Jezelf af- en uitbeelden?

Oud gegeven, blijvend actueel.
– ‘Je tekent ongemerkt altijd naar je eigen beeld,’ las ik eens.
Het intrigeerde me toen, ik wist niet of het klopte en dacht aan spiegelen.
De meeste klasgenootjes bakten er niet veel van, ik ook niet, je lette er niet op en het zinnetje verwaterde in mijn geheugen.
In de tekeningen van onze kinderen zag ik dat er waarheid in deze opvatting school; af en toe zagen we duidelijk overeenkomsten tussen kind en tekening, zelfs in de koppoters.
Toen ik later deze stelling weer tegenkwam ging ik op zoek; de kinderkunsten zijn verdwenen naar speurend in eigen krabbels legde ik er pasfoto’s naast en zag wat er bedoeld werd.
Het gaat niet zozeer om de uiterlijke kenmerken, het is meer je eigen oogopslag, het wezen, de ziel, hoe je het ook noemen wilt, die je vastlegt. En die vond ik vrij vaak terug in eigen werkjes.
Voor de aardigheid maakte ik een schetsje en bleek opnieuw een ‘zelfportret’ te hebben gemaakt.
Ingebakken in de mens? Te vergelijken met je  karakter dat je -onbewust- in een verhaaltje vertoont? Want wat is schrijven anders dan tekenen met woorden?
Om over na te denken. Het werpt een verhelderend licht op eigen onkunde om geloofwaardige personages op te voeren,  fantasie reikt blijkbaar niet verder dan je spiegelbeeld.
Zodoende begrijp je dat het scheppen van beeldende kunsten en literatuur voor slechts een kleine groep is weggelegd.

ps  ←Bij deze Mona Lisa had Da Vinci vreemde gedachten.
==

Koud


Het was berekoud toen ik wakker werd. Zelfs in bed voelde ik het.
Nachtvorst, dacht ik en kroop er nog eens diep onder.
Niet lang. Het leek zo raar dat nachtvorst in april een ijzige temperatuur bracht.
Rillend zette ik de thermostaat hoger, zag dat hij al op twintig graden stond. Toch vreemd, dan had het warmer moeten zijn.
De badkamer leek een vrieskist.
Aan het ontbijt werd ik niet warmer.
Ik besloot de weerman te bellen.

Goedemorgen meneer, kunt U me uitleggen waar die kou vandaan komt?
– Nachtvorst mevrouw, heel normaal hoor.
Jawel maar het moet hier nu 25 graden zijn en het lijkt eerder de noordpool.
– Mevrouw, U heeft waarschijnlijk een koude ziel…
Een wàt??
– Een koude ziel. Bent U gelovig?
Eh, nee maar hoe..
– Daar heb je het al. U bent van god los. Of van de de duivel of van wat dan ook.
Ik sta paf meneer, hoe werkt dat dan?
– Weet ik veel. Ik hoorde het toevallig.
En wat moet ik daar aan doen?
– Simpel. Ga geloven. Kies maar wat.
Dank U wel meneer, ik zal mijn best doen.

Wat nu, iets gelovenswaardigs  bedenken. Tegen wie zou ik moeten bidden?
Rondkijkend zag ik niets wat mijn ziel zou opwarmen.
Misschien bood de krant een tip, ik sloeg hem open bij overlijdensadvertenties.
Speurend naar bekenden stond mijn hart plotseling stil.
Heden overleden door een plotselinge hartstilstand mevrouw R. Blablabla… zij ruste in vrede’
Ha! Ik flipte van voldoening.
Dat pestwijf, die tod, de mannengek die mijn vrijers inpikte, daarna de verloofde en die van alle vriendinnen. Haar verrotte hart had natuurlijk teveel geëist, haar verdiende loon.
Eindelijk gerechtigheid. Een gloeiende gloed overviel me.
Jaaaaa,  daar kon ik in geloven.
Ik kreeg het er warm van.
==

Huishoudstof

Robotje heeft het begeven. Hij kon niet veel hebben, de ziel.
Nu sleep ik de grote stofzuiger door de slaapkamers.
Het werk op zich is niet erg maar aan het geduik onder bed heb ik een pesthekel, ik betreur de dag dat we vast tapijt hebben laten leggen.
Nee, dan een vroegere vriendin die kamermeisje was in een hotel en zich onder een bed verschool om een collegaatje te laten schrikken.’Ik hoorde de deur opengaan en zag een paar schoenen, schoof er boe-roepend op af en greep de enkels voor ik merkte dat het een gast was…’
Zulke gezellige dingen beleef ik nooit als ik onder mijn bed stof lig te verzamelen, mijn  stofzuiger loeit alleen maar en stinkt er ook nog bij.
Dat hadden de vrouwen vroeger beter voor elkaar. Een paar halen met de zwabber, leegschudden uit het raam en klaar. Niet dat het schoon werd, wolken stof vergezelden je bij het omdraaien.
Dit alles overdenkend, voorover liggend en harkend onder mijn laag-bij-de-grondse bed, besloot ik een nieuwe robot te kopen.
En hem niet meer van de trap te laten vallen, het zijn zwakke broeders.

Moody

I’ve got the blues..
tis niet eens een flauwe smoezz
ik mis de zomerappelmoezz
de gieter met de gaatjesbroezz
en ook de sunny minibloezz.
Oh let me taste the opperdoezz
en bring me in een vreetzame roezz…

Nu snik ik in de hutsepot
en boerenkool en snert, o god
de taaitjes arriveren al
en pudding met bonbonnenknal..

Er is één lichtpunt voor mijn ziel:
het word weer lente
it’s a deal.