Fijn om hier weer te zijn maar wat een enorme berg leeswerk ligt er te wachten.
Je snapt dat ik dat niet kan inhalen, daar is geen beginnen aan.

We hebben veel gekwebbeld, herinneringen opgehaald, ook gelachen.
Het was oergezellig.
Maar nu begint een heup zich te roeren.
Hoe ik hem ook tot rust maan: hij roert lustig door. Daarvoor slik ik een ladinkje pijnstillers waar hij zich niets van aan trekt, ik zal hem voor de huisarts moeten dagen voor een ferme uitspraak.
Misschien gaat hij zich beteren, misschien wordt hij ingeruild. Dan krijgt hij een kruis na, mijn zegen heeft hij.
Je begrijpt dat ik intussen een beetje dizzy ben van de pillen..
Dus tot morgen maar weer.
==
Maand november 2025
tussendoor
Zit je onder elkaar, komen de oude flauwe moppen opduiken en je schiet vanzelf weer in de lach:
‘Nee,’ zei de boxer, ‘dat ben ìk. Heeft God zelf gezegd.’ Vloog de kat op: ‘Dat heb ik nooit gezegd!!’|
==
Even pauze.
Straks gaan we een paar dagen weg.
Wanneer ik terug ben weet ik nog niet, een mens kent dag noch uur, zoiets. 🙂
Groet en tot dan.
Eén enkele vlieg,
meer was het niet maar hij hield vol.
Ergens in huis had hij zich verscholen.
Vanmorgen kwam hij tevoorschijn, net toen ik een hap van mijn broodje nam kwam hij aanlopen zoals een vlieg dat doet, met korte rukjes over het tafelblad. Beetje naar links, vóóruit, andere kant op, wriemelend met al die pootjes.
‘Eruit…’ riep ik.
Hij keerde en vloog naar de achterdeur, kwam toen terug. Verrek, die zat nog op slot.
Ik zette de deur open en brulde nog eens ‘DURRRRUIT!!’
Maar toen wilde hij niet meer, kennelijk hechtte hij zich snel.
Negeren, dacht ik, dus ik at, dronk de koffie en las de krant.
Ineens zat hij op een van de nieuwtjes en applaudiseerde. Leek het. Misschien las hij iets, ik kende hem niet goed genoeg om te weten wat hem interesseerde.
Verder bleef hij in mijn buurt, zoemde rondom mijn hoofd, vloog mee naar alles, ik ving hem bijna in de vaatwasser en met de stofzuiger en eindelijk, eindelijk vond hij de open deur en vertrok.
Ik zag hem gaan, toch wat aangedaan en riep Houdoe.
Geloof het of niet maar ik zou zweren dat hij een soort groet ten beste gaf: hij dook even en weer terug en draaide toen pas naar buiten.
Alsof hij knikte.
—
*dit is pootjes wrijven.
Slakkenkind.
Mam, ik ben zo misselijk….
– ga maar even liggen, kindje.
Mijn lange ogen doen pijn
– gaat wel over..
Waaah….. ik wil een lolly….
– kind, dat kan niet…..
Hiernaast eten ze veel lekkerder
– dan ga je daar maar naar toe.
…ijsbergsla en rucola…
– dat groeit hier niet
Waarom niet?
-daarom niet.
Pap, kijk effe naar mijn zere voet
– wat zeur je nou, dat bestaat niet
Waarom heb ik geen voet?
– zucht….
Waarom mag ik niet met die meesjes spelen?
– kind, die zijn heel gevaarlijk.
Met dat buur- egeltje dan?
– Nee. Ga nu mamma maar helpen.
Zij stuurde me naar jou…
grmmph……
Toen was ze jarig
en toch nog blij met de
bladertaart.
Alles over slakken
Weliswaar in kindertaal maar heel handig.
==
RegeringsSinterklaasliedje.
Zie ginds komt de stoomboot met vaklui weer aan
belust op een stoel met een gunstige baan
een job die ze aanzien, herkenning bezorgt
beloven dat het tevens onz’inkomsten borgt.
–
De flinkerds die willen het veiligste land
(want misdaad komt zelden door een blanke hand)
ze vormen gedachten als boetseerdersklei
en denken te hebben een Columbus Ei.
–
De braven voorzeggen een keurige tijd
als ieder maar netjes met eigen volk vrijt
dan huppelt hun standpunt fatsoenlijk en wel
en blijven de stemmers gespaard voor de hel.
–
De rest belooft alles wat niemand echt wil
ze krijten en noemen het meningsverschil.
Wij slikken en hopen op stijlvol beleid
zijn telkens opnieuw tot berusting bereid.
===
Lief of leed?
https://kreta8.wordpress.com/2023/04/12/
Heerlijke vooruitzichten doemen op, Sinterklaas met pakjesavonden, blije kinderen, gezellige papierproppen rondom, chocolademelk en biertje voor de sint.
