Van eikels en miniknaks

Niet nadenkend, vaag rondkijkend, zo liep ik naar de winkel.
Plotseling zag ik iets bekends op de stoep liggen.
-Hé, een miniworstje. Wie verliest zoiets nou?- dacht ik.
Een stukje verderop lagen er nog meer. Ik snapte er niets van tot ik een gescheurde vuilniszak zag waar van alles uitpuilde.
-Natuurlijk, daar komen ze vandaan- begreep ik.
Ineens viel het me op dat de hele straat bezaaid lag met miniworstjes. Wat raar.
Toen pas zag ik dat het geen worstjes maar eikels waren.
-Och ja, oktober, het is er de tijd voor-  herinnerde ik me.

Ter verontschuldiging: ze lijken echt op elkaar.  Als je vluchtig kijkt. En niet nadenkt.
Bent wat mijn moeder noemde: een doos zonder deksel. (het woordje doos had toen nog geen bijbetekenis)

Advertenties

Muis, gisteravond

Roetss en hij was voorbij maar ik had het gezien, een ding dat te groot was voor een spin en te klein voor inbreker.
Onder de radiator door naar de tv-kast en daar bleef hij/zij/LGBT.
Ik vloog op, zette de buitendeuren open en haalde de bezem, stampte ermee op de grond, bonkte tegen kast. Het hielp niet. Hij liet zich niet verjagen, bovendien werd het koud.
Wat nu. Doorgaan met lezen?
Tja, je zit niet rustig wanneer je huis wordt ingenomen.Wat heet, je complete privacy is naar de maan. Echt waar, ik voelde me gegeneerd toen ik mijn vest uittrok.
Toen ging ik maar naar bed.
Lekker liggen deed ik niet, bangelijke gedachten teisterden me. Het dekbed bewoog, het waren mijn eigen tenen. Knagende dromen stoorden mijn slaap. Uiteindelijk bleef ik rechtop in bed zitten tot ik vanzelf omviel.

Vanmorgen gegoogled: hoe raak je een muis kwijt?
Ik had niet de juiste spullen in huis om de muis (of meerderen, wie weet?) weg te krijgen; gif wil ik niet, een kleefplankje en klem ook niet, de buurkat is op vakantie. Bleef over een middeltje met eucalyptus, iets als Dampo of Vicks. Daar schijnen muizen misselijk van te worden.
In alle hoeken staan nu schaaltjes met dampo, het huis geurt alsof het verkouden is.
Het wachten is op een muis die naar de wc rent.
Dan spoel ik hem door.

 

 

Vader en dochters

Ontspannen zoekt Brett de juiste afslag.
Spanje. Vrijheid. Nieuw werk, nieuw land, nieuw leven.
‘Een eigen huis, een plek onder de son,’ zingt ze. Goed,  pappa’s huis maar voorlopig is ze eigen baas en ze gaat ervan genieten, YES.
Het staat leeg en zij mag er in. Lieve pappa, haar zo te verwennen. Hij mag dan teveel vrouwenvlees hebben,voor zijn dochter heeft hij alles over; misschien omdat ze zoveel op hem lijkt? Nou ja, ze vergeeft hem sowieso zijn vriendinnen.
Daar is ze dan, weg van dat stomme baantje bij de helpdesk en ontsnapt aan die suffe Jack. Hij durfde niet mee, hij had het niet op buitenlanders, de lul.
Zij heeft durf genoeg, ze zal de Spanjaarden eens wat laten zien. Met een spiksplinternieuw kappersdiploma op zak gaat ze het maken.
Opgewonden stapt ze uit en bekijkt het huis.
Blij wil ze de deur open maken als er een meisje naar buiten komt. ‘O pardon,’ zegt Brett en doet automatisch een stap opzij. ‘Sorry,’ zegt het vreemde kind tegelijkertijd en zet eveneens die stap.
Wat is dit?  Onbewoond toch??
Nieuwsgierig kijken ze elkaar aan. Trekken dan hoog de wenkbrauwen op.
Hoe kan dat?  Is dit een spiegel?  Verbluft is hun staren, naar eendere ogen, mond, wenkbrauwen.
‘Wie ben jij,’ vraagt Brett tenslotte.
‘De nieuwe bewoonster, Brett. En jij?’ antwoordt het meisje. In het Nederlands.
‘Ik ook.’
‘Maar…’
‘Ik heet ook Brett,  heb de sleutel en ga hier een kapsalon openen.’
‘Hoe kom je op mijn idee? Dit huis is van pappa. Ik heb alle papieren, waar zijn die van jou?’
Ze vergelijken hun sleutels, briefjes met aanwijzingen en officiële stempels tot Brett een lichtje opgaat. ‘Wacht eens…’
Ze bladert en houdt een foto van pappa omhoog, ‘is dit jouw vader?’
‘Hè? Waarom loop jij rond met zijn foto?’
‘Luister,’ begint Brett, ‘mijn vader hield van eh, avontuurtjes…’  en eindigt met ‘…vandaar onze gelijkenis, wij zijn halfzussen, snap je? Hij gaf ons ook nog dezelfde naam, de komiek.’
‘Pfff, geen wonder dat moeder gescheiden is.’  ‘Wat dacht je van de mijne.’
Ze zwijgen, tegelijk en op dezelfde manier.
‘Jeetje. Hij is dus jouw en mijn vader  en heeft ons allebei zijn huis gegeven.’
Ze aarzelen, kijken elkaar aan.
‘Wat vind je ervan, samendoen dan maar? Ik heb al wat spullen.’
‘Tja, er zit niets anders op lijkt me.’
Zo is Spanje een dameskapsalon rijker.
COME 2 BRETT’S staat er op de ruit

