Dierengelach?

Een overbuurvrouw liet haar hond uit, een jolig beest met veel ras. Ik aaide hem en tilde een voorpoot op om eronder te krabbelen. Hij hapte naar me. ‘Huh?’ Buurtvrouw snapte er niets van.
‘Even kijken of hij tegen kietelen kan,’ legde ik uit. Ze kon er niet om lachen.
Buurkat liep langs.
‘Kom hier dat ik je kietel,’ riep ik Hij keek me aan, van boven naar beneden en terug  en verdween onder de struiken. Misprijzend.
Er blaften en keften een paar dwerghondjes, verderop in de buurt, die zou ik vast wel stil krijgen. Ik nam ze op schoot en kietelde ze onder de voeten, onder de voorpoten en kneep ze in de buik. Ze worstelden zich los en huilden nog veel harder.
Het viel me tegen.
Na het lezen van /kietelen-voor-de-wetenschap/   dacht ik de dierenvriend uit te hangen,  de meeste honden zijn immers aanhalig en sommige katten ook.
In plaats daarvan  steken ze de straat over als ze me zien.