Kalm aan

Bewegen is nuttig maar waarom zou je er een sport van maken?
Ik hoef niet zo nodig het snelste te fietsen of de eerste te zijn in borstcrawl.
Nog veel minder is de animo een paard als hulpmiddel te gebruiken om een medaille te winnen.
Als kind deden we dergelijke spelletjes, wie het eerst bij de zandbak was of het vlugst bij de ijskar.
Sinds we groot zijn hebben we die competitie niet meer nodig.


Dit ↑ schreef ik in de serie ‘max.120 woorden’ bij de opdracht Sport.

Een van de zussen las het toevallig en gaf het door aan een broer.
‘Dit,’ zei zus, ‘is precies zoals jij bent.’
Ik was zeer verguld, beschouwde het als een compliment.
Broer: ‘Klopt, je was als kind al niet vooruit te branden.’

 

Advertenties

Nachtelijk intermezzo

Het was al laat toen we gewekt werden door  Fee.
-Hè? vroeg ik al ogenwrijvend, bestaat U dan?
-Wel, je ziet het,  antwoordde ze. -Kom op, we gaan een tripje maken.
Daar waren we voor in, na de zomerhitte was een luchtig nachtje nooit weg.
-Waar gaan we naar toe?
-Naar een antispokenparty, zei ze. Daar kan je alles kwijtraken wat je bang en bezorgd maakt.
Dat wilden we wel.
We stapten in haar koets. Ze bracht ons naar een plek waar een enorme kachel in het midden stond. Roodgloeiend.
Er liepen mensen heen en weer, ontspannen rondkijkend.
-Zie je, hier is niemand bang, iedereen heeft zijn spoken en problemen in de kachel gegooid.

Ahhh, zomaar je angsten in het vuur donderen. We deden ons best.
De ene narigheid na de andere verdween in de vlammen.
Huwelijkscrises, economische en financiële, de hongerige wereld,  kinderruzies, familietrammelant, webloggriezelstories, tot we helemaal leeg waren. Ze brandden met hoge vlammen.
Wat voelde dàt goed, we werden er helemaal licht van.
Daarna gingen we de bevrijding vieren met een stevige soep.
Een koud buffet wachtte. Limonadeglazen werden begeleid door drankorgeltjes zodat we dansten als jonge godjes.
Het was fantastisch; we merkten niet eens dat de koets ons terugbracht.
Pas toen Fee het dekbed over onze schouders vlijde herkenden we de slaapkamer.
We schudden haar hand.
-Dank je wel, Fee, het was geweldig.  Tot een volgende keer?
-Komt in orde. Doei!

Het was een nacht, die je normaal alleen in fillums ziet maar dan anders..
==

‘Er brult alleen de kop’

Een uitdrukking die ik als jonge moeder voor het eerst hoorde maar schoonmoeder in de lach deed schieten. Zij kende het van haar eigen kindertijd, het was dus erg ouderwets.

Het werd gezegd van hardhuilende kleine kinderen of babies en misschien werd het elders ook zo genoemd.
Zolang er geen duidelijke aanleiding toe was, was aandacht niet nodig:
‘Er brult niks dan de kop’. (brullen is Oost-Brabants voor huilen).
Ik keek er vreemd tegenaan.
Maar die kinderen leerden misschien veel vlugger te gehoorzamen dan de latere generaties.
Wie zal het zeggen. Die brullende kinderen?

Profiteren van extra zomerdag

Deed ik ook.
Ligstoel uit de schuur.
Beetje afstoffen, voetenbankje erbij halen.
Bakje klaarzetten met lees- en zonnebril, huistelefoon en gsm, tabletje, leesboek, krant, cameraatje, notitieblok en pen.
Thee zetten.
Schoenen verwisselen voor slippers.
Vest uit en mouwen oprollen.
Nog even naar de wc.
Nog even alles verschuiven ivm schaduw.
Nieuwe thee zetten.
Buurkat van schoot zetten. (2X)
Mouwen terugrollen voor windvlaag.
Toen was de dag half om.
Maar wat was het lekker, de extra zomerdag.
Je ontspant er zo van.

Versje van onvermogen

Russen   Brexit   Unilever
je wordt van minder al een zwever
wat ik zou doen in Rutte’s plaats
me onthouden van veel praats
dan vroeg  ik Pechtold om te ruilen
ging ik zelf weer in de Kamer
rustiger en aangenamer
viel ik me geen grote builen
wordt hij de grote webbenwever
vult hij uitleg met gezever.
==
ps
D66 was mijn cluppie.
Nu twijfel ik.

Bloemetjesstof.

