Goed gesprek.

Pa, ik ga in vastgoed.
– Jongen toch, we hebben je netjes opgevoed…
Is dat zo? Dan maar in de politiek, lijkt me ook wel wat.
Toe joh, nu hebben we nog een goede naam…
Oké, wat vind je dan van bee-enner?
Waarom zou je dat doen zoon, je bent toch redelijk intelligent?
Ja zeg, dat wordt wel moeilijk. Het geloof dan maar?
In godsnaam, blijf alsjeblieft op het rechte pad!
Nou eh, dat schiet niet op; ik denk dat ik maar Niks wordt.
Geweldig, nu kun je alle kanten op.
Wat maak je ons hier blij mee, dankjewel mijn jongen.

Advertenties

Tranentrekker

Mam redt het niet.


‘Màààm…’
‘Jaja, schreeuw niet zo…’ Haastig schenkt ze haar puberdochter een glas cola in. ‘Alsjeblieft!’
Ze keert zich weer naar de jongen. ‘Kijk, deze letter achter deze, en dan..’
‘Màààm,’  snerpt het.
Ze kijkt op, ziet het meisjesgezicht, uitdagend. Feilloos wetend wat haar moeders zwakte is. ‘Ik wil de echte cocacola…’
De  jongen legt onverstoorbaar de ene letter na de andere.  Gewend aan zijn tobberige mamma.
‘Màààm..’
Ze  zucht.  Geen echtgenoot, geen geld.
Slingerend tussen plichtsgevoel, onkunde en liefde probeert ze  wat van de opvoeding te maken.
Tot ze breekt.

‘Wie bent U?’ vraagt ze de jongelui die aan haar bed staan.
‘Mamma…’  Het meisje huilt. De jongen staart zwijgend.