Droomhobby

Wat stormde het weer, ik durfde het dak niet op net nu ik er zin in had een paar andere dakzitters te ontmoeten.
Alleen zwaaien,  praten doen we niet, we zwijgen uit principe. Bovendien zijn de afstanden te groot.
Een brave vriend heeft zijn stek op de kerktoren en staart hemels nog hoger, de meest keurige vriendin zit op het  gemeentehuis, ze is verrukt van gemeentelijke voorschriften, in gedachten leidt ze een groep datatypistes.
In de verte zitten naburige kennissen op hun eigen kerken en gebouwen. Ook zij zwijgen.
Naar de molen kijken we liever niet sinds daar iemand op het hoogste punt van een wiek zat en ingedut was toen de molenaar de gang erin zette. Te beschamend, een achteloze klimmer.

Het is een fijne hobby.
De enige ladder om hogerop te komen.
Maar dat zeggen we natuurlijk niet hardop.
En nu waait het ook nog.
===

Weg

Ik moet iets bekennen.
Soms wil ik weg. Zomaar. Gewoon opstaan en de deur uit.
Het waarheen is geen vraag. Het waarom nog minder.
Ik doe het nooit.

Als tiener deed ik het wel eens, meestal na een ruzie die als smoes kon gelden. Witheet trok ik naar boven en propte een tas vol met ondergoed, schriften en restjes zakgeld en vertrok op de fiets. Die zagen me nooit meer terug, gromde ik.
Pa, moe, broer en zus grijnsden me na.
Helaas woonden we in een tieneronvriendelijke omgeving, dooie dorpen met hier en daar een café waar ik niet aanklopte omdat ik te weinig geld had en in de bermen durfde ik niet te slapen. Voor enge beesten was ik altijd al bang.
Uiteraard kwam ik terug, de deur was nooit op slot..

Nu heb ik geen ruzies nodig om weg te willen.
Ook word ik niet witheet genoeg om tassen vol te proppen, als ik weg ging zou ik alleen geld meenemen.
Waarom wil ik dat dan?
Dat weet ik niet, eerlijk niet.
Maar ik wil het.
=