Verdwaald

Afbeelding

Advertenties

Herfstbed

Nee, geen matras van afgevallen bladeren, het is de beginnende kou die ik bedoel. Zodra de zomer ten einde loopt zie ik dit als een voordeel.
Hoe het anderen vergaat weet ik niet maar ik kruip er dagelijks met meer plezier in. Het duurde vrij lang voor ik na de de dood van echtgenoot de draai kon vinden maar het kwam goed.

Hoe lager de temperatuur hoe liever ik het heb.
Vannacht ongeveer 5°C, binnenkort vorst aan de grond, misschien al ergens geweest.
Des te beter.
Tot nog toe onder een laken en een dunne deken, straks het dekbed om me er helemaal in te rollen. Bijna een gymnastische onderneming maar dan lig ik zalig.
Het doet me denken aan de tijd dat ik tussen twee grote zussen mocht slapen en, nieuwsgierig luisterend naar verboden verhalen, langzamerhand warmer werd tot ik in slaap viel.
(Dit kwam niet vaak voor, alleen als er logees waren. Zussen vonden het trouwens niet prettig dat ik grote oren had maar dat terzijde-).
De herinnering is al voldoende om het bed extra te waarderen.

Tussen 11 en 12 maak ik me op voor de slaapsessie. Strakgetrokken onderlaken, rekken en gapen, gsm en tablet nakijken, nog één maxigaap en dan de laatste stap.
Naast me ligt leeswerk, huistelefoon, tablet, schrijfspullen. Waarvan ik zelden gebruik maak, mijn ogen vallen te snel dicht. De tv en radio doen het niet, ik kijk en luister toch nooit.
Er stopt een auto in de straat, verderop slaat een portier dicht.
Een buur laat de hond uit.
Iemand praat nog wat, vager en vager.
Ik soes weg.
En ben van de wereld.
-=

PS  vergat nog de blik onder het bed😈.

..

Afval dumpen

Een brutaal verschijnsel, zeg maar gerust onbeschoft.
Het bestaat al zolang ik me kan herinneren. Vroeger was er weliswaar minder afval maar het beetje dàt er was vond je overal. Op zwembadvelden en stranden, in berm en bos, de eerste plastic tasjes.
Zouden wij nooit doen. Dachten we.
En toch deden we het, op een zondagnamiddag.
Bijna.

We waren bij een kennis die ons overviel met een paar kilo aardappelen. ‘Kijk,’ zei-t-ie, ‘hartstikke lekkere piepers maar ik heb er te veel an, nemen jullie de rest maar mee.  Zonde om weg te gooien. Gezond want onbespoten,’ prees hij aan.
Dat kon je wel zien, overbluft pakten we de jute zak  waar paarswitte stelen door de stof staken. Ik protesteerde. ‘Ze lopen al al uit, hoe oud zijn ze wel niet?’
Hij wuifde mijn woorden weg. ‘Gaat nog best.
Enfin.
Op de terug weg zat ik met die troep aan mijn voeten.
‘Het stinkt nogal, kun je ergens stoppen om het weg te gooien? Tenslotte is het natuurlijk afval, het rot vanzelf weg.’ (Er waren nog geen kliko’s)
‘Uhm, ja, ik rij wel door het bos.’
Dat deden we. Maar het was een mooiweerdag: overal wandelaars en fietsers die op je vingers zouden kijken. Daar had echtgenoot een hekel aan.
Daarna langs stille weilandweggetjes. Over binnenwegen langs de Maas. Uiteindelijk kwamen we in een natuurgebiedje met grote afvalbakken. Helaas, ook daar waren teveel pottenkijkers. We durfden het niet, bangebroeken als we waren.

Thuisgekomen verdeelden we ze over een stapel kranten zodat ze in de vuilnisemmer konden, telkens één lading per ophaalbeurt.
Maar met wat meer lef  zou ik het zonder gewetensbezwaar in de berm hebben gegooid.
Leek me minder erg dan de lollystokjes, kogelfkesjes, snoepzakken  en andere narigheid.
=

.

