Foto’s uit prille jeugd

Je ziet dat de vrijers toen al achter me aan liepen,
dat ik in de natuur woonde,
dat Poes ook meedeed,
en dat ik groeide als kool.

Het was een gelukkige tijd.
Ik zou hem graag nog eens overdoen.
Maar dat huisje bestaat niet meer.

Advertenties

Vrijheid, blijheid

Hoe goed je het hebt als – gezonde- gepensioneerde bleek vandaag weer.
Wat zal ik het eerst doen, dacht ik vanmorgen.
Strijken? Op bezoek? Verven? Schrijven? Ramen? Anders?
Ik had het voor het uitzoeken en het was allemaal nodig.
Maar ik kon niet kiezen en heb er de rest van de dag over nagedacht.
Tijdens het spitten, poten, en andere buitenklussen. Dat wel.

Vol verwachting

Vanmorgen vroeg, het was nog donker – werd ik wakker met een onbenoembaar blij gevoel. Er was iets, iets positiefs. En toen wist ik het weer.
De slaap kwam terug.
Een uur later werd ik opnieuw wakker, nu had ik het meteen.
Uitgeslapen stond ik op, deed de gewone dingen en zette me aan het ontbijt dat door de opwinding nergens naar smaakte. Alleen de koffie trok zich niets van de stemming aan.
Het nieuws van half acht kwam door maar raakte me niet.
Het weerbericht ging langs me heen, reclame merkte ik niet op.
Ongedurigheid beving me.
Ik duwde de klok vooruit.
Tokkelde op het tablet, zag dat de klok terugsprong, hoorde de bel in alle geluiden. Het gerasp van de kauwen klonk precies zo.
Maar dan was de tijd daar en kon ik rechtop staan,  naar de voordeur lopen en de brenger om zijn hals vallen.
De nieuwe wasmachine arriveerde.

Sweet memories

Gisteren was doomsday, zo noem ik de sterfdag van echtgenoot.  Een dag van ’n beetje nadenken, terugkijken, eenzijdige gesprekken voeren.
Halverwegde de dag braken de chocoladepaaseieren me op. Ook de hoofdpijn keerde terug, misschien krijg je dat van een overdaad aan chocola.
Met buikpijn stond ik voor P’s foto.
‘Ik mis je nog steeds,’ vertelde ik hem, ‘je zou me hebben geholpen door de helft van de paaseitjes op te eten. Weet je nog dat we afspraken: we kopen ze niet meer, we snoepen ons een hartvervetting en dat we het zogenaamd vergaten? Dat was lachen.
Samen ziek worden voelde minder erg.
Zal ik You sexy thing draaien van Hot Chcolate? Moet je dat ‘sexy’ wegdenken.  Daar ben ik te misselijk voor.’
Hij keek me alleen maar aan. Ik zou zweren dat hij lachte.

Landerige dag

Het stapplan ging niet door, vriendin moest onverwachts weg en ik was niet helemaal lekker. Een vol hoofd en suizerig, algeheel gevoel van malaise.
Suffig liep ik heen en weer, pauzerend bij de medicijndoos: para of niet? Neuh, vaak knap je vanzelf op.
Gedachteloos gebruikte ik een voor een de make uppotoden, een beter uiterlijk helpt wel eens.Natuurlijk lette ik niet op met rode ooglijntjes en donkerbruine lippen als gevolg.
Ach ja, afwassen en laat maar.
Vaatwasser leegruimen? Vanmiddag tijd genoeg. Vanavond.
Chocolade-eitjes, lekker eten, soep? Getsie.
Ik zette me aan de laptop al wist ik niet wat te doen. Bloggen? Eerst antwoorden wegwerken.
En dan?
De stapel blaadjes en reepjes papier is weer hoog. Vaak word ik ’s nachts wakker met briljante ideeën, krabbel ze neer en kan ze later niet lezen. Ik propte alles bij elkaar en gooide ze in de prullenbak, bedacht me en haalde ze er weer uit, zocht iets leesbaars, propte de boel opnieuw in elkaar.
Wat tikt die klok luid zeg.
Toch maar een hoofdpijntablet.

Het gaat beter.
Nu nog een van die briljante invallen terugzoeken.

‘Hoe krijg je het voor elkaar…’

Een mens moet alles leren voor hij iets kent/weet/beheerst.
Dat weten we.
Er is verschil in tempo waarmee geleerd wordt. Ik ken mensen die in snelreinvaart bepaalde dingen onder de knie krijgen, van wiskunde tot gymnastieken.
En het laatste, dat bewonder ik ten zeerste,  hardleers als ik was ondanks de gymlessen die ik jarenlang volgde.
Ze hebben een lichaamsbeheersing waar ik jaloers op ben. Ze sporten, rennen over smalle bruggetjes, dansen, fietsen over de hobbeligste aller bospaden, het kost hen geen moeite. Altijd soepel en in evenwicht, nooit een onzekere beweging, vallen of stoten is er niet bij.

Dit overdacht ik gistermiddag toen ik eerst een vette schram opliep en naderhand een tas vol water.
Ik behoor niet tot de lenigen, integendeel, mijn vader noemde me een onbesuisd kind hoewel ik me van geen kwaad bewust was. Ik zàg de obstakels gewoon niet al ben ik na de val waarbij ik een arm brak voorzichtiger in mijn bewegingen.
Toch lukte het me om met kracht langs een scherpe deurpost te schuren. Bloed, deppen en pleisterwerk en kojes thee om bij te komen.
Later, in de toilethal bij de bibliotheek, zette ik – gedachteloos, brein sliep –  mijn tas even in een van de fonteintjes. Daarmee activeerde ik de automatische kraan maar merkte het niet.
Pas toen ik klaar was, vertrok, een dripdripgeluid hoorde en omkeek zag ik een waterspoor achter me. Het slierde uit mijn tas.
Nou, eh, tja, ik zette de tas op de grond en depte het meeste water op met toiletpapier, biddend dat er niemand binnenkwam. Men zou denken dat ik  niet zindelijk was.
Het ging goed.
Echtgenoot, ouders, onderwijzers, ze zouden stuk voor stuk geroepen hebben:  ‘hoe….’
Met als variant: ‘Daar heb je haar ook weer.’