Huisvrouwen

Er kwamen plannen bij me op toen ik de zon zag.
Zal ik gaan huishouden, ramen open gooien, vloeren doen?
Je begrijpt de oude mop: even gaan liggen, dan gaat zoiets snel over.
Toch was ik half en half serieus.
Op mooie dagen denk ik nog steeds aan enkele van de vroegere kennissen. Zij wasten  gordijnen, lapten ramen, zetten de laarzen in het sop, schrobten de schuur, maaiden het gras, poetsten of hun leven er vanaf hing,  want ‘met het zonnetje erbij werkt het beter.’
Ze hadden vast en zeker gelijk.
Ik dacht daar anders over. Liever genoot ik van de fiets in de buitenlucht en poetste als het nodig was, daar had de zon niks mee te maken.

Soms voelde ik me dan schuldig, de blikken van een paar ‘echte’ huisvrouwen  waren dodelijk.
Of jaloers.
Gelukkig  groeide ik daar overheen.
Maar nog steeds komt het bij me op als het mooi weer is: eigenlijk zou ik de ramen moeten doen of zo.
Heel eventjes.
Ik raak het nooit helemaal kwijt.
Rotwijven.
=

IJs en weder dienende?

Hoewel ik graag een strenge winter tegemoet zie vind ik deze zachte dagen ook prettig.
Een uurtje zon, misschien iets langer, maakt het af.
Je loopt lekker. De was droogt fris. In het tuintje bezig zijn is aangenaam
Je zou buiten gaan zitten als je een plek of terras op het zuiden had.
Het gewas houdt er ook wel van, nieuwe scheuten hier en daar en de passievrucht heeft gezelschap gekregen. Nog knalgroen maar wie weet kleurt hij alsnog.
Ook zag ik nieuwe sprieten uit het plastic grasmatje opkomen, kun je nagaan.

Toch hoop ik op winterweer, desnoods maar een week, dat lijkt me niet teveel gevraagd.
Je kan wel met bussen schuimsneeuw te werk gaan maar dat is zo ongeloofwaardig, voor en achter het huis een reepje wit, de winter zou zich krom lachen en er een extra zonnetje op zetten. Dan krijg je zo’n smeerboel.
Er zit, vrees ik, niets anders op dan sneeuw en ijs af te smeken. Als ongelovige kan ik niet met een echt gebed aankomen maar elke avond een klein versje lijkt me een goed begin:
Onze lieve heertje
geef slecht weertje…

 

.

Verhipkip

Er wandelde een kip door de winkelstraat.
Ouderwets kuierend in de zon, de kop van links naar rechts draaiend leek ze winkels en mensen aandachtig op te nemen.
Niet dat ze veel zag, de ogen deden haar naam eer aan. Ze staarde slechts, kippen doen dat. Ze kijken vrij onnozel.
Deze en gene merkten haar op en riepen dingen als ‘hé, leg eens een ei’ en ‘verhip, een kip’ en ook wel ‘loop me niet voor de voeten’ of ‘rot op naar je hok’.
Dan hipte ze opzij, onnozel, inderdaad.
In een schaduwplek ging ze even zitten om uit te rusten.
Plotseling hoorde ze iemand lachen. Toen nog meer mensen, tot een massale slappe lach opklonk.
Kippig staarde ze links en rechts, vanuit de ingang van een KFC

==

.

Lekker dagje


‘Kom naar buiten beste mensen
ik heb vandaag de zon besteld
laat het werk nu even zitten
denk es effe niet aan geld
kom van blauwe lucht genieten
laat je plichten nu maar schieten
neem de fles met zonnebruin
strijk je vel totdat hij glanst
zet een stoel op stoep of tuin
zie de hommel die daar danst’

Zo riep de zonnedag ons op
en ik deed het.
Het was top.
=

Mooi tuinweer

Dat was lekker wakker worden vanmorgen. Het had licht geregend, de lucht was grijzig bewolkt.
De saaiheid doorbroken. Eindelijk.
Opgefleurd vloog ik door het ochtendritueel, nog blijer werd ik toen naderhand een passend zonnetje verscheen, verdween, en nogmaals.
Barstend van energie heb ik bladeren opgeruimd, dood spul weggeknipt, uitgedroogde grond doorgeharkt. Met alle respect voor het rood en goud van de herfst, verfrommeld grauw aan taaie planten is niet altijd een succes, niet in een door mensen aangelegd tussentuintje.
Stengels en takken laat ik staan, die doen het fantastisch onder een laag mollige sneeuw.  Als die komt. Ooit. Hoop ik.
IJverig draafde ik heen en weer met snoeischaar en bezem van schuur naar plant en terug. Als gepensioneerde ben je toch maar een bofkont, dacht ik, je hebt alle tijd van de wereld.

Met koffietijd liep ik naar de keuken en kwam in het spiegelend raam een vrouw tegen die me opgewekt aankeek. We zwaaiden naar elkaar.
Ik schoot in de lach bij dit herkenbare tafereel.
Mijn dag kan niet meer kapot.

Profiteren van extra zomerdag

Deed ik ook.
Ligstoel uit de schuur.
Beetje afstoffen, voetenbankje erbij halen.
Bakje klaarzetten met lees- en zonnebril, huistelefoon en gsm, tabletje, leesboek, krant, cameraatje, notitieblok en pen.
Thee zetten.
Schoenen verwisselen voor slippers.
Vest uit en mouwen oprollen.
Nog even naar de wc.
Nog even alles verschuiven ivm schaduw.
Nieuwe thee zetten.
Buurkat van schoot zetten. (2X)
Mouwen terugrollen voor windvlaag.
Toen was de dag half om.
Maar wat was het lekker, de extra zomerdag.
Je ontspant er zo van.

Nazomer

Het was een natte dag vandaag
met een herfstig windidee
ik kookte aardappels, een laag,
dan melk, en vette boter voor ons twee.
De zon die vroeg me voor een reis
‘zeg, ga je mee? ’t Is altijd prijs.’
Natuurlijk deed ik dat terstond
wie wil dat niet, de wereld rond
van oost naar west
en op het lest
de suidersee
om in te sakken.
Pas toen ik thuiskwam
dacht ik aan
de aardappelpuree.
Die stond ze bruin te bakken.

© Bertie

Koffietijd theetijd slaaptijd

regen120180829_182444
Tijd voor thee.
In de serre zittend probeer ik er een boek bij te lezen. Het is lekker buiten. Blauwe lucht, een lieflijk wolkje, warme zon. Loom word ik, lomer, tot ik slaap.
Dan word ik wakker door een regelmatig geroffel. Een welkom geluid, iedereen weet hoe goed regen klinkt wanneer je zelf droog blijft.
Tijd voor koffie.
Ik ga verder met het boek.
Knus. Druppels op de ruiten, sussend geplens op het dak. Tevredenstemmend. Je zou zomaar weer gaan slapen.
En ja, een hazenslaapje overvalt me.
Na het avondeten een nieuwe leespoging.
Stil zijn de staatgeluiden, een buurkat kroelt naast me, het schemert licht.
Ik slaap in

En dan moet de nacht nog beginnen.