IJsselmeerplannen

water-ijsselmeer-zakt-sneller-dan-verwacht/
Een leeggelopen IJsselmeer. Denk je eens in, er gaat een wereld voor je open.
  Daar kunnen heel wat Oostvaardersplassen in gestopt worden, meteen tribunes erbij en gratis verrekijkers. Bij alle zitplaatsen wi-fi voor de klachtenlijn over hongerend wild.
  _
Amsterdam kan een superoverstortventiel plaatsen om massatoeristen te lozen in een pretgrachtenpark, compleet met bootjes,  rode lampjes en roze wolken.

Of een imitatie-Hof van Eden, dat zou helemáál prachtig zijn.
Hedendaagse Adam en Eva erin. 60 Is het nieuwe 20, een paradijs voor kwieke bejaarden.
Lieflijke bosschages, Zuiderzeeballade door de speakers,  vijgenbomen voor de dagelijkse verschoning en een wietplantage opdat de bezoekers in hemelse sferen komen. Haalt meteen de angst weg voor slangen die met appels gooien.
Lucifer houden we eruit, voor je het weet steekt hij de boel in de fik.

En als we niets weten te verzinnen plaatsen we Schiphol in het midden en de hele vliegmikmak eromheen.
Droomoplossing.
Advertenties

Regen? Is dat alles…

Er gingen een paar wolkjes voorbij.
Al vroeg vlogen zij over ons. Beetje heimelijk, voordat we wakker werden.
Vlugvlug loosden ze een kleine lading en weg waren ze, als wildplassers.  Een paar donkere neefjes achterlatend die suggesties wekten van meer.
Goedkoop hoor.
Niks was het. Fake. Trumpwerk.
Ik hoop dat ze tot inkeer komen voor de kleur groen verdwijnt.

Update
Vandaag is de schade ingehaald.  Om 11 uur een mals zomerbuitje,  paar uur later  een korte maar krachtige hoosbui met onweer en nu druppelt het zachtjes.
Het is heerlijk buiten, alle ramen staan  open om de warmte te verdrijven.
Ik weet natuurlijk niet wat de rest van de dag brengt.

Iets kinderachtigs

In een weiniggebruikte lade kwam ik een stapel gekleurd schrijfpapier tegen. Groen, rood, geel, oranje.
Hoe kwam ik er toe dat te kopen?

Het was iets kinderachtigs.
Vroeger vergaapte ik me in de kantoorboekhandel aan al dat prachtigs.
Pennen, cahiers met harde kaften, supertekenblocs, paperclips in kleur, noem maar op en dan nog de nevenartikelen als agenda’s, almanakken, kalenders, dagboeken. Zelfs ruitjesrekenschriften vond ik mooi.
Kopen kon natuurlijk niet.
Tot ik aan het schrijven begon.
In die tijd typte ik op een gewone Adler. Om de voorraad romans in wording, vervolgverhalen, familiekroniekenen wat dies meer zij van elkaar te onderscheiden kocht ik verschillende kleuren typepapier. Handig bij het rangschikken, hield ik mezelf voor.
Ook vond ik de kleurtjes beter passen bij de soorten verhalen, rood voor spanning, blauw voor iets luchtigs.
Dat was de tweede smoes.
De echte waarheid was die herinnering aan de boekhandel.
Prullaria hoefde ik niet maar dat gekleurde papier wèl. Extra kladblocs. Notitieboekjes. Reservepennen. Kwaliteitspotloden. Puntenslijpers. Allemaal nuttig voor mijn hobby.
Enfin.
Ik groeide er overheen en dat werd tijd ook, wil ik mijn voorraad papier en schrijfgerei opkrijgen mag ik wel driehonderd worden.
De verhalen gingen naar het oudpapier maar pennen en papier weggooien? Nee…
Veel gaf ik weg, de rest zal bij de erfstukken terechtkomen. En worden waarschijnlijk alsnog nij het grof vuil gezet.
Toch kwamen we als kind niets tekort, er waren altijd voldoende schrijf- kleur- en tekenvoorzieningen in huis. Verf, ecoline, kleurpotloden, krijtjes.
Waarom dan die hang naar meer? Op ander gebied was ik niet zo hebzuchtig.
Wie het weet mag het zeggen.

