trip·zee

De zee en de plant

  Lola  schreef over een tripje naar zee. Goed idee, dat leek mij ook wel wat maar het zat er niet in.
Toen nam ik een stoel en ging voor deze impressie zitten en keek, net zolang tot ik weg droomde en dacht het geruis te horen.
Het was levensecht, zelfs zag ik de golven woest worden en schuimkoppen opkomen, ze sloegen neer op het strand, meeuwen krijsten, het water spatte van het doek en ik schoof naar achter voor de vloed.
Het zweet brak me uit, het was niet de bedoeling dat ik zou verdrinken.
Om tot de werkelijkheid terug te keren zette ik de stoel andersom. Misschien kalmeerde het.
Ik zag de kerstplant, de enig overgebleven versiering.
Daar had ik geen verbeelding voor nodig, die leeft echt al hoorde ik hem niet groeien.  Voor zolang het duurt, meestal hebben die dingen er gauw genoeg van maar nu liet hij zich nog bewonderen.
Zou een scheutje groeiwater helpen? Ik gaf het hem.
Een zee-beleving en plantenbezoek, een drukke  middag.
==
verhaaltje

Rimpels

‘Ik ga!’
‘Graag!’
Witheet stampt ze naar de deur. Woest is ze.
Hij is zo mogelijk nog kwader en houdt zich met moeite in.
Televisie kijken als afleiding is het verstandigste. Luisterend naar het nijdige gestommel ziet hij niets van het programma.
Langzaam ebt het gebonk weg evenals zijn drift. Ze staat nu bij de voordeur, vermoedt hij, natuurlijk met de grote handtas vol rommel. Zoals gewoonlijk.
Waarom moet dit nou, piekert hij. Het eeuwige liedje: ik zou zo graag….en dan wil ze iets nieuws.
Alle passende gemakken, een royaal inkomen, goed voedsel. Waarom wil ze dan meer? Een facelift, godbetert. ‘Rimpels horen bij jou,‘ had hij geschreeuwd.
‘Maar ik wil ze niet meer,’  gilde ze terug.
Tss, het idee.
Langzaam valt hij in slaap, ruziemaken is vermoeiend.

Een uur later wordt hij wakker en hijst zich gapend uit de stoel.
Hij zal maar naar bed gaan,  zodra ze spijt heeft komt ze wel terug.
Lichten uit, nog even door het voorraam kijken.
Hij ziet haar staan bij de lantaarnpaal, weifelend voor het zebrapad, een voet uitstekend, weer terug, uitrustend en weer opstaand.
Ze is ver gekomen, denkt hij ontroerd. De afstand is toch gauw honderd meter en dat met een zware tas.
Zal hij haar maar tegemoet gaan?
Hij aarzelt, waarom? Ze wilde zelf toch weg?
Hij verliest en vertrekt.
Ook in een schildpadhuwelijk is het geven en nemen.

==