© Bertie

Weblogperikelen

Teruggevonden, een stukje uit 2012.
‘….Zabra is nu ook opgeborgen in een tehuis voor oud-weblogs waar Bertjens, Shortstories, Ivi, Decomenik, Shortsories2, Ivi2, Bertjens2, Slibi en nog wat vergeten namen bij elkaar zitten.
Kunnen ze gezellig met elkaar kletsen, moppen ophalen en versjes declameren…

Hoe te verklaren waarom deze weblogs me zo gauw verveelden? Op de meeste kreeg ik aardige reacties, ook bij Punt.
Tegenzin? Jaloezie op betere bloggers? Onvrede met de inhoud?
Ik weet het niet maar er is vast wel iets te bedenken, ook waarom ik telkens opnieuw begon.

Het is me wèl duidelijk waarom facebook niet bevalt (vaak kinderachtig) en twitter me nog geen maand boeide (teveel misbruikt door asocialen). Aan beiden zal ik niet gauw opnieuw beginnen.

Intussen ben ik wijzer geworden. Een klein beetje.
Minder impulsief, ik laat deze weblog staan.
Voorlopig.

Beppie’s vrijer

Toen Beppie haar nieuwste aanwinst thuis voorstelde keek moeder bedenkelijk naar zijn vettige haren en rafelige outfit.
‘Dag,’ groette ze, ‘ik ben Klazina’.
‘Haai, ik heet Carlos, maar je mag wel Klootje zeggen hoor.’
Moeder verbleekte.
‘ O, eh, ja. Kopje thee?’’
‘Ja lekker,  met een rummetje en een worsie erbij,’ antwoordde hij en keek verbaasd naar Beppie die hard begon te lachen. Moeder rechtte haar rug en ging naar de keuken, zette theewater op.  Rum, het idee.
Ze zuchtte. Bep, altijd dwars, nou deze jongen weer.

Er was geen worst. Dan maar wat anders.
Ze wikkelde een augurk in een plak rosbief. Legde het op een schaaltje en maakte het af met schijfjes komkommer.
Bij de thee reikte ze hem het schaaltje aan. ‘Sorry Carlos, de worst is op’. Verbluft keek hij naar de rosbief, gluurde voorzichtig onder de komkommer. Wantrouwig keerde hij de hap ’n paar keer om en beet er in.
Gespannen observeerde moeder zijn gezicht.
‘Weet je’, zei hij vertrouwelijk, ‘als je geen goeie slager hebt, moet je er ’n lik mosterd op doen, dat helpt tegen de taaiigheid’.
Hij keurde nogmaals.
‘En voor augurken moet je bij de haringboer wezen, die heeft de beste zure bommen. Lekker met palingworst, vis aan vis, weet je wel.’
Ongelovig keek ze van hem naar haar dochter die zich verslikte en haast niet meer bij kwam.
Beppie veegde de tranen uit de ogen en keek haar moeder uitdagend aan, maar die zweeg; ze weigerde zich te laten provoceren.
Beppie deed het er om, wist ze en er was niets wat ze er tegen kon doen.

Tuin en worm

De wind en regen gingen langzaam over in briesje en zon. Daar krijg je buitenkriebels van, stoepen vegen en zo.
Ik schrobde, ruimde blad, knipte dode takken, het enthousiasme was groot.
Tot ik aan een duister hoekje kwam waar een potplant in de weg stond.
Ik schoof hem opzij en wat zag ik?
Een regenworm.
En wat voor een.
Hij was vettig en ringelig en had een smerige bleek-roze-grijze kleur en blonk.
Het beest bewoog, traag, segment voor segment krimpend en rekkend met die griezelige typisch-pootloze gang.
Lang was hij ook en bijna een vinger dik,  meer een reuzenboa in tuinformaat.
Daar had ik niet op gerekend, ik dacht dat ze na de zomer de diepte in gingen.
Haastig liep ik weg van het ondier en ging op andere plekken verder maar het enthousiasme was verdwenen. Ongeïnspireerd ruimde ik nog wat,  aldoor het monsterlijke schepsel voor me ziend.
Een uur later liep ik op mijn tenen naar de donkere hoek, de pier lag twee tegels verderop.
Ik slikte.
Toen heb ik hem voorzichtig onder de schutting geveegd, met een heel lange bezemsteel.