Puzzelgepieker

Hoewel ik al uren aan het denken ben zit ik nog met een zorg.
Een cryptogram is de oorzaak.
De opgaven lijken af en toe meer op het orakel van Delphi en dat brengt nog meer gepieker.
Worden de puzzelmakers slimmer?
Ontgaat me een nieuwe generatie van raadselen?
Superpuzzels voor robots?
Het is duidelijk: ik takel af.
Nu moet ik me dáár weer het hoofd over breken maar het scheelt dat ik nu weet wat er bedoeld wordt.
Denk ik.

Advertenties

Vandaag vier ik woensdag

Maandag, dinsdag en morgen donderdag.
Dat heb ik extra ingesteld, dagelijks de dagnaamdag in ere houden.
Nu word ik elke morgen handenwrijvend wakker: ha, zaterdag, gezellig. Of vrijdag.
Wat zal ik es koken, vraag ik me dan af. Iets wat ik lekker vind natuurlijk want dat is een groot voordeel van alleen zijn.
Toegegeven, het feest beperkt zich voornamelijk tot de maaltijden maar het idee is niet slecht.
Gister had ik als verrassing een cassave, nooit eerder geproefd en heel smakelijk. Vanmiddag gewoon sla dan is de feestdonderdag dubbel goed. Ik weet nog niet wat ik ga maken, misschien niks en smeer een broodje met dikke lagen spread en jam. Traktatie. Ongezond dus driemaal smaakwaarde.
Vanmiddag schonk een kennis Marocco Mind, Minty Morocco, een van mijn lievelingstheesoorten. De smaak is dun maar de geur fijntjes.
‘Vier jij ook woensdag?’ vroeg ik.
Ze keek me aan. ‘Wa hedde gij nou weer?’  Ze neemt me niet altijd ernstig.
We lachten  wat en dronken genoeglijk samen.
Intussen bespraken we de laatste sterfgevallen, ze woont tegenover het verzorgingstehuis en weet alles van gezondheidsperikelen.
Een reden temeer om van het leven een feestje te maken.
Behalve van de zondag. Die telt niet mee.
Als kind vond ik het al een rotdag en nog steeds.
Hoogstens goed genoeg voor een pistoletje met kaas.
==

Enkele tinten grijs

Het was een grijze dag.
In de kam zaten nieuwe grijze haren.
De stoep was grijzig, iets tussen nat en droog in.
Bij een greep in de sokkenbak liepen er, jawel, grijze in mijn handen.
Het onkruid, dat in de zon te groen oogt, stond er grauwelijk bij.
Mijn humeur was donkergrijs.
Ik belde Ziggo. Lukte niet, je dient je nummer op te geven, dan belt Ziggo jou.
Het humeur donkerde tot antracietgrijs.
Toen belde een buurvrouw of ik zin had in koffie.
Daar klaarde ik van op.
Ik groette het onkruid, trok andere sokken aan, prees de stoep die bijna bloosde.
Met de buurvrouw wachtte haar kat, hij hief zijn kop naar me op.
De dag kon niet meer stuk.

Huishoudstof

Robotje heeft het begeven. Hij kon niet veel hebben, de ziel.
Nu sleep ik de grote stofzuiger door de slaapkamers.
Het werk op zich is niet erg maar aan het geduik onder bed heb ik een pesthekel, ik betreur de dag dat we vast tapijt hebben laten leggen.
Nee, dan een vroegere vriendin die kamermeisje was in een hotel en zich onder een bed verschool om een collegaatje te laten schrikken.’Ik hoorde de deur opengaan en zag een paar schoenen, schoof er boe-roepend op af en greep de enkels voor ik merkte dat het een gast was…’
Zulke gezellige dingen beleef ik nooit als ik onder mijn bed stof lig te verzamelen, mijn  stofzuiger loeit alleen maar en stinkt er ook nog bij.
Dat hadden de vrouwen vroeger beter voor elkaar. Een paar halen met de zwabber, leegschudden uit het raam en klaar. Niet dat het schoon werd, wolken stof vergezelden je bij het omdraaien.
Dit alles overdenkend, voorover liggend en harkend onder mijn laag-bij-de-grondse bed, besloot ik een nieuwe robot te kopen.
En hem niet meer van de trap te laten vallen, het zijn zwakke broeders.

