buurkat

Kat en ik

De buurkat is er weer, liggend/hangend tegen de voordeur, zich koesterend in de zon, lui ogenknippend wanneer ik hem aanspreek.  Als kattenliefhebber versta ik  zijn ogentaal.
Lig je lekker?
– Zeker.
Niet te heet? Het is hier minstens dertig graden.
– Och…
Heb jij geen last van warmte?
– Soms,  maar het is zoveel werk me om te draaien.
Ik val stil, weet niets te antwoorden.
Even later zie ik hem omrollen, heen, terug, nu met zijn rug naar de zon.
En net als ik denk dat hij geniet van het gekroel en gedraai staat hij ineens op, rekt zich en loopt weg, nijdig loerend naar een wolk voor de zon.
‘Houdoe’ riep ik hem na maar hij kijkt niet naar me om.
Geeft niet, ik weet dat hij straks terugkomt, als ik naar binnen ga.
Dan gaat hij bij de koelkast zitten.
Daarin weet hij ham, kaas, en als het kon zou hij me gebieden:
‘Komt er nog wat van?’

voordeur1
=

kat

Zonsondergang

Over de kat gesproken,
Een zomer in het weiland achter ons vroegere huis.  Lang geleden.
Op een avond was ik daar, kijkend naar de oranjerode lucht. Een overbekend plaatje van sloten, landjes en riet in die kleuren.
En precies in het midden van mijn blikveld zat daar poes Moortje, ze stak pikzwart af tegen het gras en de zon, doodstil, ze leek de ondergang te controleren.
Zoals het een kat betaamt had ze de meest voordelige pose aangenomen en de beste plek bezet, niet wetend dat ik geen camera had.  Het had haar trouwens niet geïnteresseerd.
Talloze malen probeerde ik dit tafereeltje te tekenen maar het is me nooit gelukt de juiste sfeer terug te halen.
Dan maar een plaatje van pixabay.
katmaantree-736877__480
==

nog steeds april....

Weer dat weer

Zeven uur.
Vorst aan de grond. Verwarming en vest aan.
Tien uur.
Zon op het voorraam, cv uit.
Dertien uur.
Bloedheet in de kamer.
Zestien uur.
Buiten. Zweten, beetje bijbruinen.
Achttien uur.
Rillerige schaduw, vest weer aan.
Twintig uur.
Verwarming aan, kuchje, keelpijn.
Weerbericht voor de nacht: 2 graden C.
We gaan vooruit.
===
Nice·nieuws

Niet echt blij

De aller-allerlaatste foto is bekeken en op de juiste plaats terechtgekomen.  De allerslechtsten zijn verscheurd en weggeggooid.
Het cryptogram is af en ingestuurd, de volgende ligt klaar.
Bed verschoond.
Shirt ingenomen (met lijmpistool).
Bijzonder lekker warm gegeten.
Paar wandelingetjes gemaakt, 1 droog, 1 met regen.
En er liggen drie biebboeken klaar waarvan ik hoop dat ik ze niet al eerder las.
Als laatste heb ik de zon besteld maar daar is geen zekerheid over.
Laat het weekend maar komen, dacht ik vanmiddag nog.
Het nieuws uit Nice echter geeft er een akelig smaakje aan.
==

vlinderslag

Van zon tot dweil, een metafoor

We kennen het.
De vleugelslag van een vlinder in Brazilië zou maanden later een orkaan in Texas kunnen veroorzaken. zie wikipedia
De zon scheen zo lekker dat ik de hordeur gebruikte, frisse lucht in de keuken.
Ik vergat het gaas van de deur toen ik naar buiten ging en liep er bijna doorheen.
Enfin, het gaas kon ik terugrollen.
Beroerder was dat ik een paar bakjes soep in handen had, klaar voor de vrieskast.
Eén ervan vloog open, raakte de deurpost, stuiterde terug en flats! soep op de mat en tegels, over mijn kleren, spatten in de hele keuken, stukjes kip in het haar.
Alles schoongemaakt, overgebleven bakje opgepakt en…  je raadt het, opnieuw uitgegleden, over een vergeten spat op de vloer, deksel op de grond, soep op stoelen. Nu viel er niets meer in te vriezen.
Driemaal is scheepsrecht en jawel: met de emmer sop struikelde ik over het drempeltje van de hordeur dat een ietsje hoger ligt en daar vlogen emmer, sop en dweil. Deze keer naar de serre-kant waar zeil en vloerkleed ligt, een geluk dat ik zelf staande bleef.
Nogmaals ruimde en droogde ik alles op, gooide deurmat, kleed en de rest naar buiten. De emmer rinkelend erachteraan.
De dweil kon buiten drogen, dat was wel het minste.
Rot zon.
==
terrassen

Er zit weer leven in het dorp

Met blije verbazing bekeek  ik de heringerichte terrassen.
Er staan paaltjes met een koord waaraan de boodschap: voetgangers oversteken. De  trottoirs zijn bezet met  tafel en stoelen, passend gerangschikt op corona-afstand.
Natuurlijk heb ik begrip voor de horecaondernemers en ik bewonder hun lef:  de  stoep nemen ze gewoon mee.
Het is ook niet erg,  omlopen voor een paar terrassen in het centrum is niet te veel.
Alleen, ik verwachtte er niets meer van. Ik raakte gewend aan de levenloosheid, zielloosheid, doodsheid – you name it- van het dorp.
De weekmarkt uitgedund tot anderhalve man en een paardenkop. Gesloten cafés  en eethuizen, hoogstens een afhaalloket, bank op slot, bibliotheek ook, geen films, niets te doen in het park,  geen clubfeesten, alle dingen die een plaatsje leefbaar maken,
En nu zijn ze er weer.  Niet allemaal  maar dat hoeft ook niet.
Alsof de zon en warmte besteld waren zaten er direct weer fietsers, straks komen de campinggasten, een enkele toerist.
De boodschappen doe ik met nieuw plezier al mag de afstand in de supermarkten van mij blijven.
==
blauwing in the wind

‘The garden my friend, is blauwing in the wind..’