Een rok.
Een knalgele lenterok met gekleurde bloemetjes, die maakte ik voor mezelf.
Het werd een vrolijk geval, een beetje klokkend. Zwierig.
Trots liep ik er mee rond.
Bijna iedere dag droeg ik hem met telkens een ander shirtje, in het blauw van de vergeetmenietjes of het wit van de madeliefjes.
Het werd zomer.
We aten buiten en fietsten naar het zwembad; ik aldoor in die rok.
Toen kwamen de wespen opzetten. Het fleurige motief leek te echt, ik was een wandelend bloemenperk.
Het begon met twee of drie stuks die op de rok neerstreken, toen een heel gezin tot er een compleet volkje op me af kwam en ik me als een insectenwolk voortbewoog en het ding niet meer durfde te dragen.
Stomme wespen, die het verschil niet zagen tussen echte bloemen of Mijn Rok.

Echt gebeurd.
Als ik het niet zelf niet had meegemaakt, zou ik dit nooit hebben geloofd.

Oud papier z.g.a.n.

Vanmiddag heb ik alle opgehoopte reclame en kranten netjes in dozen gestopt.
Een klein karweitje dat eens per maand gedaan wordt tbv de ophalers.
Twee van de dozen zijn gevuld met nieuw spul, te weten streek-, kerk- en winkelbladen, aanbiedingen en zo.
In het weekend komt een deel ervan in één stapel binnen, verpakt in een soort zacht plastic. Heel attent. Reuzehandig om meteen naar de schuur te brengen.
Waarom ik geen nee-neesticker op de brievenbus plak?
Een paar jaar geleden had ik die.
Tot iemand me er op wees dat de lokale clubs niet voor niets het papier ophaalden,  de opbrengst was voor hun kas. Vreemd vond ik dat, het was bekend dat papier nauwelijks iets opleverde. Als de gemeente niet bijdroeg zou het de moeite niet waard zijn.
Maar goed, om de verenigingen te steunen laat ik de sufferdjes en de rest weer bezorgen .
En bedenk wat een wonderlijke omweg ze gaan.
Nieuwe bladen worden gerecycled en verwerkt tot nieuwe bladen. En weer, en weer. Ik ben niet de enige die ze niet leest, het moet om een massa papier gaan.
Niet dat ik het erg vind.
Ik ben te gierig om donateur te worden,  hiermee geef ik nog iéts.
Voelt braaf.

https://nl.wikipedia.org/wiki/Papier-_en_kartonafval
==

Morgen is het Dierendag (Vandaag dus)


Alle dieren, kattigen, hondstrouwen, ezels, uilskuikens, kippigen  en andere semi-dierlijken wens ik morgen een fijne dag toe.   Franciscus  zou het op prijs stellen, hij is de patroonheilige van het spul.
Dat er maar veel spekkies voor de bekkies worden geserveerd.
Geniet van de schattebouten en het huisvee zolang je jong bent, de tijd gaat vlug en voor je het weet word je zelf gevierd op de day after, vijf oktober is het nationale ouderendag 
Tot welke leeftijd moet ik die rekenen? Ik voel ik me nog steeds die snelle leeuwin al vang ik tegenwoordig minder prooien, of collega-ouderen dat ook hebben is me niet bekend.
Hoe dan ook, we zitten ermee.
Je vraagt je af of je er thuis iets aan moet doen, ik wed dat we zelf het gebak moeten leveren.
Ik waarschuw alvast, ouderen een strik om de nek binden of een stuk leverworst voorzetten  is not done. ‘Kijk eens oma…’
Ik hoef enkel een extra patatje met een kroket.
En een lekker dier in de pan.

Ben er weer


Of nadenken helpt bij een probleem?
Het ligt eraan. Constructief denken vind ik moeilijk, het ontaardt al gauw in gepieker. Toch ben ik er iets mee opgeschoten.
Het is een cliché om dingen ‘op een rijtje te zetten’ maar het werkt. Nu weet ik ongeveer waar knoop A zit en waarom B niet aansloot, daar zat C tussen met D in het kielzog enzovoorts enzoverder. Goed dat er een alfabet is, handig bij het benoemen.
Enfin.
Ik ben er nog niet helemaal uit maar ga verder rmet bloggen en het lezen van bloggers. Dat miste ik.
Het is teveel om alles in te halen, ik ga gewoon beginnen bij wat ik vanavond binnenkrijg.

Aan de grote vraagstukken waagde ik me ook eventjes, altijd goed als afleiding.
Alleen jammer dat het te moeilijk is.
Ik weet nog steeds niet of ik denk omdat ik ben of andersom.
Nog minder waarom we hier zijn en welke god de juiste is, ze staan me geen van allen aan. Geef mij maar de Griekse goden, die maakten er tenminste een gezellig potje van pervers als ze waren maar ja, daar waren ze bovenmenselijk voor.
Ze zijn geschapen naar een gestoord mensbeeld terwijl wij, simpele roomsen, leerden dat we naar een godsbeeld geschapen zijn en wat zegt dat over ons en over die goden en… en…

Laat maar zitten
We schieten er niets mee op, we hebben geen filosofie gestudeerd.
Neem het dus niet serieus en mij ook niet.

