Tuin en worm

De wind en regen gingen langzaam over in briesje en zon. Daar krijg je buitenkriebels van, stoepen vegen en zo.
Ik schrobde, ruimde blad, knipte dode takken, het enthousiasme was groot.
Tot ik aan een duister hoekje kwam waar een potplant in de weg stond.
Ik schoof hem opzij en wat zag ik?
Een regenworm.
En wat voor een.
Hij was vettig en ringelig en had een smerige bleek-roze-grijze kleur en blonk.
Het beest bewoog, traag, segment voor segment krimpend en rekkend met die griezelige typisch-pootloze gang.
Lang was hij ook en bijna een vinger dik,  meer een reuzenboa in tuinformaat.
Daar had ik niet op gerekend, ik dacht dat ze na de zomer de diepte in gingen.
Haastig liep ik weg van het ondier en ging op andere plekken verder maar het enthousiasme was verdwenen. Ongeïnspireerd ruimde ik nog wat,  aldoor het monsterlijke schepsel voor me ziend.
Een uur later liep ik op mijn tenen naar de donkere hoek, de pier lag twee tegels verderop.
Ik slikte.
Toen heb ik hem voorzichtig onder de schutting geveegd, met een heel lange bezemsteel.

Advertenties

Geloven in reïncarnatie?

Nou nee, niet mijn fort. Dus ook geen regressietherapie of iets wat daar op lijkt.
Maanstenen, zonnevlecht? Het zal wel.
Al zijn een paar dingen begrijpelijk. De aantrekkingskracht van de maan op aarde is onmiskenbaar (getijden), niet zo gek dat mensen hierop verder borduren.
Over de zon hoef ik niets uit te leggen, iedereen ziet de grote invloed op klimaat en mensen.
Iets anders is het déjà vu. Een wonderlijk verschijnsel dat ik steevast verklaarde met logische redenen: dat heb je gelezen of gehoord of gezien in films.
Tot ik hoorde van een zwager die voor het eerst in Zwitserland kwam. ‘Hé,’ zei hij, ‘dit ken ik.’ Zijn vrouw voerde alle drogredenen aan maar hij kapte haar verhalen af. Zonder opsmuk of details uit te leggen. Hij herkende het landschap en verder ging hij er niet op in. Stel je voor, een nuchtere Zeeuw die dit zegt.
Hierdoor dacht ik na over het oergeheugen, een discutabel gegeven waarvan je soms leest (op google niet gevonden).
Het zou de oorzaak zijn van fobieën betreffende extreme temperaturen, heet en koud. Denk aan monstervarens, slangen, bevriezingen, insneeuwingen.
Als je bedenkt dat het geheugen een moeizaam onderwerp is waarin je hele leven opgeslagen zit, misschien ook genetisch bepaald is,  dan ga je vanzelf naar herinnerbare vroegere levens.
Wie weet waren we een Cleopatra zo mooi als Liz Taylor.
Jammer dat echtgenoot dat niet meer weet.

Weerpraatje

Er waren tijden dat we, voor zover dit mogelijk was, de boel de boel lieten of een snipperdag opnamen om naar buiten te gaan op mooie dagen.
Strand, zwembad, slootkant, teil, terras, whatever want het was:
mooi weer, daar gaan we van profiteren
eindelijk droog
de eerste zomerdag
een zalige zon
morgen regent het
enzovoorts.
Er kwamen wel zomers voor met langdurige droogtes en zon maar ze waren niet standaard.
Nu begint het daar op te lijken.
Elk voorjaar biedt nu meerdere  zomerse dagen, je ziet vaker palmboompjes in tuinen, warme jassen hangen antiek te worden en wanneer kochten we nog winterlaarsjes?
Nu is het:  koel vandaag dus
met de kinderen op pad
garage/kelder/vliering opruimen
fietsen

een dagje genieten
morgen is het weer warm enzovoorts.
Het is mogelijk dat ik me dit verbeeld, beïnvloed door de klimaatnieuwtjes. Ik denk het niet.
Misschien kan Trump het uitleggen.☻

Droog

De zon is half weg, schemer lonkt.
Wolken naderen. Ze zoeken een geschikte locatie om te lossen, ze strekken de handen uit om de droogte te peilen, zie je hun vingers boven daken en bomen?

