Pauw cs


Momenteel is Pauw op de tv; ik zal er geen blik op werpen al moet ik zeggen dat hij een goede presentator is.

Om 19 uur was DWDD;  van dat programma zie ik alleen  De TV DRAAIT DOOR. Duurt ongeveer vijf minuten en vertoont grappen, bloopers, humoristische stukjes uit shows en dergelijke, ongeveer 19.30.

Verder houd ik het voor gezien en zap verder.

Kijk, in hun soort zijn ze best goed (hangt mede af van je politieke voorkeur) maar door de almaar terugkerende gasten gaat het meer en meer lijken op onderonsjes. Wéér dezelfde gezichten met obligate lachjes en opvattingen. Maakten ze clips van huisfeestjes? denk je dan.

Pauw en Witteman deed ik om die reden in de ban ook al hadden ze er steevast een gast bij die uit de toon viel; nieuwe schrijver, zanger, you name it, het was een mager zoethoudertje om de zogenaamde diversiteit van de gasten te benadrukken.
Het TV-aanbod valt niet altijd mee;  of het zou moeten zijn dat nijdig worden goed is voor de bloedsomloop.  Blijven kijken dus want het houdt ons hart aan het pompen. Hopen we.
ps
‘Down met Johnny’ wel eens bekeken? Grandioos.

Is natuurlijk niet te vergelijken met politiek-getinte en praatprogramma’s maar jongens, wat een goeie!
Advertenties

Zomer vs herfst


‘En weer,  luisteraars, scoort Zon, hoelang zal de euforie duren? Daar zie ik  Herfst al een paar slagen binnenhalen en …oh oh oh, de scheids ziet het niet terwijl het duidelijk  winds was,  dat gaat verkeerd luisteraars, Zon stort ter aarde maar lijkt niet al te ernstig gewond. Herfst staat te popelen om Zon ten onder te laten gaan maar wat zien ik? Zon staat op, wankelend doch stralend kijkt ze Herfst in de ogen en schiet…’
zomer vs herfst 001

Kauwen

kauwenopmolen 001

Deze foto is van beginjaren 2000 en niet scherper te stellen. Niettemin zie je de vogels  wieken en kap bezetten.

Het zijn grappige vogels die lopen op een manier die aan een parade doen denken, dapper en zelfbewust, hun zwarte petjes fier op de kop.

In de loop van de jaren kreeg ik een hekel aan ze, een klein beetje hoor, maar toch.  Ze zijn zo nadrukkelijk aanwezig; vreten de mezenbollen en pindasnoeren op, duiken met hun grote lijven in vogelhuisjes en steken ook de kleinste broodkorstjes aan hun snavel, drie of vier stuks of meer.  Ze jagen de kleinere soorten niet direct weg, die gaan vanzelf wel aan de kant en dat moet je letterlijk nemen: kauwen nemen de tuin in beslag en de vinken, mussen, mezen en meer  zitten langs de rand. Merels trekken zich minder van ze aan, die hebben het te druk met hun eigen hiërarchie. Ze negeren zelfs de kat.
–   kauw

Kauwen zijn, voor zover ik weet, nog steeds beschermd. Daardoor kun je ze herhaaldelijk zien als op de foto, beluisteren in en rondom de kerktoren of in de boom naast een populaire frietkraam waar ze een hels lawaai maken. In de schoorstenen van ons blok huizen ze ook, afwisselend opvoedend en ruziemakend.  Volgens mij zitten ze te ouwenelen als een paar ouderwetse huisvrouwen, zo klinkt het.
En ze zijn slim.
Jaren geleden schoot een kennis op ze, stiekem. Nog steeds hoeft hij maar met zijn geweer naar buiten te gaan en ze verdwijnen in stilte. Ze brieven het door of het werd een kauwenlegende of godweethoe vogelgeheugens werken. Misschien kennen ze een soort kauwenapple, wat weten wij daarvan.
Al met al hebben ze charme. Brutale charme maar ja, het zijn dan ook kraaien en die zijn nooit bescheiden.
Op  Kauw  staat meer informatie.

Leeftijdsdiscriminatie


Daar spraken we over.
Heel vervelend voor degenen die er het slachtoffer van zijn, wijlen echtgenoot maakte het herhaaldelijk mee bij sollicitaties en ergerde zich groen en geel.
Logisch, als cv-monteur oude stempel kon hij menig jonggeleerde uit de brand helpen al wisten ze nog zoveel van de nieuwste ketel-printplaatjes. Naar mijn idee zouden senior+junior een ideaal koppel zijn, ze vullen elkaar aan.
Ook op ander gebied speelt leeftijd een rol, getuige dit voorvalletje vorig jaar. Niet belangrijk, toch storend.

Mijn tv-bril moest aangepast en ik maakte een afspraak bij de winkel waar ik hem gekocht had. Daar werd ik vriendelijk ontvangen, wat heet, bijna hartelijk op het flirterige af; ‘mevrouwtje’ werd bij de arm genomen en mocht plaatsnemen in een aangeschoven stoel en ‘vertel het eens..’ Hij hijgde nog nèt niet.
Ik legde uit van de afspraak; hij zocht mijn naam op in de computer, las de gegevens hardop voor.
Mevr. BS, adres, geboren 1946 en bij dat laatste was daar de verandering. Subtiel maar duidelijk: van charmant naar beleefd.

