Laatste griep-loodjes

Het is zweterig.
Ik drijf het bed uit en plons op de mat.

Moeizaam klim ik op het droge. Haal een handdoek, samen kruipen we opnieuw in bed.
Nu koelt het af, te vlug, de pyjama bevriest, een yeti beklimt het dekbed, net op tijd breekt de zon door met een begeleidende regenbui.
Ik drijf het bed uit..

Na dit avontuur werd ik onverwachts helder wakker.
Wat wil je.
Uitgerust, gezwommen en doorgewinterd in nog geen half uur, daar fris je van op.
Laat nu de Pasen maar komen.

Advertenties

De Verschrikkelijkweinige Sneeuw-man


De sneeuw deed er uren over om slechts een doorschijnend laagje aan te brengen.
Mensen wreven zich in de handen, door de ramen turend, wachtend op een wintersfeer. Sneeuwballengevecht bij maanlicht, ahhh…
Tegen schemertijd echter was de laag nog steeds te min; men berustte en sloot de luiken. Er waren tenslotte ook schaatswedstrijden op de televisie.
Buiten, waar het zo stil was dat de vlokken hoorbaar neerzoefden, verscheen een gedaante. Van straat tot straat liep hij, via het centrum naar alle richtingen en terug maar vond niemand om de weg te vragen. Hij zag er eigenaardig uit in zijn dikke bontjas, het gezicht diep verdoken in de capuchon.
Tenslotte bleef hij staan in het park. Ook daar was de stilte enorm, echo’s klonken bij het ademen.
Hij haalde een telefoon tevoorschijn, belde en gromde:
‘Met Yeti, kan iemand me ophalen? Niets te beleven hier.’

En zo gebeurde het dat de mensen opschrikten van rare geluiden, de straat op stoven en een gedaante zagen touwklimmen naar een sneeuwkist met de aanduiding Himalaya-Express.
Ademloos keken ze toe en zwaaiden met zakdoeken.  ‘Sfeervol, dat toestel,’ zei iemand.
Allemaal knikten ze.