Lui….

Maak een verhaaltje met deze woorden: geit  mijnwerker wekker.
Naar een idee van Bert
===
Trrrringgggg.
De slapende schoot rechtop, zuchtte en sliep weer in. Hij had een rotbaantje, als mijnwerker werd je niet gelukkig, vond hij. Hij sliep liever.
Pech voor hem: de wekker pikte het niet en liet zich opnieuw horen. Beledigd verhief hij zijn stem tot tot de luidste en hoogste C. riiiiinnnngggggg….
En weer. En weer.
De slaapkop gaf zich over en stond op, ondertussen iets bedenkend waardoor hij thuis kon blijven. Griep? Blinde darm?  Loopoor?
Ineens kreeg hij een jofel idee. Hij dacht aan zijn  geitebok die zo goed getemd en getraind was dat hij voor een pientere hond kon doorgaan.
Hij riep het dier en instrueerde het.
Dit is de lamp om je voorhoofd, houweel, touw, werkschoenen, brood. Neem de lift, grom maar wat tegen de collega’s, knipoogje is genoeg, en doe je best.
Tot vanavond.’ 
Daarna stapte hij weer in bed en sliep in.
De geit knikte en deed zijn best.
’s Avonds kwam het beest thuis, knap chagrijnig.
Dit doe ik nooit meer’, mekkerde hij, ‘ze bleven maar zeuren dat ik me niet geschoren had.’
==

Schilderij

Onderstaand plaatje is een erfstuk.
Niets van waarde, wel  met een leuke bij-herinnering..
Plotseling hing het in mijn ouders woonkamer.  Aardig, vond ik, nostalgisch, deed denken aan mijn vaders afkomst als boerenjongen.
Gekregen van mijn broer V.  Hij lachte wat, wilde niets zeggen over de herkomst, alleen dat hij er een nieuw lijstje om had gedaan. Pa en Moe waren er verguld mee, ze vermoedden een echt kunstwerk
Ik vond het een lief plaatje, wel wat zoetelijk maar het landelijk sfeertje sprak me aan.
Na de overlijdens van Pa en Moe vroeg ik om het schilderijtje.
Broer lachte weer en overhandigde het met duidelijke pret.  Ik bekeek het van alle  kanten,  zag wel dat het wat vervaagd was  maar  kon niets ontdekken van een naam of jaartal en haalde het uit de lijst.
Bleek het gewoon een papieren foto te zijn uit een of ander tijdschrift, verkleurd door de tijd…..
Broer lag dubbel.
`En niemand die het zag…’ gierde hij.
Klopt. We hadden geen verstand van kunst, wie weet waren er tientallen van verkocht.
Maar uiteindelijk lachten we zelf ook want wat is er nou achterlijker dan dit.
Hier hangt het opnieuw aan de muur,  alleen al als herinnering heeft het waarde.

=
ps
Ik weet niet of het een foto is van een bestaand schilderij, of van
een in-elkaar-gezet tafereeltje.
==

Nieuws?

Weinig te melden.
Eigenlijk niets.
Stoppen dan maar?
Ehm…
Morgen wordt nieuwe afzuigkap geplaatst. 
Zoon stuurde raadsels.  Buurkat kwam druipnat om zijn dagelijkse worstje.  Was ziek en ben bijna beter. Vaatwasser weigerde dienst maar na een paar  stompen gaf hij toe. Krant is interessant maar ik schrijf niet over politiek o.i.d.(nare reacties in het  verleden). Buurman verlicht complete straat met nieuwe kerstverlichting. Kabinet is bezig zich te vormen, nu wij nog. Trump is, o nee, geen ziekmakend onderwerp. Bamboebrand in Hongkong….
Enzovoorts….
Maak er zelf wat beters van.
===

Verhaaltje

De 9e WE-uitdaging van Geesje, voor november, zonder het betreffende woord te noemen,kreeg als thema: Woestijnzand
=====
=====
Klaas Vaak had het druk sinds grote gezinnen in de mode waren.
Hoewel hij zijn werk met plezier deed was het hem een beetje teveel geworden.
Al die extra kinderen, ze hadden nu eenmaal slaap nodig.
Hij zinde op een verbetering van zijn werkwijze maar hoe?
Automatiseren was misschien een optie, wat voor machine zou er voor nodig zijn? Hij probeerde het zich voor te stellen maar kwam niet verder dan robotjes en kreeg een andere inval: een assistent. Gewoon een zandstrooihulp.
‘Fantastisch idee al zeg ik het zelf,’ mompelde hij. ‘iemand van vlees en bloed met gevoel voor  kinderdromen…’
Hij maakte er onmiddellijk werk van.
Via het Arbeidsbureau zocht hij een meisje en een jongen uit, beiden met een sympathieke oogopslag en een helder brein zodat hij verzekerd was van serieuze krachten.
Hij leerde ze het slaapzand exact in de kinderoogjes te strooien met de fijnste bewegingen en prevelementjes, eventueel een aaitje over de wangen toe te voegen en een gelispeld ‘Goedenacht’.
Het ging prima.
Nu was hij elke avond op tijd klaar en de assistenten waren tevreden.
Maar ach.
Ongewild sloop er een foutje in het jongerenwerk.
Bij het vullen van de slaapzandzakken waren ze een beetje ongeduldig en gebruikten het verkeerde strooisel.

