Huisduif

Soezend in de schaduw werd ik een vage beweging gewaar.
Ik keek op en zag een duif.
Hij liep heen en weer, naar me kijkend alsof hij me kende.
Grappig. Ik mompelde iets van ‘gezellig dat je er bent’ en soesde verder.
Hij bleef om me heen scharrelen, pikte hier en daar wat van de stoep en stapte uiteindelijk naar de serre. Tussen de vliegenkralen door die hij ook al leek te kennen.
Daar neusde hij een paar rondjes.
Een huisduif. Vertederd zag ik het aan en herinnerde me verhaaltjes van mensen die dachten dat hun overleden geliefden een groet stuurden via vlinder of duif. Een vriendin geloofde stellig dat haar dode man zich in een straatduif bevond.
Zelf zit ik daar niet mee.
Hij kwam weer naar buiten, liep meteen weer achter me aan toen ik naar binnen ging.
En watsienik? Drie groenwitte dridders op de mat en één onder mijn vaste leesstoel. Allemaal 3XL of meer.
Razend keerde ik me om, deed ksst ksst en gooide de deur dicht.
Al opruimende zag ik hem voor de (glazen) deur staan, uilig naar binnen turend.
Zou hij echt wachten tot ik hem erin liet?
Inwendig lachte ik.
Als ik zou geloven in man’s vermomde ziel dan zou dit hem niet zijn.
Hij zou zich nooit buiten laten zetten.

Advertenties

Zwerfdieren opvangen

In een naburige plaats wordt geld gevraagd door de Dierenopvang.
Ze vinden dat de omringende gemeenten horen mee te betalen aan de inmiddels ruim duizend katten en vijfhonderd honden jaarlijks opgevangen dieren, die moeten wachten op een geschikt tehuis. Het centrum hanteert namelijk een anti-inslaapbeleid, dit vergt meer personeel en betere opvangruimte .
Prachtig ideaal.
Krijgt het nu zo’n 34 eurocent per inwoner per jaar, voor een goede opvang moet dat naar 75 ec. Het is tenslotte een gemeentelijke taak, uitbesteed aan het opvangcentrum.
Het probleem is niet nieuw maar weer is de vraag:
moeten alle zwerfdieren opgevangen worden of mag men ze laten inslapen?
Meer geld zou ik geen bezwaar vinden, het liefst hield ik alle honden en katten in leven maar om ze nou weken, misschien wel langer, in gevangenschap te houden vind ik minder diervriendelijk.  Wat met probleemdieren? Ik weet van een hond die drie keer werd teruggebracht, het zit er dik in dat het geen huishond wordt. Hoe voelt dat voor een beestje dat er niets van snapt?
En oudere dieren? Die zijn vast niet zo populair als schattige puppies, kittens en knabbelkonijntjes. Hoelang wachten die?
Dan vraag ik me af of pijnloos laten inslapen niet een betere oplossing is.

Een extra actie via advertenties en tv-reclame zou misschien de diereneigenaren tot nadenken stemmen voor ze hun huisdier ophokken of, erger, loslaten.
Een actie waarin de nadruk gelegd wordt op de waardeloosheid van zo’n daad,
In de trant van:
‘Bent U ook zo’n dierenbeul?? Nee toch…’

Schapen scheren…


…het is er de tijd voor.
Als kinderen keken we elk jaar.  Het was geen muzikaal evenement, het gebeurde gewoon bij een buurboer. Langs de straat was een weitje waarin de beesten ont-manteld werden.
Wat we er zo mooi aan vonden weet ik nog steeds niet, eigenlijk was het een beetje zielig maar, zei mijn vader, de scheerder stond bekend om zijn handigheid en de schapen waren blij van hun vacht af te zijn. Dat troostte.
Op de feestelijke scheersessis van nu gaat het ongeveer hetzelfde maar dan met muziek en publiek, braderietje en dergelijke.
Daar hielden we niet zo van.

