Stilte

Vanmiddag liep ik er even uit, de koude maar zonnige wind trok me. Sjaal voor het gezicht, nog lekker warm ook.
Half uurtje, dacht ik zo.
Een wandeling naar het centrum, winkel in, misschien trof ik een bekende, ook met  twee meter tussenruimte kun je een praatje maken.
Het breekt allicht de dag.
Binnen tien minuten was ik  terug.
De unheimische stilte in de wijk voelde ongemakkelijk.
Geen balschoppend jochie op het grasveldje, de vaste hondenuitlaters lieten zich niet zien.
Een kat schoot de struiken in.
Ik min  de stilte, op een andere tijd en andere plaats.
Niet nu, in een bewoonde wijk.
Na vijf minuten draaide ik om. Beter was ik de bossen ingegaan maar dat doe ik liever niet alleen.
Een uurtje laten hoorde ik geraas, autoportieren. Iemand mataglap geworden van de stilte?
Wie zal het zeggen
Deze dagen slaat je verbeelding op hol.

Morgen waag ik een nieuwe poging.
==

 

Zon met een snik


Vandaag prima zonnig weer hier.
Lekker voor wat boodschappen, beetje onkruid plukken en eindigen in de ligstoel standje bijna-plat, uit de wind.

Halverwege de ligsessie werd het me teveel. Wat? Dat weet ik niet.
Misschien de stilte.
De afstandelijkheid in winkels.
Het eindeloos gepraat en doorgeven van nieuwe informatie.
De verjaardag van iemand waar ik wegblijf want ik ken haar vrienden niet voldoende.
Ook het wekelijkse bezoek aan een bejaard familielid laat ik nu achterwege, je weet nooit wie je treft. Zij of een ander zou maar verkouden worden, dat wil je niet.

Zijn het die dingen ? Kan haast niet.
Ik hou van stilte op zijn tijd, ben meestal belust op nieuws, in de winkels ie iedereen vriendelijk genoeg, de verjaardag vieren we later wel, het bezoek wordt ingehaald.
Dus wat? Ik houd het op de algehele malaise die ongemerkt binnensijpelt.
Wat te doen?
Voorzichtig denk ik aan de chocolade paaseitjes die in de kelder liggen, als ik zeker wist dat ze me opfleurden vroot ik ze allemaal op maar zelfs dat kan me niet bekoren en de fles chardonnay ook niet.
Een sigaret misschien.
Vreemde gedachte na twintig jaar, alsof ik er echt een zou opsteken als een roker het me aanbood.
Maar die is er niet.
==

De eindeloosheid van pessimisme


Achter de wolken schijnt de zon. Meestal tachtig km verderop.
Na regen komt zonneschijn. En daarna nog meer regen.
Ieder huisje heeft zijn kruisje. De mijne heeft ze allemaal.
Jong geleerd, oud gedaan. Nog ouder vergeet je alles weer.
Honger maakt rauwe bonen zoet. Maar smerig dat ze zijn.
Blaffende honden bijten niet. Tot ze blafpauze nemen.
Vele handen maken licht werk. Moet je net een slome als hulp hebben.
Eigen haard is goud waard. Behalve als je brandhout op is.
Een goed begin is het halve werk.  Tenzij je eerst je enkel verstuikt.
Van een kale kip kun je niet plukken. En natuurlijk te mager voor de soep.
Kleren maken de man. En dan geen smaak hebben.
Spreken is zilver, zwijgen is goud. Kun je de buit ook niet vinden.
Enzovoorts
enzovoorts…
=

Kakelvers


Winter wordt oud
is wars van witte buien
er is geen sneeuw
geen tinkelend takkenwoud
waar ijzige splinters ruien.

maar om het even
de maand is vol beloften
we zien het in de grond
waar’t geheime leven
bericht naar boven zond
ik kom eraan
ik kom in groen
bestel de zon
stuur de winter met pensioen

Als het kon zou ik het doen
wie kan de winter nog verstaan
-=

 

Huisvrouwen

Er kwamen plannen bij me op toen ik de zon zag.
Zal ik gaan huishouden, ramen open gooien, vloeren doen?
Je begrijpt de oude mop: even gaan liggen, dan gaat zoiets snel over.
Toch was ik half en half serieus.
Op mooie dagen denk ik nog steeds aan enkele van de vroegere kennissen. Zij wasten  gordijnen, lapten ramen, zetten de laarzen in het sop, schrobten de schuur, maaiden het gras, poetsten of hun leven er vanaf hing,  want ‘met het zonnetje erbij werkt het beter.’
Ze hadden vast en zeker gelijk.
Ik dacht daar anders over. Liever genoot ik van de fiets in de buitenlucht en poetste als het nodig was, daar had de zon niks mee te maken.

Soms voelde ik me dan schuldig, de blikken van een paar ‘echte’ huisvrouwen  waren dodelijk.
Of jaloers.
Gelukkig  groeide ik daar overheen.
Maar nog steeds komt het bij me op als het mooi weer is: eigenlijk zou ik de ramen moeten doen of zo.
Heel eventjes.
Ik raak het nooit helemaal kwijt.
Rotwijven.
=

IJs en weder dienende?

Hoewel ik graag een strenge winter tegemoet zie vind ik deze zachte dagen ook prettig.
Een uurtje zon, misschien iets langer, maakt het af.
Je loopt lekker. De was droogt fris. In het tuintje bezig zijn is aangenaam
Je zou buiten gaan zitten als je een plek of terras op het zuiden had.
Het gewas houdt er ook wel van, nieuwe scheuten hier en daar en de passievrucht heeft gezelschap gekregen. Nog knalgroen maar wie weet kleurt hij alsnog.
Ook zag ik nieuwe sprieten uit het plastic grasmatje opkomen, kun je nagaan.

Toch hoop ik op winterweer, desnoods maar een week, dat lijkt me niet teveel gevraagd.
Je kan wel met bussen schuimsneeuw te werk gaan maar dat is zo ongeloofwaardig, voor en achter het huis een reepje wit, de winter zou zich krom lachen en er een extra zonnetje op zetten. Dan krijg je zo’n smeerboel.
Er zit, vrees ik, niets anders op dan sneeuw en ijs af te smeken. Als ongelovige kan ik niet met een echt gebed aankomen maar elke avond een klein versje lijkt me een goed begin:
Onze lieve heertje
geef slecht weertje…

 

.

Verhipkip

Er wandelde een kip door de winkelstraat.
Ouderwets kuierend in de zon, de kop van links naar rechts draaiend leek ze winkels en mensen aandachtig op te nemen.
Niet dat ze veel zag, de ogen deden haar naam eer aan. Ze staarde slechts, kippen doen dat. Ze kijken vrij onnozel.
Deze en gene merkten haar op en riepen dingen als ‘hé, leg eens een ei’ en ‘verhip, een kip’ en ook wel ‘loop me niet voor de voeten’ of ‘rot op naar je hok’.
Dan hipte ze opzij, onnozel, inderdaad.
In een schaduwplek ging ze even zitten om uit te rusten.
Plotseling hoorde ze iemand lachen. Toen nog meer mensen, tot een massale slappe lach opklonk.
Kippig staarde ze links en rechts, vanuit de ingang van een KFC

==

.