Koud


Het was berekoud toen ik wakker werd. Zelfs in bed voelde ik het.
Nachtvorst, dacht ik en kroop er nog eens diep onder.
Niet lang. Het leek zo raar dat nachtvorst in april een ijzige temperatuur bracht.
Rillend zette ik de thermostaat hoger, zag dat hij al op twintig graden stond. Toch vreemd, dan had het warmer moeten zijn.
De badkamer leek een vrieskist.
Aan het ontbijt werd ik niet warmer.
Ik besloot de weerman te bellen.

Goedemorgen meneer, kunt U me uitleggen waar die kou vandaan komt?
– Nachtvorst mevrouw, heel normaal hoor.
Jawel maar het moet hier nu 25 graden zijn en het lijkt eerder de noordpool.
– Mevrouw, U heeft waarschijnlijk een koude ziel…
Een wàt??
– Een koude ziel. Bent U gelovig?
Eh, nee maar hoe..
– Daar heb je het al. U bent van god los. Of van de de duivel of van wat dan ook.
Ik sta paf meneer, hoe werkt dat dan?
– Weet ik veel. Ik hoorde het toevallig.
En wat moet ik daar aan doen?
– Simpel. Ga geloven. Kies maar wat.
Dank U wel meneer, ik zal mijn best doen.

Wat nu, iets gelovenswaardigs  bedenken. Tegen wie zou ik moeten bidden?
Rondkijkend zag ik niets wat mijn ziel zou opwarmen.
Misschien bood de krant een tip, ik sloeg hem open bij overlijdensadvertenties.
Speurend naar bekenden stond mijn hart plotseling stil.
Heden overleden door een plotselinge hartstilstand mevrouw R. Blablabla… zij ruste in vrede’
Ha! Ik flipte van voldoening.
Dat pestwijf, die tod, de mannengek die mijn vrijers inpikte, daarna de verloofde en die van alle vriendinnen. Haar verrotte hart had natuurlijk teveel geëist, haar verdiende loon.
Eindelijk gerechtigheid. Een gloeiende gloed overviel me.
Jaaaaa,  daar kon ik in geloven.
Ik kreeg het er warm van.
==

Weerman, onbestendig.

‘Goedenavond dames en heren. Het sneeuwt en dat blijft de eerste dagen zo. Lastig op de weg maar prachtige beelden van het landschap…’
volgende dag
‘Het sneeuwt buitengewoon veel. Prachtige beelden maar lastig op de weg.’
dag 3
‘Het sneeuwt maar door. Prachtig en lastig.
dag 4
‘Het sneeuwt nog steeds. Lastig, prachtig…’
dag 5
Zucht. ‘Het sneeuwt, blijft dat zo?’
dag 6
‘Sneeuw….’
na een week
‘Sneeuw, snik…’
achtste dag
‘SNEEUW, o mijn god… sneeuw, neee…’
negende
‘Goedenavond dames en heren kijkers, ik val in voor onze vaste weerman die opgenomen is met acute depressieverschijnselen en als die kl… sneeuw nog lang duurt GA IK HEM ACHTERNA’
‘Goedenavond iedereen, ik ben de Verschrikkelijke Sneeuwman..
===