Van André naar adel

Terzijde

la-boheme    van Van Duin kwam voorbij
Mooi, of niet, dat ligt aan ieders smaak. Het is zijn stem die hij weet te gebruiken en die indruk maakt.
Dat kon je ook horen bij zijn voorleesstukje  uit Rinkeldekinkel van Martine  Bijl.
Dit horende dacht ik aan de koning.
Hij heeft dat ook, die donkerbruine stem.  Da’s nooit weg, mocht hij het ooit tot de voedselbank brengen kan hij nog altijd voorlezen of liedjes zingen bij de VARA.
En dat deed me weer denken aan bijzondere talenten van vorstenhuizen in het algemeen. Daar hoorde je weinig van.

Wijlen prinses Christina kon zingen, de vorige koningin deed aan beeldhouwen, voorheen las je wel eens iets van koninklijke skiërs en paardrijders.
Zou er echt niet meer in zitten? Het gaat over adel, Europa is er bezaaid mee, daarvan verwacht je toch een extra inbreng behalve automatisch geërfde titels en doorgegeven kroonjuwelen.
Nee dus.
Al mijn verwachtingen ten spijt: adel leidt tot niets bijzonders.
=

Bij

Terzijde

De waslijnbij   zocht me weer op.
Vlak voor me ging hij op een van de weinige passiebloemen zitten. Ik herkende hem aan zijn arrogante pony/bontje/achterkant.
‘En,’ vroeg ik vilein, ‘ben je al naar Nachtschone’s zoetigheid geweest?’
Hij kroop een rondje, slurpte wat maar gaf geen antwoord. Was zeker afgewezen.
Hij mompelde. Ik verstond het niet, het klonk chagrijnig.
Oei, gauw verzon ik iets vriendelijks. ‘Hoeveel voedsel rooi je op één dag? Is het ’n beetje de moeite?’
Hij wachtte even . ‘Niet in dit tuintje.’ Ik proefde minachting.
‘Wat doe je hier dan nog?’ vloog ik op.
Hij zoemde naar me toe. ‘Deze bloemen trekken me. Ik voel compassie voor hun uitgedroogde familie.’ Hij sloeg een eerbiedig kruisje.
Aaach, dat had ik niet verwacht. Het verzoende me.
‘Je mag hier gerust blijven hoor, zal ik een bos verse bloemen voor je kopen en naast de vijver zetten? Lekker fris….’
Hij werd een beetje dol en ik deed een stap achteruit.
‘Vrouw, je stokrozen zijn slecht, deze bloemen sterven onder je ogen , je vijver staat bijna droog en de rest is ook niet veel soeps. En dan durf je me een bos imitatie aan te bieden??’
Geërgerd schudde hij zijn bontje/pony/achterkant. ‘Geen wonder dat ons volk op instorten staat.’ Zijn luide gezoem stond op springen.
Tja. Goh. Nou.
Ik wist niet wat ik moest zeggen, hij was al weg.
==