Brááf!


Zo gaat het nog even door, 25 punten in totaal.
Het is een kindermisboekje uit 1954 en zwierf  vroeger rond van keukenla via dressoir naar rommelschaal en weer terug tot ik het bij de nalatenschap van mijn ouders vond. Het ligt nog steeds in onze boekenkast. Moe wilde het waarschijnlijk niet weggooien of ze hoopte op good vibrations naar het gezin, vroeger geloofde ze nog.

Ons leven overziend kan ik niet zeggen dat al die oproepen tot braafheid geholpen hebben.
We waren geen cent beter dan de Christelijken, Gereformeerden, Hervormden, Joodsen, Protestanten en meer andersdenkenden. (die term…)
In Brabant, waar begin 1960 nog steeds het katholicisme heerste, waren de gelovigen ook niet volgzamer dan wij. Wel makkelijker, ze hoefden zich niet aan anderen te spiegelen: er was maar één kerk.

Maar goed, ik ken nog steeds het weesgegroetje en zelfs in het Frans, dit  door overmatig strafwerk van de leraar. Het gebrek aan onze braafheid deed hem af en toe de gal overlopen, vandaar. Zal hij echt gedacht hebben dat ons dit tot inkeer zou brengen?
Je vous salue…   😀
==

Advertenties

Schatgraven in eigen woning

Ontspullen.
Het is in de mode sinds een jaar of tien. Ik deed het altijd al en vond in de loop der jaren minstens een huis vol overbodigheden. Wat kun je daar mee doen behalve opruimen?
Nog steeds kom ik nieuwe oude dingen tegen, dat is spannend hoor, je weet nooit wat je nu weer vindt.
Dacht ik de vliering leeg te hebben, kwamen er bejaarde kerstspullen voor de dag. Zo ontzettend lelijk, ik kan niet geloven ze ooit te hebben gekocht.
Achterin de kelder, in de allerverste hoek, stond een vergeten tas waar ik een soepterrientje uit opdiepte. Of een groenteschaal, weet ik veel. Je kunt nu eenmaal niet alles onthouden.
Gezien de overige troep in de tas heeft het gediend als verzamelbak voor dat-komt-nog-wel-van-pas-rommel:
Een kaart elastiek. Enkele verfomfaaide speelkaarten. Tube velpon, voor de helft leeggeknepen met een knoedel stiekjes, schroeven, leeggelopen sigaret, dobbelsteen, pionnetjes, paperclips, lucifers, alles trouw aaneengeklonken. Een soort partnership van spullen.
De hele bende verzonken in een mengsel van stof, gruis, zand, tabaksdraadjes, nog meer stof en het lijk van een zilvervisje dat waarschijnlijk verdwaald was en verhongerde. Arm diertje, ik heb een weesgegroetje voor hem gedaan.

Het was een enerverende middag. Een dood beest gaat je niet in de koude kleren zitten.
Enfin, de tas met inhoud ligt in de vuilnisbak.
Het terrientje heb ik gered.
Dat kwam toch nog van pas in al zijn overbodigheid.