Die spanning alleen al.
En daarna Kerstmis waarvoor je hunkert naar de boom met de versieringen.
Het opbouwen dat al het halve feest is.
Ach, die zalige, prachtige maand.
—
December komt eraan.
Die ellendige, afgrijselijke maand waarin je zo goed als doorlopend wordt geplaagd door allerlei vreselijkheden.
Het gejengel over de kadootjes, de lijstjes die steevast te lang en te veeleisend zijn. Het geruzie wie de grootste speculaaspop krijgt.
Om het over die stompzinnige kerstboom maar niet te hebben.
===
Mooi weer, dacht ik.
waarin ik zonnewarmte zag
meteen wat blote kleren zocht
want nu het toch nog even mocht
kreeg ik graag wat extra kleur.
Als een kundig etaleur
koos ik schaduwvrij een plek
– ver van’t (kale) bladerdek-
en zette me flatteus terneer.
.. . . . . . .
Het duurde een minuut of tien,
deez’ stervenskoude zonnescene.
==
Muziekje tussendoor.
Over niet-lusten.
Warm eten, dat was een drama in onze kindertijd.
Beter gezegd: in míjn kindertijd want ik lustte de meeste groentes niet.
Broers en zussen hadden ook hun voorkeur maar ze aten alles gewoon op. Onbegrijpelijk vond ik het, mij lukte het niet.
Spruiten, witlof en bloemkool bijvoorbeeld waren -in mijn ogen- geen eetbare zaken. Niets bijzonders, dat is bij veel kinderen niet populair, maar ik lustte andere soorten ook niet.
Sla? jèk. Worteltje? getsie. Doppers? omg…. enzovoorts. Alleen als er appelmoes of rabarber overheen kon, dan at ik het op.
Mijn moeder was geduldig genoeg maar af en toe, wanneer de anderen zich ermee bemoeiden, stuurde ze me naar de keuken, mocht ik pas binnenkomen als ik daar mijn bord had leeggegeten.
Ik was niet slim. In de keuken had ik het eten moeten weggooien en naar binnen kunnen gaan met een leeg bord. Op dat idee kwam ik nooit.
Later ging het beter, al had blikspinazie mijn voorkeur. Maar ja, we hadden zelf een groentetuin, dus…
Wonderlijk, toen ik later zelf kookte vond ik bijna alles lekker, terwijl ik het net zo deed als mijn moeder.
–
Hoe ik zo groot ben geworden is me nog steeds een raadsel.
Vermoedelijk door mijn broodhonger, daar konden ze me voor wakker maken.
==-
Evan
Naar een idee van coach Bert
Weliswaar een oude, zéér oud zelfs, voor hem voelde het als nieuw.
Jammer dat grootvader overleed maar geweldig dat hij de speer per se aan hem wilde nalaten.
Hij richtte hem zoals hij dacht dat de oude volken het deden: hand op schouderhoogte, elleboog recht naar beneden, kneep één oog dicht en tuurde naar, waarnaar eigenlijk?
‘Hé joch, hou je een beetje in,’ klonk het plotseling achter hem. Verschrikt draaide hij zich om en keek een lachende man in het gezicht. Vuurrood liet hij zijn arm zakken. ‘Sorry meneer…’ mompelde hij.
‘Geeft niks hoor, als je maar uitkijkt’ , de man stapte in zijn auto en reed weg.
Evan keek de parkeerplaats links en rechts af, er stonden weinig andere wagens, goddank, hij had dus niet voor iedereen te kijk gestaan. Hij nam de speer mee de auto in en, wachtend op zijn vader, fantaseerde hij over de kracht van het wapen, dacht aan spannende boeken en verhalen, zag zichzelf als strijder tegen onrecht of vechten om een prinses. Hij herinnerde zich dat opa iets losliet over extra krachten en verbeeldde zich dat de speer gloeide. Als vanzelf gleed zijn hand over het scherpe blad en voelde iets hobbeligs, hij keek en zag dat er iets in gekerfd was.
Geen letters, eerder gekrabbel, wat zou er staan?
Hij hoopte op herkenbare tekens die hij op kon zoeken in het geschiedenisboek.
‘Ziezo, we kunnen naar huis’. Zijn vader was ingestapt.
‘Je was verdiept in de speer, zag ik. Zullen we hem eens goed bekijken straks? Er liggen nog wat oude boeken van opa, die geloofde dat ergens een beschrijving van dit wapen stond, van de originele eigenaar. Maar dat kan ik me niet voorstellen.’
‘Echt?’ vroeg Evan.
Hij streek nog eens over het blad, zag zich weer vechten, voelde de hitte van een strijd…..
je wist maar nooit….
=