Even kort

Een oogkwaaltje stak vrij plotseling de kop op. Ik had mijn hoop gevestigd op een goede nachtrust maar nee…
Kijken naar het scherm, ook van de foon en tablet is te lastig, ondanks de druppels prikt, traant en steekt het.
Dat duurt waarschijnlijk een paar dagen.
Tot die tijd geen antwoord op reacties, sorry.
Tot blogs
==

Hoe kan dit

– Je zet een bevroren product in de koelkast. En dan wordt het schap aan de onderkant nat. Verbaast me altijd weer want ik was slecht in natuurkunde.
– Het is laat op de avond en stil op straat, buren slapen. Dan hoor je leidingen suizen. Wanneer het overdag stil is, er geen verkeer is, televisie of burengerucht, hoor je het nooit.
– Buurtje komt om een stukje worst. Ik leg het voor hem neer bij de achterdeur. Hij blieft het niet. Half geërgerd gooi ik het naar buiten, hij vliegt er achteraan en vreet het in twee happen op.

Slechts een paar van de dingen die ik niet begrijp, het leven lijkt vol moeilijkheden te zitten voor een simpele ziel.
Toegegeven, het zijn geen vraagstukken waar wereldleiders over piekeren (al verdenk ik Trump) maar ik zie Poetin of Xi elkaar nog niet bellen over zoiets.

Morgen ga ik weer aan de achtertuin, of verder met  Arago (boek Lieske), nieuw verhaal, coronatoestand op tv.
Daarna denk ik opnieuw aan de vragen zonder antwoord.
Nou ja, nog altijd beter dan ziek worden.
Dan zou ik pas ècht wakker liggen.
==

Nog een paar maanden

Dan bloeien alle bloemen, liggen we op een zonnebed of in het water, eten ijs en drinken koele drankjes, lachen om een slaperige kat en luie hond, luisteren naar vogels,  gaan naar het bos,  babbelen met koeien
en zwaaien naar loslopende kippen in de berm.
Voordelen van landelijk wonen, de nadelen zetten we even aan de kant.
Iets om naar uit te kijken
Daar hoop ik op.
Stiekem reken ik er op.
Een heel klein beetje
in ieder geval.
=

Stilte

Vanmiddag liep ik er even uit, de koude maar zonnige wind trok me. Sjaal voor het gezicht, nog lekker warm ook.
Half uurtje, dacht ik zo.
Een wandeling naar het centrum, winkel in, misschien trof ik een bekende, ook met  twee meter tussenruimte kun je een praatje maken.
Het breekt allicht de dag.
Binnen tien minuten was ik  terug.
De unheimische stilte in de wijk voelde ongemakkelijk.
Geen balschoppend jochie op het grasveldje, de vaste hondenuitlaters lieten zich niet zien.
Een kat schoot de struiken in.
Ik min  de stilte, op een andere tijd en andere plaats.
Niet nu, in een bewoonde wijk.
Na vijf minuten draaide ik om. Beter was ik de bossen ingegaan maar dat doe ik liever niet alleen.
Een uurtje laten hoorde ik geraas, autoportieren. Iemand mataglap geworden van de stilte?
Wie zal het zeggen
Deze dagen slaat je verbeelding op hol.

Morgen waag ik een nieuwe poging.
==

 

En nu de lente

Hier en daar zag ik al weblogs met mooie beelden, fleurig, lieflijk, opwekkend ook.
Daar kan mijn tuintje niet tegenop.
De tulpen zijn bijna uitgebloeid,  voorzichtig verschijnt een beginnend minibloempje maar de planten in de schaduw vertonen de meest serieuze plannen, snap je dat nou? Hebben ze hier zo’n beetje warmste tuin van Brabant, bloeien die het eerst.
Ze zullen toch geen mutaties hebben opgelopen?
Je weet niet wat vreemde virussen doen,  straks groeien er k+k kerstbomen uit. Of zeewier.
Enfin.
De ooievaarsbek, Indische aardbei en dit kruipkruidje (zie foto, ik weet de naam niet) vertonen bloesem.
Zonloos.
Een wonderlijk begin.

Virat

Even had ik een kleine dip van de week, hangend in een minidal, meer stelde het niet voor.
Liever blijf ik optimistisch.
Vanavond zat ik aan de laptop, blij met familie die belde voor een praatje, tevreden dat de boodschappen waren gebracht, me lekker voelend met de komende nachtvorst (dat zalige bed…), foto’s uitzoekend.  Honderd procent voldaan.
Maar toen.
Ineens, volkomen onverwachts, verscheen een schaduwbeeld op het scherm. Ineengedoken en halfzwart, schimmig en uitgesproken eng.
‘Een virus!’  in de ban van alle publicaties was dat de eerste gedachte. ‘Een rat….’
Ik schudde mijn hoofd en knipperde.
En werd wakker. Rechtop zittend was ik in slaap gevallen met de vingers op de toetsen. Een paar minuten, net genoeg voor een actuele droom.
Eenmaal bij zinnen herkende ik het als een oudje van de buurkat, zich van geen kwaad bewust.
Het is duidelijk, je wilt niet piekeren, toch zet de huidige situatie zich in je gedachten voort.
Een rare gewaarwording in dit geval, maar grappig was het. Achteraf.
==

virusversje (wijze Mack the Knife)


Op een koude winteravond
klonk een ijselijk en ziek gerucht
door heel China heen gedragen:
Virus Covid in de lucht.

Angstig sloten de ministers
alle poorten van het land
recruteerden vele wijzen
’t liep volledig uit de hand.

En Coviedje emigreerde
van de een naar d’andere staat
besmette alle continenten
trok zich niets aan van de haat

Werelds onmacht doet ons piek’ren
maar we gaan hem tegemoet
met een pleerol en emotie
tot zijn kwaad is uitgewoed.

En we wachten, en we wachten
en we wachten…

© Bertie Bertjens