Er zijn een paar dingetjes in aantocht.


Vandaag is de uitgerekende bezorgdag.
Nu ben ik in verwachting van PostNL.
En vol hoop dat het de juiste dingetjes zijn.
Of alles erop en eraan zit.
En ze me bevallen.
In goede staat arriveren.
Hoe blij ik zal zijn en niet met een postontvangteleurstelling opgezadeld wordt.
Zwanger van al deze emoties staar ik door het raam, verkrampt.
Zucht.
Nog een paar uren…
==

Bijna een griezelverhaal

Het zachte zuchtgeluid weerklonk nu achter haar.
Raspend bij vlagen, ingehouden daartussenin.
Op een avond wachtte het haar op toen ze naar boven ging.
Akelig, beklemmend, benauwend.
Dan naast haar op het hoofdkussen. Ze kromp bij het geluid..
Ze analyseerde de zucht, vluchtig, in een poging zich niet te laten meeslepen in overspannen angsten. Wie ademde op deze manier?
Niet de echtgenoot, hij was er niet meer.
Die viezelijke ouwe oom? Maar hij was dood en kreeg een kruis na.
Ze schrok op door een diepe hijg, de ongeduldige zucht van een wachtende.
Geschrokken keek ze naar de keuken vanwaar het geluid kwam.
Ze rende, niemand te zien. Of toch?
Bang zette ze zich weer in haar stoel, steels om zich heen kijkend. Kwam iemand haar halen? Waarom?
Ze huilde hardop…..

Ooit blogde ik dat ik graag een griezelverhaal wilde schrijven maar het niet durfde. Bang voor mijn eigen creaties.
Herhaaldelijk begon ik er aan, even vaak moest ik afhaken. Ook nu.
Waarom begin ik dan telkens?
Griezelverhalen zijn fascinerend.
Jammer dat ze zo eng zijn.

Mocht iemand hier een vervolg op weten, dan ben ik heel nieuwsgierig en plaats het.

man – stoel

Een man zet zich
Hij is zwaar en past met moeite tussen de armleuningen.
De stoel zucht.
De man hoort het niet, gewend als hij is aan geluiden. Zijn lichaam zit er vol mee, het borrelt, kleddert, drupt en kraakt.
De stoel heeft genoeg van de overlast, slijtage plaagt hem en hij speurt naar wraak.
Hij zoekt en vindt een loszittende spijker, wurmt hem rechtop onder de zitting en wacht.
De man komt binnen, de stoel grijnst een boosaardig gna-gna-gna.

Er staat een ambulance.
De broeders komen naar buiten , zij dragen een stoel waarop een dikke man zit. Er stroomt bloed langs de poten, de man huilt en vloekt.
De stoel ook maar zijn ergernis wordt niet gehoord.
Wie luistert er nu naar een stoel.

Twijfel

Het was lekker in de zon.
Daarom stond ze in dubio: buiten koffie drinken? Of toch maar binnen?
Hij zag haar aarzeling, ‘doe het niet,  raadde  hij, ‘ga liever mee, een stukje fietsen’.
Goed.
Voor de kledingkast twijfelde ze: shirt of een bloesje?
‘Niet doen’, hij weer, ‘trek een trui aan’.
Oké.
In de gang talmde ze bij de kapstok: spijkerjack of dunne fleece?
‘Je kan beter je gevoerde anorak aandoen’.
Denk je?
Ze keek naar de schoenenplank:  slippers of sandalen?
‘Neem je laarzen, schat…’
Zucht.
‘Luister’, zei ze, ‘het is warm en ..’   ‘Jawel, maar het kan ook omslaan…’
Ze zei niets en trok een la open.
‘Wat zoek je?’  vroeg hij
Keurend keek ze naar zijn mond.
Hechtpleisters? Of duckttape?