(Nu iets wat echt gebeurde☺)
Warm eten, dat was een drama in onze kindertijd.
Beter gezegd: in míjn kindertijd want ik lustte de meeste groentes niet.
Broers en zussen hadden ook hun voorkeur maar ze aten alles gewoon op. Onbegrijpelijk vond ik het, mij lukte het niet.
Spruiten, witlof en bloemkool bijvoorbeeld waren -in mijn ogen- geen eetbare zaken. Niets bijzonders, dat is bij veel kinderen niet populair, maar ik lustte andere soorten ook niet.
Sla? jèk. Worteltje? getsie. Doppers? omg…. enzovoorts. Alleen als er appelmoes of rabarber overheen kon, dan at ik het op.
Mijn moeder was geduldig genoeg maar af en toe, wanneer de anderen zich ermee bemoeiden, stuurde ze me naar de keuken, mocht ik pas binnenkomen als ik daar mijn bord had leeggegeten.
Dat lukte nooit, het koelde snel af en dan kreeg ik het helemáál niet weg. Moest ik het doen met een beetje vlees en de yoghurt die we meestal toe kregen.
Ik was niet slim. In de keuken had ik het eten moeten weggooien en naar binnen kunnen gaan met een leeg bord. Op dat idee kwam ik nooit.
Later ging het beter, al had blikspinazie mijn voorkeur. Maar ja, we hadden zelf een groentetuin, dus…
Wonderlijk, toen ik later zelf kookte vond ik bijna alles lekker, terwijl ik het net zo deed als mijn moeder.
–
Hoe ik zo groot ben geworden is me nog steeds een raadsel.
Vermoedelijk door mijn broodhonger, daar konden ze me voor wakker maken.
==-
Ik was niet slim. In de keuken had ik het eten moeten weggooien en naar binnen kunnen gaan met een leeg bord. Op dat idee kwam ik nooit.
Later ging het beter, al had blikspinazie mijn voorkeur. Maar ja, we hadden zelf een groentetuin, dus…
Wonderlijk, toen ik later zelf kookte vond ik bijna alles lekker, terwijl ik het net zo deed als mijn moeder.
–
Hoe ik zo groot ben geworden is me nog steeds een raadsel.
Vermoedelijk door mijn broodhonger, daar konden ze me voor wakker maken.
==-