Zonnepraat

plant-3595511__340
Vanmorgen bij de fietsenrekken.
 — Hee, hallo, ook de hitte voor willen zijn?
 — Allicht, het wordt heet.
In de supermarkt.
  — het is nou al warm.
  — zeg dat wel.  *veegt voorhoofd af*
Bij de groenten
— sla is nog het beste bij deze temperatuur.
— vind ik ook…
Bij de diepvries
   — flink inslaan, het wordt minstens 30 graden
   — en die zon, pffff.
Aan de kassa
   — Jij ook vroeg, voor de hitte?
   —  Wat dacht je, nu is het nog koel.
Weer bij de fiets
    — Hoi. Lekker vroeg aan het winkelen?
    — Ja, het wordt heet…
Bijna thuis
— Ah, je bent de warmte voor.
  — Natuurlijk.
En… en…
En zo gevarieerd. 😉
==

Weblogblock?

laptopcoffee-2425303__340Blogblock? Bloggersblock? Writersblock is een te groot woord maar kletsblock of bertjensblock mag gezegd worden. Er is niets wat ik zou willen of kunnen beschrijven, niet weer de ontluikende voortuin en de klimopknoppen en de aankomende lente . Andere bloggers doen dat beter.
Ik wil in de zon zitten.
Een boek lezen en koffiedrinken met de buurvrouw.
Een nieuw tablet.
Leukere onderwerpen voor Bertjens.
En als we toch bezig zijn, een beter mens worden want het schijnt dat men op zekere leeftijd verlangt naar  een herziening van karakter opdat Petrus de hemelpoort makkelijker opent.  Daarvan hoorde ik gisteren, voor wat het waard is.
Dat ik daar niet in geloof doet niet ter zake, het klinkt op zijn minst bespottelijk.
Maakt niet uit, het zal de eindewintertijd zijn.
Over een paar dagen verzin ik zelf wel weer wat.
We zien wel.
==

Contrôle

Net terug van de oogarts blinkt de zon me tegemoet.
Lekker, denk ik,  straks  naar het dorp, op mijn gemakkie boodschappen doen, twee jasknopen los en doen alsof het lente is. Tenminste, zodra de ogen weer helder zijn.
oogsecurity-1163108__340Want de afdeling oogheelkunde grossiert in druppels.
Om de oogboldruk te meten, om de letters te lezen, voor een extra cameraopname, soms twee stuks, en nog een want er ging iets mis,  de wereld gaat aan oogdruppels ten onder. Maar alles is goed dus ik mag niet mopperen.
Opklaren van het zicht duurt wel lang, dit kan ik alleen typen met de neus op toetsen en scherm en veel herhalingen. Straks is de zon weg. En het lentegevoel ook. Moet de jas weer helemaal dicht.
Jammer.
Ik probeer optimistisch te blijven en hoop op een laat zonuurtje en anders reken ik op de volgende dagen.
Nog even doorgaan met lanterfanten en drentelen, met een wazige blik valt niets te ondernemen.
We komen er wel door, die ogen en ik.
Maar die twee losse knopen, dat mis ik.
==

 

Vakantie

Het regende.
Lusteloos drentelde het gezin door de campingwinkel.
Pa, verveeld, deed hier en daar een greep. Met een paar extra biertjes kwam hij die laatste paar natte dagen ook wel door.
Tienerdochter slofte er verongelijkt achteraan. Vanavond zal ik toch wel naar die danceparty mogen? Toch al een verzopen week gehad.
Ma probeerde zich in te houden zij het met moeite. Zit hij weer in de drankenafdeling, van de week nog meer naar binnen gegoten dan er regen viel, en wat loopt zij nou weer te mokken? Lach toch eens, kind. Vanavond zal ik haar een half glaasje wijn laten proeven. Als afscheid.
Maandag scheen de zon.
tent-2731736__340
==

