
Maand december 2025
Zijn eigen kerstmis
Ah, ‘museum beide feestdagen geopend‘, dat was wel aardig. .
Even speuren, nu maar hopen dat ze er geen potje van maakten, geen optredende koortjes.
Hij had al de grootste moeite broers en zussen te overtuigen, ze bleven hem zien als trieste alleenstaande die gevoed en gevierd diende te worden. Dat hij dat niet wilde geloofden ze niet, sterker, ze vonden zijn afwijzing juist het zieligste. Zagen het als dapperheid.
De onbenullen.
En steevast begonnen ze in december te zeveren dat hij vereenzaamde en … blabla.
Daarom had hij het nu uitgetikt in een keiharde mail, dat hij NIETS gaf om familiefeesten, dat hij ze oervervelend vond, zich ergerde aan kinderliedjes en -verhalen, veel liever met een hap en borrel in zijn eigen huis zat. Met televisie en sigaretje, en NIET gestoord wilde worden door bemoeizieken..
Hij zou er een laatste regel bij bedenken en het verzenden.
Hopelijk hielp het voorgoed.
—
Beetje familieomgang was te doen. Hij voelde niets voor ze maar toonde goede wil en ging af en toe naar een verjaardag. Half uurtje of zo. Dat moest genoeg zijn.
Ze wisten immers dat hij als kind al een hekel had aan het gedoe, ze lachten erom en dachten dat hij zou bijdraaien.
Maar nee. Hij wilde niet.
Ook geen vrouw, gezin of huisdier.
Hij wilde alléén leven. He -le-maal alleen. Dan voelde hij zich gelukkig.
Maar ondanks hun kretologie van vrede-op-aarde gunden ze dat een andersdenkende niet.
Zucht.
Voegde de laatste regel toe:
‘Laat me nu eens mezelf zijn, app en bel niet meer.’
En verzond.
=
Poepoe…

—–
==
Noodzon?
Ik hield me in.
–
In plaats daarvan heb ik het noodpakket nog eens bekeken, de warmte bracht me op het idee.
Echte nood lijkt me beter te verdragen met mooi weer dan met natte miezerigheid.
Stel het je voor.
–Geen koeling, vervoer, cv en internet-aanspraak, maar bliksoep, lauw water. En dan ook nog een hoosbui. Mistroostig vooruitzicht.
Daar zit je dan, radio vergeten, zaklamp met allerlaatste batterij (bijna leeg), kil en nat. Gaat het natuurlijk ook nog waaien, harder en harder tot stormkracht tien, knetterende donderslagen en vallende bomen.
Gadverdamme, je moet er niet aan dènken.
Dan is de zon een troost.

Me wentelend in de middagwarmte pieker ik over een reserve-zon.Maar hoe?
Er om bidden? Naar wie? Ra? En wie gelooft daar in?
Zelf een zonnetje wezen? Dat heb ik niet in me.
Wie weet dat?
We hebben nog tijd, en kunnen intussen iets bedenken.
====
Zwak…
Op de televisie was Heel Holland aan het taarten bakken.
Ik volgde het met een half oog maar op het laatst keek ik met aandacht.
En verlekkerd. Werd langzamerhand hongerig, kon het niet meer uithouden en nam een duik in de koelkast.
Helaas, niets wat op taart leek, zelfs niet bij benadering.
Niets in de dieprvries.
Schijfje kaas dan maar?
Speculaasje?
Plak ham?
Nee, niet wat ik zocht….
Terug naar de bakkers en verder kijken.
Opnieuw bekroop me de lekkere trek.
Toen nam ik een boterham met jam.
Kersenjam.
Was ook zoet al haalde het niet bij taarten.
=====
Kerstmis in nieuw klimaat?
Nog een kleine twee weken te gaan.
Een kerstengel tooide zich alvast in aangepaste kleding.
Vraagje:
Is er een warme Kerstmis op komst?
Of – je weet maar nooit-
is dit de stilte voor een storm?
==
Kerstspullen
Met versieringen, lampjes, kaarsen enzovoorts.
Hoi, zei ik, wat liggen jullie hier lekker. Warm en allemaal samen.
Absoluut, was het antwoord, we hebben geen haast.
Dat kwam goed uit want ik had nog geen zin in het gedoe van opbouwen en aankleden van de boom en de rest. Hij zelf ook niet, vanuit zijn eigen plek klonk een zacht geronk.
Voorzichtig schudde ik aan de doos.
Hela, hoorde ik, ik ben nog niet uitgeslapen.
– Wat U wenst heer boom, sorry, slaapt U rustig door zei ik hem en gooide een extra dekentje over hem heen.
Hij draaide zich om en snurkte behaaglijk verder.

