Goden uitgetobt. II

Moos ging er eens recht voor zitten maar wist  niets te bedenken.
Hij nam contact op met Sam, een vroegere vriend en introduceerde hem bij de goden en aanverwanten.
Sam keek naar de zorgelijke figuren.
‘Kom ik  in de hemel,’  begon hij, ‘mag ik niet naar binnen want…
Moos hield hem tegen. ‘Ho eens effe, het is geen moppentijd, dit is een bloedserieuze zaak, denk met ons mee, wil je?’
Sam dacht even na en vroeg:  ‘Waardoor overlijden er plotseling zoveel mensen? ‘
‘Dat weten we niet, dat zoeken ze zelf maar uit. Het probleem hier is plaatsgebrek  bij hemels en hellen en alles daartussenin, wat doen we daar aan?’
Sam  keek rond.
geestspooky-2580619__340‘Maar,’  zei hij, ‘we zijn toch zielen? En jullie,’ tegen de goden en anderen, ‘een soort geesten?  Zonder tastbare materie?’
Diepe stilte daalde over het gezelschap neer.
Ze frunnikten wat. Moos draaide ongemakkelijk op zijn stoel. Er klonk gekuch.
Een lefgozerig duiveltje stond op. ‘Nou en? We zijn overduidelijk aanwezig!’
‘Ja, goed,  maar we bestaan toch niet echt? We zweven altijd in doorzichtige neveljurken door, eh, nou ja, door wat dan ook en door elkaar. Dan is er toch niets aan de hand?’
De stilte verdiepte zich.
Moos humde en stond op.
Sam,’ zegt hij, ‘geesten en goden zijn door mensen bedacht en kregen dienovereenkomstige wensen mee. Ze besturen het hiernamaals en hebben dus meer plaats nodig voor de opvang, denk aan hun goede naam. Ze willen herkenbaar blijven.’
Simpel,‘ was Sams antwoord, ‘je hoeft maar een paar kilometer verderop je virtuele ruimte in te gaan, die is immers oneindig. Moet je wel de aura’s verdubbelen om zichtbaar te blijven’  kwam er een beetje vals achteraan.
Geen der aanwezigen sprak, de een na de ander vertrok.
Na enige tijd waren alle opvanglocaties  verruimd en verderop geplaatst, voorzien van welkomstborden in dubbel superlicht.
De opperduivel pookte er op los.
Sam kon het niet laten.
‘Zie je Moos, zo simpel is het, net als die vrouw die ’s nacht verscheen en mijn dekens wilde. Ze klaagde en…’
====

Peinzen over de doden

We lieten de gedachten gaan over gestorven familieleden. Best veel.
Jammer is dat het, behalve de ouders en alle anderen, ook de broer en zus zijn met wie ik het beste kon praten.
Snelle denkers als ze waren begrepen ze veel, zo niet alles wat je wilde zeggen en bedoelde. Ze konden je zinnen afmaken als je de draad kwijt was. Woorden vinden die je zelf niet wist of vergeten was en je kon nog met ze lachen ook.
crazyempathy-4292845__340Mocht er een hiernamaals bestaan waarin ze voorkomen hebben ze waarschijnlijk met alle zielen of geesten contact en ze platgeluld (excusez le mot) want praten konden ze ook, mijn vader werd er weleens kreessie van (zijn woord) en mijn moeder doodmoe, dan zei  ze: ‘nou weten we het wel’ en begon over iets anders.
In dat genoemde hiernamaals zitten ze er dus nog steeds mee, komen ze weer zoon en dochter tegen om  kreessie te worden en doodmoe. Het is te te hopen dat ze het niet meer voelen.
Beter is hier niet aan te geloven want  dan zou je ècht crazy worden en alsnog vermoeid raken.
Snap je?
==

Gevonden

In plaats van naar een identieke ziel heb ik ook eens naar een tegenvoeter gezocht. Geen idee wat ik met zo iemand aan moest, er was slechts een vage gedachte aan iets gemeenschappelijks.
Het zal de leeftijd geweest zijn. Als puber krijg je dergelijk bevliegingen.
Ergens in de buurt van een paar eilanden bij Nieuw-Zeeland zou ik hem/haar vinden. In de Grote Oceaan. Weinig kans op een voet-aan-voetbegroeting maar een natte high five zag ik wel zitten.
Na de atlas te hebben geraadpleegd zag ik van dit plan af. Teveel en gevaarlijk graafwerk en bovengronds zo ingewikkeld; naar een eiland vliegen, een boot huren, de precieze plek zoeken. Gedoe.

Wat te doen, het moest geen fanatieke queeste te worden.
Wel, ik hoefde niets meer te soen.
Er kwam een man op mijn weg,  helemaal vanzelf.
Weliswaar verschilden we enorm noch pasten onze voeten  tegen elkaar maar de verwantschap die we voelden was groot genoeg en zo niet de zielen,  klopten zijn en mijn hart gelijk.

Johan Cruijff


Hij is er niet meer.
Verdrietig voor zijn gezin, ontzettend jammer voor de fans.
Maar een opsteker voor de hemel; met zijn talenten kan hij een jaarlijkse supermatch organiseren,  bijvoorbeeld
de  Zielen van JC   –  de Engelen van JC,  om de Verlosserscup. Of Hemelbokaal.
Welk  team wint zal vooralsnog onzeker zijn en we zullen het nooit te weten komen maar erover fantaseren is ook niet slecht.

Denk niet dat ik met hem spot, ik achtte Johan hoog; zijn eigenaardige uitspraken
beschouwde ik als een staaltje sneldenken waar ik bewondering voor had.
Over sporttechniek en -tactiek kan ik niets zeggen, wel zag ik dat hij niet bang was.
Het verbaasde me dat hij niet vaker half dood geschopt werd, tenger manneke als hij was. Want laten we wel wezen, voetbal was en is een keihard en soms gemeen spel.
Het wachten is op een nieuwe JC, eventueel onder andere naam.