Kat en ik

De buurkat is er weer, liggend/hangend tegen de voordeur, zich koesterend in de zon, lui ogenknippend wanneer ik hem aanspreek.  Als kattenliefhebber versta ik  zijn ogentaal.
Lig je lekker?
– Zeker.
Niet te heet? Het is hier minstens dertig graden.
– Och…
Heb jij geen last van warmte?
– Soms,  maar het is zoveel werk me om te draaien.
Ik val stil, weet niets te antwoorden.
Even later zie ik hem omrollen, heen, terug, nu met zijn rug naar de zon.
En net als ik denk dat hij geniet van het gekroel en gedraai staat hij ineens op, rekt zich en loopt weg, nijdig loerend naar een wolk voor de zon.
‘Houdoe’ riep ik hem na maar hij kijkt niet naar me om.
Geeft niet, ik weet dat hij straks terugkomt, als ik naar binnen ga.
Dan gaat hij bij de koelkast zitten.
Daarin weet hij ham, kaas, en als het kon zou hij me gebieden:
‘Komt er nog wat van?’

voordeur1
=

Zonsondergang

Over de kat gesproken,
Een zomer in het weiland achter ons vroegere huis.  Lang geleden.
Op een avond was ik daar, kijkend naar de oranjerode lucht. Een overbekend plaatje van sloten, landjes en riet in die kleuren.
En precies in het midden van mijn blikveld zat daar poes Moortje, ze stak pikzwart af tegen het gras en de zon, doodstil, ze leek de ondergang te controleren.
Zoals het een kat betaamt had ze de meest voordelige pose aangenomen en de beste plek bezet, niet wetend dat ik geen camera had.  Het had haar trouwens niet geïnteresseerd.
Talloze malen probeerde ik dit tafereeltje te tekenen maar het is me nooit gelukt de juiste sfeer terug te halen.
Dan maar een plaatje van pixabay.
katmaantree-736877__480
==

Niet echt blij

De aller-allerlaatste foto is bekeken en op de juiste plaats terechtgekomen.  De allerslechtsten zijn verscheurd en weggeggooid.
Het cryptogram is af en ingestuurd, de volgende ligt klaar.
Bed verschoond.
Shirt ingenomen (met lijmpistool).
Bijzonder lekker warm gegeten.
Paar wandelingetjes gemaakt, 1 droog, 1 met regen.
En er liggen drie biebboeken klaar waarvan ik hoop dat ik ze niet al eerder las.
Als laatste heb ik de zon besteld maar daar is geen zekerheid over.
Laat het weekend maar komen, dacht ik vanmiddag nog.
Het nieuws uit Nice echter geeft er een akelig smaakje aan.
==

Van zon tot dweil, een metafoor

We kennen het.
De vleugelslag van een vlinder in Brazilië zou maanden later een orkaan in Texas kunnen veroorzaken. zie wikipedia
De zon scheen zo lekker dat ik de hordeur gebruikte, frisse lucht in de keuken.
Ik vergat het gaas van de deur toen ik naar buiten ging en liep er bijna doorheen.
Enfin, het gaas kon ik terugrollen.
Beroerder was dat ik een paar bakjes soep in handen had, klaar voor de vrieskast.
Eén ervan vloog open, raakte de deurpost, stuiterde terug en flats! soep op de mat en tegels, over mijn kleren, spatten in de hele keuken, stukjes kip in het haar.
Alles schoongemaakt, overgebleven bakje opgepakt en…  je raadt het, opnieuw uitgegleden, over een vergeten spat op de vloer, deksel op de grond, soep op stoelen. Nu viel er niets meer in te vriezen.
Driemaal is scheepsrecht en jawel: met de emmer sop struikelde ik over het drempeltje van de hordeur dat een ietsje hoger ligt en daar vlogen emmer, sop en dweil. Deze keer naar de serre-kant waar zeil en vloerkleed ligt, een geluk dat ik zelf staande bleef.
Nogmaals ruimde en droogde ik alles op, gooide deurmat, kleed en de rest naar buiten. De emmer rinkelend erachteraan.
De dweil kon buiten drogen, dat was wel het minste.
Rot zon.
==