Beetje jaloers bekeek ik het spul.
Ik kreeg zin om een plek te zoeken en bij de rest te gaan liggen, keek al rond naar een groot stuk karton, wrikte voor wat extra ruimte….
Toen bezon ik me, lachte in mezelf en ging verder met opruimen.
Daarna sloot ik af maar voor ik de sleutel omdraaide keek ik nog even naar die hoek met kerstspullen.
Een vredig tafereel.
==
Theezakjesvraag.
Die vergeet ik meestal te lezen maar nu mijn oog er op viel legde ik er meteen een paar bij elkaar.
Nu kon ik kiezen.

Hm.
De mooiste leesplek dan maar.
Dat was, is en blijft mijn eigen luie stoel. Bij voorkeur ’s avonds zodat ik niet meer hoef op te staan voor wat dan ook.
Toegegeven, vaak val ik in slaap maar dat stoort niet; ik zit nog steeds lekker en snurk een gezellig eind weg.
Er zijn ook andere fijne leesplekken.
Denk aan de uitgeklapte zonnestoel, vroeger in het gras op een oude deken, rechtop aan de eettafel met het boek naast je bord, liggend op bank of bed, maar die plaatsen voldoen niet helemáál omdat je niet ongestoord kan doorlezen. Bord opruimen bijvoorbeeld, niet echt lekker zitten, soep dat op het boek drupt net op een spannend stuk.
Tot zo ver.
De overige vragen bekijk ik wel een andere keer.
==
Aarde, een planeet in beweging.
De chirurgvis had het druk.
Hij opereerde een chagrijnige zilvermeeuw die op een spotlijster wilde lijken die op zijn beurt als zorro wilde doorleven en daarna wachtten er nog veel meer dieren op een ingreep.
En niet alleen vissen, de wachtkamers van alle afdelingen zaten barstensvol met ongeduldige dieren die zich spiegelden, de waterhokken, woestijnbakken, oerwoudhoeken enzovoorts.
De ene ijdeltuit na de andere keek uit naar een schoonheidsbehandeling.
Sinds plastische chirurgie was uitgegroeid tot complete gedaanteverwisseling was er geen houden meer aan en dat niet alleen: ook de realiteitszin scheen niet meer te bestaan.
Stinkdier wilde een kwal worden.
Klauwkikker droomde zich een Tasmaanse duivel.
Molly verkneukelde zich: als numat verder leven was haar diepste wens.
Vuurpad kwijlde bij een zilveren dollar.
Eindeloos waren de wensen.
Maar het lukte tenslotte.
En toen zag de dierenwereld er heel anders uit.
Voor de mens maakte het niet veel verschil, ze waren al lang gewend aan verbouwde medemensen, zolang ze hun geliefde huisdieren maar behielden vonden ze het allang best. Amusant zelfs.
Zorgvuldig bewaakten ze hun vleeskoeien, kweekforellen, filetkippen en hamvarkens. Ze mochten eens op ideeën komen…
—
Uiteindelijk maakte het niets uit.
Na de zoveelste onmeetbare tijdsspanne verdween het aardse leven en bereidde de planeet zich voor op de volgende tijd.
Er verschenen nieuwe wezens waarvan alleen een speciale aapachtige glimlach vage oerherinneringen opriep bij de nieuwe mens.
Iets met wereldleiders.
==
ps
DIT is een lijst van dieren met grappige namen, ze bestaan echt.
==
pps
Ben nog niet helemaal beter maar dit moest ik kwijt.
==
Nog een paar dagen.
Ziek zijn valt niet mee
je mist het wel en wee
van die en die
en dit en dat
van alles wat
maakt niet uit wie
want op je bed
is weinig pret,
smartphone
werkt niet lekker.
–
Nog even en ik trek er
de grote laptop maar weer bij.
Dan ben ik beter en dan zing ik:
‘O, wat zijn we heden blij.’
Of dat ook voor lezers telt
maakt me niet uit.
’t Is wisselgeld.
Tot dan.
==
Ziek

Alweer, of nog steeds, net hoe je het bekijkt.
Niet ernstig, wel stomvervelend.
Ik hoop op snelle beterschap
en, aansluitend, nieuwe inspiratie.
Warme groet.
ps
de vlekken horen er niet bij, ze zitten in het papierpatroon.