Materxx. Deel 2

Update
Dit verhaal ligt voorlopig stil.
Er zijn nog een paar afleveringen maar ik kan geen bevredigende opening vinden naar een definitief vervolg.
Later, misschien.
Bertie.


Vermoeid was ze door haar bezorgdheid, niet alleen over het aankomend plaatsgebrek, vooral ook over de tijdinvulling van haar ochters
Het waren mooie tweelingen met intelligente gezichten, ze had redelijk hoge verwachtingen van Iksa (xxa) en Iksbee (xxb) – zoals ze voorlopig genoemd werden-  waarbij ze niet dacht aan hun interpretatie van wetenschappelijk ruimteonderzoek.
Met niet aflatend enthousiasme zochten ze naar vreemde bouwsels en opvallende natuurwonderen die ze mee naar huis konden nemen, ze beschouwden het als hebbedingen. En nu was de verzamelruimte vol.
Materxx had gehoopt dat de kinderen haar waarschuwing over ruimteroof ter harte zouden nemen, in plaats daarvan stuurden ze een breinsein met het verzoek om extra plek, ze kwamen met nieuwe vondsten. Alweer.

Naast het plannen van een dringend gesprek moest ze nu uitkijken naar meer grond. Weer een asteroïde aanhaken? Nog maar een maantje erbij? Konden ze niet beter wat oud spul weggooien?
Ze zuchtte, bedenkend dat ze al een groot cluster van ruimtegronden bezaten, hun woonplek was een almaar uitdijend lichaam. Ze moesten op de velden letten, men kon niet ongestraft met ruimtewetten sjoemelen.
Dit was niet haar enige zorg.
Het idee dat ze oude en andere planeten uitholden maakte haar onrustig.
En de geruchten die de ronde deden.

© Bertie

Advertenties

Materxx . Deel 1

Bezorgd en ook wat vermoeid schudde Materxx het hoofd toen ze haar ogen over de opeengepakte voorwerpen liet glijden.
Ze kregen plaatsgebrek, hun tuin was zo goed als vol.
Links achteraan stond de Eiffeltoren, iets verderop Westminster Abbey, delen van de Golden Gate Bridge lagen ertussen, overhuifd door de Hangende Tuinen van Babylon waarin stukjes van gesprekken te beluisteren waren. Onverstaanbaar door de oudtaligheid, niettemin aangenaam  voor de oren daar het gemurmel zich zijdezacht liet ophemelen langs de beroemde Toren die als speels extraatje in een der Tuinen was geplaatst.
Aan de andere kant lag de Grand Canyon, flink afgeknot door gebrek aan ruimte -ze glimlachte bij de woordspeling- en terzijde ervan, doorlopend tot de rechterhoek, bevonden zich achtereenvolgens het Kremlin, Vaticaan, Louvre geschakeld met Versailles, in een kleine nis een aandoenlijk Paleisje Soestdijk-in-verval en tenslotte een machtig en indrukwekkend Antarctica waar de pinguïns zich Napoleontisch gedroegen door hun keizerlijkheid: zij hielden een linker-  dan wel rechtervleugeltje  voor hun borst. Ze leken zeer Aards.
Het wandelpad langs deze collectie bood niet alleen een aantrekkelijk uitzicht over artefacten van de Oude Wereld, ook van diverse andere planeten uit het Zonnestelsel.
Artefact, een typisch aards woord, lastig te vertalen en dat daarom ingekapseld raakte in het ruimtelijk jargon.
Men nam aan  dat de meeste Ruimtelijken  zoniet regelrecht dan toch van oorsprong van Aardlingen afstamden.

