Geen gezicht

Het was mooi weer.
De zon noodde tot wandelen in een luchtig jack en dat trok ik dan ook aan.
Na vijftig meter zeilden enkele wolken over, precies boven mijn hoofd. Ze bleven hangen voor de zon zodat ik het koud kreeg.
Bibberend liep ik de bibliotheek binnen, kwam mezelf tegen in de liftspiegel en schrok.
Éven dacht ik dat er iemand achter me stond, draaide me om maar nee.
Het was mijn eigen kouwelijke gezicht, lijkwit met roze oogleden. Haren piekten.
Mijn god, ga ik er op mijn oude dag uitzien als een ziek konijn?
Haastig deed ik de kraag omhoog, trok plukken haar naar voren. Ik bleef zichtbaar.
Dan maar met geheven hoofd.
In de boekenafdeling waren een paar mensen, ook aan de leestafel, bij de koffie en kranten, een paar bekenden zag ik.
Niemand merkte me op.
Ik begrijp het.
Ze zijn gewend aan zieke konijnen.

Advertenties