Even iets anders. Over glazen.

Na een grotemensenverjaardag slopen broer en ik ’s morgens naar de keuken waar de lege glaasjes stonden te wachten op de afwas. Op een hoge richel die ons niet tegenhield, we trokken er een stoel bij en snoepten de laatste druppels van jenevers met suiker, zoete bessenwijn, advocaat, boerenjongens en zo. Tot Moe ons terug naar bed stuurde. Ze was heel boos maar kwam nooit op het idee de glaasjes in een bak water te zetten.
Naar verluidt deden andere kinderen dit ook.

drankbottles-50573__340Ergens ooit las ik iets over alcohol en hersenen, de smaak ervan blijft voor altijd in het geheugen. Ik weet niet hoeveel waarheid er in schuilt.
Het wil zeggen dat, wanneer een kind of baby alcohol proeft, het als basis kan dienen voor  een drankverslaving:  elke nieuwe slok wordt  door de hersenen herkend en als bevredigend ervaren tot iemand niet meer zonder kan.
Het klinkt plausibel, zij het dat alcohol ook voor anderen een leuke ervaring kan zijn en niet tot een verslaving leidt.

Als genoemde stelling waar is, kan iemand dus alcoholist worden buiten zijn/haar schuld. Een akelig idee maar het is niet uitgekomen.
In dat geval hadden veel verslaafden naar de ouders kunnen wijzen: we konden er niets aan doen.
Dat zou een moderne verdediging zijn geweest.
===

Familieoord


Het is zo  mooi, ons familieoord.
Pa en moe wonen er,  schoonmoeder.
Alle broers en zussen van beider families, met wederhelften en kinderen. Ze zijn hier thuis; genieten van de zachtaardige sfeer die in de lucht hangt, van de bomen en bloemen, van de warme zonnestralen en de geur van  hoog gras die zelfs in de winter blijft hangen.
We zingen de top twintig;  bijen zoemen mee en met gemoedelijke wespen drinken we gezamenlijk uit glazen zoete wijn en eten vegetarische reebouten.
Een man passeert; hij bekijkt onze familiewoonst met duidelijk verlangen. We wenken hem.
Hij komt , kijkt en vertrekt.
Hij gelooft niet in dromen.