© Bertie

Slot. Lieftallige Lina droomt door

Maar, wat gebeurde daar?
Een blauwe bus scheurde de hoek om, stopte bij de geluidswagen en met een noodgang sprongen er mannen uit in witte jassen, injectienaalden spuitklaar. De veelkleurige schrompelde en piepte ‘the party’s over, omg…’
Met grote ogen keken de vriendinnen toe, ze zagen hoe de  inzittenden uitstapten, geroutineerd een arm met opgerolde mouw aanbiedend, sputterend dat het in cuckoo’s nest heel anders ging. En verdomd, een van hen had die donkerbruine tochtlatten en een babyface.
De mannen in wit grijnsden en werkten allen het busje in, onverbiddelijk. Ze wuifden naar de meisjes die ademloos hadden toegekeken en niet wisten hoe ze het hadden.
Behalve Lieftallige Lina, ze zwaaide als een gek naar de tochtlattige. Ze rende naar de chauffeur, rukte het portier open en riep: ‘een handtekening please, van die ene, alstublíé-hieft.
‘Huh? Pas maar op wijfie, straks neem ik jou ook mee.’ Lachend trok hij de deur dicht en reed weg. Lina bleef verbouwereerd staan, haar ogen vol tranen.  Zo dichtbij en dan dit. Ze liet een snik.
Dora en Tiny vonden hun stem terug, humeurig keken ze het busje na. Wat een afgang, voor de gek gehouden door een paar ontsnapten.
Van de andere kant: het was een bijzondere gebeurtenis waarmee ze eer konden inleggen bij iedereen om te beginnen bij tante Erica. Die was immers verzot op vreemde mensen en hun gewoonten.
Ze bekeken de achterblijver.
‘Dat karretje zou mooi staan in mijn weitje met paardenbloemen.’  Dora 3 bekeek het ding keurend.
‘Ideaal als achtergond bij een hippiefilm.’ mijmerde Bleue Tiny.
Lina zei niets, ze leunde dromerig tegen de veelkleurige geluidswagen, een en al lieftalligheid. Ze streek liefkozend over de geknakte luidspreker die nu zachtrood werd.
‘Je was goed,’ fluisterde ze, ‘het was best een leuke film. Jammer dat hij zo kort was maar ik heb Elvis’ kleinzoon in het echt gezien.’
.
© Bertie

4. Lieftallige Lina en vriendinnen op zoek

Lina fleurde lieftallig op. ‘Oké tante, ik zal mijn tranen bewaren voor straks. Tot zo.’
Ze appte Dora 3, zo genoemd omdat ze veel op Dora 1 en 2 leek en op paardenbloemen kauwde.
Daarna  Bleue Tiny, een meisje dat bij voorkeur op de achtergrond bleef. Ze leerde voor decorbouwer.
‘Vanavond borrelen bij mijn tante,’ gaf ze door, ‘bespreken in de bieb’.
Ze trof Dora met een landbouwfolder.
Tiny zat bij de stripboeken in een klein kadertje, bescheiden.

‘Tante Erica verwacht ons om half acht. Ze gaat uitleggen wat een pruttelfilm is en verse spelers.’
‘Wéét jij dat niet??” Dora schudde haar hoofd, ‘pruttel is een storing en verse spelers zijn gewoon nieuwe acteurs.’
Lieftallige Lina was onder de indruk.  ‘Oei, een gestoorde film, en wie zijn die nieuwe? Mooie mannen met tochtlatten en…wacht eens, ze zitten natuurlijk in die auto, regisseurs, talentscouts, Elvis’ kleinzoon, wat doen we hier nog.’
Ze vlogen naar buiten en zochten de veelkleurige geluidswagen.
‘Heb jij toevallig make up bij je? Hier, de krultang. Nagellak, mijn nagels…’
Zo druk waren ze dat ze de wagen voorbij liepen en niet meer terugvonden.
Lina en Tiny jammerden.
‘Hou op met dat gegrien!’
Dora 3 nam onder elke arm een vriendin en beende naar een bescheiden parkeerplaats.
Daar stond de veelkleurige auto, de roze luidsspreker  hing geknakt.
Er kierde een oog door de gordijnen.  Een donkerbruin oog.
Lieftallige Lina viel haast flauw.