Stel je een sollicitant voor die een niet onaardige indruk maakt; en dan komt de leeftijd ter sprake… ‘helaas  U past net in ons team’ of dergelijke. De tegenvaller zal hard aankomen..
Of de senior op vrijersvoeten;  date met een vlotte dame, blijkt ze tegen de honderd te lopen.
Ook bij kinderen kan dit voorkomen. Onze oudste was vroeg op lengte en werd gevraagd voor een partijtje voetbal door een paar oudere jongens. Het spel verliep prima en ze praatten nog wat. Toen moest hij zijn leeftijd vertellen.  Het scheelde een jaar of drie maar je begrijpt dat het afgelopen was.   Ze slenterden weg en zoon keek sip.
Dit deed me denken aan een verhaal van Annie M.G. wier zoontje iets vergelijkbaars meemaakte.

Hoe dan ook, discriminatie is een gemeen verschijnsel. Dit stukje gaat alleen maar over leeftijd, je kunt bedenken hoe erg het is als het over huidskleur en/of nationaliteit gaat.
Maar het is onuitroeibaar.

Obsessie


Het is iets na elven in de avond. Twijfeluur. Zal ik naar bed gaan met een hol gevoel of nog even opblijven voor een snack.
Uhm…
Sneetje brood met yorkham en mosterd kan toch geen kwaad?  Halve tomaat erbij voor het gezond. Augurkje. Of een baguette met knoflook…
Nee! Ik doe het niet!
Oké.
Vijf minuten flink zijn, denken aan de drie toetjes die ik kocht.  Eén voor vrijdag, één voor zaterdag en eentje voor zondag. Ze zijn al op.
Goede les.
Plakje kaas dan maar? Wat maakt een plakje meer of minder nou uit?
Of dat gekookte ei? Drupje mayonaise met ….
Intussen is het al 1 uur en ik ben nog steeds niet uitgedacht.
Ik ga naar bed.
Met een holle maag maar overleef ik het wel.
Hoop ik.

Brokken-pastoor


Bij toeval kwam ik het volgende citaat tegen, van Jan_Brokken
Hij stelde:

‘In een dorpspastorie zie je meer van het leven dan in een bordeel.

In eerste instantie schoot ik in de lach, denkend aan de geijkte grappen.
Daarna vroeg ik me af, wat bedoelt hij eigenlijk?

Het zal een goeie quote zijn voor de kroeg, de pastoor die van bil gaat met de huishoudster was in menige mop een geziene gast.

Maar in een pastorie kwamen ook parochianen met hun noden;  sommigen passeerden de biechtstoel en vroegen liever om priesterlijke raad in een huiselijker omgeving, een biechtstoel was tenslotte maar een akelig donker ding waar je nooit eens je gevoelens kon tonen. Doelde Blokker daar op?
Niet echt belangrijk maar ik pieker er over en bekijk onze vroegere pastoor (en kapelaan en dominees) met andere ogen. Ze leven niet meer en daar mogen ze blij om zijn want ik zou ze hinderlijk aan hun hoofd zeuren over dat bordeelgedoe.
Ze waren natuurlijk veel wereldwijzer dan wijzelf.
Of ze dat uit persoonlijke ervaring waren is een vraag.
Misschien kent Blokker het antwoord?

Vluchtelingen en boekvraag


Zoveel mensen die de grenzen oversteken en Europa weet niet wat te doen. Het zal ook moeilijk zijn om ze allemaal onderdak te bieden maar in de jaren tachtig lukte het ook dus heb ik nu goede hoop.

De situatie doet me denken aan een boek dat ik las, jaren geleden.
Over vreemde mensen die plotseling overal opdoken. Ze gedroegen zich rustig maar zeker van zichzelf, begaven zich in de tuinen en bleven daar, probeerden binnen te komen, namen schuren en stallen in beslag.
De inwoners wisten niet hoe er mee om te gaan; de meesten probeerden zich pc te gedragen en lieten de nieuwkomers binnen, sommigen uit plichtsgevoel, anderen vanuit uit solidariteit, weer anderen hielden de deuren zorgvuldig gesloten.
Op de achtergrond speelde zich een poging af van een vrouw die naar Europa wilde vluchten.
Wie herkent dit gegeven en weet welk boek het was en wie de schrijver?

Over leeftijd.


Het is niet altijd verstandig om toe te geven maar ik zeg het toch: ik loop tegen de zeventig.
Heden ten dage is dat niet meer aftands te noemen gezien de actieve senioren over wie je bijna struikelt. Fietsend, wandelend, gymnastiekend, je wordt doodmoe van ze.

‘Worden wij ook zo?‘ vroeg ik ooit aan echtgenoot na voor de zoveelste keer zowat platgereden te zijn door een jolig stelletje ouwe lullen.(zo noemden we ze, uit ergernis)

Ik hoop het niet.‘ Met een gepijnigde blik keek hij me aan. ‘Maar zadelpijn….’

Daar hoorde je dus nooit wat van.

Enfin.

Nu de levensverwachting intussen tot ver over de honderd jaar is gestegen behoor ik tot een soort middelbare bevolkingsgroep. Er zijn nog mensen boven mij.
Grappig om nog U te zeggen tegen ouderen. Zoals me als kind geleerd is.
Zo voel je je vanzelf een jonge blom 🙂