Eén enkele vlieg,

meer was het niet maar hij hield vol.
Ergens in huis had hij zich verscholen.
Vanmorgen kwam hij tevoorschijn,  net toen ik een hap van mijn broodje nam kwam hij aanlopen zoals een vlieg dat doet,  met korte rukjes over het tafelblad. Beetje naar links, vóóruit, andere kant op, wriemelend met al die pootjes.
‘Eruit…’ riep ik.
Hij keerde en vloog naar de achterdeur, kwam toen terug. Verrek, die zat nog op slot.
Ik zette de deur open en brulde nog eens  ‘DURRRRUIT!!’
Maar toen wilde hij niet meer, kennelijk hechtte hij zich snel.
Negeren, dacht ik, dus ik at, dronk de koffie en las de krant. 
Ineens zat hij op een van de nieuwtjes en applaudiseerde. Leek het. Misschien las hij iets,  ik kende hem niet goed genoeg om te weten wat hem interesseerde.
Verder bleef hij  in mijn buurt,  zoemde rondom mijn hoofd, vloog mee naar alles,  ik ving hem bijna in de vaatwasser en met de stofzuiger en eindelijk, eindelijk vond hij de open deur en vertrok. 
Ik zag hem gaan,  toch wat aangedaan  en  riep Houdoe.
Geloof het of niet maar ik zou zweren dat hij een soort groet ten beste gaf:  hij dook even en weer terug en draaide toen pas naar buiten.
Alsof hij knikte.

*dit is pootjes wrijven.