Hoge nood

Dit is een verloren hoek in het achtertuintje.
Blijkbaar raakte een of ander dier geïnspireerd, in het voorjaar lag er opeens een bergje ontlasting onder het vogelhuis. ’s Morgens vond ik het, het moet ’s nachts neergelegd zijn.
Het waren drollen als die van een middelmaat hond, denken we. Wat groter dan bijv. een beagle.
We vroegen links en rechts maar niemand kon het verklaren.
Misschien een grote kat, zeggen een paar mensen. Maar dat geloof ik niet, katten zijn me door en door bekend en hun poep ook.
Onbegrijpelijk. Het muurtje is 1.75- 1.80m hoog, de schuur daarachter veel hoger, tuin is rondom afgezet en gesloten met een stevige poort. Een hond kan er niet in.
En dat is het raadsel dat we nog steeds niet hebben opgelost:
welk dier dan wèl?
Voor de stank heb ik het opgeruimd, jammer genoeg zonder foto te nemen.

Springt ’s nachts een vreemdeling  in de tuin om zijn behoefte te doen? Een engel? Duiveltje? Slingeraap?
Bestaan er katten die grote hopen neerleggen zonder het onder te krabben? Liepen er leeuwen los? Was de wolf hier?
==

Booskapje


Gisteravond ging de bel.
Aan de deur stond een meisje met rode muts.
‘Dag mevrouw,’ zei ze, ”ik ben Roodkapje en zwaar teleurgesteld, mag ik het hier effe  kwijt?’
‘Natuurlijk, kind,’ ik haastte me haar binnen te halen en een glas limonade in te schenken. ‘Vertel het maar.’
‘Nou, ik ging dus boodschappen doen voor mijn zieke oma. De zon scheen en vogeltjes floten, ik zong van de bloemetjes en de bijtjes en huppelde op de wijs. Maar al wie ik tegenkwam, niét de wolf. Het duurde zo lang dat ik hem uiteindelijk appte en..en.. u wilt niet weten welk antwoord ik kreeg.’ Ze huilde bijna.
‘Ja dat wil ik, zoiets spannends…’
Ik doe niet meer mee, zoek maar een andere gek. Vind U dat niet gemeen? Zo mijn sprookje in de war te sturen.’
Tja, een klein beetje begreep ik de wolf wel.
‘Hm, eerlijk gezegd lijkt het me ook geen pretje om telkens je oma’s nachtpon aan te moeten trekken en wie weet smaakt ze niet vers meer. Beetje taai en zo. Dan je buik open te laten snijden, op de duur vol littekens te zitten…’
Bibberig snuffend vervolgde ze. ‘Kan allemaal waar wezen, maar de reden waaròm hij niet meer meedoet, dat maakt het nog erger.’
‘Vertel, vertel.’
‘Hij wil veel meer genieten van zijn vreterij, zegt hij. Sinds hij zijn diepste ik heeft ontdekt weet hij nu waar hij staat. De idioot.’
Ik stond paf, wie bedenkt zoiets.
‘Is hij soms in retraite geweest? Of bij een coach?’ vroeg ik.
‘Weet ik niet maar het is eng. Hij bestudeert de maanfasen en menselijk gedrag.’
‘Echt waar? Wat gaat hij dan doen?’
Ze rilde.
‘Hij wil weerwolf worden.’
==

 

wolf leeuw hond

In nachtverhaaltjes die ik hier plaats komt herhaaldelijk een (weer-)wolf voor.
Waarom? Ik heb geen flauw idee, misschien was ik er een in een vorig leven, raakte ik gefascineerd door Bor uit de Fabeltjeskrant, maakte Roodkapjes opvreter teveel indruk. Wie weet zijn de nieuwkomers uit Duitsland nieuwsgierig naar hun neven en zoeken ze me voor informatie waardoor ik van ze droom enz. enz.
– In werkelijkheid ben ik een   . Zo een die luiert in de schaduw en zijn vrouwen op jacht stuurt behalve dat ik geen vrouwen heb en het nu veel te koud is laat staan dat kale bomen schaduw bieden. U ziet: dit lijkt in de verste verte niet op wolveneigenschappen.
Een kennis die alles weet over sterrenbeelden vroeg ik naar een verband tussen leeuwen en wolven. ‘Ze lusten beiden een mals schaap,’ zei ze. Nou ja zeg.
Ik legde het een psycholoog voor. Hij verwees me naar een psychiater.
Wat nu.
Als leeuw geboren in het jaar van de hond en geobsedeerd door (weer-)wolven.
Godnogantoe, wat moet er van me worden in een volgend leven.
Een spaniel met wolfskop? Leeuw met melkboerenhondehaar?