Wakker worden.

De dag begon met weinig zin
ik zag het aan een wolk die
somber voor’t raam verscheen.
Da’s lekker, dacht ik, moet ik zo de morgen in?
Slomig en saai was het duffe beeld
van donker-wit naar
antraciet, als een narrige duivin.
En net zou ik  terug naar bed gaan toen
een tegendraads gezicht opkwam
schattig als een luchtgodin.
Ik klaarde op en knipoogde
naar het wonderlijke ding
‘weet je dat ik je bemin?’
-==
Bertjens/Bertie ©

Bloei

De aardpeer-of-topinamboer/  heeft bloemen.
Je hebt een ladder nodig om ze te zien maar vanuit de bovenverdieping lukt het wel. De kleur is lastig te onderscheiden, toch zie je de punten van de kroonblaadjes. Echt aards.
Ik hing de halve dag uit het raam en keek en keek.
‘Wat is er aan de hand?’ riep een vrouw. ‘De aardpeer bloeit,’ riep ik terug.
‘Ist waar? ik ga meteen bellen.’  Ze informeerde het streekblad.
Dat stuurde een reporter die binnen tien minuten met me mee keek.
‘Great,’ was zijn ontroerde commentaar,  hij seinde de grote kranten in.
Ook die waren belust op mijn aardperenbloemen. Met groot apparatuur stonden ze in het achtertuintje, de dakgoot en het bovenraam en richtten telelenzen op de plant die er koud noch warm van werd, hij bloeide lustig voort.
Zoiets wekt natuurlijk nieuwsgierigheid; de hele straat liep uit en de volgende ook. Het gonsde door de buurt: Bertjens’ aardpeer staat in bloei.
Dat kwam de NOS ter ore, die vloog onmiddellijk in.
Het Journaal pronkte met dit bijzondere item, oogstte wereldwijd bewondering voor de alerte nieuwsgaring. De trots was groot.
De mijne ook.
Ik droom er nog van.

Niet gezien?
Dan was U waarschijnlijk op de kermis die drie straten verderop stond te loeien.
Daar was zoveel te zien en te horen dat wij in het niet zonken.
Met bloem en al.
==

Geen aanleg voor boerin

Voortbordurend op het  boerenevenement besef ik dat ik weinig wist van het dierenleven ondanks de aanwezigheid van kat, hond, kippen en konijnen in mijn jeugd.
Ook zag ik dagelijks koeien in de wei achter ons erf, schapen, paarden.
Hoe kwam ik dan zo dom?
Desinteresse, neem ik aan.
Koeien aten gras en veekoeken (die we zelf ook stiekem proefden).
Paarden en schapen aten gras.
Konijnen waren gek op, inderdaad, gras.
Kippen lustten alles wat moe uitstrooide, meestal etensresten vermengd met maïskorrels of iets dergelijks, daar bemoeide ik me niet mee sinds ik wurmen aan een snavel zag hangen.

Ik zou niets terecht brengen van een gezonde veestapel.
Dat bleek toen iemand ons een konijn cadeau deed. Ik wilde het beestje een speklap voeren maar echtgenoot greep in.
Niet dat het wat uitmaakte, het dier eindigde uiteindelijk bij iemand die van konijnen hield. In de pan.
Met hond en kat was het handiger, de supermarkten stonden bol van gericht voer, je zou er zelf trek in krijgen.
Cavia’s en hamsters werden door de kinderen bevoorraad wat ook maar beter was. De parkiet daarentegen ontsnapte, nooit meer teruggezien.

