Regen

Rond vijf uur vanmiddag stopte de wind.
Het golfplaten afdak tikte.
De stoeptegels spikkelden.
Het regende.
Ik zat er voor de helft in en liet me de druppels aanleunen. Lekker, na de stoffige warmte.
De tuin had het nodig maar het duurde even voor de zanderige bovenlaag het water doorliet. In stroompjes kronkelde het tussen de planten en pollen, hooisliertjes meenemend maar allengs werd de bodem zoals hij moest zijn. Voedzaam en nat.
De bloemen richtten zich op, ik zou zweren dat ze kleurden, knaller rood en dieper roze.
Als het groen zou zingen had het me niet verbaasd.
Het is dan ook een ideale regen. Gestaag, rustig. Geen keiharde plenzen.
Nu, ongeveer negen uur, gaat het nog steeds door.
Ik hoop dat de barometer zich inhoudt en het vannacht blijft regenen.
==

Advertenties

Lola koopt een gitaar. Oud verhaal, herzien.


‘Meneer, wat moet die gitaar kosten?’
‘Vijf euro mevrouwtje.’
Niet veel soeps natuurlijk, piekert Lola maar de snaren bijdraaien en stemmen is vast wel mogelijk. ‘Ik neem hem.’
Dit wilde ze altijd al, muziek leren, zingen, haar droom.
Terug in haar flatje plukt ze aan de snaren, hm, nogal dof.
Ze kijkt hem na, niezend door de stofproppen. Een snaar begeeft het. Verdorie. Nou ja, het is er maar één.
Optimistisch probeert ze het nog een keer.
Plingplonggg, ahhh, niet gek. Ze voelt de klanken door haar lijf vibreren,  verrukkellijk, het doet haar wat. Waarom zou ze les nemen?
Gelukzalig tokkelt ze verder.
Gegrepen door een zelfbedacht ritme raakt ze in vervoering en speelt de avond door tot de nacht.
Het ochtendgloren brengt haar een nieuw lied waarbij ze onvermoede zangkwaliteiten ontdekt. Alsof er klokjes in haar keel zitten, luid klingelen zij en de gitaar door de flat, opnieuw wordt ze geraakt, ze wil de mensheid verblijden met haar muziek.
Fanatiek werpt ze zich nogmaals op de vier snaren.

In de loop van de middag nemen de vibraties af, het spel wordt trager, haar stem is schor. Ze bedenkt een slaaplied en componeert een dommelig geluid tot ze wordt overstemd door de bel.
Ze veert op, daar zijn ze al, de blijen!
Neuriënd opent ze de deur.
Daar ziet ze alle flatbewoners bij elkaar. Gekwelde gezichten, zichtbaar lijdend.
‘Genade,’ smeken ze, ‘we gaan er en bloc onderdoor, ach buurvrouwlief, toe, zing niet meer en gooi dat jammerhout ook maar weg…’
Verbaasd luistert Lola, bezorgt ze de mensen verdriet? Maar dan moet ze juist vrolijkheid brengen en reikt al naar de gitaar.
Een politieagent stapt naar voren.
‘Hola, hier dat ding. Ik neem hem in beslag en klaag U aan wegens geluidsoverlast en het toebrengen van psychische schade aan de U omringende bewoners. Tenzij U belooft nooit meer te zingen anders dan zachtjes neuriënd, en stopt met musiceren. Wat is hierop Uw antwoord? Nou?’
Hij dringt aan op een directe belofte, zich bewust van de drom mensen achter hem.
Lola heeft haar trots.
‘Heel goed. Nooit meer zal ik zingen, zelfs geen woord meer hardop uitbrengen.’
Zwijgend doet ze de deur dicht.
En zwijgend leeft ze nog steeds, smachtend naar een eigen wolk met harp.
==
© Bertjens Bertie

Kerk op zondag

De mis of andere kerkdiensten op zondag. Zitten, hangen, rondkijken tot je moeder je zachtjes porde en fluisterde: ‘Zit es stil!’
Zelfs een vroegmis van drie kwartier leek al eindeloos, laat staan de hoogmis met dat zeurende orgel en dan het meezingen van al die vrouwen, mijn moeder het laagst want zij was een ‘goeie alt’. Je schaamde je dood.
Toen ik kon lezen kreeg ik vaak haar missaal en had de dienst al uit voor hij halverwege was, ongeduldig wachtend op het Ite Missa est.

