Vakantiefoto’s die het bewaren waard zijn

Een van de zaligste vakanties, ongeveer 7 jaar geleden. Aan de kust. Strand vlakbij en duinen, het geluid van de zee in je oren.
Wandelingen naar het Zwin. Breskens en Middelburg bezoeken. Rammekensroute fietsen. Vlissingse kade.
Hoogtepunten waren luie stoel, emmer en warme sokken.

(Foto is onscherp, nog gemaakt met ouderwetse camera)

 

Advertenties

Over foto- en dia-avondjes


Ken je dat? Foto’s moeten kijken en bewonderen, meestal van een vakantie? Na drie plaatjes had je er genoeg van maar uit fatsoen ging je door. Erger waren de dia’s waarmee een complete avond naar de knoppen werd geholpen; licht uit, doek uitgerold.
Op twee ellenlange uitzonderingen na viel het meestal mee, gelukkig.
Nog gelukkiger is het huidige tijdperk waarin hoogstens een paar exemplaren op de telefoon  voor je neus worden gehouden (men geeft het ding niet graag uit handen) en je niet de hele avond hoeft  te ah-en en oh-en.
Die twee keer waren papieren fotosessies. Een van het bouwen van een huis, een van het verbouwen van een ander huis.
Niet te geloven:
– uitzetten van fundering
– storten van fundering halverwege
– storten van fundering voltooid
– eigenaar die higfive-t met funderingleggende opperman en betonmolen
enzovoorts, met schattige onderschriften, tot na zesduizend opnames de vlag in top hing en we knettergaar waren.
Het album van de tweede sessie was vergelijkbaar;  van het uitbreken van de eerste deur tot de laatste lik verf.
Pfff.
Dit zijn mooie herinneringen voor de eigenaren en/of hun kinderen maar een buitenstaander heeft er al gauw genoeg van.

Hier dacht ik aan toen een nichtje in onze albums neusde en de helft van de bladen ongeïnteresseerd omsloeg.
‘Ouwe meuk’, zei ze.

Gluurogen


Bij deze lucht is het beeld weer streeploos. Als ramen die pas gezeemd zijn (niet dat dat vaak gebeurt maar ik herken het direct).

Wat meer opvalt zijn de glurende ogen in het gebladerte. Waar kijken ze naar, wat zien ze, wat wìllen ze zien, blote bloemen? Op de vergroting zie je ook nog een soort hoorntjes, gecamoufleerd maar duidelijk.
Waarvandaan komt zoiets of -iemand, uit duistere poelen van de oude Peel? Daar huisde van alles, vast en zeker ook bladhoornige griezels, wat weten wij daarvan.
Als hij er morgenochtend nog zit roep ik de vreemdelingenpoltie en tegelijk de ME, van engerds verwacht ik rarigheden.
Natuurlijk kan ik er ook zelf op af gaan. Ik heb een deegroller en een paar scherpe messen, buks, strijkbout, slagkoekepan en een grote mond.  Die laatste houdt me juist tegen, stel dat ik hem beledig en hij me aanklaagt en ik moet zitten?
Wie bezorgt me in dat geval een vijl of ontsnappingstouwladder? Van WordPress en Microsoft  verwacht ik niets.
Geef mij de ME maar, als ze hun paarden tenminste thuislaten.
Daar ben ik nog banger van.