Mooi weer

Om van de zon te profiteren nam ik vandaag een Internetpauze.
Vanmorgen had ik al vroeg een luie stoel klaargezet. Boek, koffie, voorpret.
Toen viel me de rommel op van het vorige tuinwerk. Dat ging naar de schuur waar ik struikelde over dozen oud papier.
Dozen opnieuw gevuld en gestapeld, niet nauwkeurig genoeg: de toren van verfblikken donderde om. Er kwamen allerlei voorwerpen mee, een kwastenpot, blokwitters, behanglijm, kit, afplakband enzovoorts.
Terugzetten, vloer aanvegen.
Goed begin Bertus. Dacht ik.
Het was niet erg, de zon was nog ver weg. En omdat ik toch bezig was kon ik netzogoed de tuinhoek schoonmaken.
Verplaatsen, bezemen, afstoffen, ragen, spuiten en uiteindelijk was het klaar en stonden tafel en stoelen te drogen in de zon die rond het middaguur tevoorschijn kwam.
Ik had mijn rust verdiend, vond ik.
Hangend en lezend op de luie stoel voelde ik de zalige warmte, achterover leunend deed ik de ogen dicht, heel even maar. Vriendin zou bellen ….
….en deed dat inderdaad.
-Waar ben je mee bezig, ik bel en bel. Kom je nog theedrinken?
Ik gaapte
-Sorry, ik had het zo druk dat ik je niet hoorde. Is niet zo erg toch?
Ze lachte.
-Nee, het is pas half vijf. Ik kom wel naar jou, kun jij intussen wakker worden.

Advertenties

Goeie god

Na enige aarzeling  heb ik de reis naar god weer eens ondernomen.
Wederom werd ik vriendlijk ontvangen al ontging me Petrus’ verholen zucht niet.
‘En, Bertjens, heb je weer wat?’ vroeg hij.
Hij humde geërgerd, duimde op zijn iPod, knikte en verwees me naar de spreekkamer.
God kwam me tegemoet. ‘Is hij chagrijnig?’ vroeg ik, wijzend naar Petrus.
‘Dag Bertjens,’ groette god, ‘en nee, hij vind het alleen overdreven dat jij regelmatig hier komt.’
“Nou zeg, één keer voor een nieuw lontje, ’n keer om te zien of het hier de moeite waard was, één keer met mijn raket, een keer…’
‘Ho maar, ik weet het nog. De kwestie is dat de mens, normaal gesproken, hier aanklopt wanneer hij/zij dood is. Alleen jij niet. Je hebt geen geduld.’
‘Dat is dan mooi stom van de mensen’, zei ik, ‘wat doen ze aan de mankementen tijdens hun leven?’
‘Verdragen, Bertjens, eventueel met een psychologische steuntje. Dat leert een mens van priesters.’
Ik keek hem aan. ‘Ga weg…’
Ongemakkelijk draaide hij op zijn stoel. ‘Ehm, dat is de bedoeling. Maar wat kan ik voor je doen deze keer.’
‘Een verbeterd geheugen alstublieft, ik vergeet meer dan nodig is. Zelfs mijn gat als dat niet vastzat.’
Hij knikte, ‘dat zei je moeder ook al. Ik wil het je wel geven maar dan krijg je àlles, realiseer je je dat?’
‘Geeft niets.’ Ik blufte omdat ik mijn zin wilde hebben.
‘Goed. Veel plezier dan maar.’ Hij zegende me en ik vertrok.

Eenmaal thuis genoot ik van de verbetering. Het begon  heel goed.
Niet meer zoeken naar dat pannetje, hoelang de aardappels kookten, sleutels terug, het was werkelijk een groot gemak.
Opgewekt vierde ik mijn nieuwe geheugen met een bezoek aan de bibliotheek.
Maar, hoe, wat gebeurde er? Bij elk gelezen boek speelden verhalen in mijn hoofd, schrijversnamen, uitgeversinformatie
‘Hallo,’ zei iemand die ik kende, ik draaide me om en ook van hem herinnerde ik me alles.
Iedereen op wie ik mijn blik richtte, elk voorwerp dat ik bekeek, zette mijn geheugen in werking.
Dit was vreselijk.
Terneergeslagen keerde ik huiswaarte en appte god.
Kreeg ik waakhond Petrus weer.
‘Sorry maar dit was niet wat ik bedoelde. Ik word gek,’ typte ik.
Hij gniffelde.
Ik zag hem bellen. ‘Baas,’ hoorde ik, ‘die hebberig vrouw weer, ze is niet tevreden. Zal ik haar een griepje sturen?’
‘Foei Petrus. Zeg haar dat ik het geheugen zal aanpassen naar behoefte en groet haar hartelijk. Het is best een aardig mens.’
‘Hmgrmompel….’
Hij wendde zich naar mij.
‘Je krijgt je zin weer, god is nu eenmaal wereldvreemd.’