Niet zo uitbundig als andere jaren, de droogte lijkt droger te zijn.
Ik weet dat het idioot klinkt maar zo voelt het aan, de bloemen ogen ook zo.
Je ziet het, de dorheid, alleen de lobelia is helder.
Het wordt langzamerhand tijd voor een ander soort tuinbeplanting. Dit is niet vol te houden en het vele sproeien is niet sociaal met deze lage waterstanden.
Ik ga op zoek naar bloemen die tegen droogte en zon kunnen, subtropisch of tropisch.
Een zandtuin vol cactussen is misschien een idee, een grote yucca heb ik al. Paar rotsblokken ertussen, een zgn verdwaalde sombrero erop spijkeren, gestreepte matten over de waslijn.  Schilderachtige hete zon aan de schutting, ondersteund door de Zangeres zonder Naam-op-repeat ,  ‘Mèhèxiiiiiicohooooo…’
Vurrukkulluk bij een ijskoud biertje, Klein-Mexico in Oost-Brabant.
En jullie mogen allemaal gratis op bezoek komen.
Ik groei er al helemaal in, tot volgende zomer. Olé!
Dit is echt Zuid-Amerikaanse muziek , aanklikken is NIET verplicht.

stilte

Stilte

Vanmiddag liep ik er even uit, de koude maar zonnige wind trok me. Sjaal voor het gezicht, nog lekker warm ook.
Half uurtje, dacht ik zo.
Een wandeling naar het centrum, winkel in, misschien trof ik een bekende, ook met  twee meter tussenruimte kun je een praatje maken.
Het breekt allicht de dag.
Binnen tien minuten was ik  terug.
De unheimische stilte in de wijk voelde ongemakkelijk.
Geen balschoppend jochie op het grasveldje, de vaste hondenuitlaters lieten zich niet zien.
Een kat schoot de struiken in.
Ik min  de stilte, op een andere tijd en andere plaats.
Niet nu, in een bewoonde wijk.
Na vijf minuten draaide ik om. Beter was ik de bossen ingegaan maar dat doe ik liever niet alleen.
Een uurtje laten hoorde ik geraas, autoportieren. Iemand mataglap geworden van de stilte?
Wie zal het zeggen
Deze dagen slaat je verbeelding op hol.

Morgen waag ik een nieuwe poging.
==

 

dipje

Zon met een snik


Vandaag prima zonnig weer hier.
Lekker voor wat boodschappen, beetje onkruid plukken en eindigen in de ligstoel standje bijna-plat, uit de wind.

Halverwege de ligsessie werd het me teveel. Wat? Dat weet ik niet.
Misschien de stilte.
De afstandelijkheid in winkels.
Het eindeloos gepraat en doorgeven van nieuwe informatie.
De verjaardag van iemand waar ik wegblijf want ik ken haar vrienden niet voldoende.
Ook het wekelijkse bezoek aan een bejaard familielid laat ik nu achterwege, je weet nooit wie je treft. Zij of een ander zou maar verkouden worden, dat wil je niet.

Zijn het die dingen ? Kan haast niet.
Ik hou van stilte op zijn tijd, ben meestal belust op nieuws, in de winkels ie iedereen vriendelijk genoeg, de verjaardag vieren we later wel, het bezoek wordt ingehaald.
Dus wat? Ik houd het op de algehele malaise die ongemerkt binnensijpelt.
Wat te doen?
Voorzichtig denk ik aan de chocolade paaseitjes die in de kelder liggen, als ik zeker wist dat ze me opfleurden vroot ik ze allemaal op maar zelfs dat kan me niet bekoren en de fles chardonnay ook niet.
Een sigaret misschien.
Vreemde gedachte na twintig jaar, alsof ik er echt een zou opsteken als een roker het me aanbood.
Maar die is er niet.
==

pessimisme

De eindeloosheid van pessimisme


Achter de wolken schijnt de zon. Meestal tachtig km verderop.
Na regen komt zonneschijn. En daarna nog meer regen.
Ieder huisje heeft zijn kruisje. De mijne heeft ze allemaal.
Jong geleerd, oud gedaan. Nog ouder vergeet je alles weer.
Honger maakt rauwe bonen zoet. Maar smerig dat ze zijn.
Blaffende honden bijten niet. Tot ze blafpauze nemen.
Vele handen maken licht werk. Moet je net een slome als hulp hebben.
Eigen haard is goud waard. Behalve als je brandhout op is.
Een goed begin is het halve werk.  Tenzij je eerst je enkel verstuikt.
Van een kale kip kun je niet plukken. En natuurlijk te mager voor de soep.
Kleren maken de man. En dan geen smaak hebben.
Spreken is zilver, zwijgen is goud. Kun je de buit ook niet vinden.
Enzovoorts
enzovoorts…
=