Vraagje

Een foto of afbeelding plaatsen in een reactie, hoe moet dat?
Kan iemand me dat in het kort vertellen, ik kom er niet uit bij google.
ps
Dit is een gratis weblog.

update
Alle raadgevers bedankt, nu ken ik het kunstje ook.
Valt me mee, ik had niet gedacht dat het zou lukken.

Over camera’s en foto

Dat het oog van de camera meer ziet dan het menselijke is bekend. Het geldt misschien niet voor iedereen, voor mij dubbel. Nieuwe foto’s bekijken is dan ook een spannende bezigheid en soms een crime.
Deels omdat ik de personen niet altijd herken (inclusief mezelf) èn omdat er vaak ongewenste details op staan. Dat overkwam me al als kind.
Dat mijn neus zo groot was (wist ik niet). Tante A. een dik hoofd had. Een mooie jurk me niet stond. Het duurde even voor ik begreep geen tweede BB te zijn, zoiets kun je het beste zo jong mogelijk inzien maar stak me in mijn ijdelheid.
Zo ook de selfies, ze bezorgden echtgenoot lachbuien. Tot ik er mee stopte.
Van de week heb ik het nog één keer geprobeerd, een hitteselfie moest het worden.
Het werd niks, ik zag een vreemd mens met een gezicht vol vlekjes en schaduwen. Uit wanhoop  gooide ik er filters overheen tot ik niet meer wist wat het origineel was.
Enfin, misschien kunnen we er later om lachen.

Zoals deze. Die waarop ik (12) een echt kapperskapsel kreeg en een nieuwe jas en toch zielig zit te huilen want ik jankte bijna altijd.
Broer lacht, hij wel.

Fragment René van ’t Hof

https://youtu.be/8cPD0pHYABg
Uit  café lehmitz
Gekozen door
Romana Vrede in zomergasten     (VPRO  Janine Abbring).

Ik kende het fragment maar dacht nu pas terug aan iemand die vergelijbaar gedrag vertoonde.
Hij handelde niet zo uitgebreid maar in wezen deed hij precies hetzelfde. Zijn ongegeneerde manier van eten, kleedje vouwen en gladstrijken enzovoorts, alles of hij alleen op de wereld was.
Het was onprettig om aan te zien, aandoenlijk en irritant tegelijk temeer omdat hij een helder verstand had. Je dacht dat hij zich allerlei dwangmatige aanwensels eigen maakte, het typische gedoe van iemand die te lang alleen woont en te weinig onder de mensen komt.
Het ging verder dan dat, bleek later..
Wat het dan wèl was?
Dat zijn we nooit te weten gekomen.
.

 

Ik droomde…

… van een witte wereld.
Hij verdween voordat ik genieten kon.
Weer inslapend kwam ik in een bevroren wereld.
Die smolt als een ijsje in kinderhanden.
Ik probeerde het nog eens en droomde van mist, de allermooiste met glimmers in de heggen en slaperige koeien.
Hier had ik willen blijven maar alles verwaaide door de zoemende  ventilator die ik vergeten was.
.

Ik zocht Mars..

…en alles wat we zagen was een vage roodachtige vlek die van alles kon zijn.
Het was pas te zien na een bewerking.
Het valt zo tegen, die dingen.
Eerst hoop je een bloedmaan te zien waarbij je denkt aan een ruimteabattoir, kruipt hij gauw achter een paar wolken om de slachtpartij te versluieren.
Dan de rode planeet Mars.
Pfff, het mocht wat, voor hetzelfde geld was het een verwaaide pluis van Petrus’ hemd.

De kwestie is dat de doorsnee mens geen telescoop heeft, hoogstens een telelens en zelfs dat niet altijd.
De kwestie is ook dat de verwachtingen te hoog gespannen zijn door een paar ronkende, bijna likkebaardende aankondigingen.
HEDENAVOND RODE PLANEET! BLOEDMAAN! KOMT DAT ZIEN.
Maansverduisteringen zijn vaker voorbij gekomen, ik heb er maar 1, zegge één, kunnen zien, zo lang geleden dat ik me achteraf afvraag of we een biertje teveel op hadden.
Op de duur geloof je er niet meer in.
Daar moeten we niet te makkelijk over denken.
Denk je eens in. Op een dag gaat de zon ten onder, voorgoed. Krijg je dit:
NOG TWEE WEKEN VOOR TOTALE ECLIPS. ZET UW STATIEF KLAAR.  KOOP VOLDOENDE KAARSEN EN WARME KLEDING.
Wie gelooft daar nog in voor het te laat is?