Geen categorie

Wormenwinterslaap. Fantasietje

Diep in de grond zat een worm die de slaap niet kon vinden.
Hij was afwisselend koud en warm, vond de juiste houding niet, werd telkens wakker en als hij ribben had gehad waren alle anderen bont en blauw. Nu deinden ze dromerig mee op zijn  gewoel.
Na een paar vervelende vorstvrije maanden vond hij het welletjes en wurmde zich omhoog.
En wat zag hij, nog voordat hij boven kwam? Een onbekend licht dat door de opperste grondlaag schemerde, onwaarschijnlijk wit, beweeglijk en met vreemde geluiden.
Vreemd was ook dat hij er niet doorheen kwam, de grond was te hard. Hij duwde en duwde maar miste de kracht, bovendien raakte hij bijna onderkoeld, hij voelde zich suf worden en liet zich naar beneden zakken.
De eigenwijze.
Het is niet bekend of hij het haalde, de aardkrant meldt hier niets over.
Was hij overdreven nieuwsgierig?  Of een dwarskop?
We komen het nooit te weten want hij liet zich niet meer zien.
Dat heb je met die sluipers, je wordt nooit wijzer van ze, ze zijn allemaal hetzelfde.
==
ps
Geen té realistisch plaatje, ik wil rustig slapen.
==

gezond

Hallo allemaal…

…het scheelt niet veel of ik loop morgen de vierdaagse in een half uur
Fijn om weer te zitten zonder krimpen, niezen blijft nog even maar daar ben ik aan gewend, het is nooit helemaal weg.  De kou is uit mijn lijf verdwenen, kortom,  het gaat weer (bijna) goed.
Nu gaan we ons voorbereiden op de echte winter, volgens de berichten. Het zou tijd worden.
Dan lijden we gezamenlijk en iedereen weet: gedeelde kou is halve kou.
Hoe dan ook, ik zorg voor fourage tot eind maart.
Met wat vuurwater erbij, veel aardappelen en leeswerk.
Veel tussendoorse dutjes.
Ik verheug me al.
ps. De lijst berichten is zo lang, die kan ik niet inhalen, ik zie wel.
=
pps
Dank voor het meeleven!
weerspreuken

Winterspreuken aangepast.


– Morgenstond geeft een geeuw in de mond.
– Het is pas  koud als de boeren OLA melken.
– Als het herfst wordt in september volgt de winter in december.
– Regen in de winter is nat.
– De velden geschoren, de scheercrème is op.
– Kraaien vlak bij schuur en huis geven een boel herrie.
– Lopen bij vorst de spinnen uit moet je elke dag ragen.
– Zijn er in december al mollen  krijgt de bodem koude kak.
– Is ’t op Kerstmis nog niet koud krijgt Maria een topje aan.
 – Enzovoorts.

 

noordooster wind

Hemd

Jongens, wat is die noordoooster  koud, je kunt merken dat we geen winters meer gewend zijn.
Éventjes naar buiten en je trekt je shirt strak en steekt je armen er diep in.
Toch maar eens zoeken naar andere kleding.
Er is een kastplank vol wintergoed wat ik nooit meer draag, waarschijnlijk hebben veel mensen dat. Ik bekeek de voorraad.
Truien. Noorse, schippers-, zelfgebreide, met col, vesten, teveel en te kriebelig.
Er lag nog een stapeltje van wijlen echtgenoot en daar zat, helemaal vergeten, een hemd tussen. Zo’n braaf lichtblauw HEMA-hemd dat hij graag droeg.
Ik pakte het en keek ernaar.
Ach gut, gaan hemelen zonder je geliefde hemd, dacht ik en kreeg het te kwaad. Na zes jaar nog.
Ik heb het aangetrokken onder mijn shirt en weet je wat?
Heerlijk warm, voelt veel beter dan die oude dikke breisels.
Of het is de (hernieuwde) liefde.
==

versje·winter

Kakelvers


Winter wordt oud
is wars van witte buien
er is geen sneeuw
geen tinkelend takkenwoud
waar ijzige splinters ruien.

maar om het even
de maand is vol beloften
we zien het in de grond
waar’t geheime leven
bericht naar boven zond
ik kom eraan
ik kom in groen
bestel de zon
stuur de winter met pensioen

Als het kon zou ik het doen
wie kan de winter nog verstaan
-=

 

verhaal

Verhaal?


