Simpel tussendoortje


Er was eens een dame uit Zaanstad
die pochte dat ze ‘het’ gedaan had.
‘So what?’ vroeg haar zoon,
‘Da’s toch heel gewoon?
Waar kwam ik dan anders vandaan, schat?’

Klusjes

De keukenkraan lekt.  Nakijken op Internet, misschien kan ik het zelf repareren.
De bureaulamp valt beetje bij beetje uit elkaar. Plakband en elastiekjes laten telkens los, morgen onder handen nemen of een nieuwe kopen.
Het slot van de tuindeur draait niet lekker. Heb er een shot olie bij gedaan, hopend dat het morgen soepeler gaat.
Stopcontact zit los. Een dezer dagen aandraaien.
Afvoer van douche bewerkt, loopt weer door.
Bezem viel van de steel. Nieuwe spijker erin.
WC-bril wiebelt, buurman gaf me de juiste schroef. Paste precies..
Binnenkort de cv bijvullen, wijzer  staat al haast te laag.

Die dingen.
Ik hoef niet te klagen.
Er is een zoon, een behulpzame buurman, een kennis en er zijn  vriendelijke buren.
Een groot goed waar ik oprecht blij mee ben.
Bovendien kan ik veel zelf en gebruik een schroefmachientje voor eenvoudige klusjes.
Maar soms,  heel soms  denk ik: een man was toch wel handig.
Gereedschap heb ik al.
==

Goed gesprek.

Pa, ik ga in vastgoed.
– Jongen toch, we hebben je netjes opgevoed…
Is dat zo? Dan maar in de politiek, lijkt me ook wel wat.
Toe joh, nu hebben we nog een goede naam…
Oké, wat vind je dan van bee-enner?
Waarom zou je dat doen zoon, je bent toch redelijk intelligent?
Ja zeg, dat wordt wel moeilijk. Het geloof dan maar?
In godsnaam, blijf alsjeblieft op het rechte pad!
Nou eh, dat schiet niet op; ik denk dat ik maar Niks wordt.
Geweldig, nu kun je alle kanten op.
Wat maak je ons hier blij mee, dankjewel mijn jongen.

Tranentrekker

Mam redt het niet.


‘Màààm…’
‘Jaja, schreeuw niet zo…’ Haastig schenkt ze haar puberdochter een glas cola in. ‘Alsjeblieft!’
Ze keert zich weer naar de jongen. ‘Kijk, deze letter achter deze, en dan..’
‘Màààm,’  snerpt het.
Ze kijkt op, ziet het meisjesgezicht, uitdagend. Feilloos wetend wat haar moeders zwakte is. ‘Ik wil de echte cocacola…’
De  jongen legt onverstoorbaar de ene letter na de andere.  Gewend aan zijn tobberige mamma.
‘Màààm..’
Ze  zucht.  Geen echtgenoot, geen geld.
Slingerend tussen plichtsgevoel, onkunde en liefde probeert ze  wat van de opvoeding te maken.
Tot ze breekt.

‘Wie bent U?’ vraagt ze de jongelui die aan haar bed staan.
‘Mamma…’  Het meisje huilt. De jongen staart zwijgend.