© Bertie

3. Lieftallige Lina en de knallendroze luidspreker.

Lina besloot de veelkleurige geluidswagen achterna te lopen, dan zou ze vast wel begrijpen waar het bericht  over ging.
‘Pruttel’ bijvoorbeeld, wat zou dat betekenen? Hoorde dat bij een spannende film? En wat waren verse spelers?
Hopelijk -en dat was wat ze eigenlijk wilde- ving ze een glimp op van de inzittenden, die met de donkerbruine tochtlatten en zwoele onderlip, riep hij haar naam met zijn romantische stem.
Op voorhand verzaligd verliet ze de bibliotheek en rende naar buiten.
De knalroze luidspreker blèrde nog steeds ‘…in dit theater, verse spelers…’ Dan, rochelend, ‘krrrrppgstchchcht-burp … pardon… pànggg...’ De knal was ijselijk, de luidspreker schaamde zich vuurrood. De inzittenden geneerden zich ook, ze deden meteen de gordijnen dicht en parkeerden bescheiden uit het zicht om te wachtten op de dingen die komen gingen. Godot misschien.
Het werd stil op straat. Ook daar werd gewacht. Op terroristen of ET of op de bel van een ijsverkoper.
Er gebeurde niets.
Lieftallige Lina, verre van lustig nu, stond verloren. Wat moest ze nou? Geen uitsluitsel over de film, geen sexy lip en tochtlatten, kortom, niks romantiek. Zo zou haar hoofd het lentegevoel nog kwijtraken.
Bedroefd belde ze  vriend Willem.
Die had geen tijd om te luisteren, hij was druk met opruimen na zijn verjaardagsfeest.
Ze probeerde buurman Mark. Die was strafregels aan het schrijven: ‘Ik mag niet liegen’.
Tante Erica dan maar. Ze was wel oud maar altijd vol begrip en ze reageerde dan ook enthousiast. ‘Kom vanavond maar uithuilen, met een glas wijn komen we er wel uit.’

© Bertie

2. Lieftallige Lina nog steeds in de bibliotheek

Lieftallige Lina volgde aller ogen, zo hoorde en zag ook zij de wonderlijke aankondiging.
‘Een pruttelfilm,’ dacht ze, ‘wat ontzettend spannend.’
Ze vergat de lenteadviezen, blies de allerlaatste kruimels winterongemakken uit haar hoofd en keek hunkerend naar de veelkleurige wagen waarin ze aantrekkelijke filmmensen vermoedde.
Mooie mannen met een wulpse onderlip, donkerbuine tochtlatten en dito lok over hun babyface. (Haar smaak was nogal archetypisch, ze had tegelijk met de moedermelk zoet gezwijmel binnengekregen over ene Elvis en was dat nooit helemaal kwijtgeraakt.) Lina was net zo naïef als ze lieftallig was, ze droomde simpelweg verder waar moeder was blijven steken.

De tweede maal dat ze het bericht hoorde fronste ze. Verse spelers? Deden ze het soms met appelen? Hoe vreemd, daar wilde ze meer van weten.
Ze kuchte van opwinding. Er danste een vergeten sneeuwlettertje uit haar mond, de moeite van het opruimen niet waard.  Nu was ze volledig ontwinterd en herinnerde zich het advies: zoek de lente in jezelf.
Ze probeerde het maar de veelkleurige auto-met-roze-luidspreker kraakte haar lentebrein. Vooral de tochtlatten lieten haar niet met rust en ze herinnerde zich nu ook die stem, eveneens donkerbruin.
Lieftallige Lina werd meer en meer een Lustige Lina.

