versje·winter

Korte winter

Het was een kortdurende winter
slecht even, niet meer dan een flinter
van wind sneeuw en ijs
maar groots was de prijs
te schaatsen zo snel als een sprinter

Toen was het weer tijd om te dooien
de tintel van  kou te verklooien
na zand zout en water
kwam weldra de kater.
Die winters, het zijn enkel fooien.
==

water

Overtollig water.

Corona-carnaval
Valentijn.
Belgische kappers.
IJsdikte en doorgezakten.
Dooi.
Onderwerpen die dit weekeinde veelvuldig genoemd zijn.  Over cor-car en ijsdikte las ik niet verder.
Alleen Kappers, Dooi en Valentijn  hadden mijn aandacht, de laatste omdat een van de broers zo heette, Valentinus. Erfenis van een Russische voorvader die waarschijnlijk Valentin als naam had, denken wij, maar broer had geen Russische trekken: hij dronk niet en ouwehoerde niet.
Hij was juist  heel on-russisch.
Hoe de omgeving eruit gaat zien morgen? Ik ben benieuwd, zo gauw wen je aan omstandigheden dat ik vanavond het water wilde afsluiten, na één week blijk je al een gewoontedier.
Ook vraag ik me af of de Nederlandse vrouwen echt massaal de Belgische kappers bestoken ondanks een tegenverzoek.  En hoe zou het koningsgezin dit oplossen? Opsteken met een kroontjespen? Appje naar Mathilde?
Enfin, mijn zorg niet maar ik zou het begrijpen als ze de boel lieten woekeren. Net mensen, zou ik dan denken.
Alleen nog bekijken hoe het overtollige water op te maken. Met het afsluiten van de hoofdkraan had ik een  speciekuip gevuld en onder het afdak klaargezet.
En een paar emmers.
En, naar me vanmiddag pas opviel, de kuip vergeten. Die staat nog vol te wezen. Zonde om weg te gooien en te koud om in te baden.
Bewaren tot een droge zomer? Dan is het verdampt.
Gewoon leegkiepen dan maar?
Gaat me aan het hart, eenmaal Hollands…  🙄
==
reiger

Het water was niet diep genoeg

     
Wat ik vanmiddag zag was echt, helemaal echt, gelukkig had ik een bezoekster als getuige .
Op de stoep naast de schuur stond een lichtgrijze reiger,  zomaar tussen de huizen, hij keek omhoog naar beide kanten en vloog op.
We pakten meteen onze telefoons en ik rende naar boven want ik begreep dat hij de platte daken zocht waarop nog steeds veel water staat. Moet hij vanuit de lucht gezien hebben.
Voor niets, hij was al weg. (foto is van pixabay)
Wat had ik hem graag op het asfalt zien waden. Zou hij bijziend zijn?
Mogelijk had hij zich ook willen spiegelen, stilstaand water  is helder genoeg (zie klein fotootje). Toilet maken voor familiebezoek, veren kammen, wat reigers zoal doen.
Het mocht niet zo zijn.
Het leven is hard.
==

zomer

Nog een paar maanden

Dan bloeien alle bloemen, liggen we op een zonnebed of in het water, eten ijs en drinken koele drankjes, lachen om een slaperige kat en luie hond, luisteren naar vogels,  gaan naar het bos,  babbelen met koeien
en zwaaien naar loslopende kippen in de berm.
Voordelen van landelijk wonen, de nadelen zetten we even aan de kant.
Iets om naar uit te kijken
Daar hoop ik op.
Stiekem reken ik er op.
Een heel klein beetje
in ieder geval.
=

vuur

Eeuwig vuur

Nog eens over de natuurelementen.  Over vuur.
Daar dacht ik aan toen ik een gesmolten waxinelichtje in leven wilde houden. Er bleef een laagje vloeibare was over waarin een brandend lontje dreef, ik liet het staan en de volgende morgen brandde het nog. Pas in de loop van de ochtend doofde het uit.
Vuur   kun je niet opslaan als lucht, water en aarde. Deze drie kun je in een potje doen en  bewaren, ze gaan dood maar de substantie blijft. Vuur niet, het heeft altijd brandstof nodig voor zover ik weet.
Het lijkt me ontzettend handig een potje vuur in voorraad te hebben. Alleen al het idee dat je het hebt weten te temmen lijkt me spannend maar dat zal waarschijnlijk nooit gebeuren.
Dat zagen we in Australië waar men alleen maar kon wachten tot het brandhout op was of  mocht hopen op de tegenhanger water om de branden te blussen

