Eend zwom. Zogenaamd.

Jammer dat ik de foto’s kwijt ben van de grote eend. Hij leek ’n beetje op die van het plaatje.

Na een paar regenbuien brak de zon door, we namen de fiets en maakten een ritje.
Er lagen veel plassen waarin verschillende vogels rondhingen.
Plotseling zagen we hem, tussen al dat water in het kleinste plasje, niet veel groter dan hijzelf.
Het was een vreemd gezicht. Grappig, dommig, lief en eigenwijs tegelijk.
We sprongen van de fiets en bleven staan voor een paar foto’s.
Hij vond het goed en ging gewoon door met het bewegen van zijn poten al kwam hij niet vooruit, hij zal geoefend hebben voor watertrappelen of wilde zijn  zwemkunsten vertonen.
Af en toe snaterde hij een woord dat we niet verstonden, we knikten voor de vorm.
Zo te zien was hij behoorlijk  in zijn sas.
Wat zal hem bezield hebben? Dwarsheid? Geplaagd met slechte ogen? Beetje gek, kunnen eenden gek zijn?
We zagen vaker vreemde vogels, dit was een van de aandoenlijkste.

Advertenties

Dierenleed

‘Dierenambulance redt katten uit grof vuil’ las ik ergens.
Meteen kwam er een akelige herinnering boven, aan een man die katten lokte en vermoordde. Iemand die ervan wist vertelde het, ‘je wilt het niet weten,’ zei hij.
Dat wilde ik natuurlijk wel en betreurde deze wetenschap bitter. Ik ga niet uitleggen op welke manier de dierenbeul te werk ging maar het eindigde met uithongering van de beesten. Ik lag er vaak wakker van.
‘Geef hem aan bij de politie, het is strafbaar,’ drong ik aan.
Dat durfde de boodschapper niet. Hij had geen bewijzen, zei hij. Achteraf vermoed ik dat hij bang was, begrijpelijk.
Ik was  er kapot van en begreep het niet. Waarom schoot hij ze niet direct dood? Dat is ook erg maar dan lijden ze minder, redeneerde ik onnozel.
Je vraagt je af:  zijn het dezelfde mensen die als kind kikkers opblazen, hooiwagens de poten uittrekken, honden een blikje aan de staart binden, de kat in het water gooien, schildpadjes op hun rug leggen?
Of  zoek ik het te ver?

Dierengelach?

Een overbuurvrouw liet haar hond uit, een jolig beest met veel ras. Ik aaide hem en tilde een voorpoot op om eronder te krabbelen. Hij hapte naar me. ‘Huh?’ Buurtvrouw snapte er niets van.
‘Even kijken of hij tegen kietelen kan,’ legde ik uit. Ze kon er niet om lachen.
Buurkat liep langs.
‘Kom hier dat ik je kietel,’ riep ik Hij keek me aan, van boven naar beneden en terug  en verdween onder de struiken. Misprijzend.
Er blaften en keften een paar dwerghondjes, verderop in de buurt, die zou ik vast wel stil krijgen. Ik nam ze op schoot en kietelde ze onder de voeten, onder de voorpoten en kneep ze in de buik. Ze worstelden zich los en huilden nog veel harder.
Het viel me tegen.
Na het lezen van /kietelen-voor-de-wetenschap/   dacht ik de dierenvriend uit te hangen,  de meeste honden zijn immers aanhalig en sommige katten ook.
In plaats daarvan  steken ze de straat over als ze me zien.