Papa wandelde.

Hij werd gevonden in de rivier,  bij een van de pijlers van de spoorbrug. De huisarts zei niet veel meer dan ‘Waarschijnlijk sprong hij zelf.’
Mama was sprakeloos.
Na de begrafenis verbrak ze de stilte
– Waarom deed hij dat nou? Hj had niets te mopperen. Zijn kleren altijd verzorgd, eten op tijd klaar, huis gepoetst…. –

Zo vraagde en klaagde ze, overtuigd van haar schuldeloosheid.
Dochter zweeg, dacht aan papa’s protesten en mama’s antwoorden.
Hij wilde graag een strandvakantie (als jij zo nodig naar zee wilt ga je maar alleen), hekelde de gescheiden slaapkamers (ieder een eigen kamer is hygienischer), zou in een restaurant willen eten, (nergens voor nodig, ik kook zelf), af en toe een borreltje drinken (met verjaardagen krijg je toch een biertje?).
Mama nam alle besluiten op de enige manier die ze kende, die van haar. Met stellige uitspraken waar haar man op de duur niet meer op reageerde.
Hij eiste alleen nog een paar uur in de weekeinden. Om te wandelen. Het liefst alleen.
Ondanks haar geschamper (zonderlingen doen dat ook) liep hij, zaterdags of zondags, bij mooi en minder mooi weer, tot hij voorgoed wegbleef.

Waaraan dacht hij in die eenzame uren, vroeg dochter zich hardop af. Aan de zee?
Mama keek haar verstoord aan. Ongeweten geestig was haar antwoord.
– Hij zal met de stroom mee hebben gewild.-

Advertenties

Mijn geliefde kerstster


Een beeld was het, hij sprong eruit tussen honderden andere met zijn dieprode bladeren, fluwelig en rijk. Stevige voet in mooie aarde.
Pittig rechtop in een goeie pot.
Ik kon hem niet weerstaan en nam hem mee. Hij paste precies voor het keukenraam en stond daar zo feestelijk te wezen dat ik elke dag koekjes voor hem bakte. Of een taart. Soms een lekker maaltje maakte. Dan weer een patatje haalde. Hij lustte het niet maar ik wel.
Zo hadden we het heel genoeglijk samen.

Toch was hij niet gelukkig. Er verdorde een tak. Daarna twee. Hij tierde niet en ging zienderogen achteruit.
Bladeren vervaalden tot dorre ritsels. Ik gaf meer water, toen minder, baadde hem in geurige olie waarna hij definitief de geest gaf en tenslotte begroef ik hem naast de jeneverbes.
Daar ligt hij dood te wezen.
Zonder steen, mocht hij aan reïncarnatie doen moet hij eruit kunnen. In dat geval hoop ik dat hij een paar bessen kan oppikken, het maakt de start zoveel prettiger.

Feestelijke maaltijden eet ik nog iedere dag als een vorm van rouw, een geliefde kan ik niet zomaar loslaten.
Het is mijn trouwe aard.

Optimistisch klimaatversje

 

 

 

 

Als het water echt gaat stijgen
zul je natte voeten krijgen
trek je gauw je laarzen an.
Onze woning zal zich vullen
daaglijks leventje verhullen
kwestietje van ‘jammer dan.’

Gaan we samen bootje bouwen
vol met lekker eten stouwen
nemen Poes en Fikkie mee
en we varen naar het droge
nemen pauze op een hoge
warme duinrand bij de zee.

