Gedachten

Af en toe verschijnt er een beeld van jaren her op mijn netvlies.
Dat kan van alle leeftijden en situaties zijn, soms goed, soms minder en ook wel eens ronduit slecht.
Het idee dat vroeger alles beter was verwerp ik maar er waren natuurlijk ook mooie  momenten.
Een van de beste was die waarop een van de zussen op haar gitaar speelde en zong, met een andere zus of een vriendin. Dan werd de radio uitgezet.
Er was een zus die piano speelde, een die gitaarles had en een die het op eigen houtje probeerde maar de zus die zong blijft het meest in de herinnering hangen. Haar stem had iets, iets sweets en was verstaanbaar tegelijk,  zelfs oude zeurliedjes van eenzame cowboys en kampvuren verzachtte ze tot een sfeer waarbij het liedje er niet toe deed, alleen haar stem hoorden we.
De gloeiende kachel en gedimde schemerlamp droegen ongetwijfeld bij aan die sfeer.
Maakt niet uit, de herinnering is mooi genoeg om vrede te hebben met de minder mooi dingen.

Tuinwerk

Eens liepen vriend en ik door het tuintje van een zus.  We aaiden de kat en bevoelden de perziken.
Ze waren nog niet rijp, wel merkten we iets anders: de bodem veerde. Vreemd, bij elke stap hupten we ’n beetje, een gekke  gewaarwording. De kat opende een geërgerd oog. Hij hupte niet.

‘Wat is dat nou?’ vroeg vriend.
Er schoot me niets anders te binnen dan een flauwe grap. ‘Dat is speciale mest voor dit perzikenras, tegen de rot.’
‘Wat raar…’ Hij geloofde me niet.
We hupten wat heen en weer en net wilde ik toegeven dat ik het niet wist toen zus er bij kwam. Ze zag ons springen.
‘Je heb het al gevonden. Goed idee van ons hè, we wisten niet wat we er mee aan  moesten en wilden het niet bij de vuilnis  zetten.’
Ze zag ons onbegrip.
‘Dat oude grote matras weet je wel, met die binnenvering.’
Onze breinen werkten te traag. Wat wil je, met al dat gehups.
Luid en langzaam zei ze  ‘We-hebben-het-ding-hier-begraven…. ‘

Verbroken…


Vanavond viel de verbinding met Internet uit.

Ach, nou ja, dat wordt lezen. Dacht ik. En ik las.
Zojuist toch even even geprobeerd op tablet, en ja, verbinding hersteld.
Dat had me in de beginjaren van computergebruik moeten gebeuren, in alle staten was ik. Indien er geen kind voorhanden was belde ik er een: ‘heb je even tijd? Alsjeblieft en please? Ik weet niet wat ik gedaan heb maar de boel is kapot en wat moet ik nu doen enzovoorts.’
Daar had ik geen rust van, dacht alleen maar aan wat ik had willen mailen of wat dan ook,  kwam niet op het idee om iets anders te doen. Nerveus werden alle knoppen geprobeerd, een wonder dat ik niets stuk maakte.
Intussen heb ik niet alleen ’n beetje bijgeleerd, ik ben ook wat minder freaky. Geen web? Pech gehad; televisie, boeken, beetje breiwerk, puzzels, er is altijd een vervangmiddel en vaak is het nog leuk ook. Of ik bel een zus.
Niet meer in paniek raken wanneer ik het web niet op kan, er is ook nog een andere wereld.
Een verworvenheid al zeg ik het zelf.
Nu het weggevallen geluid nog.
Of zal ik zelf zingen? 🎶

Jeugdverdriet en zo werd je groot

_
Een stok, een stok, met een geruite rok
te ruime bloes
verplicht door Moes
en degelijke schoenen.
Ik huil, ik huil, de longen uit mijn lijf
zo raar te gaan
voor lul te staan
geen kans zelfs om te zoenen?
Een zus, mijn zus, zij troostte me met liefde
‘jij blijft niet dun
je krijgt je fun’
ze schiep me visioenen
en plots, ineens,
werd ik een vrouw
nog ietwat schouw
maar leerde mijn fatsoenen.

© Bertie