schrijven

Proeve van beknoptheid

Wedstrijd: schrijf een kort verhaal van maximaal 1500 woorden met als onderwerp ‘nostalgie, het idealiseren van het verleden’.
Maar liefst vijf-tien-honderd stuks, dat is bijna een boek. Zeg, een novelle
Daar begon ik natuurlijk niet meer aan, de tijd van uitgebreide verhalen met lange zinnen ben ik voorbij, overheen gegroeid zouden moeders zeggen.
Liever probeerde ik het zo kort mogelijk te houden.
Nostalgie
Vroeger was alles beter.
B. Bertjens.
=

schrijven

Over schrijven

Er was een verhaal waaraan ik bezig was.
Een verzonnen plotje over familieverhoudingen met enkele eigen belevenissen erin verwerkt. Die heb ik geschrapt, ze zijn te herkenbaar en de hiaten opgevuld met andere dingen tot ik een afgerond stuk had.
Maar ook hier zaten weer ongemakkelijke situaties in.
Opnieuw probeerde ik het te herschrijven maar toen had het geen ziel meer.

Beroepsauteurs liggen nogal eens in de clinch met lezers die zich menen te herkennen en processen aanspannen. Daar hoef ik natuurlijk niet bang voor te zijn maar ik kan me de problematiek van schrijvers wel voorstellen. In het klein maakte ik zelf iets dergelijks mee, de reden dat ik zelden over een gezinslid blog behalve in algemeenheden.

Het verhaal is weggegooid.
Een ander probeersel eveneens, te controversieel. Ook daar heb ik onaangename ervaring mee in een vroegere weblog, had ik op een vriendelijker manier moeten schrijven.
Dat is  moeilijk voor me,  misschien zou ik het moeten proberen.
Hier ga ik eens lang over nadenken.
Ik begin meteen.
Tot morgen.
==

schrijven

(herzien) Wie schrijft…


Ik schrijf, dus ik blijf
als
ik stop met schrijven
zou ik dan niet meer blijven?
Wanneer ik weinig had geschreven
was ik dan maar half gebleven?
En wat als ik nooit schreef
dus nooit ergens bleef
waar zou ik dan blijven?
I
s dat te beschrijven?

Ergo
zorg  dat je schrijft
opdat je beklijft.
© B.

schrijven

Leren schrijven

pausknol.
mand-  schr
Op een vodderig papiertje in een amper leesbaar handschrift met halfgesloten letters. Zoek het maar uit.
Ik moest even denken.
De mand hielp me op weg. Hij staat in de schuur en daar zet ik meestal lentebolletjes in.
Paasknollen dus, ik had het nota bene zelf geschreven.
De krabbels beginnen een probleem te worden.
Al vaker sta ik in winkels te raadselen: wat bedoel ik nou?
En neem me voor beter te leren schrijven. Het helpt maar een paar dagen want daar moet je geduld voor hebben. Dat heb ik niet.
Raar natuurlijk, ik heb tijd in overvloed.
Tja, tijd en geduld zijn niet hetzelfde.
Soms ga ik er voor zitten. Een langere boodchappenlijst voor de supermarkt, aansluitend voor andere winkels. Dat wordt een nette lijst, in ieder geval leesbaar.
De tussendoor-invallen maken het lastig. Pen en papier liggen altijd op tafel, waarom dan het haastige gekras?
Logisch, omdat ik een strijkbout in handen heb, een boek, telefoon, ik moet weg, er zit iemand aan de koffie, de bel gaat, ik lig in bed,  aardappelen koken over, enzovoorts.
En juist dan herinner ik me een boodschap die ik METEEN moet opschrijven anders vergeet ik hem. Daarom.
Ik kan het ook in de GSM schrijven. Dat duurt nog langer.

