tegenstellingen

Tegenstellingen


‘Mooie kindertijd?  Het zou wat, arm waren we en de kleren gingen van broer op broer, ook de sokken met gaten
..
.-
Dat vond ik juist leuk, mooie petticoat van de ene zus, roze babydoll …

…haast nooit speelgoed, met sinterklaas,  een mikadootje of een plastic autootje….

een nieuwe pop was er altijd bij, en een boek of legpuzzel…

‘…de fietsen waren een ramp. We konden de banden er beter afhalen zo slecht waren ze…

…ik kreeg de Gazelle van de andere zus, glimmend gepoetst en een spiksplinternieuwe bel erop…

.en…  Je lacht me uit! Je gelooft me weer niet hè?

Proest. Jij  mij wel?
===
Het was een spelletje geworden, de eerste jaren.
Man mocht graag verhalen van zijn superarme jeugd in een Brabants plattelandsdorpje.
Ik overdreef graag met mijn moderne zussen uit Holland.
Flauw spelletje maar toch,  we beseften het zelf niet maar hadden ongeweten een manier gevonden om de verschillen uit te leggen en elkaar tegemoet te komen.
Verliefd zijn was zo gek nog niet.
-==

strand

Strandfoto’s wekken herinneringen

Zussen wilden naar het strand. Moe gaf ze een beetje geld mee, broodjes, dunne ranja en als extraatje het jongste zussie.
Haar doel zal tweeledig zijn geweest, een paar zich vervelende tieners tevreden stellen en een kleintje dat ze in toom zou houden.
Ik was het extraatje, werd achterop de fiets gehesen, voelde me niet welkom maar was allang blij dat ik mee mocht. Bovendien waren de zussen best aardig, dat moet gezegd.
Ze bemoeiden zich niet veel met me,  druk als ze het hadden met gewapper van handdoeken en wimpers. Ze deden interessant met boeken en de transistor. Troffen bekenden.
Ik zag het aan van een afstandje maar hield me stil, ervaren in die dingen.
Tot ik moest plassen. Zoiets deden we altijd in zee, toiletten waren te duur.
Maar ik wilde ook het zussenfeest niet missen.Dus groef ik een kuiltje en deed daar de plas in. Zand erover.
Oudste zus kreeg het in de gaten: Zeg, ga jij es gauw de zee in, vooruit. Beschaamd rende ik naar het water, handen voor de natte plek.
Nog hoor ik het lachen van de meiden en jongens achter me, niet beseffend dat ze me als een klein kind zagen.
Daar voelde ik me te groot voor.
==

.

herfst·slaap

Herfstbed

Nee, geen matras van afgevallen bladeren, het is de beginnende kou die ik bedoel. Zodra de zomer ten einde loopt zie ik dit als een voordeel.
Hoe het anderen vergaat weet ik niet maar ik kruip er dagelijks met meer plezier in. Het duurde vrij lang voor ik na de de dood van echtgenoot de draai kon vinden maar het kwam goed.

Hoe lager de temperatuur hoe liever ik het heb.
Vannacht ongeveer 5°C, binnenkort vorst aan de grond, misschien al ergens geweest.
Des te beter.
Tot nog toe onder een laken en een dunne deken, straks het dekbed om me er helemaal in te rollen. Bijna een gymnastische onderneming maar dan lig ik zalig.
Het doet me denken aan de tijd dat ik tussen twee grote zussen mocht slapen en, nieuwsgierig luisterend naar verboden verhalen, langzamerhand warmer werd tot ik in slaap viel.
(Dit kwam niet vaak voor, alleen als er logees waren. Zussen vonden het trouwens niet prettig dat ik grote oren had maar dat terzijde-).
De herinnering is al voldoende om het bed extra te waarderen.