Sweet memories

Gisteren was doomsday, zo noem ik de sterfdag van echtgenoot.  Een dag van ’n beetje nadenken, terugkijken, eenzijdige gesprekken voeren.
Halverwegde de dag braken de chocoladepaaseieren me op. Ook de hoofdpijn keerde terug, misschien krijg je dat van een overdaad aan chocola.
Met buikpijn stond ik voor P’s foto.
‘Ik mis je nog steeds,’ vertelde ik hem, ‘je zou me hebben geholpen door de helft van de paaseitjes op te eten. Weet je nog dat we afspraken: we kopen ze niet meer, we snoepen ons een hartvervetting en dat we het zogenaamd vergaten? Dat was lachen.
Samen ziek worden voelde minder erg.
Zal ik You sexy thing draaien van Hot Chcolate? Moet je dat ‘sexy’ wegdenken.  Daar ben ik te misselijk voor.’
Hij keek me alleen maar aan. Ik zou zweren dat hij lachte.

Lucifers

Achterin de voorraadkelder vond ik een paar pakken Zwaluw. Bestoft en beragd maar ze doen het nog.
Ik bekeek ze, dacht aan de huizen die men vroeger van gebruikte lucifers maakte. Kerken, kastelen, complete dorpen werden er van gebouwd.
Er waren gezinnen waar moeder de lucifers kocht, de kinderen ze aanstreken en uitbliezen en vader er mee hobbiede en allemaal waren ze trots op hun aandeel in het resultaat. Het was een rage.

Voor mijn geestesoog verscheen de ark die ik van plan ben te bouwen. Waarom niet van lucifers? Oké, het gaat lang duren maar ik ben er zoet mee en het houdt me van de straat.
Toen dacht ik aan een houtworm, in het boek van Julian Barnes
En verwierp het idee.
Het is ook maar de vraag of een zwaluwark zeewaardig zou zijn.

Het haasje

Even buiten het dorp kwam ik de paashaas tegen.
Hij keek teleurgesteld en droeg een lege mand.
-Waar ga je naar toe?-  vroeg ik.
-Weg, zei hij stuurs, zo ver mogelijk. Ik laat me door de mensen niet meer voor de gek houden-
Geschrokken keek ik hem aan, -Wat deden we verkeerd?
– Dan huren ze me in om eieren te leggen, krijg ik het met veel kunst- en vliegwerk voor elkaar en denk je dat ze dankbaar zijn? Ze lachen alleen maar.-
Woest was hij (het was een rammelaar).
-Nou ja, aarzelde ik, het is natuurlijk erg ongeloofwardig. Een haas die eieren legt, een mannetje nog wel….
-En jullie dan? Een zwangere man, een meisje met een konijn als gids, vind je dat wel normaal? (Schwarzenegger in de film Junior en Alice in Wonderland, begreep ik).
-Maar, legde ik uit,  dat is niet echt, het is verzonnen. Net als de kerstman en Sinterklaas. En zo ook de paashaas, sorry.
Zijn boosheid maakte plaats voor  onbegrip.
-Verzonnen? stamelde hij. Ik? Meent U dat nou?
Ik kreeg meelij met hem, toch moest de  waarheid gezegd worden.- Jazeker, let maar eens op.
Hard kneep ik hem in zijn buik. -Huh? Hij keek naar mijn hand, kneep zelf,  nog harder.Hij voelde niets.
Opluchting verscheen op zijn gezicht.  -Dan hoef ik ook niet boos te zijn. Hoera!
-Zal ik je dan maar wegmaken? stelde ik voor en pakte alvast mijn gum.
-Doe maar, en die mand ook.
Ik veegde alles weg.
Toen alleen zijn hoofd nog over was knipoogde hij: bedankt en tot volgend jaar!

Landerige dag

Het stapplan ging niet door, vriendin moest onverwachts weg en ik was niet helemaal lekker. Een vol hoofd en suizerig, algeheel gevoel van malaise.
Suffig liep ik heen en weer, pauzerend bij de medicijndoos: para of niet? Neuh, vaak knap je vanzelf op.
Gedachteloos gebruikte ik een voor een de make uppotoden, een beter uiterlijk helpt wel eens.Natuurlijk lette ik niet op met rode ooglijntjes en donkerbruine lippen als gevolg.
Ach ja, afwassen en laat maar.
Vaatwasser leegruimen? Vanmiddag tijd genoeg. Vanavond.
Chocolade-eitjes, lekker eten, soep? Getsie.
Ik zette me aan de laptop al wist ik niet wat te doen. Bloggen? Eerst antwoorden wegwerken.
En dan?
De stapel blaadjes en reepjes papier is weer hoog. Vaak word ik ’s nachts wakker met briljante ideeën, krabbel ze neer en kan ze later niet lezen. Ik propte alles bij elkaar en gooide ze in de prullenbak, bedacht me en haalde ze er weer uit, zocht iets leesbaars, propte de boel opnieuw in elkaar.
Wat tikt die klok luid zeg.
Toch maar een hoofdpijntablet.