Nou, wat vind je van mijn plannen?
Ben je ook zo blij-gespannen
van de voorpret om de trip?
Mooi. Ik ga meteen beginnen.
Als het nat wordt zijn we binnen
op ons splinternieuwe schip.
==

‘Lengtematen’…

… typte ik in.
Wel, ik kreeg wikipedia en sites met allerlei nederlandse maten, precies wat ik zocht maar ook kledingmaten van Wehkamp, Otto en andere winkels waaronder beha- en cupmaten en nog veel meer dingen die niets met lengte van doen hebben.
Ik ververste de pagina en zag nog net ‘manchetmaten’ en ‘condoommaten’ voor ik wegklikte.
Nou ja zeg, zit je met een simpele vraag, krijg je zoiets.
Maar goed, meten is weten. Misschien handig voor grootverbruikers.
Aan manchetten heb ik nooit gedacht en nu, bijna vijf jaar na echtgenoots dood heeft die kennis geen nut meer. Ik had geen idee van de hoeveelheid centimeters rond zijn pols.
Dat was niet relevant; hij hield niet van overhemden, vond het ondingen, droeg ze zelden en dan alleen maar omdat ik dreigde weg te lopen naar een man die er wèl een aanhad.
Hoe dan ook, ik vond wat ik vroeg en dat is al heel wat, gezien de vreemde antwoorden die google soms geeft.

Carnaval

Het feest der feesten, volgens de liefhebbers.
Wat ik zag in de jaren zestig-zeventig, in Gelderland maar het had ook  overal in het zuiden kunnen zijn:

Er is voldoende bier en er staan liters frisdrank koel.
Grote koffiekannen zijn aanwezig.
Snert pruttelt op het sudderplaatje en worstenbroodjes liggen in de oven, een hort eieren, mik en bakboter bij het fornuis.
Mokken en glazen vooraan in het buffet.
Er kan niets meer misgaan, zelfs de juiste muziek speelt op de achtergrond.
Het kan beginnen.

Denk niet dat ik ga stappen en vannacht met een sliert zingende feestelingen thuis kom en eieren ga bakken.
Dat was niet onaardig toen we jong waren maar lang niet zo uitbundig, later sleet het eruit wat eigenlijk wel jammer was.
Dit is een voorbeeld van wat ik meemaakte bij carnavalisten-van-huis-uit, de oude hap.  Niet iedereen deed het zo, meestal was er alleen soep, of eieren, of broodjes. Bij anderen stonden deze etenswaren drie dagen eetklaar in de keuken; af en toe kwam er iemand binnen die honger had, wat nuttigde en weer de kroeg in dook.

Deze, in mijn Hollandse ogen overdreven,  gastvrijheid verdween langzamerhand. Er ging dan ook veel geld in zitten wanneer je de kosten van het stappen erbij telt.
Maar dat er veel plezier aan de dagen werd beleefd stond buiten kijf.

Winter


Great, dikke sneeuw in wat nog net een echte winter is.
Bijzonder, het wattenwit voordat er voetstappen op komen.
De miniglitters in de zon.
De buxus met een groengevlekt kleedje.
Een totaalbeeld dat naar avonturen wenkt.
Knokkende ijsberen, een verdwaald rendier in het plantsoen, desnoods een ontsnapt konijn in de achtertuin.
Ik denk en stel het me voor, die wondermooie winterse uitbarsting.
Alsof het hier ook winter is.

Over marineren van vlees

Vlees eet ik niet altijd, een enkele keer een biefstuk of kippenboutje wat ik in de pan gooi met boter, zout en peper.  Makkelijk, smaakt overal bij en het is nog lekker ook.
Voorheen deed ik er meer moeite voor, vooral als het hele gezin bij elkaar was. Lekkerbekken zijnde zaten ze watertandend met vork en mes in de aanslag te wachten op wat komen ging.
Hoe meer hoe liever en graag veel vlees.
Dat kregen ze.


Vlees verwerken is een dankbaar werk omdat er veel mogelijkheden zijn er iets meer van te maken.
Marineren is er een van
Zoveel hoofden, zoveel marinades. maar vaak komt het neer op kruiden, mosterd, uien en wijn/azijn. Soms bier.
Zelf ken ik nog cola(lekker) en fruit, bij varkensvlees en kip een flinke lepel sambal oelek.
Maar koffie, melk, thee? Nee daar zou ik nooit op gekomen zijn.
Op deze site  lees je over andersoortige marinades en waarom ze gunstig zijn.
Misschien voor U bekend, voor mij nieuw.
Eet ze.