Uitzicht


Echt herfst.
Ondanks wind en regen is het mooi buiten.
Toen ik uitgekeken was op de natte straat en drijvend achtertuintje ging ik boven verder met genieten.
Recht vooruit staan nog zomerachtige bloemen op 3 meter hoogte.

Dan naar links waar het garagedak een onverwachts spannende aanblik bood door een schip.
Wie had dat nu gedacht. Een schip, hier,  in de Peel.
Best mooi, het haalde de suffe troosteloosheid ’n beetje weg
Ik heb het uitgebreid bekeken maar werd niets wijzer over herkomst en bestemming. Ook probeerde ik vlaggentekens en lichtseinen.
Geen antwoord. Waarschijnlijk had ik de verkeerde tekst, ik ken die codes niet.
Voor alle zekerheid heb ik er een bewijsfoto van gemaakt.
Want echt, sommige mensen geloven nooit wat.
==

Regen

Rond vijf uur vanmiddag stopte de wind.
Het golfplaten afdak tikte.
De stoeptegels spikkelden.
Het regende.
Ik zat er voor de helft in en liet me de druppels aanleunen. Lekker, na de stoffige warmte.
De tuin had het nodig maar het duurde even voor de zanderige bovenlaag het water doorliet. In stroompjes kronkelde het tussen de planten en pollen, hooisliertjes meenemend maar allengs werd de bodem zoals hij moest zijn. Voedzaam en nat.
De bloemen richtten zich op, ik zou zweren dat ze kleurden, knaller rood en dieper roze.
Als het groen zou zingen had het me niet verbaasd.
Het is dan ook een ideale regen. Gestaag, rustig. Geen keiharde plenzen.
Nu, ongeveer negen uur, gaat het nog steeds door.
Ik hoop dat de barometer zich inhoudt en het vannacht blijft regenen.
==

Dag, bedmaatje.

Het was einde winterweer,  fris briesje, lekker voor de was van het beddegoed.
Fleurig en schoon hing het aan de lijn.
De grote dekbedhoes dubbelgeknijperd.  Ziezo, die zat goed vast.
Jahaaa, dat had ik gedroomd.
De wind kreeg vat op de hoes en nam hem mee; ik vloog er achteraan, door een regen van losknappende knijpers. Bijna had ik hem, verdorie, hij kwam op de schuur neer en bleef daar liggen.Trap erbij gehaald en net gooide ik een been over de dakrand toen de wind hem weer oppakte en verderop sleurde, naar de dakgoot. Wat een pesterij.
Klimmen ligt me niet zo. Het duurde te lang, hij waaide naar de schoorsteen zodra ik bovenkwam.
Arrrggg.
Eenmaal daar aangekomen zag ik hem naar het noorden zeilen, zwaaiend met zijn instopflap. Wat, vond hij het nog leuk ook?
Ongelooflijk. Zoveel jaren een bed gedeeld en me nu in de steek laten? Nee toch…
Ik leende een telescoop en zette die op de nok, zocht even en ja, daar zag ik heel in de verte een roze-gebloemde lap zweven, op zijn gemakkie dreef hij tussen de wolken. Poolwaarts.
Ook dat nog.
‘Dat gaat te ver’ jammerde ik, ‘naar de kou, waar poolvossen en ijsberen wonen, en ijskonijnen, daar ga ik hem niet halen, dat durf ik nooit.’ Zo sipte ik een tijdje want het duurt even voor je over een dergelijk verlies heen bent.
In gedachten keek ik hem na en slikte voordat ik een nieuwe kocht.
Soms denk ik nog wel eens aan hem, of hij goed terechtgekomen is.
Als je toevallig in die buurt op vakantie bent en een ijsbeer tegenkomt in een roze gebloemde jurk, dat weet je dat die jurk van mijn dekbedhoes gemaakt is.

Nazomerzon


Pauze, ligstoel uitgeklapt.
Toen kwamen de mieren. Vreemd, deze tijd nog en zo gróót. Ze liepen voorbij en verdwenen weer. De laatste knipoogde.
Na een paar minuten verscheen een kauw op de stoep. Hij had een jonkie in zijn bek; links en rechts spartelde het.
-Wat nou weer, ga weg beest, ik hoef jouw jong niet.
Hij vloog op en verdween.
Een zuchtje wind kwam langs en ademde bloemetjesmuziek,  Strauss en zo. Te zoet, toch aardig.
Toen begreep ik dat ik droomde.