Het wordt nu langzaam donker. Koppig blijf ik buiten, wachtend op regen, dikke plensbuien met grote druppels en kleinere voor de lis en wisteria.
Het gesleep met gieter en sproeiers ben ik spuugzat maar ’n beetje spuug is niet toereikend voor de  bloemen.
Aaarrrg, de wolken gaan voorbij.
Zucht.
Misschien dat er vannacht nog eentje langskomt, een die water over heeft en compassie met-of-voor de tuintjes in onze buurt.
En anders dondert ‘ie maar op.

Smeltende polen. Impressie.

De Noordpool is voor driekwart verwaterd.
IJsberen dartelen in een afgepaald stuk zee, waar in het gekoelde water ijsbanen geplaatst zijn -tweedehands gekocht in Heerenveen, afgewisseld met imitatie ijsbergen van papiermaché die waterdicht verglaast zijn met doorzichtig koudstaal. Een dierenliefhebberige grootverdiener doneerde voor een paar duikplanken et voilà.  Opvang voltooid.
De ijsberen zijn getraind.  Ze halen zelf de blikken kerstsneeuw uit noodkastjes wanneer het oergevoel hun te machtig wordt, dan gooien ze sneeuwballen naar de vossen door wie ze uitgelachen worden vanaf de oprukkende toendra’s, een mals duifje in de bekkies.
De gezamenlijke regeringen bekijken nieuwe voorstellen voor het behoud van de pool maar, zoals een snugger lid al zei, als alles smelt is er geen pool meer. ‘Toch?’

Op de zuidpool komen de eerste groene punten door het laatste restje vorst. Voorlopig alleen ijsbloemen. Cactussen, palmbomen en passiflora worden eind dit jaar verwacht.
De laatste pinguïns kruipen bij elkaar, bang in een azc te worden gestopt. Huiverend slaan ze hun minivleugels om elkaar heen.
Een groepje eeuwelingen heeft toestemming gevraagd een paar Mexicaanse hallucinogenen te mogen kweken daar zij geloven dat Castaneda’s trips juist hier tot hun recht komen. De zon en de bloemen, love and peace weet je wel en halleluja, ideaal voor een maagdelijk land.
De gezamenlijke regeringen beraden zich nog, ze overdenken wat het beste is voor Antarctica, hun land en voor henzelf.

Man en regen

Hier zit ik,  zonder echtgenote die weggelopen is met de hond, me suf te vervelen op die doorgezakte bank aan een kop slappe thee. Het laatste zakje. Wezenloos staar ik naar ramen als regenrivieren. Chagrijnig tot op het bot zoek ik kouwelijk de enige deken die ik kan vinden, een kriebelig jeukding maar so what, ’n paar niesbuien geven misschien afleiding.
Gebeurde er maar wat.
Half hopend kijk ik uit naar iemand, kan niet schelen wie. Hij zal druipnat zijn hetgeen precies bij mijn stemming past. Niet dat ik op hem reken, ik denk dat ik ijl door kou en gekriebel.
En dan, als ik van vervelendigheid bijna in coma raak, gaat de bel.
Halleluja, de druppelende man. Ik sleep me naar de deur en zie een beauty van een vrouw,  knetterend van droogte onder een privézon, in een krans van azuur  terwijl de regen om haar heen stoomt. Ze  lacht en zegt: ‘Dag, ik ben verkoper.’  Perplex staar ik haar aan. ‘Dit klopt niet,’ begin ik, ‘U moet een man zijn, kleddernat en wat verkoopt U eigenlijk?’
‘Wat denkt U meneer? Zon natuurlijk. Bij afname van driehonderdduizend kwh krijgt U drie uur per dag extra voor de helft van de prijs. Dooft meteen alle regenbuien.’
Dat klopt, de druppels verdampen zodra ze haar raken.
Ik aarzel. ‘En waarom bent U geen man? Zo heb ik het toch bedacht?’
‘Ah, een delicate kwestie maar ik zal eerlijk zijn. Teveel zon is schadelijk,’ ik knik, ‘er kan een kleine mutatie optreden. Maakt U zich geen zorgen, een hangertje meer of minder deert de mensheid niet. Voor U het weet zit U aan de verkeerde kant en geniet evenveel als vóór die tijd.’
Ongelovig kijk ik haar aan. ‘Meent U dat nou?’
‘Zeker. Wilt U…’
Nee, ik wil niks en gooi de deur dicht. Meteen klettert de regen weer. Weg koortsdromen van kletsnatte verkopers die me gezellige dingen aansmeren en de vervelende middag doorbreken.
Narrig kruip ik weer onder de jeukdeken en drink de laatste thee op.
Ik denk aan het zonne-aanbod en aan mijn weggelopen vrouw.
Stel dat ze terugkomt, gelokt door mijn extra- zon, wat zou ik moeten zeggen?
Een overdosis aanbieden?