Voor boerin was ik duidelijk niet geschikt.
Voor mensen wel, ik maakte fijne patat en zalige appeltaarten en wat denk je van knapperige verse sugarsnaps. Bloemkool in tweekazige saus. Citroenrisotto. Verse tjap tjoy. Enzovoorts.
Maar daar hebben koeien en zo natuurlijk niets aan.
Ze zouden me uitlachen.
Weten zij veel.
==

Vrijdag de Dertiende


Opstaan aan de verkeerde kant. Bons, kunstbeen vergeten.
Douchekraan te heet. Met de rechterhaak smeer ik brandzalf op de linkerhand. Au, grrrr.
Verder geen narigheden tot de hond me begroet, de lieverd.
Hij springt schouderhoog voor een stevige lik en… hè? donker?? Jasses, hij heeft het goeie oog geraakt en het glazen ziet niks. Halleluja, daar word je wakker van.
Tastend vind ik de kraan en spoel mijn oog schoon. Dit gaat tenminste goed.
Koffie. Ik zet …. wat krijgen we nou? Een bijl in de deur?  Brandweer dringt binnen, paniek, ik word naar buiten gezwierd, wasterandehand??
Niet te geloven,  s
taan de bovenburen in de fik en ik had niks gemerkt, gehoorapparaat ligt nog in het zeepbakje.
Moet de dag nog beginnen..

Kunstbeen, haak, glasoog en hoortoestel gooi ik resoluut in de vlammen.
Ik heb er toch niets aan.
=

 

Landbouwdag


Zondagmiddag waren we ook even op een groot dorpsevenement in de omgeving, voornamelijk gericht op boeren.
Er waren grote en oude machines. tractor-pulling, een passend springkussen, rockmuziek en andere bands, heel veel gezinnen en senioren maar ook jongeren in overwegend spijkergoed, bier en friet, bier en friet, enzovoorts.

In een open stal zaten koeien aan hun hooimaal, net zo nieuwsgierig naar ons als wij naar hen. Een rijk gezicht.
De stemming was ondanks de drukte gemoedelijk.
Gezellig.
En toch.
Hoe aanstekelijk het ook was, vooral de rockband, het is niet mijn wereld.
Ik kan me niet voorstellen dat we er als tieners naar toe zouden zijn gegaan.
We dachten er over na hoe het zou zijn.
Wie weet was ik dan getrouwd met een boerenknecht; zette ik koeien aan de melkmachine of hielp Bertha 3 met haar kalf.
Natuurlijk nooit met een echte boer, dat was een paar klassen te hoog gegrepen voor arbeidsdochters.
Maar dat is speculatie.
Je wist sowieso niet op wie je verliefd zou worden, er waren aardig wat  jongens in de aanbieding en de kans dat ze iets met het boerenleven te maken hadden – al was het zijdelings- was groot.
Varkens, kippen, maïs, voederbieten, dat ie het eerste wat in me opkomt bij herinneringen.
En Homburg of de pluimveeverwerkende bedrijven.

Hoe dan ook, ik ben er doorgekomen zonder lijntjes naar vee en landbouw.
Maar bezoek aan een dag als dit is best leuk, alleen al door de stevige muziek.
=

Buiten

Schuttingen en stenen muren zijn over het algemeen niet echt mooi.
Als fervent buitenzitter wilde ik ze iets aantrekkelijker maken, en richtte een klein gedeelte anders in,  meer leefbaar.
Luxueus is het nooit geworden, dat was ook niet de opzet.

Echtgenoot zette voor de zijkant een houtscherm van 2X2 meter, de andere zijkant is baksteen. De breedte ongeveer 4 meter.
Golfplaten met gootje erboven. Klaar.
Klimop er tegenaan.
Naast de tuintafel heb ik er een oude rotan bijgesleept, het panterkussen in de luie stoel gelegd, een Actionprent opgehangen en oude vliegenslierten om de passiflora in te tomen die ik af en toe moet bijknippen, hij is nogal druistig in zijn groei.

Toen ik er de afgelopen zomer (bijna) sliep werd dit fotootje gemaakt dat me vanmiddag pas onder ogen kwam.
Zonder gezicht maar de houding verraadt hoe zalig ik er zat, in mijn eigen minibuitenhuis.
==
ps
De achterkant bestaat grotendeels uit tuindeuren.
Die laat ik niet zien, ik lap de ramen niet elke week.