De kinderen droomden van chagrijnige kamelen en karavanen. Van mannen in lange jurken en droogte en hitte, ze werden uitgeput wakker waarna ze traag naar de badkamers sjokten.
Was niet zo erg maar de volgende nacht overkwam het ze wéér. En weer. En weer…
Wereldwijd kwamen er klachten, er werden EEG’s afgenomen en moeders hielden hun vermoeide kinderen wakker met lieve verhaaltjes.
Klaas zelf vond tenslotte de oorzaak en maakte korte metten:
de eerste maand alleen zand, vermengd met zoete geuren en lieflijke bloemetjes, aangevuld met droomstof.
Het hielp.
Na een paar maanden was alles weer in orde en waren de hulpen wijzer.
==

Leeghoofd

Bij het opruimen van oud papier kom ik een stuk krant tegen dat ik niet herken.
Nieuwsgierig sla ik het open en blader. Vreemd, niet gelezen.
Het blijkt een katern uit de afgelopen week.
Gewoonlijk lees ik bijna alles, op zijn minst bekijk ik de dingen vluchtig maar dit dus niet.
Een raadsel.
Geen ramp maar het wringt een beetje.

Let ik niet goed meer op?
Vermindert de interesse?
Gaan de ogen achteruit?
Word ik onverschillig?
Krijg ik een strooien kop?
Wat ontgaat me (ongeweten) nog meer?

Nu herinner ik me ook dat sommige cryptogramvragen  moeilijker worden en dat ik wel eens betekenissen vergeet.
‘Dat had ik altijd al’  roep ik dan.
Of  ‘hierover praat niemand dus slijt het eruit.’
Van die smoesjes.
Tja.
Dat krijg je dus op zekere leeftijd.
Niets aan te doen.

Wit

Vanmorgen bij het opstaan zagen we de wereld door een verzachtend waas,  wit en half-doorschijnend , ik riep bijna hardop ‘sneeuw, wat ben je mooi, ik hou van jou ondanks de kou…’ en vergat het narrige vers over die onderweegse winter.
Tot zover mijn idyllische gedachte.
Eer we een paar uur verder waren was het waas vertrokken.
Jammer.
Ik denk er over om spierwitte tuintegels te nemen, beter nog: de bestaande te verven.
Dat stel ik me voor.
Het zijn oude grindtegels, die zullen in het wit vast heel echt lijken,  met brokkelige randen en  bobbeltjes en zo. Hier en daar wat versleten mos of een bevroren wurm.
Op saaie winterdagen kan ik dan genieten van het wintergevoel met opnieuw die idyllische gedachten. Passend geluid erbij.
Goed idee.
Aan de slag dan maar?
Nou nee,  even laten betijen, wie weet denk ik er morgen anders over.

‘Mam ik pak effe je camera…’

Wat je daarna te zien kreeg was meestal onzin.
In dit geval noemden ze het nog nèt geen kunstwerk maar  ze lagen wel dubbel. Om een paar tenen.
Later had iedereen zelf een camera, toen vroeg en vraag ik me af wat men zoal opneemt.
Bekend zijn de mensen die narigheden filmen en fotograferen, hoe meer hoe liever. Waarom  ze daarin geïnteresseerd zijn is me een raadsel. Vorm van sadisme?
Voorheen kende ik iemand die bij ongelukken alleen de auto’s nam,  de reden ontging me finaal.
De tenenplaat was dus een pubergrap, wat daarvan de mop was weet ik niet maar ze hadden soms wonderlijke ideeën en dan mocht je nog blij zijn dat ze geen (half-)blote vriendinnen deden al zouden ze je dat nooit laten zien.
Eerlijk gezegd dacht ik soms terug aan de eigen toenmalige leeftijd en aan de ideeën die we hadden, die waren ook niet altijd zo fraai.
Maar die vertel ik natuurlijk niet.
===

‘Vrees voor eiertekort…’

Hoever dat tekort gaat reiken weet ik niet maar ik zou het geen grote ramp vinden behalve voor de leveranciers natuurlijk.
We aten er vaak en veel, nog steeds elke week maar je kan zonder eieren heel goed en lekker leven.
Ondertussen vraag ik  me af: waarom komen er nooit haaseieren op de markt?
Jaar in  jaar uit zie je ze verschijnen in etalages en op plaatjes maar nooit, echt he-le-maal nooit krijg je er een te pakken hoe uitbundig we ook Pasen vieren.
Zit er soms een luchtje aan?

==

Winter is onderweg

Ik zag hem grijnzen
in de mist
verscholen in een dooie boom
alsof hij wist
dat ik hem zag en
schrikken zou.
Hij had gelijk, die takkenvent
ik ben niet gek op winterkou.

Dat was zijn punt: hij genoot
ook van de schok
die me beving
mij omhulde als de vrees
voor wat zéker komen ging
wind uit oost
en noordse ijzel
sneeuw gestampt in poolse vijzel.
==
’t Is nog maar  november
wat moet dat worden in december.
======