zomer

Nog een paar maanden

Dan bloeien alle bloemen, liggen we op een zonnebed of in het water, eten ijs en drinken koele drankjes, lachen om een slaperige kat en luie hond, luisteren naar vogels,  gaan naar het bos,  babbelen met koeien
en zwaaien naar loslopende kippen in de berm.
Voordelen van landelijk wonen, de nadelen zetten we even aan de kant.
Iets om naar uit te kijken
Daar hoop ik op.
Stiekem reken ik er op.
Een heel klein beetje
in ieder geval.
=

vuur

Eeuwig vuur

Nog eens over de natuurelementen.  Over vuur.
Daar dacht ik aan toen ik een gesmolten waxinelichtje in leven wilde houden. Er bleef een laagje vloeibare was over waarin een brandend lontje dreef, ik liet het staan en de volgende morgen brandde het nog. Pas in de loop van de ochtend doofde het uit.
Vuur   kun je niet opslaan als lucht, water en aarde. Deze drie kun je in een potje doen en  bewaren, ze gaan dood maar de substantie blijft. Vuur niet, het heeft altijd brandstof nodig voor zover ik weet.
Het lijkt me ontzettend handig een potje vuur in voorraad te hebben. Alleen al het idee dat je het hebt weten te temmen lijkt me spannend maar dat zal waarschijnlijk nooit gebeuren.
Dat zagen we in Australië waar men alleen maar kon wachten tot het brandhout op was of  mocht hopen op de tegenhanger water om de branden te blussen

Nu lees ik in een artikel in Trouw dat er in China -in de provincie Ningxia- een kolenlaag bestaat die eeuwig brandt.
Maar het is niet wat ik bedoel. Weliswaar is er doorlopend vuur, maar enkel door de aanwezigheid van brandstof.
Google op ‘eeuwig vuur’ en je vindt verschillende indrukwekkende voorbeelden.
Stuk voor stuk gevoed.
Maar ik blijf vurig hopen.
==
Update
Er was een plaatje van vuur in een potje, dat is verdwenen.
Het zal opgebrand zijn.

Paard

Paard niet in kerststal

Paard verdwaalt
Wilde natuurlijk naar het stalletje van de H. Familie.
Maar ja, wat weet zo’n dier van wegen en wijzende sterren, het liep gewoon de wei uit.
Op goed geluk of op hoop van zegen, om in stijl te blijven.
Het stalletje vond hij niet, wel een goede opvang.
Hij is zelfs beter af, want zeg nou zelf. Hoe heilig ook, een arm ouderwets stelletje heeft vast niet hetzelfde te bieden als een adres van 2019.
Trouwens, wat zouden de drie koningen gedacht hebben als er een paard binnenliep? En de herdertjes? Een paard, dat kwam je in arme stallen niet vaak tegen.
Nooit eigenlijk.
Zitten ze braaf rond te kribbe te aanbidden, komt er opeens een paard  aandraven. Is natuurlijk doodmoe, schuimvlokken op de lippen, snakt naar drinken en briest van de honger.
Geen water, geen haver, niet eens een sinterklaaswortel, Jesus nog te klein om wonderen te doen, schaapjes mekkerend van nieuwsgierigheid.
Niks gedaan, al dat gedoe.
Het is maar goed dat hij naar Zeeland verdwaald is.
Daar hebben ze water zat.
=

.

water·zomeravond

Water en zo

Ruw geschat heb ik de halve watervoorraad van de provincie opgedronken.
Van Earth Overshoot Day  was ik me niet bewust, ik heb er een paar weken over gedaan.
Was lekker.
De achtertuin heb ik ook zijn dorst gelest.
Voor het eerst in de tropische dagen heb ik extra gesproeid, beter gezegd, de tuinslang op de grond gelegd en het water een poos laten lopen.
Van die dingen in droge tijden.

Op het ogenblik is het windstil, zacht, aangenaam.
Ik ga buiten zitten, dacht ik, en deze keer met een glas wijn, luisteren naar die typische buurtgeluiden die een zomeravond zo zoetjes maken. Zacht gebabbel, ploppende bierdoppen, ijsblokjesgetinkel. Sfeer.
Ik hoorde niets.
Zijn ze links en rechts op vakantie.
==

versje

Avondrijm

Het is weer tijd voor rijmelarij
van o-wat-zijn-we-heden-blij
ik voel het aan mijn water
het is maar suffe beuzelarij
een makkelijke woordenbrij
een beetje taaltheater.

