humor·lachen

Een serieuze les.

‘Maar,’ zei ze ‘mijn gevoel voor humor raak ik niet kwijt.’  Wie zei dat? Moeder natuurlijk.
Meestal kwam er achteraan ‘zorg dat je dat niet verliest, het is belangrijk.’
Nu vind ik het niet makkelijk om verdriet zomaar even weg te lachen.
Maar toch, er is wel iets van waar.
Uit ervaring weet ik dat gezinszorgen draaglijker werden met een lach, het kleinste spoortje van een glimlach werd opgepikt. Niet altijd gemakkelijk maar het werkte.
Natuurlijk denkt niet iedereen daar hetzelfde over.
Ik ken een man die niet begrijpt dat zieke of gehandicapte mensen plezier hebben. ‘Ze zitten in een rolstoel en ze lachen nog,’ verbaast hij zich. Hetzelfde bij een reportage over armoede en honger, ‘dat ze nog humor hebben…’ is zijn commentaar. Hij zou, vrees ik, terneergeslagen door het leven gaan wanneer hij getroffen werd door iets vreselijks hetgeen een situatie nog vreselijker maakte.
Daarover doordenkende moet ik Moe gelijk geven, op zijn minst haar woorden in gedachten houden, herkauwen en uitproberen.
Maar je moet het even snappen, besefte ik later, veel later.
Je lacht niet om het verlies van een dierbare.
Ook niet als het ‘alleen maar’ een huisdier is.
Evenmin om  problemen in huwelijk, gezin, school, familie, ziektes.
Pas naderhand, als de mist van verdriet optrekt, het dagelijks leven weer zichtbaar wordt, ja dàn.
Dan kan er iets humoristisch voorvallen wat je aanspreekt. Een blij kind. Hond of kat, wat dan ook.
En is lachen bevrijdend.
Maar ik snap dat het voor velen anders is.
==

bloemen·herfst

Verscholen bloem

Waarschijnlijk groeien er in elke tuin nog bloemen.
Hier ook, het houdt de boel fleurig.
Maar die ene oost indische kers baart me zorgen.
Hij houdt zich verscholen. Dat is niet goed, niet des bloems.
Ik probeer hem te lokken met mooie praatjes.
Hij weigert.
Net een koppige mens. Of een bange?
Straks gaat hij dood zonder te hebben geleefd.

dromen·nacht·sprookje

Nachtelijk intermezzo

Het was al laat toen we gewekt werden door  Fee.
-Hè? vroeg ik al ogenwrijvend, bestaat U dan?
-Wel, je ziet het,  antwoordde ze. -Kom op, we gaan een tripje maken.
Daar waren we voor in, na de zomerhitte was een luchtig nachtje nooit weg.
-Waar gaan we naar toe?
-Naar een antispokenparty, zei ze. Daar kan je alles kwijtraken wat je bang en bezorgd maakt.
Dat wilden we wel.
We stapten in haar koets. Ze bracht ons naar een plek waar een enorme kachel in het midden stond. Roodgloeiend.
Er liepen mensen heen en weer, ontspannen rondkijkend.
-Zie je, hier is niemand bang, iedereen heeft zijn spoken en problemen in de kachel gegooid.

Ahhh, zomaar je angsten in het vuur donderen. We deden ons best.
De ene narigheid na de andere verdween in de vlammen.
Huwelijkscrises, economische en financiële, de hongerige wereld,  kinderruzies, familietrammelant, webloggriezelstories, tot we helemaal leeg waren. Ze brandden met hoge vlammen.
Wat voelde dàt goed, we werden er helemaal licht van.
Daarna gingen we de bevrijding vieren met een stevige soep.
Een koud buffet wachtte. Limonadeglazen werden begeleid door drankorgeltjes zodat we dansten als jonge godjes.
Het was fantastisch; we merkten niet eens dat de koets ons terugbracht.
Pas toen Fee het dekbed over onze schouders vlijde herkenden we de slaapkamer.
We schudden haar hand.
-Dank je wel, Fee, het was geweldig.  Tot een volgende keer?
-Komt in orde. Doei!

Het was een nacht, die je normaal alleen in fillums ziet maar dan anders..
==

Geen categorie

De zin van het leven?


Een vraag die zich al aandiende toen we leerden over biotopen, onstaan-leven-doodgaan, een oneindige cyclus. Het verband met onszelf was gauw gelegd en het idee dat je leven minder dan een fractie  (een nanoseconde kenden we nog niet) is van de eeuwigheid deed  me afvragen:  Is dit het nou? Is dat nou alles?  Zinvol leek me een veiliger term maar dat was niet precies wat ik bedoelde.
Later, in de greep van gezin-huisje-zorgen kwam die vraag terug.
Het maakte me somber,  ik begreep dat relativeren nodig was en de tijd in menselijk perspectief te zien.
Daarmee echter kwam dezelfde vraag op een andere manier naar voren: is dit het nou? Hebben we echt  nog 30, 40, 50 of meer jaren te gaan? Hoeveel ik ook van ons gezin hield, vond ik het een vreselijk vooruitzicht. Zoveel tijd je druk te maken….en dan ga je dood. Alleen maar om het leven an sich in stand te houden?
Ook deze gedachten gingen voorbij maar de vraag laat me nooit helemaal los.

Eeuwenlang hebben grote geesten zich gebogen over deze vraag. Er zijn diverse antwoorden gevonden, afhankelijk van de (morele) instelling die men heeft, van religieus tot ongelovig,  filosofisch, biologisch, wetenschappelijk en andere.
Voor elk wat wils maar ik kan me er niet in vinden.
Voorlopig heeft  niemand een alomvattende uitkomst die voor iedereen de oplossing zou zijn. Wie het weet mag het zeggen, ik zou het graag horen.
Het beste wat ik er van kan maken is: heeft iemand zin in het leven?
Dan heeft dàt leven zeker zin.