sprookje

Zomaar een sprookje, het betekent niets

Er was eens een echtpaar zo mooi,  zo liefdevol, je zou het niet geloven.
Met verrukkelijke kinderen en wonderlieve huisdieren.
’s Morgens had hij een baan en ’s avonds had zij er een, om de beurt voor het gezin zorgend, eens als ze waren over de taakverdeling.
Ze waren gelukkig.
Totdat…
… een knappe maar hebzuchtige heks rondwaarde, op zoek naar iets nieuws. Ze bekeek het echtpaar.
Ze gaf niets om gezinsgeluk maar deze mooie man wilde ze.
Verleidelijk ronkend op haar bezemsteel loerde ze door het raam.
Zong zoete liedjes in de nacht.
Smekend.
De man bracht de dagen vaker veilig thuis door, hij werd gevaarlijk warm als hij de knappe heks hoorde. Hij bekende zijn vrouw dat hij liever trouw bleef maar die heks was te toverachtig om te ontwijken.
De vrouw bedacht iets.
‘Het is riskant, zei ze ‘maar dit kan zo niet blijven. Ga haar vannacht tegemoet en blijf stilstaan. Kijk haar niet aan, anders ben je verloren.’
Hij ging.
De heks gilde verrukt, trok hem mee.
Hij keek smekend achterom, ‘…één keertje…’ en bezweek.
Bedroefd keek zijn vrouw hen na, ze mompelde iets.
Het was beslist een vloek, in twee minuten waren man en heks verschrompeld tot brandnetels.
==