Het gaat beter.
Nu nog een van die briljante invallen terugzoeken.

L’histoire se répète

In ons geval in familiegedrag maar dat is net zo goed een onderdeel van de geschiedenis.

Ik zal het uitleggen.
Een aantal jaren geleden zaten we in de situatie die nu door de sandwichgeneratie geclaimd wordt.
Kerst, paas, kermis, verjaardagen en de telkens terugkerende vraag:
doen we de ene dag de ouders en daarna kinderen of andersom?
Het maakte de ouders niets uit. Eigenlijk bleven ze liever thuis (al zeiden ze dat niet) maar ze begrepen ons plichtsgevoel.
Inmiddels zitten de kinderen in die situatie.
Het gedoe van vroeger indachtig inviteerde ik ze zelf op eerste paasdag, dan ben ik de tweede dag vrij om met een vriendin te gaan stappen.
Tis toch wat. Ondanks verlichte tijden nog steeds vast te zitten aan gewoontes.
Maar we doen er niets aan.  Dat willen we niet.
Het is een luxeprobleem dat we graag behouden.

Rechtlijnig denken

Een van de  definities:
 recht op het doel af, zonder met andere dingen rekening te houden vb: zijn denkpatroon is nogal rechtlijnig
Calvinistisch

Vaak een handige manier om iemand de mond te snoeren want laten we wel wezen, het valt niet mee om ter plekke een antwoord te hebben.
Ik bedoel niet de hatelijkheden die op een paar sites staan, enkel de gedachten die worden uitgesproken en waar men zelf in gelooft.
Een kleine greep.

-Als die kerels niet mee zouden vechten was er geen oorlog
-Als iedereen in eigen land bleef was er niets aan de hand
-Amerikaanse gevangenissen zitten vol met zwarten, dat zegt wel iets.
-Je mag het niet hardop zeggen maar eigenlijk vind ik blanken de beste mensensoort, we zijn het verst met de beschaving.
-Natuurlijk horen vrouwen thuis, waarom denk je dat de huishoudschool er is?
-Mannen zijn gewoon beter in regeren, er zijn  niet voor niets zoveel mannelijke ministers.
-De kinderen van tegenwoordig zijn slecht opgevoed, wat wil je ook als die moeders nooit thuis zijn.
-Vliegtuigen zijn het gevaarlijkst, als het mis gaat zakken ze meteen.
Enzovoorts.

Deze en gelijksoortige ideeën werden (en worden) bloedserieus uitgesproken. Meer dan eens hoorde ik ze in allerlei varianten.
Zelf noemen de opmerkers dit ‘logisch denken’.
Snap je? vragen ze ook nog. Dan knik ik lafjes, te vaak werden het onaangename discussies. Uitleg is niet nodig, men wuift het weg.
Wat moet je er mee? Niets.
Hoogstens vertel je die oude mop↓
Twee oermannen in dierenvellen staan in de regen. Mopperend.
‘Sinds dat geknoei met pijl en boog is het weer ook niet meer wat het geweest is.’

Snap je?

Wonen tussen bergen? Nee…

Een kennisje gaat binnenkort naar Zwitserland. Ze verheugt zich enorm , vertelt van de Alpenpracht en barre spitse hoogtes die ze uitbundig fotografeert, kortom, ze houdt van de bergen en verblijft er de hele zomer. Ze wil rondkijken naar de mogelijkheid voor een vast verblijf.
Ik luister, zou een paar weken mee willen, aangetrokken door haar enthousiasme.
Maar voor vast?
Duitsland komt me voor de geest, Moezel, Eiffel.
Luxemburg, Ardennen.
Ierland, Ring of Kerry
Frankrijk, het zuiden, Pyreneën.
‘Berg’plaatsen waar we schitterende vakanties hadden.
Toch miste ik het vèr-kijken. Wanneer we wandelden hoopte ik na elke bocht op een vergezicht maar in dat geval was de view altijd beperkt. Hoe mooi ook – een dal, rivier, pittoreske dorpjes- daarachter was de horizon steevast verdekt achter nog meer bergen. Het deed iets met me, ik voelde me tegengehouden, zoveel zelfs dat ik me afvroeg of de bewoners een beperkt wereldbeeld zouden hebben door gebrek aan uitzicht.
Onzin natuurlijk.
Ik ben gewoon een plattelandsmens in de meest letterlijke betekenis. 
Begrijp waarom mijn vader hield van de polders waar hij vaak fietste;  het was het eindeloze zicht, nergens gehinderd door iets anders dan silhouetjes van dorpen.
Daar was geen verdektheid, je kon kijken tot in het oneindige.
Misschien nog steeds.

Nee,
tussen bergen zou ik liever niet wonen, niet voor altijd.