Je leest alhier aanstellerij
-en ook een scheut dikdoenerij-
van iemand met gesnater
maar niets is echt, tis liefhebberij
geen dichterlijke haarkloverij
en wordt het ’s avonds later
ontaardend in lolbroekerij
dan is het enkel leegloperij.
Voorbode van een kater.
==

water

Warm

Iedereen zal de zon hebben gezien en de warmte gevoeld.
Ik ook.
Het zag er zo aanlokkelijk uit dat ik het water in ben gegaan. O heel voorzichtig hoor, eerst met een teen, dan een voet, toen liet ik me gaan.
Jongens jongens , wat was dat lekker. De zon kwam van één kant maar de andere kant was ook heerlijk.
En maar poedelen, water opgooien, ik leefde me helemaal uit.
Niet te lang natuurlijk, voor je het weet is de aardigheid eraf.
Daarom ben ik er na tien minuten uit gestapt, greep de handdoek en draaide de douchekaan dicht.
==

fabeltjespers

Na lange tijd de Fabeltjespers weer eens gelezen.

Gistermiddag landde in het zonverbrande Australië een vliegtuig met hulpgoederen. Voor iedere inwoner is er een ijsmachine, beschikbaar gesteld door OlalA.

De premier zal in de komende weken persoonlijk de bierslurpende gewone man op de hoogte stellen van het klimaatakkoord.

De smelting  van de Noordpool is voor driekwart voltooid. De Verenigde Reisbureaus zijn vergevorderd met plannen voor een luxe resort. Diverse miljardairs en een paar prinsen tonen interesse.
De Zuidpool houdt zich afzijdig.

Het regent al bijna twee dagen.
Men vermoedt een spionageactie van Noordzeefanaten om de toestand alhier te bekijken. Mensen zagen zoutig-druppelende drones overvliegen waaruit telescoopkijkers zich op Nederland richtten.
==

klimaat

Blupblup! Blup?

Wat de klimaatverandering betreft vind ik de stijging van het water het meest bijzonder. Daarbij is er het inklinken van de bodem.
Een combinatie die aan afgesproken werk doet denken, het ondersteunt elkaar.
Land zegt ‘Ik wil zo graag eens de diepte in, naar   Atlantis
Ok,’ antwoordt Water, ‘ik zal je helpen.’
Een voorbeeldig staaltje van vredelievende samenwerking.
Of zou het ruzie zijn?
‘Waarom knabbel je aan mijn dijken, jij hebberige natlap?’
    –‘Kop dicht blubber, of ik overspoel je vandaag of morgen met al je rafelige dijken.’
‘Verdwijn!!’
    –‘Dat doe je zelf al, dom kalf.’
Zo zal het waarschijnlijk niet gaan. Nog nooit hoorden we ze met elkaar communiceren en we brachten heel wat uren door in modderplassen en -sloten.
Maar toch, die gassig-borrelende prutplakken die af en toe kwamen bovendrijven, dat was misschien hun manier van spreken.
Achteraf een eng idee.
De modderbullebak bestond dan ècht…
Ik ga nooit meer zwemmen in natuurwater.
==
dieren

Eend zwom. Zogenaamd.

Jammer dat ik de foto’s kwijt ben van de grote eend. Hij leek ’n beetje op die van het plaatje.

Na een paar regenbuien brak de zon door, we namen de fiets en maakten een ritje.
Er lagen veel plassen waarin verschillende vogels rondhingen.
Plotseling zagen we hem, tussen al dat water in het kleinste plasje, niet veel groter dan hijzelf.
Het was een vreemd gezicht. Grappig, dommig, lief en eigenwijs tegelijk.
We sprongen van de fiets en bleven staan voor een paar foto’s.
Hij vond het goed en ging gewoon door met het bewegen van zijn poten al kwam hij niet vooruit, hij zal geoefend hebben voor watertrappelen of wilde zijn  zwemkunsten vertonen.
Af en toe snaterde hij een woord dat we niet verstonden, we knikten voor de vorm.
Zo te zien was hij behoorlijk  in zijn sas.
Wat zal hem bezield hebben? Dwarsheid? Geplaagd met slechte ogen? Beetje gek, kunnen eenden gek zijn?
We zagen vaker vreemde vogels, dit was een van de aandoenlijkste.