Jolita, de koe die zich verveelde 9 + 10(slot)

Hm, dacht Jolita, dat leek te kloppen; behalve het dorstige meisje hadden ze geen mens gezien behalve de automobilisten op de snelweg. Op deze manier duurde het wel erg lang voor ze iets uit het leven kon halen.
De avonturen die ze vanaf gisteren meemaakten waren niet precies wat ze zich had voorgesteld al moest ze toegeven dat ze zich niet verveeld had. Niet elke koe kreeg de kans om een uitstapje te maken met een liefdesverdrietige stresskip noch ontmoette ze een wildmelkster om van een ontvoerd olifantje en een UFO maar te zwijgen.
Niet verveelde…  het drong ineens tot haar door!
‘Zeg Claer,’ zei ze, ‘besef je wel dat we een heel bijzondere trip maken?’
Enigszins bitter keek Claer haar aan. ‘Meen je dat nou? Dan zou ik wel eens willen weten wat jij een badtrip noemt. Bijzonder, poe. Een vrijer die me te dik vindt en in de steek laat, een ettertje in olifantsvel, een onecht meertje…’
Ze rilde.
‘Ik weet niks van badtrips maar… hola, wat nou weer?’
Klikklikklik konk het boven hun koppen, tegelijkertijd zagen ze een flits tussen de wolken.
‘Nondeju… een eurosatelliet.’ Geërgerd balde Jolita een hoef naar de lucht. ‘Hebben we niet genoeg aan mijn baas?’ loeide ze kwaad.
‘De smeerlappen, ons ’n beetje in de gaten houden, boeh! Ik ga weer naar huis als het zo moet. Wat is dit voor vrijheid? Zo vinnik er niks meer an…’
Ze pruttelde maar door tot Claer ingreep.
‘Nou is’t genoeg,’ berispte ze, ‘hou op met je gezeur. Laten we liever omkeren, ik heb vreselijk veel trek in verse mais.’
Ze sjokten terug richting snelweg.
‘Hallóó dames, zin in een avontuurtje?’
Omkijkend zagen ze een paar likkebaardende zwerfhonden.
Ze haalden hun schouders op.
Het hoefde niet meer.
Ze wilden hun melk en ei kwijt en durfden niet te rekenen op een volgend hongerig meisje.
Ze wilden thuis zijn en opscheppen over hun reis.
Ze haastten zich
==

Jolita, slot.

Hoe meer ze zich haastten hoe meer haast ze kregen.
Klepperdeklop deden Jolita’s hoeven; miepmiep-zoiiiinggg flitste Claer; stofwolken staartten achter hen aan en voor ze het wisten stonden ze bij de snelweg.
Jolita dacht er niet aan bang te zijn voor het verkeer en laveerde gracieus  tussen de jagende auto’s, een pad banend voor Claer die in diepe gedachten was.
Zodra ze aan de overkant stonden hief ze een vleugel op: stop!
‘War is er aan de hand? Toch niet weer nieuwe meemaaksels?’ Verontrust herkauwde Jolitas een bosje gras.
‘Joliet,’ sprak Claer plechtig, ‘kijk naar mij.’
‘Doe ik al. Èn?’
‘Wat zie je?’
‘Nou, gewoon, ik zie jou.’
‘Anders niks?’
‘Uhh, nee. Sorry hoor.’
‘Heb je last van jaloezie, Joliet? Eerlijk zeggen.’
Verbluft staarde Jolita haar vriendin aan. ‘Waarom zou ik?’
‘Nou, let op: IK BEN AFGEVALLEN!!’
‘Hè? Krijg nou wat… je hebt gelijk, dat ik dat niet eerder heb gezien. Gefeliciteerd meid!’ Ze gaf Claer een warme knuffel waarbij ze tersluiks het schriele kippeborstje bekeek.
‘Luister,’ vroeg ze voorzichtig, ‘zijn er bij jullie geen andere kerels dan die 2Macho? Een gezellige middelbare of zo?’
‘Bejje belazerd?’ steigerde Claer, ‘ik wil 2M en als ik hem niet kan krijgen duik ik het klooster in.’
‘Tuttut’ kalmeerde Jolita, ze was Claers gestress ’n beetje beu. ‘Laten we alsjeblieft doorlopen.’
Pissig kraaloogde Claer terug; zij was het onbegrip van haar vriendin minstens evenveel beu.
Ze kwamen aan het hek. Het naderende afscheid verzachtte hun stemming. Geroerd draaiden ze de koppen naar elkaar, hier was het immers begonnen.
‘Het ga je goed.’ Nog éénmaal schudden ze poot en vleugel.
Jolita klom over het hek zonder haar uier te schaven; ze liep regelrecht naar tante Rirante voor een verslag.
Claer scharrelde heen en weer; wachtend op het welkomstgekraai van 2Macho zocht ze alvast een mooie worm voor hem.
Het leven hernam zich.
=

Op naar de toekomst.
. 

© Bertjens.