© Bertie

1. Lieftallige Lina in de bibliotheek

Stel je voor. Het is april, je wilt genieten van het lentegevoel maar winterse buien zitten nog in je hoofd. Zie ze kwijt te raken, denk aan bonte  bloemen als geurige madeliefjes, steek een zonnig-geel kaarsje op, lach tegen iedereen…’
Deze en andere dingsigheden stonden op een weblog onder de titel:ZOEK DE LENTE IN JEZELF.
Met aandacht las Lieftallige Lina het artikel, geïmponeerd. door de deskundologische adviezen.
Even uitproberen.
Hard schudde ze haar hoofd om het te ontdoen van sneeuw en ijs dat zich in de holtes had gevestigd. Ze zwierde haar krullen tot haar oren hagelden en vlokken en pegels uit haar mond rolden als tekstballonnen. Oef, dat was heel wat. Ze deponeerde de buien in de prullenbak en voelde zich merkwaardig licht, vervuld van luchtige zinnen. ‘Hmmmm, heerlijk helder hyacintje, weg de jassen en eeuwig groenen de grassen…’
Hier stopte ze met denken en keerde terug naar het scherm.
Vanuit de ooghoeken spiedde ze naar links en rechts , gelukkig, niemand van de bezoekers lette op haar.
Aller oren en ogen waren gericht op de straat waar langzaam een veelkleurige auto reed,  voorzien van een knalroze luidspreker op het dak.
‘Hedenavond in ons theater,’ schetterde het, ‘is de première van …gepruttel…, een film, speciaal gemaakt voor lenteminnenden. Romantiek, spanning, avontuur, met in de hoofdrollen verse spelers. Komt dat zien, kom dat zien.’

© Bertie

Herfststorm in drie hoofdstukken. Slot.

Toen grepen we in.
Een ramp overleven en met een aftandse haas afgescheept worden? Nee…
We keken  elkaar aan en begrepen.
Brachten het waterkanon in stelling en schoten Willem met al zijn dieren de fietsenstalling uit, de donkerte in, Sjaak en de leeuw joegen we er achteraan. Haas en kalkoen stopten we in een zak, daar zou de kookschool wel weg mee weten.
De scholieren namen de buit in hun armen, vertroetelden en voerden wortels en maïs. ‘Eerst bijvoeren,’ zeiden ze, ‘dan zijn ze met kerstmis eetbaar.’ Daar hadden beide dieren vrede mee.
Dankbaar waren de leerlingen ook, ze hadden niet veel op met loslopend vee en schreeuwende broers, ze bakten als dank verse aardappelen met champignons,  maakten verantwoorde mayonaise  met tijm en peterselie, ze plukten zelfs tomaten en sla, en dat midden in de nacht.
Gretig doken we op de maaltijd, hongerig als we waren door de stormachtige gebeurtenissen.
Na de koffie bekeken we ons huis waar de ravage ons zo afstootte dat we meteen om een voordelige woning mailden die onmiddellijk werd geleverd.
We zetten hem op een mooie plek.
In de opkomende zon en een schoongewaaide lucht rustten we uit op ons spiksplinternieuwe terras met uitzicht op de populinde waarvan de takken al aardig uitliepen.
We waren moe. Een nacht als deze, besloten we, willen we nooit meer meemaken.
En sliepen in.

