Oude winters

Iemand pakt de kolenkit en een stapel houtjes.
Er wordt gestookt bij het leven.
Maar het blijft koud, in slaapkamers is het Siberisch met ijzige temperaturen. Sloffen en pyjama’s worden voorverwarmd op de kachelpijp
‘Ach wat, zegt vader, wij hadden vroeger sneeuw op de bedden en sliepen gewoon door.’
Gemok.
– boven komt ook sneeuw naar binnen – dekens waaien zowat weg – ’s morgens ijspegels aan de voeten – we vriezen nog dood –
Moeder bemiddelt.
‘Er ligt genoeg hout, er zijn kolen zat. We kunnen best wat harder stoken en de trapdeur openzetten. Dat scheelt.’

’s Avonds kleumt de kring rondom de kachel die bijna op springen staat. Gezichten kleuren rood, ruggen rillen.
Iemand staat op en doet de trapdeur dicht. ‘Het trekt zo.’  Er wordt geknikt.
Vader zegt niets, hij dut langzaam in.
Moeder breit. Ze luistert naar geginnegap over ijstenen en sneeuwgraven en lacht om de stille huiver, ze sust de jongste.
Allen gapen maar gaan niet naar bed.
Stel dat ze in de slaap bevriezen.


Advertenties

Mijn Tante Truitje

Had ik haar al voorgesteld? Een lief klein tantetje op wie ik zeer gesteld ben.

De laatste keer dat ze op bezoek kwam was in een beroerde winter. Met desastreuze gevolgen.
Op een koude middag belde ze een paar keer aan – de schat hoort vreselijk slecht en alles verkeerd – ik opende de deur  en verrast schreeuwde ik luid:
‘Hallóó, tante Trúítje! Wat een énige verrassing, kom er in.’
De afstand tussen ons was te groot om met de menselijke stem te overbruggen. Ik nam de megafoon en toeterde: Kom toch binnen, tantetje, bakkie leut met een kletskoekje?’
Te hard riep ik, plotseling lag ze aan de overkant van de straat. Ik zag haar nog net de laatste paar meters zweven,  een paar fietsers bukten bijtijds. Nou ja zeg, dat ze zo mager was  kon ik niet voorzien.
Beetje slapjes, tante?’  vlug wilde ik haar overeind helpen maar ze waaide alweer een stuk verderop, ditmaal werd het riskanter doordat ze naar het eind van de straat rolde en op een drukke weg uit zou komen. O god..
Gelukkig kwam er een sneeuwschuiver voorbij waarvan de chauffeur verbaasd naar tante Truitje keek.  Geschrokken stuurde hij naar de kant en schoof haar keurig in de berm.
Tante Truitje echter was door de kou zo stijf als een plank geworden. Zij kon zich niet meer verroeren en riep om hulp. Ik vloog op haar toe en daar ik bang was dat zij opnieuw zou wegwaaien  zette ik haar vast met een gevorkte tak. Daarna belde ik een ambulance want ik zag wel dat het haar niet zo goed ging.

Men heeft haar naar een tehuis gebracht en daar ligt ze nu nog.
Beladen met schuldgevoelens en snoep ga ik iedere week  bij haar op bezoek en mijn vaste groet is, schreeuwend, “Hallo tante Truitje, daar ben ik weer.
Dan rolt ze bijna uit haar bed maar de dekens zitten goed strak.

© Bertie

IJs en weder dienende


Vandaag hing er een winters sfeertje. Zonnig met een droge, scherpe oostenwind en een ijsvloertje op het platdak, minimaal maar duidelijk.

Voorproefje van de komende kou, misschien zelfs van een barre Elfstedentocht? Het is nog steeds mogelijk ondanks het veranderende klimaat. Dan wel een èchte winter graag. Metertje of wat sneeuw, glijbaan op de Maas, iglo’s op de vennen.

Voor de zekerheid heb ik geoefend op het inschenken van verse chocolademelk en kopen van pennywafels,  je zou die lekkernijen bijna vergeten terwijl ze zo oerhollands zijn. Stel je voor, straks herkent men ze niet eens meer.
Welnu, ik heb het onder de knie,  ik kan dus gerust met een tentje op het ijs staan. Ook de smaak was goed, zij het wat teveel.
Hopelijk is tegen die tijd de misselijkheid over.