Ik zocht Mars..

…en alles wat we zagen was een vage roodachtige vlek die van alles kon zijn.
Het was pas te zien na een bewerking.
Het valt zo tegen, die dingen.
Eerst hoop je een bloedmaan te zien waarbij je denkt aan een ruimteabattoir, kruipt hij gauw achter een paar wolken om de slachtpartij te versluieren.
Dan de rode planeet Mars.
Pfff, het mocht wat, voor hetzelfde geld was het een verwaaide pluis van Petrus’ hemd.

De kwestie is dat de doorsnee mens geen telescoop heeft, hoogstens een telelens en zelfs dat niet altijd.
De kwestie is ook dat de verwachtingen te hoog gespannen zijn door een paar ronkende, bijna likkebaardende aankondigingen.
HEDENAVOND RODE PLANEET! BLOEDMAAN! KOMT DAT ZIEN.
Maansverduisteringen zijn vaker voorbij gekomen, ik heb er maar 1, zegge één, kunnen zien, zo lang geleden dat ik me achteraf afvraag of we een biertje teveel op hadden.
Op de duur geloof je er niet meer in.
Daar moeten we niet te makkelijk over denken.
Denk je eens in. Op een dag gaat de zon ten onder, voorgoed. Krijg je dit:
NOG TWEE WEKEN VOOR TOTALE ECLIPS. ZET UW STATIEF KLAAR.  KOOP VOLDOENDE KAARSEN EN WARME KLEDING.
Wie gelooft daar nog in voor het te laat is?

Advertenties

Geen gezicht

Het was mooi weer.
De zon noodde tot wandelen in een luchtig jack en dat trok ik dan ook aan.
Na vijftig meter zeilden enkele wolken over, precies boven mijn hoofd. Ze bleven hangen voor de zon zodat ik het koud kreeg.
Bibberend liep ik de bibliotheek binnen, kwam mezelf tegen in de liftspiegel en schrok.
Éven dacht ik dat er iemand achter me stond, draaide me om maar nee.
Het was mijn eigen kouwelijke gezicht, lijkwit met roze oogleden. Haren piekten.
Mijn god, ga ik er op mijn oude dag uitzien als een ziek konijn?
Haastig deed ik de kraag omhoog, trok plukken haar naar voren. Ik bleef zichtbaar.
Dan maar met geheven hoofd.
In de boekenafdeling waren een paar mensen, ook aan de leestafel, bij de koffie en kranten, een paar bekenden zag ik.
Niemand merkte me op.
Ik begrijp het.
Ze zijn gewend aan zieke konijnen.

Droog

De zon is half weg, schemer lonkt.
Wolken naderen. Ze zoeken een geschikte locatie om te lossen, ze strekken de handen uit om de droogte te peilen, zie je hun vingers boven daken en bomen?

Het wordt nu langzaam donker. Koppig blijf ik buiten, wachtend op regen, dikke plensbuien met grote druppels en kleinere voor de lis en wisteria.
Het gesleep met gieter en sproeiers ben ik spuugzat maar ’n beetje spuug is niet toereikend voor de  bloemen.
Aaarrrg, de wolken gaan voorbij.
Zucht.
Misschien dat er vannacht nog eentje langskomt, een die water over heeft en compassie met-of-voor de tuintjes in onze buurt.
En anders dondert ‘ie maar op.