Herfststorm, verslag in drie hoofdstukken. 2

We verbleekten.
‘Zou je niet gaan zoeken, misschien ligt hij wel dood onder de takken. En waarom gebruikte je onze bomen?’
‘Ach, what’s in a tree. De leeuw ligt volgevreten in zijn mand maar m’n broer zal wel in de buurt zijn.’ Hij keek vaag om zich heen. ‘Sjaak, waar ben je?’
Prompt reageerde het beestenspul, angstig, ze kenden Sjaak en diens leeuw. Ze worstelden met de takken en elkaar, kwamen los en vlogen over alle barricades naar buiten.
‘Hela!’ Willem protesteerde, ‘terugkeren jullie, tis melkenstijd…’ maar het vee luisterde niet.
‘…extra hooi’ gooide hij er achteraan en toen, venijnig: ‘..of ik bel het abattoir.’ Dat hielp. Ze kwamen terug, de hond wierp een lasso om hun nekken en hield de wacht.
Wij speurden ondertussen naar Sjaak.
Eindelijk, na de vlucht van de allerlaatste hamster, zagen we hem; zijn voeten staken onder de tafel uit. Hij sliep.
Willem schopte hem,’verdomme,’ vloekte hij, ‘heb je niks beters te doen? We barsten van het werk.’
Sjaak schrok. ‘Au, bedankt. Het is jouw farm, ga je gang.’ Hij sliep verder.
Kwaad keerde Willem zich naar zijn vee dat hij voor nood zolang in het fietsenhok van de kookschool parkeerde waar de heerlijkste geuren hen ten deel vielen daar de examenklas op een bijzonder nachtgerecht oefende. Verrukt rook het dierage  de gepofte maïs en de veldsla, geïnspireerd fabriceerden zij intussen hun weidemelk en graneneieren.
‘Ahhh,’ genoot ook buur Willem, ‘laat die luiaards maar snurken.’
Prompt schoten Sjaak en zijn leeuw wakker. Beledigd doken ze gezamenlijk de plaatselijke wildernis in.
Luid snuivend en vol mannelijke passie jaagden ze en kwamen te voorschijn met een tegenstribbelende kalkoen (Luister, tis nog lang geen Kerstmis…) en een slome haas die weliswaar Pasen had overleefd maar er niet malser op was geworden. Fier legden ze de buit aan onze voeten.

Herfststorm, verslag in drie hoofdstukken. 1

Ongelooflijke dingen maakten we mee.
Het stormde.
Deuren klepperden,  de schoorsteen schudde op het dak. Ruiten rinkelden als tamboerijnen, het was opwindend en we deden wedjes welke boom het eerst zou omvallen, de lindeboom aan de voorkant of de populier op het achtererf.
Ons lachen verging toen er gekraak weerklonk en schurend gekners. Zware dingen denderden op ons neer, lampen doofden en plotseling was het stil. De storm was zo geschrokken van zijn eigen kracht dat hij in zijn schulp kroop.
Maar toen.
Vanuit het donker kwamen vragende geluiden tevoorschijn; piep? kwaak? tok? boe? Allengs moediger en weldra klonk het beestenkoor keihard. Het mekkerde en hinnikte, siste en krijste, en nog veel meer dierentalen hoorden we. Het was een vreselijke herrie. Geschrokken kreunden we mee.
Na een paar bange minuten verscheen er licht door alle obstakels, het was de hond die zover gedomesticeerd was dat hij eigenvoetig de noodaccu had gevonden.
We keken rond en zagen onze weddenschappen gewonnen en verloren. Zowel de lindeboom als de populier waren omgewaaid en lagen in de kamer, met de halfkale takken in elkaar verweven; je kon zo al zien dat deze kruising een geslaagd resultaat zou opleveren maar we dachten daar niet zo gauw aan.
We hesen ons omhoog,  verbijsterd zagen we tientallen dieren hetzelfde doen. Dom keken ze terug.
‘Hoe, wat…,’ stamelden we toen we achter drie varkens en een bibberende geit de pet van Willem Kleimans herkenden, een buurboer. ‘Effe wachten,’ riep hij terug en vocht zich los uit een kluwen populindetakken.
‘M’n boerderij ligt plat,’ begon hij, ‘ook de stallen; de beesten werden bang zodat ik ze aan de bomen vastbond. Het pluimvee aan de populier en de rest aan de linde maar er kwam een vos en toen vluchtten alle kippen omhoog; toen het andere vee dat hoorde klom het ook, uit solidariteit. Ik kon ze niet meer tegenhouden.’
‘Jaja, waar is die vos dan?’ spotten wij want wie gelooft er nou zoiets.
‘Die is opgevreten door de huisleeuw van m’n broer Sjaak.  Die moet hier ook ergens zitten…’
‘Wàt?’

Morgenavond hoofdstuk 2