Bang voor de boze wolf?


Misschien terecht, je zou maar schaap wezen.
Ik maak me drukker om andere beesten. Geen wereldprobleem, ik weet het, toch voelde ik me als kind belazerd wanneer ze me te na kwamen.
Na hoogte- en andere -vrezen is dierenvrees mijn sterkst ontwikkelde eigenschap.
Er zijn uitzonderingen. De meest humeurige katten mogen ze me in handen stoppen, niet alle honden jagen me angst aan, weilandvee durf ik te aaien zolang er iemand bij me staat die me bijstaat, jonge koeien willen nog wel eens rare passen maken.
De konijnen van mijn vader zou ik nooit oppakken, ik stak ze spriet voor spriet het gras toe door de tralies.
Voor de kippen ging ik op de loop, altijd bang dat ze me in de benen zouden pikken. Duiven en witte muizen, hobbies van een buurjongen, tolereerde ik zolang ze uit mijn buurt bleven.
Zie ik een paard op de weg, draai ik meteen om of zoek de dikste boom om achter te schuilen.
Honden -die vroeger gewoon losliepen- hebben heel wat van mijn kinderplezier vergald met hun agressieve en nijdige geblaf als je langsrende. En ze ruiken angst, ze zullen niet meteen bijten maar houden je wantrouwend in de gaten. Dan besterf ik het.
We hadden cavia’s, hamsters, parkieten, geen van allen durfde ik te pakken, goudvissen en guppies haalde ik uit het water met een zeef waarvan ik de steel verlengd had met een stok.
Al jong durfde ik het Zwet niet meer in, ook niet in ander natuurwater. Onder het oppervlak huisde godweetwat en het bewoog allemaal.
Over de hekel aan insecten en grondgespuis zullen we het maar niet hebben, daarin sta ik niet alleen.


Het idee dat er met de klimaatopwarming nog meer griezelig spul te voorschijn komt doet me huiveren, daarom groeit in mijn achterhoofd het plan om te emigreren mocht het te heet worden.
Noord- of Zuidpool, dat lijkt me wel wat.
Moeten ze wel de ijsberen in besloten gebieden houden.
En garanderen dat de opwarming niet tot de polen reikt.
Ik wil niet met een gevaarlijk paard of dolle hond op de laatste ijsschots terechtkomt.

Smeltende polen. Impressie.

De Noordpool is voor driekwart verwaterd.
IJsberen dartelen in een afgepaald stuk zee, waar in het gekoelde water ijsbanen geplaatst zijn -tweedehands gekocht in Heerenveen, afgewisseld met imitatie ijsbergen van papiermaché die waterdicht verglaast zijn met doorzichtig koudstaal. Een dierenliefhebberige grootverdiener doneerde voor een paar duikplanken et voilà.  Opvang voltooid.
De ijsberen zijn getraind.  Ze halen zelf de blikken kerstsneeuw uit noodkastjes wanneer het oergevoel hun te machtig wordt, dan gooien ze sneeuwballen naar de vossen door wie ze uitgelachen worden vanaf de oprukkende toendra’s, een mals duifje in de bekkies.
De gezamenlijke regeringen bekijken nieuwe voorstellen voor het behoud van de pool maar, zoals een snugger lid al zei, als alles smelt is er geen pool meer. ‘Toch?’

Op de zuidpool komen de eerste groene punten door het laatste restje vorst. Voorlopig alleen ijsbloemen. Cactussen, palmbomen en passiflora worden eind dit jaar verwacht.
De laatste pinguïns kruipen bij elkaar, bang in een azc te worden gestopt. Huiverend slaan ze hun minivleugels om elkaar heen.
Een groepje eeuwelingen heeft toestemming gevraagd een paar Mexicaanse hallucinogenen te mogen kweken daar zij geloven dat Castaneda’s trips juist hier tot hun recht komen. De zon en de bloemen, love and peace weet je wel en halleluja, ideaal voor een maagdelijk land.
De gezamenlijke regeringen beraden zich nog, ze overdenken wat het beste is voor Antarctica, hun land en voor henzelf.