Idolen?

Die had ik niet echt.
Alleen Elvis Presley telde.
Niet lang, zijn foto’s verveelden gauw, er sprak geen karakter uit zijn gezicht, vond ik als zestienjarige (ahèm) kenner.
Er kwam geen nieuw idool voor in de plaats,  of je zou de stiekeme vrijertjes zo kunnen noemen.
En toen kwam P.
Hij kwam, danste en overwon. Zo goed was hij daar in.
Op het plaatje zie je dat ik bijna in katzwijm val bij een tango.
Ik kon er niet veel van maar hij leidde en ik volgde.
Met alles overigens.
Het was een verrukkelijke verkering, ik lach soms nog hardop als ik aan dat dansen denk.
Super-idool.
==