Grenzen

Er liep een paardje in de wei
het voelde zich zo lente-blij
en huppelde rond moederpaard
die naar hem knikte, doodbedaard
ze liet hem dollen in het gras
ze wist precies wat goed voor’m was.

Het paardje zocht het verderop
het leerde snel, deed de galop
en draafde naar het prikkeldraad
daar hoorde hij een pril geblaat.
Hij stopte struik’lend, keek eens goed
en zag een zwarte schapensnoet.

Ze keken, roken, likten blij
daar in die lentegroene wei
ze draafden en ze dartelden
hun levenslustjes spartelden
het was een bijna-integratie.
Slechts de draad weerhield formatie.

Het moederpaard was zeer verstoord
dit was toch zeker niet wat hoort?
Ze zette koers naar’t dolle span
en deed het schaapje in de ban.
‘Tis niet alleen een ander ras,
maar ook die kleur, dat geeft geen pas’.

Het paardje ging met mama mee
het sprong nog wel maar reeds gedwee
hij keek nog eenmaal om naar’t lam
en berustte: ‘Goed hoor mam’.
Het zwarte schaap vergat hem snel
ze trof een witte, die mocht wèl.

© Bertie/Bertjens

.

 

Dag winter

De oude winter trok het niet meer.
Met moeite blies hij nog éénmaal  de vrieskoude noordooster aan.  Hijgend verspreidde hij de wind in stotende vlagen over het land. De vorst kwam niet verder dan een graad of negen, een enkele tien.
Sneeuwwolken seinden hem in: kannie nog? Hij knikte.
En waaierde ze traag her en der. Het waren de allerlichtste, grote opslag verwees hij naar het noorden.
Hij rustte even. De witte schoonheid gaf hem een extra vleug energie, net genoeg om kleine verstuivingen te veroorzaken.
Hij overzag zijn werk. Het was goed zo, vond hij. En genoeg.
Zachtjes blies hij zijn laatste adem.

Kwestie

In mijn allereerste weblog schreef ik makkelijk. Naïef, onnozel soms.
Onbekommerd gaf ik mijn mening op wat me de meest geschikte plek leek: mijn eigen Bertjens.
Dat viel tegen.
Bij een paar onderwerpen kreeg ik zoveel verontwaardigde antwoorden dat ik verontwaardigd was over de verontwaardiging.
Blijkbaar stelde ik mijn ideeën te hard. Tegendraads.
Ik schrok er van en hield me in het vervolg rustiger.
En nu?
Van de gemiddelde mening trek ik me niets meer aan.
De vraag is over welk onderwerp ik me druk moet maken.
Er zijn er zovéél, ver van je bed en dicht bij huis.
Het is moeilijk kiezen en daarom houd ik het bij een eenvoudige:
zal ik een witte of een rode wijn nemen?