Al lang had ik niet meer gedicht
maar opeens zag ik het licht
– een gevoel en prikkeling
door mosselen en kibbeling
in een geur van heerlijkheid
waarbij je denkt aan etenstijd –
Ik zag hem werken, onverstoord,
en wist meteen: precies mijn soort.
Een man die weet van fijne smaken
die mijn hong’rig hart kan raken.
Nog altijd is het niet een vraag
man’s liefde gaat steeds door mijn maag.
==