Verdwaald

 

Het was de hemel die ik zocht
en vond alleen maar wind.
Ik voel me zwaar bekocht.

Advertenties

Dag, bedmaatje.

Het was einde winterweer,  fris briesje, lekker voor de was van het beddegoed.
Fleurig en schoon hing het aan de lijn.
De grote dekbedhoes dubbelgeknijperd.  Ziezo, die zat goed vast.
Jahaaa, dat had ik gedroomd.
De wind kreeg vat op de hoes en nam hem mee; ik vloog er achteraan, door een regen van losknappende knijpers. Bijna had ik hem, verdorie, hij kwam op de schuur neer en bleef daar liggen.Trap erbij gehaald en net gooide ik een been over de dakrand toen de wind hem weer oppakte en verderop sleurde, naar de dakgoot. Wat een pesterij.
Klimmen ligt me niet zo. Het duurde te lang, hij waaide naar de schoorsteen zodra ik bovenkwam.
Arrrggg.
Eenmaal daar aangekomen zag ik hem naar het noorden zeilen, zwaaiend met zijn instopflap. Wat, vond hij het nog leuk ook?
Ongelooflijk. Zoveel jaren een bed gedeeld en me nu in de steek laten? Nee toch…
Ik leende een telescoop en zette die op de nok, zocht even en ja, daar zag ik heel in de verte een roze-gebloemde lap zweven, op zijn gemakkie dreef hij tussen de wolken. Poolwaarts.
Ook dat nog.
‘Dat gaat te ver’ jammerde ik, ‘naar de kou, waar poolvossen en ijsberen wonen, en ijskonijnen, daar ga ik hem niet halen, dat durf ik nooit.’ Zo sipte ik een tijdje want het duurt even voor je over een dergelijk verlies heen bent.
In gedachten keek ik hem na en slikte voordat ik een nieuwe kocht.
Soms denk ik nog wel eens aan hem, of hij goed terechtgekomen is.
Als je toevallig in die buurt op vakantie bent en een ijsbeer tegenkomt in een roze gebloemde jurk, dat weet je dat die jurk van mijn dekbedhoes gemaakt is.

Nazomerzon


Pauze, ligstoel uitgeklapt.
Toen kwamen de mieren. Vreemd, deze tijd nog en zo gróót. Ze liepen voorbij en verdwenen weer. De laatste knipoogde.
Na een paar minuten verscheen een kauw op de stoep. Hij had een jonkie in zijn bek; links en rechts spartelde het.
-Wat nou weer, ga weg beest, ik hoef jouw jong niet.
Hij vloog op en verdween.
Een zuchtje wind kwam langs en ademde bloemetjesmuziek,  Strauss en zo. Te zoet, toch aardig.
Toen begreep ik dat ik droomde.