Tussen 11 en 12 maak ik me op voor de slaapsessie. Strakgetrokken onderlaken, rekken en gapen, gsm en tablet nakijken, nog één maxigaap en dan de laatste stap.
Naast me ligt leeswerk, huistelefoon, tablet, schrijfspullen. Waarvan ik zelden gebruik maak, mijn ogen vallen te snel dicht. De tv en radio doen het niet, ik kijk en luister toch nooit.
Er stopt een auto in de straat, verderop slaat een portier dicht.
Een buur laat de hond uit.
Iemand praat nog wat, vager en vager.
Ik soes weg.
En ben van de wereld.
-=

PS  vergat nog de blik onder het bed😈.

..

sinterklaas

De waarheid was dat we het allang wisten…


..dat Sinterklaas niet bestond.
Sterker: ik kan me niet eens herinneren dàt ik ooit in hem geloofde. De keren dat we ’s morgens een mand met cadeautjes vonden lagen achter ons, we dachten er nooit meer aan.
De waarheid kon immers niet verborgen blijven.
Moe die het druk had met boodschappen op de gekste tijden. Haar afwezige blik de laatste dagen. De groten die ook al geheimzinnig deden met hun geknutsel.
De duidelijkste aanwijzing was dat we aldoor de kamer werden uitgestuurd: ‘ga maar buiten spelen.’ Dan begrepen we dat ze met de cadeautjes bezig waren.
Mijn twee jaar oudere broer en ik liepen dagenlang rond met geheimzinnige gezichten; deden alsof we nog geloofden want dat hield de spanning er in. Het werd min of meer van je verwacht omdat er nog een klein broertje rondliep.
We zongen zogenaamd angstig mee terwijl we gisten van wie die zwarte glacé was die door de deuropening met pepernoten gooide.  En genoten van  de grote zussen die flirtend ‘dank je wel Piet, lieverd’ riepen.  (Zij wisten welke buurjongen het was). Een  vertoning die erbij hoorde.
De laatste middag vóór pakjesavond was niet door te komen; dan stond in het portaaltje de grote teil of de wasketel klaar, boordevol met pakjes. Een tafelkleed erover om het geheim in stand te houden..
Moe was op de valreep met een paar laatste surprises bezig, tobbend over een zinnig vers.
We stierven bijna van nieuwsgierige zenuwen.
Wat zou er voor ons bij zijn?
En, niet onbelangrijk, zouden we TWEE chocoladeletters krijgen?

Het was elk jaar een van de mooiste en spannendste periodes.
Nooit heb ik me verdrietig of belazerd gevoeld dat Sinterklaas niet bestond.
Integendeel, ik keek met ongeduld uit naar de tijd dat ik zelf mee mocht doen met surprises, grappen en versjes.
Ik zal toch niet de enige geweest zijn?
==

kinderjaren

Was buitenspelen echt het ultieme kindergeluk?

Mensen lijken dat te denken. Het is een van die herinneringen waar veel waarde aan wordt gehecht.
Het geheugen werkt ook hier selectief: hoogtepunten blijven bewaard, groeien zelfs.
Ook ik denk graag terug aan hinkelbanen en buurtspelletjes maar het ging er niet altijd vriendelijk aan toe.  Er hoorde ook gehuil bij,  groteren die  de baas speelden, ruzie om springtouwen, gepest van honden, maar ik geef toe, af en toe was het goed.

Buiten spelen was nogal eens een noodzakelijke oplossing.
Besprekingen van grotemensenzaken werden standaard vooraf gegaan door het bevel: ‘Ga jij es buiten spelen.’ Protesteren hielp niet, je had maar te gaan.
In grote gezinnen was het vrij vaak aan de orde.
– grote broer of zussen werden op het matje geroepen of
– ze kwamen een serieuze aanstaande ten toon stellen
– financiële perikelen/grote aankopen werden besproken
– surprises moesten verpakt en verstopt
– zwangerschappen van zussen werden bijgehouden
– een oom die onfatsoenlijke moppen vertelde mochten we niet aanhoren
En nog veel meer. Onze nieuwsgierigheid was groot en meestal wisten we af te luisteren maar van gezellig buitenspelen was in dat geval geen sprake. Wel van gemopper.