Uiteindelijk kan ik het gekrabbel netzogoed laten, als ik niet weet wat er staat is het effect hetzelfde als de boodschap vergeten.
Dat vergeet ik dan weer, neem een pen en…

schrijven

Schrijven, maar geen boek

Een hobby.
Hoe andere amateurs het hadden weet ik niet, ik moest het echt leren.
Met gemak pende ik bladzijdes vol maar goed schrijfwerk was het allerminst.
Onwaarschijnlijke verzinsels, een soort mini-autobiografie over mijn gedachten, ik genoot van de woorden, leesbaar of niet.
Hoe langer de verhalen werden, hoe sneller ik ze wilde beëindigen door een ‘leuk’  plot te schrijven. Ze leken allemaal op een hardloopwedstrijd. Bovendien had ik intussen een typemachine, dat ging lekker vlug.
Bij het ouder worden en meer lezende ging het iets beter en daarmee beging ik een nieuwe fout: mooi schrijven.
Zogenaamd poëtische zinswendigen (op sinterklaasrijmiveau), ‘literaire’ constructies die van warrigheid aan elkaar hingen, onnodige interessante woorden.
Een schrijfclub wees me een beter pad. Daar leerde ik de betekenis van goede aanwijzingen en warempel, ik schopte het tot plaatsing in een paar verhalenbundels.
De aanhouder wint, heet het.

Niet helemaal, mijn echte droom kon ik niet waarmaken.
Een boek schrijven, een heel boek met een goed plot en een mooi verhaal eromheen. Een serieuze roman, het liefst fictief, met eigen inzichten erin verwerkt over allerlei onderwerpen.
Een gewaardeerde auteur te worden, bij een gerenommeerde uitgeverij. Het visioen alleen al was de wens waard.
Natuurlijk probeerde ik het. Gaf losse verhaaltjes alvast dezelfde hoofdpersoon, maakte schema’s, liet hoofdpersonen opdoemen, onlangs vond ik een schrift terug met een begin van maar liefst zes hoofdstukken.
Uiteindelijk heb ik het toe- en opgegeven: dit kan ik niet. Liever lees ik andermans boeken.
Bovendien zijn er andere kwaliteiten, ik kan heel goed aardappelen schillen en friet snijden.
Dat werd zeer gewaardeerd in het gezin, meer dan een gedroomd boek.

schrijven

Kalm aan

Bewegen is nuttig maar waarom zou je er een sport van maken?
Ik hoef niet zo nodig het snelste te fietsen of de eerste te zijn in borstcrawl.
Nog veel minder is de animo een paard als hulpmiddel te gebruiken om een medaille te winnen.
Als kind deden we dergelijke spelletjes, wie het eerst bij de zandbak was of het vlugst bij de ijskar.
Sinds we groot zijn hebben we die competitie niet meer nodig.


Dit ↑ schreef ik in de serie ‘max.120 woorden’ bij de opdracht Sport.

Een van de zussen las het toevallig en gaf het door aan een broer.
‘Dit,’ zei zus, ‘is precies zoals jij bent.’
Ik was zeer verguld, beschouwde het als een compliment.
Broer: ‘Klopt, je was als kind al niet vooruit te branden.’

 

schrijven

Iets kinderachtigs

In een weiniggebruikte lade kwam ik een stapel gekleurd schrijfpapier tegen. Groen, rood, geel, oranje.
Hoe kwam ik er toe dat te kopen?

Het was iets kinderachtigs.
Vroeger vergaapte ik me in de kantoorboekhandel aan al dat prachtigs.
Pennen, cahiers met harde kaften, supertekenblocs, paperclips in kleur, noem maar op en dan nog de nevenartikelen als agenda’s, almanakken, kalenders, dagboeken. Zelfs ruitjesrekenschriften vond ik mooi.
Kopen kon natuurlijk niet.
Tot ik aan het schrijven begon.
In die tijd typte ik op een gewone Adler. Om de voorraad romans in wording, vervolgverhalen, familiekroniekenen wat dies meer zij van elkaar te onderscheiden kocht ik verschillende kleuren typepapier. Handig bij het rangschikken, hield ik mezelf voor.
Ook vond ik de kleurtjes beter passen bij de soorten verhalen, rood voor spanning, blauw voor iets luchtigs.
Dat was de tweede smoes.
De echte waarheid was die herinnering aan de boekhandel.
Prullaria hoefde ik niet maar dat gekleurde papier wèl. Extra kladblocs. Notitieboekjes. Reservepennen. Kwaliteitspotloden. Puntenslijpers. Allemaal nuttig voor mijn hobby.
Enfin.
Ik groeide er overheen en dat werd tijd ook, wil ik mijn voorraad papier en schrijfgerei opkrijgen mag ik wel driehonderd worden.
De verhalen gingen naar het oudpapier maar pennen en papier weggooien? Nee…
Veel gaf ik weg, de rest zal bij de erfstukken terechtkomen. En worden waarschijnlijk alsnog nij het grof vuil gezet.
Toch kwamen we als kind niets tekort, er waren altijd voldoende schrijf- kleur- en tekenvoorzieningen in huis. Verf, ecoline, kleurpotloden, krijtjes.
Waarom dan die hang naar meer? Op ander gebied was ik niet zo hebzuchtig.
Wie het weet mag het zeggen.