Twijfel

Het was lekker in de zon.
Daarom stond ze in dubio: buiten koffie drinken? Of toch maar binnen?
Hij zag haar aarzeling, ‘doe het niet,  raadde  hij, ‘ga liever mee, een stukje fietsen’.
Goed.
Voor de kledingkast twijfelde ze: shirt of een bloesje?
‘Niet doen’, hij weer, ‘trek een trui aan’.
Oké.
In de gang talmde ze bij de kapstok: spijkerjack of dunne fleece?
‘Je kan beter je gevoerde anorak aandoen’.
Denk je?
Ze keek naar de schoenenplank:  slippers of sandalen?
‘Neem je laarzen, schat…’
Zucht.
‘Luister’, zei ze, ‘het is warm en ..’   ‘Jawel, maar het kan ook omslaan…’
Ze zei niets en trok een la open.
‘Wat zoek je?’  vroeg hij
Keurend keek ze naar zijn mond.
Hechtpleisters? Of duckttape?

 

Zingend hoofd

Dat heb ik.
Ik zal het uitleggen.
We waren naar een luistermiddag van enkele zangkoren uit de omgeving die een uitvoering gaven, of, zo U wilt, acte de présence in  kasteel Tongelaar
Voor mij een spiksplinternieuwe ervaring.
Het was best gezellig.
Het aanbod van drank en eten was royaal, er waren veel bezoekers en een prima zon.
Het mooie weer was gunstig zij het dat de akoestiek op een binnenplaats (die buiten was)  te wensen overliet.  In de open lucht klinken stemmen, ook de mooiste, al gauw te ijl. Ze vervliegen. Ik weet niet hoe ik het moet uitdrukken.
In de binnenruimtes klonk het beter. Levendig. We swingden mee. Prettige moderne liedjes, afgesloten met Guus Meeuwis’ Brabants volkslied. Logisch, we wonen er tenslotte.
Het enthousiasme was groot, ons applaus eveneens, de koffie opperbest.
Een geslaagde dag
Alleen die naweeën…
Nog steeds klinken muzikale zinnetjes door het hoofd. Ik kan niet anders dan ze nazingen of neuriën, wie weet droom ik er nog van.
Straks ga ik de trap op, op de maat van↓
…dan denk ik aan Brabant…

Obstinaat

Dat ben ik nu.

‘Dwars’ kent  veel woorden   geen van alle sympathiek maar ik zit ermee opgescheept.
Ik wil niet opstaan.  Niet blijven liggen.
Een sneeuwstorm, op klompen lopen, a-politiek blijven, Trump en Erdje uitschelden, goede raad, geen bemoeials, ander telefoonnummer, meer zon, minder zon, zomertijd opschuiven, nieuwe fiets, zomertijd vorige week, boom rooien, stoep verleggen, krant de deur uit, Privé lezen…
Pfff, ik word er doodloof van.
Eerst een uurtje naast de zon zitten.