Nu lees ik in een artikel in Trouw dat er in China -in de provincie Ningxia- een kolenlaag bestaat die eeuwig brandt.
Maar het is niet wat ik bedoel. Weliswaar is er doorlopend vuur, maar enkel door de aanwezigheid van brandstof.
Google op ‘eeuwig vuur’ en je vindt verschillende indrukwekkende voorbeelden.
Stuk voor stuk gevoed.
Maar ik blijf vurig hopen.
==
Update
Er was een plaatje van vuur in een potje, dat is verdwenen.
Het zal opgebrand zijn.

Paard

Paard niet in kerststal

Paard verdwaalt
Wilde natuurlijk naar het stalletje van de H. Familie.
Maar ja, wat weet zo’n dier van wegen en wijzende sterren, het liep gewoon de wei uit.
Op goed geluk of op hoop van zegen, om in stijl te blijven.
Het stalletje vond hij niet, wel een goede opvang.
Hij is zelfs beter af, want zeg nou zelf. Hoe heilig ook, een arm ouderwets stelletje heeft vast niet hetzelfde te bieden als een adres van 2019.
Trouwens, wat zouden de drie koningen gedacht hebben als er een paard binnenliep? En de herdertjes? Een paard, dat kwam je in arme stallen niet vaak tegen.
Nooit eigenlijk.
Zitten ze braaf rond te kribbe te aanbidden, komt er opeens een paard  aandraven. Is natuurlijk doodmoe, schuimvlokken op de lippen, snakt naar drinken en briest van de honger.
Geen water, geen haver, niet eens een sinterklaaswortel, Jesus nog te klein om wonderen te doen, schaapjes mekkerend van nieuwsgierigheid.
Niks gedaan, al dat gedoe.
Het is maar goed dat hij naar Zeeland verdwaald is.
Daar hebben ze water zat.
=

.

water·zomeravond

Water en zo

Ruw geschat heb ik de halve watervoorraad van de provincie opgedronken.
Van Earth Overshoot Day  was ik me niet bewust, ik heb er een paar weken over gedaan.
Was lekker.
De achtertuin heb ik ook zijn dorst gelest.
Voor het eerst in de tropische dagen heb ik extra gesproeid, beter gezegd, de tuinslang op de grond gelegd en het water een poos laten lopen.
Van die dingen in droge tijden.

Op het ogenblik is het windstil, zacht, aangenaam.
Ik ga buiten zitten, dacht ik, en deze keer met een glas wijn, luisteren naar die typische buurtgeluiden die een zomeravond zo zoetjes maken. Zacht gebabbel, ploppende bierdoppen, ijsblokjesgetinkel. Sfeer.
Ik hoorde niets.
Zijn ze links en rechts op vakantie.
==

versje

Avondrijm

Het is weer tijd voor rijmelarij
van o-wat-zijn-we-heden-blij
ik voel het aan mijn water
het is maar suffe beuzelarij
een makkelijke woordenbrij
een beetje taaltheater.

Je leest alhier aanstellerij
-en ook een scheut dikdoenerij-
van iemand met gesnater
maar niets is echt, tis liefhebberij
geen dichterlijke haarkloverij
en wordt het ’s avonds later
ontaardend in lolbroekerij
dan is het enkel leegloperij.
Voorbode van een kater.
==

water

Warm

Iedereen zal de zon hebben gezien en de warmte gevoeld.
Ik ook.
Het zag er zo aanlokkelijk uit dat ik het water in ben gegaan. O heel voorzichtig hoor, eerst met een teen, dan een voet, toen liet ik me gaan.
Jongens jongens , wat was dat lekker. De zon kwam van één kant maar de andere kant was ook heerlijk.
En maar poedelen, water opgooien, ik leefde me helemaal uit.
Niet te lang natuurlijk, voor je het weet is de aardigheid eraf.
Daarom ben ik er na tien minuten uit gestapt, greep de handdoek en draaide de douchekaan dicht.
==