Zwembad en speeltuin waren me liever maar die hebben de kinderen van nu ook.
En andersom, wij zouden  vroeger waarschijnlijk maar wat graag binnen zijn gebleven als we de mogelijkheid hadden te gamen of filmpjes bekijken.
Een sterk (wat is dat trouwens?) karakter en gezonde mentaliteit krijgt een kind net zo goed thuis, bij familie, op school,  eventueel op clubs en sport.

kind

Zelfkapster, 11 jaar

Paardestaart en pony, het was een kapsel van veel meisjes.
Wat me stoorde was de pony die nooit bleef zitten zoals ik wilde dus knipte ik hem zelf, voorzichtig, netjes rond.
Zo trots als een pauw liep ik door het huis.
Er was weinig bewondering voor mijn kappersactie, de een na de andere zus bekeek me en en smoorde een grijns.
Iemand had een camera en ondanks de commentaren ging ik er extra-mooi voor zitten.
Het lukte niet zo goed door dat gelach,  anders had ik er wel beter uitgezien.  Zo verdedigde ik me.
Wat onze kinderen zeiden loog er ook niet om: ‘Ieieieieiew, dat kapseltje...’

alleen

Bezoek, graag of niet?

‘Tegenwoordig is er niet veel meer aan, vroeger ging de familie bij elkaar op de koffie of zo...’
De vrouw keek rond. Enkelen knikten, verder kreeg ze weinig bijval.
Ze vergat dat die familie intussen flink was uitgedund en de overlevenden vaak een goede reden hadden om thuis te blijven. Ziekelijk, niet mobiel of gewoon geen zin meer in het miljoenste kopje koffie en thee. Bovendien hebben veel mensen hun eigen (klein-)kinderen met wie ze hun visitetijd doorbrengen.
De vrouw overdreef een beetje. Lang niet alle families liepen af en aan om dagelijks te buurten, enkele gezinnen daargelaten. Dat zag je eerder bij verknochte vriendinnen/buurvrouwen.
Wel was er meer vrienden- en familieverkeer dan nu.
Terugdenkend herinner ik me de gehaaste zondagochtenden.
Vroeg ontbijten, kinderen wassen en aankleden en vroeg lunchen, dan konden we tijdig wegkomen om zelf ergens naar toe te gaan voordat er iemand bij ons aanbelde.
Bij het ouder worden ging het geloop eraf, gelukkig maar, ik moet er niet aan dènken weekend-aan-weekend bezoek te hebben. Het geklit lag en ligt me niet zo.

Bij de jonge stellen om me heen zie ik het verschil met toen. Enkelen komen uit middelgrote gezinnen, de meesten hebben een of twee broers/zussen of, als ze erg jong zijn, vriendengroepen. Elke dag of weekend gevuld met visite zie je veel minder, ze hebben beiden een baan en om buren maken ze zich niet druk.
Ik benijd ze, ze kunnen hun eigen leven leiden.
De vrouw die er ‘niets meer aan’ vindt denkt daar anders over en waarschijnlijk zij niet alleen.

Tja, overleden ouders, zussen, broers, buren, kun je niet terughalen.
Ook kun je de tijd niet stopzetten al proberen een paar mensen het via kaartavondjes (‘dat was zo gezellig, geen tv…’) of iets dergelijks.
Ik begrijp het wel, je eigen huiskamer voelt intiemer dan een zaaltje in het gemeenschapshuis.

Maar voor mij hoeft het niet.

man-vrouw·mannen

Mannencomplimenten

Uit eigen archief en allemaal lief bedoeld. Bekend bij zussen en een paar andere vrouwen.
====

‘Dat was heerlijk. Lang geleden dat ik zulke fijne karbonades at’

‘Lekker gekookt vandaag’

‘Goh, nou is die zuurkool pas ècht smakelijk’

‘Wat zie je er goed uit vandaag…’

‘Gezellig, die kaarsen en zo. Had je een werkbui?’

Ongetwijfeld zijn er veel meer lievigheden op te noemen.
Eén keer zag hij mijn gezicht en zei toen gauw: ‘Je hebt jezelf overtroffen.
Daar was ik nog blij mee ook, denk je dat je geëmancipeerd bent.
Tis toch wat.