Dag zomer

Ik durf het haast niet te zeggen: ik heb het koud.
Koud?
Ja, echt.
De zomer is voorbij maar zit nog in mijn hoofd, ’s morgens trek ik automatisch een hempie aan en dunne broek en merk buiten pas dat het september is.
Het is tijd mijn hoofd aan te passen.
herfstheart-1776746__340Het wil niet.
De herfst heeft zijn voordelen maar ik ben nog niet zo ver.
Ondanks dode bladeren en losse takken in de tuin, leeggevreten druiventrossen, uitgebloeide bloemen, regenbuien.
Hopelijk went het.
Morgen, misschien.
Of overmorgen.
==

Wennen? Niet iedereen.

Gisteren belde een kennisje.
– Kom je van de week koffie drinken? We kunnen buiten zitten op de grote bank,  veilig op afstand. Of ik kom bij jou, ruimte genoeg. We zien elkaar nooit meer.
Ik zegde toe en ga een dezer dagen.

Vandaag had ik de kluskennis gebeld. – Ik ga iets moeilijks vragen. Wil je alsjeblieft een golfplaatje vastzetten zoor het afdak eraf  waait? Ik zal je niet te dicht benaderen.
Hij lachte maar kwam meteen en repareerde de losgeraakte plaat. Daarna dronken we koffie, onverwachts gezellig en volgende keer komt zijn vrouw mee.

Eergisteren hield me een vrouw aan die ik slechts een beetje ken. Ze kwam te dicht bij en ik stapte achteruit. “Sorry,’ zei ze, ‘het wordt ook zo stil, je spreekt niemand. Hoe doe jij dat?’
We raakten aan de praat.

Alle drie zijn ze beneden de zeventig, twee van hen hebben een partner, (volwassen) kinderen en hobby’s. Maar missen het sociaal verkeer.
Het gaat toch niet zo makkelijk als ik dacht.
==

We zijn er weer

Plaatje heeft niets met Frankrijk te maken, wel alles met het eigen huis dat me braafjes opwachtte. Vertrouwd maar toch, hoe zal ik het zeggen zonder ontevreden te lijken – na een lange autorit waren we blij te arriveren- doet het me ondanks de opluchting verlangen naar de volgende vakantie.
Het moet weer effe wennen. Komt goed.
Eerst een nachtje of langer slapen.
Tot morgen of overmorgen.