Even dit

Mijn vorige weblog Bittytje gaat er nu definitief uit, ze ligt al zo lang op apegapen dat ik er onderhand meelij mee krijg.
Van de inhoud gooi ik het meeste weg, enkele logjes bewaar ik of plaats ik hier. Dan zet ik de datum erbij.
Ze zijn ongeveer drie jaar oud.
Wie ze zich nog herinnert of te gedateerd vindt:  lezen is nooit verplicht.
==

Bedverhaal

De nacht arriveerde.
Ik voelde hem aankomen, geluidloos maar merkbaar trad hij binnen. Horen deed ik hem niet want stilte is zijn bekendste eigenschap die hij, tegelijk met zijn troostend vermogen, over de mensen uitspreidt en waarmee hij ze in slaap sust.
Ditmaal weerstond mijn gepieker hem.
Zeggenschap had ik er niet over; wakkerliggend en waakdromend wachtte ik op de nieuwe dag.
Toen vertrok hij.
‘Dag, nacht’, zei ik, vooruit kijkend naar de volgende avond.
Misschien zou hij dan winnen en ik slapen.

Geen woorden vinden

Ken je dat?
Een idee voor een nieuw verhaal hebben en het niet voor elkaar krijgen?
Hoe vaak je ook begint, het is niet in de juiste woorden te vangen.
Humor verzandt, de sensatie is lauw, het drama stelt niets voor.
Dan zit er maar één ding op: stoppen en iets anders doen.
Zo verstandig ben ik meestal niet, .
Ik blijf krabbelen en deleten.
Deze keer is het plan een sprookje in een verhaal te passen, of er omheen te schrijven.

Het gaat over een verliefd meisje dat door haar vader wordt opgesloten in een kamer met een dakkapelletje bij gebrek aan een toren en dat zij haar korte kapsel betreurt en zodoende de vrijer niet met haar haren op kan hijsen. Ze is verliefd op hem en verslaafd aan Grimm
De vrijer interesseert zich geen barst voor verhaaltjes, hij is op zoek naar haar kamer. Het huis heeft er twintig waarvan vijftien met een dakkapel die allemaal zijn geblindeerd en waarin nooit licht brandt. Hoe moet hij haar vinden? Hij gooit steentjes tegen elk raam, klinkers, tenslotte neemt hij stoeptegels. Echter, de vader hoort het, stormt naar buiten, vangt per ongeluk een tegel op met zijn voorhoofd waarna hij terneer valt, verpletterd en morsdood.
Nu kan de vrijer naar binnen. Helaas wordt hij tegengehouden door verborgen elektrisch draadwerk dat hem insnoert, hij graait woest om zich heen, het draad vliegt vonkend de gordijnen in.
Ach en wee, waar zitten de goede feeën nu? Aan hun wijn te sippen?
Uiteindelijk staat het huis in de fik, meisje wordt warm en gilt, vrijer zit vast en krijst, vlammen knetteren vurig.

Zoiets moest het worden maar het hoeft niet meer. Alles is al gezegd.
Alleen de moraal ontbreekt.
Die moet ik nog bedenken.
==

Matroos Beeks extra eng vervolg op ‘Bijna een griezelverhaal’

Schrik niet, gewoon rustig lezen en inslapen.
—–

Ze huilde hardop, griste het laken van de tafel en kroop er helemaal in weg. De punten van het tafellaken hield ze stevig op beide oren. Ze wilde niks meer horen of zien. Hoe lang ze daar zo zat te snikken, weet ze niet meer. Toen ze bijna van de stoel gleed omdat ze plots indutte, schrok ze op.
Met het laken stevig rond haar hoofd en middel, sloop ze naar de slaapkamer waar ze diep onder het donsdeken gleed en meteen in een heel diepe uitgeputte slaap zakte.
Een harde, onvriendelijke por van een elleboog in haar rug deed haar weer ontwaken. De zucht van de wachtende was er weer… ‘Ga weg, eruit..’ kraste een dodenstem.
Dit gebeurt niet echt, dacht ze, dit bestaat niet. Katie Kroes is dood. Katie Kroes heeft zich hier dertig jaar geleden verhangen op zolder omdat haar aanstaande het uitmaakte net voor hun bruiloft.
Een blauwe, benige lijkvinger duwde in haar ruggengraat en met een koude krachtige zucht dwong ze haar naar de zijkant van het bed. ‘Eruit’ kraste Katie. ‘Eruit!’
Katie Kroes was terug.

Bea