Daarna belde de vuilnisophaaldienst wanneer ze de afvalhopen konden ophalen, ze belemmerden het uitzicht van het blok achter ons. Enfin, zeikerds heb je overal.  Éven bedacht ik de hele straat te laten onderlopen  maar dat idee liet ik varen.
Zo wraakzuchtig.
Na de commotie kon het echte werk beginnen met emmers heet water en vette klonten Driehoek (bestaat nog steeds).
Daar had niemand last van,  dat schoot het lekker op.

Mijn aanval is voorbij.
De pot is leeg.
Nu het verfwerk nog, oud tafeltje en kastje  worden vernieuwd.
Ja, ik heb genoten van het mooie weer.☼

man – stoel

Een man zet zich
Hij is zwaar en past met moeite tussen de armleuningen.
De stoel zucht.
De man hoort het niet, gewend als hij is aan geluiden. Zijn lichaam zit er vol mee, het borrelt, kleddert, drupt en kraakt.
De stoel heeft genoeg van de overlast, slijtage plaagt hem en hij speurt naar wraak.
Hij zoekt en vindt een loszittende spijker, wurmt hem rechtop onder de zitting en wacht.
De man komt binnen, de stoel grijnst een boosaardig gna-gna-gna.

Er staat een ambulance.
De broeders komen naar buiten , zij dragen een stoel waarop een dikke man zit. Er stroomt bloed langs de poten, de man huilt en vloekt.
De stoel ook maar zijn ergernis wordt niet gehoord.
Wie luistert er nu naar een stoel.

Zomer in april

Het was buiten al lekker, morgen en overmorgen wordt het nog beter.
Om voorbereid te zijn paste ik het badpak.
Het sluit ’n beetje strak aan, ik weet nu dat het op de leest moet.
De vijver is nog niet zomerklaar. Duikplank en reddingsboeien liggen op de vliering, drijfmatten zijn versleten en de trap is bros.
Dat wordt een flinke klus voor volgende week.
Ik hoop maar dat de waterjuffers geduld hebben en het weten te waarderen. Ze zijn nogal nuffig.

Veel gedoe, zo’n zonaanval.
Daar staat de opluchting tegenover als alles klaar is en je buiten zit met grote glazen gekoelde ran- of groenja.
Spannend boek erbij, verheerlijkt sabbelend op een ijsgekoeld chocolaadje.
Vooruitzichtje hoor.

Vol verwachting

Vanmorgen vroeg, het was nog donker – werd ik wakker met een onbenoembaar blij gevoel. Er was iets, iets positiefs. En toen wist ik het weer.
De slaap kwam terug.
Een uur later werd ik opnieuw wakker, nu had ik het meteen.
Uitgeslapen stond ik op, deed de gewone dingen en zette me aan het ontbijt dat door de opwinding nergens naar smaakte. Alleen de koffie trok zich niets van de stemming aan.
Het nieuws van half acht kwam door maar raakte me niet.
Het weerbericht ging langs me heen, reclame merkte ik niet op.
Ongedurigheid beving me.
Ik duwde de klok vooruit.
Tokkelde op het tablet, zag dat de klok terugsprong, hoorde de bel in alle geluiden. Het gerasp van de kauwen klonk precies zo.
Maar dan was de tijd daar en kon ik rechtop staan,  naar de voordeur lopen en de brenger om zijn hals vallen.
De nieuwe wasmachine arriveerde.