Boekhouden

Vanavond kwam de boekhoudster.

Invullen van het belastingformulier is een makkie maar ik laat haar altijd komen. Want het is zo’n enig mens.
We zitten een paar uur, tussendoor gaat ze even aan de laptop waarop ze een teruggaaf weet te bedingen, daarna nog een kop koffie toe.
Kijk, dat is nog eens een aardig kennisje.
Bij de vorige boekhouder hielden we ook altijd mooie bedragen over maar ja, toen hij ging hemelen haalde het niets meer uit.
We vonden een nieuwe. Helaas, die werd ook ziek, met droevig gevolg. Daarna durfde niemand  onze papieren bij te houden, we stonden op de lijst ‘Gevaarlijke cliënten’.
Pas na lang zoeken en de belofte van doktersgarantie vonden we iemand.
Een dappere. Vrouw, uiteraard.
Zij komt elk jaar en is nog steeds gezond.
En gezellig.

Advertenties

Huilen of lachen?

Over taal hadden we het; twee spreekwoorden door elkaar halen en andere ongein.
Prompt kwam de condoleance  van een verpleegkundige me voor de geest. Ze maakte een lief bedoeld taalfoutje dat we  ondanks het verdriet zeer komisch vonden.

Een broer was ernstig ziek, hij verbleef langdurig in een ziekenhuis. We bezochten hem wekelijks en verzorgden zijn was en persoonlijke spullen.
Na een jaar overleed hij.
Ons verdriet was groot; men troostte ons liefdevol en de betreffende verpleegkundige had het meeste begrip:
‘U zult Uw broer missen na zoveel bezoekuren,  de eerste tijd valt U in een leeg gat.’
Getroffen, tegelijkertijd op een lip bijtend bedankten we haar waarop ze nogmaals benadrukte: ‘…een leeg gat.’


Koud, bang en koffie


Lekker weer vandaag.

Toch werd het vamiddag kil in huis. Vreemd, cv brandde, ramen waren gesloten.
Zou de val van een paar weken terug me opbreken?  Daar had mijn temperatuur toch niets  mee geleden?
Nog maar eens de ronde doen en een kop hete koffie zetten. Alles was dicht, thermostaat op 22°.
Ik bleef koud. Mijn brein begon te werken, zou ik iets mankeren? Een of andere enge griep? Op het platteland kun je van alles tegenkomen met die beesten overal. Huisartsenpost bellen? En wat moest ik dan zeggen? ‘Stuur alstublieft een spoedambulance want Ik heb het zo koud’?
Dat durfde ik niet.
Toch liet het me niet met rust. Rillerig haalde ik een deken en kroop op de bank om de mogelijkheden te overdenken.
Het moest welhaast kouwe koorts zijn en godweetwat er ging gebeuren als er niet snel een oplossing kwam. Was er onlangs niet iemand overleden aan onderkoeling? Hoorde ik daar een plofje? Sloeg het al op de hersens? Laat het de brievenbus zijn, bad ik wanhopig en strompelde naar de voordeur.
En die…  stond half open, waaide wat en sloeg zachtjes dicht. Terwijl ik keek kierde het weer, opende verder en weer terug. Een windvlaag.  De stiekemerd, telkens achter mijn rug openwaaien.
Opgelucht, inwendig beschaamd, draaide ik hem in het slot.
Ik nam nog maar eens koffie. En vroeg me af hoelang die deur van het slot was geweest. De hele ochtend? Had iemand het gemerkt? Zat er niet een of andere killer onder bed? En dan? Buks mee naar boven of de broodzaag?
Het zweet brak me nogmaals uit.
Pfffff…..
Zo lastig om een bangebroek te wezen.

Politiekziek


Af en toe steekt HAP de kop op. (Hekel Aan Poltitiek)
De afgelopen weken waren de eerste symptomen weer merkbaar; jeukvingers bij het lezen van de krant,  loopneus bij het horen van regeringsnieuws. En nog veel storingen meer. Terwijl ik er niet eens verstand van heb.
Negeren, het leven zèlf is politiek en dat kun je niet ontlopen. Kom op Bertus, beetje flink zijn.–  Mijn betere ik.
Zo sukkelde ik verder met klachten en klachtjes die mijn dapperheid behoorlijk ondermijnden.
De bijna-genadeklap kwam donderdag jl. Zappend kwam ik bij de televizierring terecht en wat zag ik?
Rutte.
Niet eens de echte maar dit was al beroerd genoeg, hij was zo mogelijk nog vervelender en schijtlolliger.
Snotterend en krabbend wierp ik me op de ab en gooide hem naar het scherm. Mijn avond was stuk.
Nogmaals probeerde ik me flink te houden. Helaas, HAP won terrein, ik werd gek.
Tromp. Clontin. Abrabas. Kerrrieta. Partipragormas. Wirdler.  Onze Bruggemeester….
Tot ik vanmorgen jammerend in de gang op mijn knieën zat, bezig de krant terug naar buiten te duwen.
Toen kwam ik bij zinnen en besloot in therapie te gaan:  politieke stilte tot na de verkiezingen.
Hier en in Amerika.