Petrie’s stranddag

Lui leunt ze achterover, trots op haar zonnebruin, op de blikken, afgunstig of flirtend. Een enkele met nostalgie.
Ze weet het en geniet van de aandacht na een paar drukke maanden in haar baan.
Ze doezelt wat. Verlegt en strekt haar benen en zucht ontspannen.
Luistert naar de typische strandgeluiden die verweg klinken als ze haar ogen dicht doet.
De bel van een ijscoventer klinkt, een jochie lacht verlegen als zijn bal over haar heen rolt.
Ze tuurt naar de streep tussen lucht en water; hoe zou het zijn in Engeland?
Er vaart een boot langs de horizon. Later wil ze een grote reis maken op een luxe cruiseschip, daar droomt ze van.
Nu is ze weer thuis en moe, een uurtje naar bed voor ze gaat stappen zal lekker zijn.

Rond acht uur ontwaakt ze en kijkt bevreemd naar zandduinen en kamelen, waarop Adèle en Bieber langs palmbomen deinen, begeleid door Rutte in een rondvaartbootje op het Y. Macron danst met Merkel de Last Tango.
Het doodshoofd van Jackson zit op een witte tandem en deelt een sigaretje met Rihanna in een galgenbroekje, loom zwaaiend naar een verbijsterde Petrie, die niet weet of ze lachen moet of huilen. Dit is toch niet wat ze voor ogen had van een uurtje uitrusten?
Ze trekt het kussen over haar hoofd maar blijft het chagrijnige geknor van de kamelen horen en het klotsende Y-water.

In opvlammende paniek gooit ze het dek van zich af en schiet haar bed uit, water, veel koud water, ze moet wakker worden, weg met die beesten. Ze slaat en schopt en schreeuwt en zigzaggend, links en rechts stompend bereikt ze de deur, haast bezwijkend onder de hitte van de woestijnzon.
Bevend hangt ze tegen de wastafel, veert terug om de deur op slot te doen, huilend van ellende.
Wat is er aan de hand, snikt ze, ze is toch wakker, hoe komen al die mensen hier, ze hallucineert toch niet? Niet van een dagje zon?
Ze blijft in de badkamer zolang ze het gesnuif en gebabbel van de vreemde figuren hoort.
Langzamerhand wordt het rustig en durft ze voorzichtig de deur te openen. Er is niets te zien. Opgelucht kleedt ze zich aan.
Stappen, muziek, biertje, ze heeft er zin in.
Ze haast zich.
Op de trap naar beneden glijdt ze bijna uit over een hoopje zand. Er steekt een halfverdord palmblad in.
==
© Bertjens/Bertie

Later als ik groot ben…

…hoef ik nooit meer school, niet naar pa en moe te luisteren, kan ik eten wat ik lekker vind en ga ik werken en rijk worden en neem ik een man en 1 kind en gaan we op vakantie met de auto en alle dagen naar zee en hoef ik nooit meer boodschappen te doen en we kopen een heel groot huis en een horloge en krijg ik krullen en dikke benen en een extra luie stoel…
…waar ik nu in zit met een bord eten wat ik lekker vind.
Met de krullen kwam het ook goed.
==

 

Vakantiefoto’s die het bewaren waard zijn

Een van de zaligste vakanties, ongeveer 7 jaar geleden. Aan de kust. Strand vlakbij en duinen, het geluid van de zee in je oren.
Wandelingen naar het Zwin. Breskens en Middelburg bezoeken. Rammekensroute fietsen. Vlissingse kade.
Hoogtepunten waren luie stoel, emmer en warme sokken.

(Foto is onscherp, nog gemaakt met ouderwetse camera)

 

Gevonden

In plaats van naar een identieke ziel heb ik ook eens naar een tegenvoeter gezocht. Geen idee wat ik met zo iemand aan moest, er was slechts een vage gedachte aan iets gemeenschappelijks.
Het zal de leeftijd geweest zijn. Als puber krijg je dergelijk bevliegingen.
Ergens in de buurt van een paar eilanden bij Nieuw-Zeeland zou ik hem/haar vinden. In de Grote Oceaan. Weinig kans op een voet-aan-voetbegroeting maar een natte high five zag ik wel zitten.
Na de atlas te hebben geraadpleegd zag ik van dit plan af. Teveel en gevaarlijk graafwerk en bovengronds zo ingewikkeld; naar een eiland vliegen, een boot huren, de precieze plek zoeken. Gedoe.

Wat te doen, het moest geen fanatieke queeste te worden.
Wel, ik hoefde niets meer te soen.
Er kwam een man op mijn weg,  helemaal vanzelf.
Weliswaar verschilden we enorm noch pasten onze voeten  tegen elkaar maar de verwantschap die we voelden was groot genoeg en zo niet de zielen,  klopten zijn en mijn hart gelijk.

Water en vuur

Vlammetjes en regelmatig-bewegend water hebben iets gemeen. Ze zijn rustgevend.
Zomers merk je het aan zee of zodra je de tuinsproeiers aanzet.  Golfgeruis en druppelgetik maken slaperig, de rest schuift naar de achtergrond.  Het zal de ritmiek zijn.
Met een ontspannen lijf zit je ernaast, het is niet voor niets dat je bijna in slaap valt. Of helemaal.

Nu is het de kersttijd die dit teweeg brengt.
Ik herinner me de nerveuze spanning van vroeger; het gezeul met een (toen nog) echte boom. Drukke kinderen, hond, kat en echtgenoot
Maar ook dan, als het klaar was en het nieuwtje er af raakten we de  stress kwijt. Deze keer door de kaarsen aan te steken.
Starend in en luisterend naar vlammetjes en hun geknetter was de sfeer even volmaakt. Het duurde zolang het kersttijd was en tot de kaarsjes op waren.
Het idee van een vredige kerst is -voor mij –  eerder gebaseerd op deze rust dan op het geboorteverhaal.
Trouwens, het valt op dat de hoofdrolspelers in de stal er ook altijd sereen bij zitten; ze hadden daar vast een vuurtje of zijn het onze kaarsen?