De lokale krant vertoonde al kerstige tekentjes: sparretje hier, pakketje daar. Tja, men noemt het niet voor niets het sufferdje.
Ah, ‘museum beide feestdagen geopend‘, dat was wel aardig. .
Even speuren, nu maar hopen dat ze er geen potje van maakten, geen optredende koortjes.
Hij had al de grootste moeite broers en zussen te overtuigen, ze bleven hem zien als trieste alleenstaande die gevoed en gevierd diende te worden. Dat hij dat niet wilde geloofden ze niet, sterker, ze vonden zijn afwijzing juist het zieligste. Zagen het als dapperheid.
De onbenullen.
En steevast begonnen ze in december te zeveren dat hij vereenzaamde en … blabla.
Daarom had hij het nu uitgetikt in een keiharde mail, dat hij NIETS gaf om familiefeesten, dat hij ze oervervelend vond, zich ergerde aan kinderliedjes en -verhalen, veel liever met een hap en borrel in zijn eigen huis zat. Met televisie en sigaretje, en NIET gestoord wilde worden door bemoeizieken..
Hij zou er een laatste regel bij bedenken en het verzenden.
Hopelijk hielp het voorgoed.
—
Beetje familieomgang was te doen. Hij voelde niets voor ze maar toonde goede wil en ging af en toe naar een verjaardag. Half uurtje of zo. Dat moest genoeg zijn.
Ze wisten immers dat hij als kind al een hekel had aan het gedoe, ze lachten erom en dachten dat hij zou bijdraaien.
Maar nee. Hij wilde niet.
Ook geen vrouw, gezin of huisdier.
Hij wilde alléén leven. He -le-maal alleen. Dan voelde hij zich gelukkig.
Maar ondanks hun kretologie van vrede-op-aarde gunden ze dat een andersdenkende niet.
Zucht.
Voegde de laatste regel toe:
‘Laat me nu eens mezelf zijn, app en bel niet meer.’
En verzond.
=
Ah, ‘museum beide feestdagen geopend‘, dat was wel aardig. .
Even speuren, nu maar hopen dat ze er geen potje van maakten, geen optredende koortjes.
Hij had al de grootste moeite broers en zussen te overtuigen, ze bleven hem zien als trieste alleenstaande die gevoed en gevierd diende te worden. Dat hij dat niet wilde geloofden ze niet, sterker, ze vonden zijn afwijzing juist het zieligste. Zagen het als dapperheid.
De onbenullen.
En steevast begonnen ze in december te zeveren dat hij vereenzaamde en … blabla.
Daarom had hij het nu uitgetikt in een keiharde mail, dat hij NIETS gaf om familiefeesten, dat hij ze oervervelend vond, zich ergerde aan kinderliedjes en -verhalen, veel liever met een hap en borrel in zijn eigen huis zat. Met televisie en sigaretje, en NIET gestoord wilde worden door bemoeizieken..
Hij zou er een laatste regel bij bedenken en het verzenden.
Hopelijk hielp het voorgoed.
—
Beetje familieomgang was te doen. Hij voelde niets voor ze maar toonde goede wil en ging af en toe naar een verjaardag. Half uurtje of zo. Dat moest genoeg zijn.
Ze wisten immers dat hij als kind al een hekel had aan het gedoe, ze lachten erom en dachten dat hij zou bijdraaien.
Maar nee. Hij wilde niet.
Ook geen vrouw, gezin of huisdier.
Hij wilde alléén leven. He -le-maal alleen. Dan voelde hij zich gelukkig.
Maar ondanks hun kretologie van vrede-op-aarde gunden ze dat een andersdenkende niet.
Zucht.
Voegde de laatste regel toe:
‘Laat me nu eens mezelf zijn, app en bel niet meer.’
En verzond.
=