Bij de waslijn.

Er zoemde een bij langs de stokroos. Hij bleef rondjes draaien rondom de uitgebloeide bloemen. Na een poosje kwam hij naar me toe:
‘Je hebt slechte stokrozen, weet je dat?’
‘Hoe kom je erbij?’  Beledigd keek ik hem aan.
‘Er zit niks in,’ snoof hij.
Wat moest ik daar nou mee. Ik legde het uit.
‘Kijk, ze zijn verdord en de honing is op. Snap je?’
‘Nee. Dat snap ik NIET.’
Hm, een stijfkop Of snotneus? Ik probeerde hem uit te horen. ‘Je bent zeker nog erg jong?’
‘Mevrouw, ik zit al een week in de  buitendienst,‘ sprak hij hautain. Hij vloog wat hoger en keek op me neer.
‘Nou, dan heb je nog even. Zoek maar een andere bloem, ginds staat een volle struik nachtschonen. ‘ Ik wees. ‘Een paar rozen, enkele lissen, sedum…’
Nu keek híj beledigd.
‘Denk je echt dat ik aan nachtschonen begin?? Waar zie je me voor aan?’
Nou ja zeg, een bij met kapsones.
Hier wilde ik niet mee verder. ‘Dan niet. Ik heb geen tijd meer. ‘
Hij hield in, zweefde heel dicht langs mijn gezicht en keek me diep in de ogen.
‘Vrouw,’ zei hij, ‘zou jij ’s nacht op pad gaan voor een beetje zoetigheid?’
Ik dacht na.
‘Je moet nog veel leren.’
==

Vuurwerk, ja of nee?

Het doet veel kwaad maar heeft ook zijn bekoring. Ooit genoten wij er zelf van, samen met vrienden een groot pakket kopen en naar het nachtuur toeleven.
Eerlijkheidshalve  moet ik toegeven dat niet iedereen er zorgvuldig mee omsprong. Dat er niet nòg meer ongelukken gebeuren is bijzonder.

Wat ik vervelend vind is het (zogenaamd stiekeme) geknal wat we deze dagen horen. En dat dat gaat duren tot nieuwjaarsdag.
Het gebeurt wel dat ik, aan de waslijn staande, de hemden uit handen laat vallen door onverwachts zzzzzjiet-pang!  Zitten ze een paar tuinen verderop en gooien van achter de schutting in het wilde weg (de hemden lijden er niets mee, da’s mazzel).
Ik schrik me wezenloos wanneer er vlak bij me een rotje knalt. Ook ben ik bang dat ze me raken want van het betere gooiwerk hebben ze niet altijd kaas gegeten, het lijkt op spannende paniek van jonge jochies.
Nooit zie ik volwassenen of grote jongens die dit doen. Naar wat ik hoor ligt dat in de steden anders, daar schijnt het veel erger te zijn maar dat hoef ik niet te weten.
Onze eigen jongens deden het ook. Zoiets hoor je dan later.
Hoe kwamen jullie er aan? vroeg ik. Schouderophalend mompelden ze wat.
Tja, begreep ik,  er  was altijd wel een broer of vader die naar België ging voor het echte vuurwerk en een berg rotjes kocht.
Ik gun ze het plezier maar waarom bewaren ze het niet voor oudejaarsavond?