Een jaar of 7 geleden fietsten echtgenoot en ik een stille route door het achterland tot we ineens een bekend geluid hoorden: gegier en gemekker, iemand was schapen aan het scheren.
Nieuwsgierig stapten we af, een praatje met een boer was altijd gezellig.
Daar kwamen we deze keer rap van terug, ziende hoe de man te keer ging met de stomme dieren. Lomp werden ze heen en weer gegooid, het scheerapparaat leek een wapen. Hij keek op, zei niets, gooide een nieuw slachtoffer onder zijn knie.
Nu zijn we wel wat gewend op het platteland, we waren echt geen kleinzerige en jammerende buitenstaanders. We weten dat schapen geen kleinemeisjespoppen zijn.
Maar dit.  De geschorenen waren stuk voor stuk flink bezeerd.
‘Alles bloedt,’ riep echtgenoot. Hij wist dat het er, buiten het zicht, niet altijd zo zachtjes aan toe ging maar ergerde zich evengoed. ‘Dit is niet nodig.’
De man ging stug door.
Wij zijn opgestapt.

Vanaf die tijd juich ik het feestelijke scheren toe.
In het openbaar is tenminste toezicht, alle kijkers leven met de schapen mee.

Eend zwom. Zogenaamd.

Jammer dat ik de foto’s kwijt ben van de grote eend. Hij leek ’n beetje op die van het plaatje.

Na een paar regenbuien brak de zon door, we namen de fiets en maakten een ritje.
Er lagen veel plassen waarin verschillende vogels rondhingen.
Plotseling zagen we hem, tussen al dat water in het kleinste plasje, niet veel groter dan hijzelf.
Het was een vreemd gezicht. Grappig, dommig, lief en eigenwijs tegelijk.
We sprongen van de fiets en bleven staan voor een paar foto’s.
Hij vond het goed en ging gewoon door met het bewegen van zijn poten al kwam hij niet vooruit, hij zal geoefend hebben voor watertrappelen of wilde zijn  zwemkunsten vertonen.
Af en toe snaterde hij een woord dat we niet verstonden, we knikten voor de vorm.
Zo te zien was hij behoorlijk  in zijn sas.
Wat zal hem bezield hebben? Dwarsheid? Geplaagd met slechte ogen? Beetje gek, kunnen eenden gek zijn?
We zagen vaker vreemde vogels, dit was een van de aandoenlijkste.

Dierenleed

‘Dierenambulance redt katten uit grof vuil’ las ik ergens.
Meteen kwam er een akelige herinnering boven, aan een man die katten lokte en vermoordde. Iemand die ervan wist vertelde het, ‘je wilt het niet weten,’ zei hij.
Dat wilde ik natuurlijk wel en betreurde deze wetenschap bitter. Ik ga niet uitleggen op welke manier de dierenbeul te werk ging maar het eindigde met uithongering van de beesten. Ik lag er vaak wakker van.
‘Geef hem aan bij de politie, het is strafbaar,’ drong ik aan.
Dat durfde de boodschapper niet. Hij had geen bewijzen, zei hij. Achteraf vermoed ik dat hij bang was, begrijpelijk.
Ik was  er kapot van en begreep het niet. Waarom schoot hij ze niet direct dood? Dat is ook erg maar dan lijden ze minder, redeneerde ik onnozel.
Je vraagt je af:  zijn het dezelfde mensen die als kind kikkers opblazen, hooiwagens de poten uittrekken, honden een blikje aan de staart binden, de kat in het water gooien, schildpadjes op hun rug leggen?
Of  zoek ik het te ver?

Dierengelach?

Een overbuurvrouw liet haar hond uit, een jolig beest met veel ras. Ik aaide hem en tilde een voorpoot op om eronder te krabbelen. Hij hapte naar me. ‘Huh?’ Buurtvrouw snapte er niets van.
‘Even kijken of hij tegen kietelen kan,’ legde ik uit. Ze kon er niet om lachen.
Buurkat liep langs.
‘Kom hier dat ik je kietel,’ riep ik Hij keek me aan, van boven naar beneden en terug  en verdween onder de struiken. Misprijzend.
Er blaften en keften een paar dwerghondjes, verderop in de buurt, die zou ik vast wel stil krijgen. Ik nam ze op schoot en kietelde ze onder de voeten, onder de voorpoten en kneep ze in de buik. Ze worstelden zich los en huilden nog veel harder.
Het viel me tegen.
Na het lezen van /kietelen-voor-de-wetenschap/   dacht ik de dierenvriend uit te hangen,  de meeste honden zijn immers aanhalig en sommige katten ook.
In plaats daarvan  steken ze de straat over als ze me zien.