Nacht (herzien)

Bangelijk luister ik naar de wind,  in stormen als deze kan van alles gebeuren. Niet hier, mompel ik mezelf gerust, die ritsel is een loshangende tak, het schijnsel een manestraal en…..
Oh ja?
Verstijfd staar ik in onbekende ogen.
‘Had je niet gedacht hè?
‘Ga weg,’ piep ik.
Zijn adem blaast vreemde geuren en beroert  mijn arm. Panisch stomp ik in het wilde weg, en weer.
Hij verdwijnt, ik blijf achter, bevend.

Het tocht, stond het raam
open?
Bibberig sta ik op en sluit het, veeg wat zand weg… zand?
Dan val ik flauw.
=

Belastingsprookje

De aankondiging grijnsde ons aan. ‘Download, vergeet Uw DiGiD niet… enzovoorts.’
Die vervelende belasting, gromde man, moet dat?
-Ja schat, kalmeerde ik maar we kunnen aftrekposten bedenken, als we nu eens…
We belden en informeerden, vroegen naar data en kilometers, kopieën, en zie,  met zíjn lef en míjn verzinsels kwamen we tot nooitgedachte uitgaven. –Weet je nog dat kapotte wiel van de fiets die je nodig had om naar de tandarts te gaan?
We vulden in. De laptop werkte mee, hij kwam op een heel aardig aftrekbedrag.
We box-ten verder en ook daar creëerden we gunstige uitkomsten. Great! Highfivend klikten we op Verzenden.

We brandden kaarsen en baden twintig maal de rozenkrans. Het werkte.
Van de eerste teruggave kochten we een paar mooie pandjes. Nu bezaten we twee extra woningen waarvan we de huurpenningen opstreken.
Zo zalig, dromerig door de Rivièra te zwerven, zonder geldzorgen, hoogstens het zand uit de sandalen te moeten schudden. We genoten.
De volgende terugbetaling was voldoende voor de aankoop van de hele straat en het duurde niet lang of we hadden het volledige dorp in handen.
We waren rijk en werden natuurlijk gefêteerd en uiteraard kreeg echtgenoot een mooie ketting. Ach, dat burgemeestertje spelen, aandoenlijk hoor maar liever keken we uit naar de volgende stappen. We kochten provincies, landen, werelddelen tot we de aarde bezaten en nooit meer belastingformulieren hoefden in te vullen.
Dat deden onze onderdanen.
=

Petrie’s stranddag

Lui leunt ze achterover, trots op haar zonnebruin, op de blikken, afgunstig of flirtend. Een enkele met nostalgie.
Ze weet het en geniet van de aandacht na een paar drukke maanden in haar baan.
Ze doezelt wat. Verlegt en strekt haar benen en zucht ontspannen.
Luistert naar de typische strandgeluiden die verweg klinken als ze haar ogen dicht doet.
De bel van een ijscoventer klinkt, een jochie lacht verlegen als zijn bal over haar heen rolt.
Ze tuurt naar de streep tussen lucht en water; hoe zou het zijn in Engeland?
Er vaart een boot langs de horizon. Later wil ze een grote reis maken op een luxe cruiseschip, daar droomt ze van.
Nu is ze weer thuis en moe, een uurtje naar bed voor ze gaat stappen zal lekker zijn.

Rond acht uur ontwaakt ze en kijkt bevreemd naar zandduinen en kamelen, waarop Adèle en Bieber langs palmbomen deinen, begeleid door Rutte in een rondvaartbootje op het Y. Macron danst met Merkel de Last Tango.
Het doodshoofd van Jackson zit op een witte tandem en deelt een sigaretje met Rihanna in een galgenbroekje, loom zwaaiend naar een verbijsterde Petrie, die niet weet of ze lachen moet of huilen. Dit is toch niet wat ze voor ogen had van een uurtje uitrusten?
Ze trekt het kussen over haar hoofd maar blijft het chagrijnige geknor van de kamelen horen en het klotsende Y-water.

In opvlammende paniek gooit ze het dek van zich af en schiet haar bed uit, water, veel koud water, ze moet wakker worden, weg met die beesten. Ze slaat en schopt en schreeuwt en zigzaggend, links en rechts stompend bereikt ze de deur, haast bezwijkend onder de hitte van de woestijnzon.
Bevend hangt ze tegen de wastafel, veert terug om de deur op slot te doen, huilend van ellende.
Wat is er aan de hand, snikt ze, ze is toch wakker, hoe komen al die mensen hier, ze hallucineert toch niet? Niet van een dagje zon?
Ze blijft in de badkamer zolang ze het gesnuif en gebabbel van de vreemde figuren hoort.
Langzamerhand wordt het rustig en durft ze voorzichtig de deur te openen. Er is niets te zien. Opgelucht kleedt ze zich aan.
Stappen, muziek, biertje, ze heeft er zin in.
Ze haast zich.
Op de trap naar beneden glijdt ze bijna uit over een hoopje zand. Er steekt een halfverdord palmblad in.
==
© Bertjens/Bertie