natuur·weer

Dag, droom.

Er volgen alsnog een paar warme dagen. Daar verheug ik me op, in september blijft de hitte ’s avonds niet hangen, zo zou ik het de hele herfst wel willen.

Het was ideaal als de natuur persoonlijke verzoeken kon inwilligen, die bestuurt tenslotte het weer. Ik snap dat ieder zijn eigen klimaatje teveel gevraagd is maar een meteorologische loterij lijkt me wel wat. Als probeersel.
Elk seizoen één winnaar per provincie, beter nog: per gemeente. Daar profiteren alle bewoners van.
Stel je de feestelijke loting voor, Chantal doet de trekking, kust de stralende gelukkige, iedereen is blij. KNMI biedt een extra prijsje, een zonnebril of zo.

Maar het zou niet in vrede verlopen, vrees ik.
Protesten, complotten en halvegaren verstoorden waarschijnlijk de gang van zaken met heibel over de uitslag.
Het zonnetje zou de winnaar niet gegund dus verduisterd worden.
En het weer?
Dat hield het voor gezien en  liet de mensen aan hun lot over.
De natuur eigen.
==

weer

Mooi weer? Tja…

Vanmorgen werd ik wakker met een zere keel en een dik hoofd.
Ik wijt het aan overmoed, gisteren, zonder jas de windvlagen trotserend, een buurpraatje in de zon, ramen lappend. Die dingen.
Intussen knapte ik weer op.
Maar voor alle zekerheid adviseer ik dit te lezen met een oogkapje.

=

weg

Weer even weg geweest/weggeweest.

Waarheen en waarom, is de -dubbele-  vraag.
Nou gewoon, weg. Daarom.
Het ‘gewoon’ was zeer geslaagd.
Het ‘daarom’ een fijne aanleiding.
Ik kan het iedereen aanbevelen, neem het er eens van en ga gewoon. Zomaar.

Daarom is geen reden’ heette het vroeger.
Dat toenmalige onbegrip, niet te geloven.
Men zei maar wat, vooral opvoeders lulden een end weg.
Ouders, onderwijzers, buurvrouwen, (niet-)kerkelijken, tantes en zussen, veel van hen wisten een kind uitgekookt te manipuleren met dit regeltje.
Onder een dwingende blik, acuut schuldgevoel en gehoorzaamheid opwekkend, verraadde je doel en reden van wat dan ook.
Soms was de nieuwsgierigheid bevredigd, niet altijd.
Afhankelijk van opvoeder’s karakter hengelde men naar details. Die je niet naar behoren kon uitleggen want een kind kent zichzelf niet altijd, ook vroeger niet. Je wist nog niet  wat ze wilden horen.
Gelukkig waren er smoesjes.
Als katholiek had je die altijd in voorraad, dit in verband met de biecht die al vroeg werd behandeld zodat je er tijdig het nut van inzag.
‘Waarom stal je die koekjes?‘ Luid gefluister.
‘Ik had zo’n honger…’ Quasi zielig.

Ik dwaal weer af.
Maar ik ben weer en blog.
==