Er is een onderwerp.
En er zijn afgebakende omstandigheden.
Ook een plot en zelfs een kloppend einde.
Nu er nog  een verhaal van zien te maken.
Misschien lukt het en wordt het wat.
Misschien ook niet. In dat geval maken we er een lenteversje van, de winter heeft toch al afgedaan. De slome, hij heeft teveel geluisterd naar het klimaat.
Enfin, dat ziet U morgen.
==

weer·winter

IJs en weder dienende?

Hoewel ik graag een strenge winter tegemoet zie vind ik deze zachte dagen ook prettig.
Een uurtje zon, misschien iets langer, maakt het af.
Je loopt lekker. De was droogt fris. In het tuintje bezig zijn is aangenaam
Je zou buiten gaan zitten als je een plek of terras op het zuiden had.
Het gewas houdt er ook wel van, nieuwe scheuten hier en daar en de passievrucht heeft gezelschap gekregen. Nog knalgroen maar wie weet kleurt hij alsnog.
Ook zag ik nieuwe sprieten uit het plastic grasmatje opkomen, kun je nagaan.

Toch hoop ik op winterweer, desnoods maar een week, dat lijkt me niet teveel gevraagd.
Je kan wel met bussen schuimsneeuw te werk gaan maar dat is zo ongeloofwaardig, voor en achter het huis een reepje wit, de winter zou zich krom lachen en er een extra zonnetje op zetten. Dan krijg je zo’n smeerboel.
Er zit, vrees ik, niets anders op dan sneeuw en ijs af te smeken. Als ongelovige kan ik niet met een echt gebed aankomen maar elke avond een klein versje lijkt me een goed begin:
Onze lieve heertje
geef slecht weertje…

 

.

printen·tablet

Kijken, kijken, niet kopen

Er moet een betere printer komen en een omslag voor het tabletje.
Daar ga ik eens goed voor zitten. Fijn werkje, me verlekkeren aan de artikelen, precies uitzoeken wat ik wil hebben, prijzen en service vergelijken, nog even nadenken en dan niet meteen bestellen.
Daar kan ik weken over doen.
Soms kom ik in een gewone winkel terecht, dan kijk ik daar of ik kan slagen, langzaam denkend.
Op deze manier heb je veel voorpret van een nieuw artikel.
Het schiet niet op maar dat geeft niet.
Het is net zoiets al op  datingsite van een paar maanden terug.
Een ruim aanbod maar ik kon niet kiezen. Mannen zijn soms wel inwisselbaar, echter niet in prijzen en service.  En de voorpret stelt ook niets voor.
Enfin. Geen man overboord.
Ik heb nu een printertje uitgezocht, misschien bestel ik hem morgen. Of volgende week.
Over de iPad-hoes moet ik nog een poos denken.
Hopelijk beslis ik vóór de winter, het ding is versleten op de hoeken en de koude lucht is zielig.
Stel dat hij bevriest.
Als het nu chocola was…
=

winter

Winterbezoek

Ik zag de winter voorbij gaan. Van de ene naar de andere straat.
Voorop liep zijn vrouw, te herkennen aan de ijsketting om haar hals.
Wow! dacht ik bewonderend, bijna winter en dan nog in decolleté, een wereldwijf.
Ze keken rond, op zoek naar een goede plek. Op de Alpen waren ze uitgekeken.
Af en toe overlegden ze: hier ijzel, daar poedersneeuw? Skiën doet men hier nier niet, plak dan maar?
Kom alstublieft hier, wenkte ik, wijzend naar onze wijk.
Ze aarzelden, knipoogden en zwaaiden slechts.
Jammer.
Ze riepen nog wat: Tot Kijk!
Ik zwaaide terug, ’n beetje mat.
Maar zegt men niet: hoop doet leven?