Dorst gelest

Dunne druppels tikten lekker
als een liefkozende wekker
op het dak
bloemen gingen rechterop staan
bomen zwaaiden: ‘doorgaan, doorgaan,
dit ontbrak
ons vele weken
bijna waren we bezweken,
gelijk een wrak.’
Regen knikte en vergoot
ecotranen voor de nood.
’n Extra bak.

© Bertie
Advertenties

Nieuwe droom


Een paar dagen na die parad-ijselijke droom over een natuursoort die de mens ontgroeid is en waarin hij danig onthand zou raken, verzeilde ik al slapend in een heel andere wereld.
Veiliger en minder lawaaiig, kalm, vredig; sereen bijna als er geen opgewekte muziek zou zijn. Blije klanken van onbestemde instrumenten die een koerend koor begeleidden. Een hoog Mantovani-gehalte.
Hier en daar zag ik iemand die me bekend voorkwam. Vriendelijk en mild. Waarom ik aan dit woord denk?  Zo zag het er uit. Mild= toegevend, vergevingsgezind.
Dus braaf, saai en sloom.
Het was duidelijk,  dit stelde de hemel voor.
Nu was ik altijd al bang dat het daarboven een stelletje dooie pieren zou zijn maar om het zelf mee te maken is erg. Geloof me.
Enkel een droom, ik weet het, maar dan nog. Zo suf, het idee daar voor de eeuwigheid te moeten verblijven lijkt me eerder een straf. Zouden  hemel en hel verwisseld zijn, vroeg ik me af, hebben we dat altijd verkeerd begrepen?
Het werd me te moeilijk, daarom riep ik de wekker aan en liet me wakker worden.