Aan deze dingen dacht ik bij het horen van een stukje Gregoriaanse muziek op de radio. Prachtige muziek overigens.
Toch leverde de kerkgang me iets nuttigs op.
Omdat alle gebeden en liederen -naast elkaar- in Nederlands en Latijns waren geschreven pikte je veel woorden op. Die herkende je dan weer bij Frans, misschien in een andere werkwoordvorm maar makkelijk bij vertalen van thema’s.
Zo bezien was het geloof toch nog ergens goed voor, zij het anders dan bedoeld werd want vroom-, gehoorzaam- en braafheid lag me niet zo.
Liever ’n beetje spot.
Als ik nu een priester tegenkwam zou ik hem graag groeten met
Dominus Vobiscum – et cum spiritu tuo.    (De heer zij met U – en met Uw geest)
Hopend dat hij zou antwoorden met Amen.    (Zo zij het)
En dan samen lachen.

Over tinnitus

informatie
Vanmorgen rond zes uur werd ik wakker .

Met twee of drie regels van een operetteliedje in mijn hoofd, ik weet niet precies van welke maar het is iets bekends.
Ik hoor het nu (12.15 uur) nog, onvermoeibaar rijgen de regels zich aaneen tot een geluidsketting, de enige afwisseling is dat het soms geneuried wordt, af en toe gezongen, dan weer gespeeld door onduidelijke instrumenten.
Het is een mazzeltje. Ik hoor ook wel eens liedjes van een ander gehalte, Hollandse vreselijkheden bijvoorbeeld. Dat is vervelend hoor, een volledig couplet ‘Heb je even voor mij’ doorlopend te moeten aanhoren, daar word je wel eens beroerd van.  Net als van zware mannenkoren, evenmin opwekkend.
Stationair draaiende trucks zijn ook geen pretje maar dat duurt nooit lang, na een paar uur houden ze op.
Een druk mussengetjilp is aangenamer. Vermoeiend maar je kunt niet alles hebben. In ieder geval beter dan internetgetwitter, dat is pas echt ontmoedigend.
Oplossingen zijn er niet, alleen lapmiddelen. Radio harder zetten, afleiding zoeken, gesprekken aangaan, hardop zingen met een betere song. Therapieën zijn grotendeels gericht op acceptatie.
Het is niet anders.
Je moet wel.
Maar af en toe word ik er knettergek van.

Zingen in de kerk


Mijn vader deed het graag. Niet te hard, dat durfde hij niet.
Onze moeder zong ook. Trots op haar stemgeluid zong ze luid en duidelijk de complete mis mee.  Vermoedelijk ging ze om die reden naar de hoogmis. (voor de nietkatholieken: de zondagse hoogmis was plechtiger dan de andere kerkdiensten, met een mannenkoor en orgel,   de priester deed zingend de meeste gebeden behalve de preek).(godzijdank, een pastoor die niet zingen kon klonk sowieso onaangenaam)
Naast moeder waren er altijd vrouwen die nòg harder zongen en zich wilden meten met de galmende mannen. Je reinste feminisme avant le lettre.
Soms maakten ze er een potje van. Mannen en vrouwen schreeuwden om het hardst met gekropte kelen en kwaaie ogen.
Geloof het of niet, ik heb het meegemaakt dat de priester moest optreden om het gedrag van de rivalen in betere banen te leiden. Er werd boven het orgel uit gejubeld, de organist speelde uit wanhoop een Snip en Snapliedje en de helft van de gelovigen danste de polka.  Dit kon niet meer.
De mis werd stilgelegd, de grootste schreeuwers kwamen naar voren en kregen een Rooms standje: ‘Zo ga je niet om met Gods woord’. Na drie weesgegroetje en de akte van berouw mochten ze terug naar hun plaatsen.
Zo ging dat soms.