Weemoed bij fotoalbum

Achter de wolken schijnt de zon.


←–Achter beboste bergen ook. Je kunt niet goed zien waar de grens tussen berg en wolk ligt. Fascinerend.
Ook wisten we nog niet hoe het weer zou uitpakken, maar mooi was het.
Uit een vakantiealbum van 2011, ergens in Frankrijk.

In het jaar 2008, in hetzelfde gebied, was de aankondiging duidelijker:
er was onweer op komst. Ook dat was fascinerend en spannend bovendien, we verwachtten filmachtige toestanden (die helaas uitbleven, we dronken als troost nog maar een glas wijn).
We zagen het vanaf een terras met uitzicht op de Pyreneeën. –→


Een van de leukste bezigheden bij een naargeestig humeur, foto’s kijken.
Het kunnen allerlei onderwerpen zijn maar in vakantie’s maakte je vaak net iets mooiere dingen mee.
Er is weemoed, uiteraard.
Misschien ook een traan of meer.
Toch krijgt na enkele jaren een andere instelling de overhand.
Blijdschap om wat er was, vrolijkheid bij lachwekkende poses.
Een gevoel van acceptatie.
Herinneringen die niemand je kan afnemen, kostbaar eigendom.
Zo ervaar ik het

Advertenties

Over fotograferen

Dat is niet mijn fort.
Leuk om te doen maar spannend, het resultaat is meestal een verrassing.
Het gebeurt wel dat ik per ongeluk klik, dan krijg je zoiets als het eerste plaatje. Een raadsel dat leek op een insect, ik googelde serieus op een beest met bruingevlekte poten. Tot ik een bril herkende.
Het komt ook voor dat er, eveneens per ongeluk, betere foto’s tevoorschijn komen. Geen kunstwerken maar gewoon aardig.
Dat zijn de andere. Die van de stier is nog uit de jaren ’70, gemaakt met een oeroude camera maar het beestje staat er mooi op.
Een magere oogst en dat van al die jaren.
En dan zijn er nog met onderwerpen waarvan ik me afvraag: wat bedoelde ik hier ook weer mee?
Die kan ik niet meer vinden.
Niet dat we er iets aan missen.

Camera en ik.

Kom, dacht ik, laat ik een paar selfies maken. Binnenkort wordt het ID-bewijs vernieuwd, kan ik eerst even checken welk gezicht ik moet opzetten voor een passende foto.
Voorheen maalde ik daar niet om maar met de jaren komen oudevrouweneigenschappen je aanwaaien waarvan de wens om een goedgelijkende foto er één is. Eerlijkheid boven alles.
Daartoe nam ik plaats in het volle licht en maakte er een stuk of tien, en profil links en rechts inbegrepen.
Zonder te controleren zette ik ze op de laptop. Dit zijn er een paar:

Had ik wéér de camera verkeerd om en nog schaduw erbij.
Ik vloekte onfotogeniek, de zin was er meteen af. En het licht was ook verkeerd.
Uiteindelijk nam ik een paar snelselfies (met de camera in de juiste richting) maar door een uitgewreven oog zijn die mislukt.
Ik durf ze niet te vertonen, zo eerlijk ben ik nu ook weer niet en als ik zo bij de fotograaf moet poseren wìl ik niet eens een nieuw ID-bewijs. Dan blijf ik wel thuis.
Fotograferen en ik, het gaat maar héél af en toe goed.

Vakantiefoto’s die het bewaren waard zijn

Een van de zaligste vakanties, ongeveer 7 jaar geleden. Aan de kust. Strand vlakbij en duinen, het geluid van de zee in je oren.
Wandelingen naar het Zwin. Breskens en Middelburg bezoeken. Rammekensroute fietsen. Vlissingse kade.
Hoogtepunten waren luie stoel, emmer en warme sokken.

(Foto is onscherp, nog gemaakt met ouderwetse camera)

 

Over foto- en dia-avondjes


Ken je dat? Foto’s moeten kijken en bewonderen, meestal van een vakantie? Na drie plaatjes had je er genoeg van maar uit fatsoen ging je door. Erger waren de dia’s waarmee een complete avond naar de knoppen werd geholpen; licht uit, doek uitgerold.
Op twee ellenlange uitzonderingen na viel het meestal mee, gelukkig.
Nog gelukkiger is het huidige tijdperk waarin hoogstens een paar exemplaren op de telefoon  voor je neus worden gehouden (men geeft het ding niet graag uit handen) en je niet de hele avond hoeft  te ah-en en oh-en.
Die twee keer waren papieren fotosessies. Een van het bouwen van een huis, een van het verbouwen van een ander huis.
Niet te geloven:
– uitzetten van fundering
– storten van fundering halverwege
– storten van fundering voltooid
– eigenaar die higfive-t met funderingleggende opperman en betonmolen
enzovoorts, met schattige onderschriften, tot na zesduizend opnames de vlag in top hing en we knettergaar waren.
Het album van de tweede sessie was vergelijkbaar;  van het uitbreken van de eerste deur tot de laatste lik verf.
Pfff.
Dit zijn mooie herinneringen voor de eigenaren en/of hun kinderen maar een buitenstaander heeft er al gauw genoeg van.

Hier dacht ik aan toen een nichtje in onze albums neusde en de helft van de bladen ongeïnteresseerd omsloeg.
‘Ouwe meuk’, zei ze.

Gluurogen


Bij deze lucht is het beeld weer streeploos. Als ramen die pas gezeemd zijn (niet dat dat vaak gebeurt maar ik herken het direct).

Wat meer opvalt zijn de glurende ogen in het gebladerte. Waar kijken ze naar, wat zien ze, wat wìllen ze zien, blote bloemen? Op de vergroting zie je ook nog een soort hoorntjes, gecamoufleerd maar duidelijk.
Waarvandaan komt zoiets of -iemand, uit duistere poelen van de oude Peel? Daar huisde van alles, vast en zeker ook bladhoornige griezels, wat weten wij daarvan.
Als hij er morgenochtend nog zit roep ik de vreemdelingenpoltie en tegelijk de ME, van engerds verwacht ik rarigheden.
Natuurlijk kan ik er ook zelf op af gaan. Ik heb een deegroller en een paar scherpe messen, buks, strijkbout, slagkoekepan en een grote mond.  Die laatste houdt me juist tegen, stel dat ik hem beledig en hij me aanklaagt en ik moet zitten?
Wie bezorgt me in dat geval een vijl of ontsnappingstouwladder? Van WordPress en Microsoft  verwacht ik niets.
Geef mij de ME maar, als ze hun paarden tenminste thuislaten.
Daar ben ik nog banger van.