schrijven

Essay

Het is moeilijk er een te schrijven die niet alleen interessant van onderwerp is maar ook leesbaar.  Nauwelijks te doen voor hobbyschrijvers.
Wat is het precies?
Dit zei wikipedia, voor een prijsvraag omschreef men het zo:
Een essay is een geschreven betoog of beschouwing over een onderwerp waarin de schrijver uitgedaagd wordt om zelf een subjectieve mening te vormen en die te onderbouwen vanuit meerdere invalshoeken aan de hand van feiten, ondersteunende literatuur en kennis.
Begin er maar aan.
Je dient bij het gekozen onderwerp te blijven. Kleine zijsprongetjes mogen niet te groot worden en afleiden, aangehaald werk moet zorgvuldig gecheckt en aangegeven worden evenals citaten, langdradigheid kan men beter vermijden, een puntig einde is prettig. Dat alles moet ook nog in een acceptabele trant opgediend, men schrijft ze niet om ze halverwege in een hoek te laten gooien.
Een kruising tussen column en studieboek maar dan uitgebreider, boeiender en deskundiger.
Ga naar de bibliotheek, daar vind je menig boek met essays van bekende auteurs.
Het is een vak apart.

schrijven

Columns schrijven volgens de regels, dat valt nog tegen.

Daarom durf ik me geen columnist te noemen.
Vroeger wist ik niets van deze regels. Ik rommelde maar wat aan, gooide er een grap tussen en ziedaar: een column. Of cursiefje. Dacht ik.
Op clubs leerden we dat het in elkaar zetten van stukjes een apart onderdeel van schrijven is waar je niet te min over moet denken.
Hiereen paar links voor degene die geïnteresseerd is, daarna de samenvatting. (Vergroten op laptop: ctrl ingedrukt houden en scrollen)

http://taalislol.classy.be/cursiefj.htm
https://nl.wikipedia.org/wiki/Cursiefje
https://www.schrijvenonline.org/tips/drie-valkuilen-bij-het-schrijven-van-columns
https://ariekok.wordpress.com/2012/09/21/hoe-schrijf-je-een-column-negen-tips/

schrijven

Liever luchtig

Dit stukje was gemakzuchtig begonnen, ik had een  onderwerp waarmee je alle kanten op kan, ook de komische.
Iemand las mee en vroeg of ik ook op een serieuze manier kon schrijven.
Hier dacht ik een poosje over na.
Het is me vaker gevraagd, bij vorige weblogs en ik zal het hier nog eens uitleggen.
Natuurlijk maak ik ook andere dingen mee en ja, ik kan ook ernstiger zaken beschrijven en inderdaad, hier en daar is de wereld er beroerd aan toe.
Over deze zaken echter bloggen anderen deskundiger, bovendien bereiken ze zoveel meer lezers dan het handjevol dat hier blijft hangen. Daar iets aan toevoegen zou absoluut nutteloos zijn.
Ook in de privésfeer en de kring rondom is genoeg tragiek voorhanden, meer dan me lief is,  ik zou er lange en (misschien) interessante berichten over kunnen posten.
Dat doe ik niet. Zorg en ziekte van me af schrijven heeft voor mij geen therapeutische waarde, integendeel.  Wanneer ik iets naargeestigs wil neerzetten verzin ik een verhaal
Soms maak ik een uitzondering zoals het benoemen van echtgenoots overlijden,  jeugdvoorvalletjes, buurtperikelen. Vrij algemene zaken.
Overheidsbesluiten bespot ik graag, het liefst houd ik het lichtvoetig.
Dat bekomt me het beste.
De lezer moet het er mee doen.  Of gaat voorbij.